Begin van de wandeling: Setasiun Kereta Api.

Station

ILW Pasuruan Station der Staatsspoorwegen

Station der Staatsspoorwegen. Uit 1878; het oudste nog bestaande grotere stationsgebouw in Indonesië.

Theo hielp zijn stiefmoeder uitstijgen, de stationschef groette eerbiedig de vrouw van zijn rezident. Zij knikte met haar glimlach terug, als een welwillende koningin. Zij duldde met haar glimlach, éven dubbelzinnig, dat haar stiefzoon haar kuste op de wang. Zij was een grote vrouw, blank, blond, over de dertig, met die lome statigheid van in Indië geboren vrouwen, dochters van geheel Europese ouders. Zij had iets, waarnaar men dadelijk keek. Het was om haar blanke vel, haar teint van melk, haar heel licht blond haar, hare ogen, vreemd grauw, soms even geknepen en altijd met een uitdrukking van dubbelzinnigheid. Het was om haar eeuwige glimlach, soms heel lief en innemend, en dikwijls onuitstaanbaar, vervelend.
[Couperus – De stille kracht, 17-19] 


Ga rechtdoor Jl Setasiun (Stationsweg).
Ga voor de T-kruising linksaf: Pasar.
Loop daar een ‘rondje’ en zorg weer op het zelfde punt uit te komen.

ILW Pasuruan Pasar... en toog met een gulden ter passer. Als zij terugkwam, na een uur van genotvol loven en bieden, telkens om twee centen op een bandeng, of een cent op een handvol bajem, riep ze kokkie Toerie, Madoereesche, een wandelend skelet.
Kokkie Toerie knielde neer bij het verrukkelijke stilleven van den passer. Hoe glansden de felroode lomboks tusschen de lichtgroene petéh-boonen; hoe glinsterend zilver schitterden de schubben van dien vetten bandeng! Hoe frisch aangesneden lonkten daar de schijfjes tempeh, oranje tusschen schimmelgrijs. En het rose vleesch met een randje lichtgeel vet, en twee blaadjes witte kool, en de terrong voor de sajoer, en het stukje karbouwenmaag met de prikkels, oh, en de trassi zoo aanlokkelijk verpakt in een versch pisangblaadje. De gemberwortel, de koenir, de laos! Samen delibereerden zij over de prijzen, en kokkie Toerie, sperde haar rooden sapmond wijd open van eerbied en verbazing bij het hooren omtrent de talenten van de njonja op het punt van afdingen. Een cent afdingen, dat beteekende een overwinning op het leven, op de wereld.
[Walraven – Op de grens, 21-22] 


Steek de Jl Soekarno Hatta (Hoofdstraat) over.
Ga rechtdoor onder de poort met opschrift: “Dirgahayu Kem. Rike 70”.

ILW Pasuruan kampongO, de kampong! Daar was haar leven. Daar ademde zij vrijer. Er waren oude kampongs in de stad, met stille plekjes en schilderachtige hoekjes, die de menschen van de breede straat niet vermoedden en nooit zelfs hadden gezien. Onmiddellijk achter de Europeesche gevaarten van kalk en steen begon de kampong, bereikbaar door smalle gangetjes van den grooten weg, zelden betreden door een Europeaan. En het mocht dan vuil zijn en primitief, zooals de menschen zeiden, het was ook mooi, en genoegelijk, en zelfs poëtisch, zooals men hier en daar een huisje aantrof, dat half verborgen was in de schaduw van een bamboestoel, of een breede, koele woning van een welgestelden ouden Inlander, waarvan de vloer met tot zitten uitnoodigende matten was gedekt en waar men genoeglijk keuvelde bij thee en snoeperij, of bij de ingrediënten van den aloude sirihpruim.
[Walraven – Op de grens, 19-20] 


Ga op de kruising rechtsaf.
Volg de weg naar links.
Ga op het eind rechtsaf: Jl Dewi Sartika.
Ga linksaf: Jl Wahid Hasim.
Rechts: Moskee Masjid Agung Ali-Anwar.

ILW Pasuruan Moskee Masjid Agung Ali AnwarHet leven van de Inlanders, van de ouderen onder hen, concentreerde zich veelal om de moskee en het bidhuisje, wel wat zelfvoldaan en lichtelijk farizeesch als zij op Vrijdag ten tempel gingen, de hadji’s in lange kaftans en met Europeesche zwarte paraplu. De Madoereesche koelie leefde zijn sober bestaan en spaarde zijn geld in zijn buikriem, ’s nachts slapende in een krot of een lege pakkist. Onder hen waren er toch ook velen, die reeds vroeg in den morgen, voordat de zon op was, met anderen samenkwamen in het bidhuisje van den kampong, waar zij baden, eerst kalm en langzaam en gedempt, doch tenslotte al harder en harder, woester en woester tot geen levende ziel meer het oog look in den kampong en zijn naaste omgeving.
[Walraven – Op de grens, 16] 

Er is een grote kans, dat niet-moslims de toegang tot de moskee wordt geweigerd.


Ga linksaf Alun-Alun Seletan (Aloon-Aloon).
Rechts: het gebouw vóór de zijstraat rechts, Apotik – Marlin, is de plaats waar vroeger de bioscoop stond.

Soms gaan ze naar de bioscoop. Doen ze dat bij jullie ook? Watt & ½Watt, Harold Lloyd, Charley Chaplin, Douglas Fairbanks, dat zijn wel zoo ongeveer de favorites. Vooral Watt & ½Watt. Er is hier ook censuur, dus mogen kinderen niet naar alle films, wat ik wel goed vind. De film heeft een slechte invloed op de jeugd en je zou eens moeten zien hoe funest films zijn voor Inlanders. Die vatten het heelemáál averechts op, ze zien Europeanen op de film knoeien en gappen, Europeesche vrouwen nog veel erger, ze leeren de meest geraffineerde trucs, en zoo gaat het beetje respect, dat ze nog voor ons hebben, ook nog verloren dank zij de lessen van Hollywood.
[Walraven – Brieven, 171-172] 


Ga met de weg mee naar links: Jl Alun-Alun Utara.
Rechts: btpn, de plaats van het voormalige telefoonkantoor.

Met ingang van 1 Juni a.s. worden in den interlocalen telefoondienst opgenomen Pasoeroean en Probolinggo. Met ingang van dien datum kan men dus gesprekken voeren tusschen de kantoren Semarang, Solo, Djokja, Madiun, Djombang, Modjokerto, Pasoeroean, Probolinggo en Soerabaja. Het publiek te Pasoeroean en Probolinggo mag tot 1 Juni gratis interlocale gesprekken voeren. [De Locomotief 26 Mei 1910] 


Links: de Alun-Alun.

ILW Pasuruan Alun AlunNog was de aloon-aloon wijd en prijkte met den eeuwenouden waringin in het midden. De toren der moskee priemde er hoog in de lucht en de graven er omheen waren zeer heilig. Alles wees erop, dat in vroeger jaren deze veste het bestaan had Soerabaia en Semarang naar de kroon te steken, maar tragisch was het verloop der dingen geweest. Het leven was geweken en de stad deed thans denken aan het opgegraven Pompeji of Herculanum.
[Walraven – Op de grens, 15] 
De rezident had uitgeschreven, als feest voor de bevolking, een passer-malam op de aloon-aloon, die enkele dagen zoû duren en samenviel met de Fancy-fair. Dat zouden zijn volksfeesten, vele stalletjes en kramen, de Komedie-Stamboul, waar Duizend-en-Een-Nacht-toneelspelen werden gegeven. Hij had dit gedaan om de Javaanse bevolking een zo door haar gewaardeerd genoegen te doen, tegelijk dat de Europeanen feest vierden.
[Couperus – De stille kracht, 131-133] 


Ga rechtdoor Jl Alun-Alun Utara.
Ga in de hoek rechtsaf: Oprijlaan naar de pendopo van de Kaboepaten.

Maar toen het rijtuig langs de vlaggestok inreed de oprijlaan van de Kaboepaten en men zag, dat de rezident zich naar de Regent begaf, schoolden groepen samen, en sprak men fluisterend en heftig. Aan de ingang van de oprijlaan verdrong men zich, spiedde uit. Maar de bevolking zag niets dan door de schaduw der waringins in de verte schemeren de lege pendopo, met hare rissen van afwachtende stoelen.
[Couperus – De stille kracht, 133] 


Recht vooruit: Rumah Bupati dan Pendopo.

Woning Regent

ILW Pasuruan Woning Regenten Pendopo

Woning van de Regent en de Pendopo.

Ververschingen in afwachting, en het trof mij, dat deze niet meer zoo gratievol werden aangeboden, als ik meer dan twintig jaar geleden gezien had, bij voorbeeld in de Kaboepaten te Passoeroean, bij den Regent aldaar, toen gehurkt zich voortbewegend, de dienaren, met immense bladen vol glazen en karaffen, aankwamen, zonder één glas omver te gooien en steeds in een hurkende houding. Misschien is aan deze allermoeilijkste acrobatie van bediening een einde gemaakt, om democratische redenen; hoe dan ook, ik vond, dat de bediening stijl miste, al werd de Soenân ook bediend door een soort ordonnans, geloof ik.
[Couperus – Oostwaarts, 182] 


In de ontvangstruimte.

ILW Pasuruan ontvangstruimte 2

 

ILW Pasuruan ontvangstruimteUit de kringen der Indonesische intellectuelen kwamen betrekkelijk vele nieuwe abonné’s. De regent van Pasoeroean, R.M.A.A. Soejono – de latere minister in het Londense kabinet tijdens de bezetting van Nederland – had vele woorden van lof voor de leiding van De Indische Courant.
[Koch - Verantwoording, 151-152] 

Als telg uit een oud adellijk geslacht van Javaanse regenten was Ario Adipati Soejono in 1886 op Oost-Java geboren – hij was, toen hij tot minister benoemd werd, zes-en-vijftig jaar. Op twee-en-twintigjarige leeftijd had hij zijn eerste functie gekregen in het binnenlands bestuur. Hij werd in 1915 benoemd tot regent (bestuurshoofd) van Pasoeroean, een deel van de provincie Oost-Java. Dat hij het vertrouwen van de Indonesische stemgerechtigden bezat, bleek in ’20 toen hij door hen voor de eerste maal tot lid van de Volksraad gekozen werd; dat lidmaatschap bleef hij tot ’35 uitoefenen. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 9, 352-355] 


Ga terug naar de Alun-Alun en ga linksaf Jl Alun-Alun Utara.
Ga linksaf: Jl Supratman.
Ga rechtsaf: Jl Pahlawan (Heerenstraat).

ILW Pasuruan HeerenstraatDe volle maan, tragies die avond, was reeds vroeg, nog in de laatste dagschemer opgerezen als een immense, bloedroze bol, vlamde als een zonsondergang laag achter de tamarindebomen der Lange Laan en steeg, langzaam zich louterende van hare tragische tint, in een vage hemel op. Een doodse stilte spande alom als een sluier van zwijgen, of, na de lange middagsiësta, de avondrust zonder overgang van leven begon.
[Couperus – De stille kracht, 5] 

Dikwijls waren de morgens fris, rein gewassen door de overvloedige regens, en in de jonge zonneschijn der eerste ochtenduren doomde uit de aarde op een teer waas, een blauwige uitwissing van iedere te scherpe lijn en kleur, zodat de Lange Laan met hare villa-huizen en dichte tuinen zich huifde in het bekoorlijke en vage van een droomlaan:
[Couperus – De stille kracht, 168] 


Rechts: Makam Pahlawan.

ILW Pasuruan Makam PahlawanIn hoeverre het bij die ‘extreme gewelddadigheid’ tot nieuwe excessen is gekomen, weten wij niet precies. Wreedheden die detachementen van het Korps Speciale Troepen in februari en maart ’49 op Oost-Java hadden gepleegd in de gebieden van Malang en Pasoeroean, ‘o.a. mishandelingen en het zonder noodzaak doden van personen’ (hier bevond zich onder de vermoorden een tweede Republikeinse minister), leidden tot officiële onderzoekingen maar de daders konden niet worden opgespoord en de stukken werden vervolgens geseponeerd. [Het Koninkrijk der Nederlanden,12, 1005] 


Rechts: 22 Dinas Badan Pengelolaan Keuangan dan Aset (Hotel Tonjes).

ILW Pasuruan Hotel TonjesILW Pasuruan Hotel Tonjes 2(37) Hotel Tönjes; →

(48) Woning van de Resident;

(38) 1ste Eur. School;

‘daarboven’ Proefstation suikerindustrie;

‘daarboven’ Sociëteit (Club).


Rechts: Het terrein van de residentswoning liep van Dinas Baden Pengelolaan (Hotel Tönjes) tot het stadion (begraafplaats).
Op dit terrein staan nu de gebouwen van ‘Pengadilen Negeri’ en ‘ART /BPN’; van de residentswoning is niets meer te zien.

Huis van de Resident

Het residentshuis was eigenlijk een ruïne, met afgebrokkelde ringmuren en vervallen pleisterwerk, vol onvermoede kamers en ‘bijgebouwen’, dateerende uit en tijd der ongelimiteerde heerendiensten, toen zulke groteske steenklompen uit den grond konden worden gestampt zonder de begrooting van het land noemenswaard te belasten. Maar toch had Louis Couperus in dit huis, ergens in een van deze kamers, in het begin van deze eeuw gelogeerd, en er zelfs de laatste hand gelegd aan een roman! ...
[Walraven – Op de grens, 14-15] 

En van gansch andere zijde drukten de omstandigheden onze stad terug tot een lager plan: in 1931 werd de residentszetel van hier naar Malang verlegd, annex uittocht van vele ambtenaren. [Soerabaiasch Handelsblad 9 Juli 1937, 13] 


Rechts: voor het gebouw van ATR / BPN staat een vlaggenmast die lijkt op de Eiffeltoren.

ILW Pasuruan Eiffeltoren[1913] Ter vervanging van den vermolmden houten vlaggenmast bij de Residentswoning te Pasoeroean, werd met het oog op de dure houtconstructie, een vlaggenmast gemaakt bestaande uit een voetstuk, hoog 12 M., van gewapend beton en de nog bruikbare houten steng lang 9 M. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-16, 17] 

Alle Europeesche gezagvoerende ambtenaren en de regenten hebben de Nederlandsche vlag (grootte naar den rang; de hoofden van gewestelijk bestuur alle dagen, de overigen op Zon- en feestdagen) op hun erf vóór de ambtswoning. [Geïllustreerde Encyclopaedie van N-I, 990-991] 


Rechts: Stadion
Volgens een kaart uit 1912 lag aan de zuidkant van her Residentserf een begraafplaats.

Van Oudijck zelve sprak er over met niemand, niet met zijn vrouw, niet met zijn kinderen, met de ambtenaren niet, en niet met de bedienden. Maar eens kwam hij doodsbleek uit de badkamer, met dolle, grote ogen. Hij ging echter rustig naar binnen, beheerste zich en niemand merkte iets. Toen sprak hij met de chef der politie. Aan het residentie-erf grensde een oud kerkhof. Nacht en dag werd dit nu bewaakt en bewaakt de achtermuur van de badkamer. De badkamer zelve werd echter niet meer gebruikt en men baadde zich in de logeerbadkamers.
[Couperus – De stille kracht, 183] 


Links: zicht op woningen voor het personeel van het Proefstation der Java Suiker Industrie, gebouwd door Job en Sprey.

ILW Pasuruan Proefstation der Java Suiker IndustrieHet proefstation drukt, als gezegd, een eigen stempel op onze gemeente. Voor het uiterlijk spreekt voor den bezoeker het sterkst het uitgebreide complex van kantoren en laboratoria en de vele Europeesche woningen, staande langs het zuidelijk gedeelte van de Heerenstraat en langs den Probolinggoweg, een terrein ruim 4.6 h.a. beslaand. Niet minder dan 34 woningen bouwde het proefstation voor zijn Europeesch personeel.
[Soerabaiasch Handelsblad 9 Juli 1937, 13] 


Ga de Jl Pahlawan terug.
Rechts: UPT SDN Pekuncen. (1ste Eur. School.)

ILW Pasuruan SDNVoor het dragen van het omloopende afdak is hier echter een steenconstructie gekozen en, omdat de terreinomstandigheden toelieten de speelloods afzonderlijk te bouwen, kon hier door het uitbouwen der hoeken de eentonigheid van de architectuur der omgaande gaanderij worden verbroken. Ook hier bestaat gelegenheid tot uitbreiding door het aanbouwen van lokalen aan de achterzijde.’ Uit een inleiding van BOW-medewerker Elenbaas in Nederland op 23 maart 1912. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift -15, 208] 


Rechts: Pusat Penelitian Perkebunan Gula.

ILW Pasuruan Pusat Penelitian Perkebunan Gula

Proefstation

Proefstation van de Javasuikerindustrie: Vooraanzicht botanische laboratoria en museum.

Zoo ontstond in 1887 het Proefstation Oost-Java, als jongste der drie suikerproefstations, waaruit tenslotte het tegenwoordige Proefstation voor de Java-Suikerindustrie is gegroeid.
Het Proefstation Midden-Java werd in 1893 opgeheven, terwijl “West-Java” in 1900 werd overgebracht naar Pekalongan. In 1907 werden de proefstations Oost- en West-Java samengesmolten tot “Het Proefstation voor de Java-Suikerindustrie”, waarbij Pekalongan speciaal de chemisch-technische, Pasoeroean de landbouwkundige vraagstukken te behandelen kreeg. Nadat in 1919 de afdeeling Pekalongan naar Semarang was overgebracht, kwam tenslotte in 1924 de samentrekking van beide afdelingen te Pasoeroean tot stand.
De groote vlucht, welke de suikerindustrie in deze decennia nam, is algemeen bekend. Slechts enkele cijfers ter illustratie daarvan: van 1887 tot 1928 steeg de suikerproductie per hectare van nog geen 70 tot 150 quintalen; de totaal productie van nog geen 400.000 tot bijna 3 millioen ton. [Soerabaiasch Handelsblad 9 Juli 1937, 3] 


Het borstbeeld van directeur Kobus.

ILW Pasuruan borstbeeld van directeur KobusVan 1897 tot 1910 werden onder Kobus de ziekten en beschadigingen van het riet verder bestudeerd, bibitzorg gepropageerd en het kruisen in een andere richting voortgezet. Kobus was reeds in 1887 aan het Proefstation verbonden en had een groote cultuurervaring opgedaan; hij kon met de planters opschieten en had veel invloed ten goede op hun beleid. Geleerde heeren als Dr. Kramers en de voortreffelijke Dr. Wakker had men na hun eerste contract laten gaan. Maar Kobus bleef steeds hooge waardering genieten, totdat de dood hem verraste op het schip dat hem in 1910 van Pasoeroean wegvoerde. [Soerabaiasch Handelsblad 9 Juli 1937, 5-6] 

In de bange tijden, die deze [suiker]nijverheid tot bij het graf voerden, werden haar in Prinsen Geerligs en Kobus de mannen geschonken, die haar het volle blijde leven hergaven. [De Locomotief 16 Maart 1910] 


Het borstbeeld van directeur Prinsen Geerligs staat voor het ‘Museum’, waarin de foto’s hangen van de directeuren van het Proefstation, inclusief die uit de Japanse tijd.

ILW Pasuruan Prinsen GeerligsILW Pasuruan proefstation MuseumOud-directeur Dr. H.C. Prinsen Geerligs: Een tweede aanslag op den oorspronkelijken opzet van het proefstationswezen werd in 1895 gedaan door den Directeur van ’s Lands Plantentuin die veel moeite deed om evenals hem zulks voor de tabak, caoutchouc, thee en indigo was gelukt, ook de suikerproefstations onder zijne vleugelen te Buitenzorg te concentreren met tijdelijke locale laboratoria in cultuurgebied, doch ook deze poging tot verandering van de bedoelingen faalde en tot heden toe is het proefstation gebleven zoals het van den aanvang was bedoeld en doeltreffend is gebleken. [Soerabaiasch Handelsblad 9 Juli 1937, 8] 


Rechts: SMK Untung Surapati.

Sociëteit

ILW Pasuruan Societeit Harmonie

Sociëteit Harmonie.

De rezident liep somber door, met flinke pas van een besliste wandelaar. Hij was rechts van het square-tje afgeslagen, en liep langs de Hervormde kerk, recht op een mooie villa toe met slanke, vrij correcte Ionische pleisterzuilen en hel verlicht met petroleumlampen in kronen. Het was de societeit Concordia.
[Couperus – De stille kracht, 8] 

Later in de wandeling wordt “rechts van het square-tje afgeslagen” en loopt men “langs de Hervormde kerk”.
Oftewel, de plaats waar Couperus in De stille kracht de sociëteit situeert is een andere plek dan die van Sociëteit de Harmonie...

De heer Heine meldt dat Couperus ‘de waarheid haat’, het lijkt er op dat hij het zelfde doet wanneer hij schrijft:
De wandeling die de resident in het eerste hoofdstuk van De stille kracht maakt, valt in Pasoeroean nog helemaal na te lopen.
[Heine – Angst en schoonheid, 133-134] 


Vervolg, na het kruispunt met de Jl Veteran (Probolinggoweg), de Jl Balai Kota (Heerenstraat).
Rechts: BNI.

Marinehotel

De plaats van het voormalige Marine Hotel.

’t Is vijf uur ’s morgens, ik heb uitstekend geslapen in het Marine Hôtel te Pasaroean. Ik voel me verkwikt en uitgerust als mijn jongen, Oerie, me komt roepen. Mijn nachtlicht brandt nog flauwtjes en flikkert nu en dan, op ’t punt van uitgaan. Ik steek mijn waschkaarsen op en laat de jongen binnen. Met een groet en een: Môge m’neerr ! komt hij de kamer in, toont mij het matje, waarop hij geslapen heeft, en een groote doode vleermuis, die hij aan één poot voorzichtig tusschen duim en wijsvinger vasthoudt.
[Van Maurik – Indrukken van een Tòtòk, 310-311] 


Rechts: DPRD Pasuruan (de plaats van het oude Gemeentehuis).

De Javabode verneemt, dat in beginsel besloten werd in 1918 nieuwe gemeenteraden in te stellen te Pasoeroean, Probolingo, Modjokerto en Madioen. [De Locomotief, 15 juni 1917] 

 
Rechts: SMK PGRI 2 (de plaats van Hotel Spierings – v/h Morbeck-Jansen).

Onderweg komen we langs Pasuruan, een verschroeid en nu wat vervallen stadje dat model heeft gestaan voor het plaatsje uit ‘De stille kracht’. De chauffeur wil helaas niet stoppen omdat we nog zo'n lange rit voor de boeg hebben, we moeten het dus doen met een glimp uit de auto en inderdaad staan er nog wel een paar oud-koloniale huizen langs de hoofdweg. De schrijver Walraven heeft hier nog eens al zijn spaargeld verloren door het te steken in het plaatselijke hotel Marbeck, om te laat te ontdekken dat Pasuruan morsdood was, aangezien het sinds de uitvinding van de auto zijn functie als tussenstation tussen Surabaja en Malang verloren had.
[Vervoort – Vanonder de koperen ploert, 147] 


Rechts: SMP Negeri 1 (2de Eur. School).

ILW Pasuruan Eur SchoolMaar toen gingen we hier naar het schoone Pasoeroean! En daar begon de pret weer opnieuw. Willem kon blijkbaar maar niet wennen en de juffrouw blijkbaar ook niet. Beide partijen waren niet van de vlotste, want ook de juffrouw was weer een bruine. De eerste drie maanden was het weer absoluut mis, totdat hij met een rapport thuiskwam, waarop een 8 voor rekenen, een 7 voor schrijven en voldoende voor lezen. Dit laatste is bij hem natuurlijk niet anders mogelijk, hoewel hij alles leest, heel vreemde boekjes, die ze op school niet hebben, leest hij plechtig van a tot z uit en hardop, ’s avonds thuis als hij bij zijn moeder alleen zit. Ik heb toen met dat rapport een heel feest gemaakt en hem verschrikkelijk in de hoogte gestoken. Ik heb hem een kwartje gegeven (dat hij onmiddellijk verdeeld heeft onder alle aanwezigen en waarvoor vliegers zijn gekocht). En ze kregen wat lekkers enz. enz.
[Walraven – Brieven, 169-171] 

 

De rezident wandelde eerst langs het huis van de secretaris; dan ter andere zijde een meisjesschool; dan de notaris, een hôtel, de post, de prezident van de Landraad. Aan het einde van de Lange Laan stond de Roomse kerk, en verder op, de brug over de kali, lag het station. De maan hoger geklommen, zich heller zilverende bij hare stijging, bescheen de witte brug, de witte toko, de witte kerk: dit alles om een vierkant square, meer open, zonder bomen en met in het midden een spits monumentje, dat de Stadsklok was.
[Couperus – De stille kracht, 7-8] 


Rechts: Gereja Katolik 'St Antonius' (1895) (Rooms-katholieke kerk).

ILW Pasuruan Rooms katholieke kerkILW Pasuruan Gereja Katolik St AntoniusDoor de Compagnie werd het oppertoezicht der Kerk in de Koloniën aan de moederkerk overgelaten en deze maakte hiervan een duchtig gebruik om te waken tegen alles wat niet met de streng-rechtzinnige richting strookte.
Rooms-Katholieke geestelijken werden niet toegelaten, de R.K, Godsdienst werd belemmerd en zelfs de Luthersen werden zooveel mogelijk uit de Kolonie geweerd. Feitelijk heerschte er destijds onverholen gewetensdwang. Echter niet tegenover de Inlanders en hunne godsdiensten. Eerstens, omdat in vele verdragen met de Inlandsche vorsten eerbiediging van hunnen godsdienst was bepaald, tweedens uit practische overwegingen, welke de O.I. Handelscompagnie beletten tot daden te komen, die hare handelsbelangen in gevaar zouden kunnen brengen. [Taak 2,2] 

 

De rezident liep somber door, met flinke pas van een besliste wandelaar. Hij was rechts van het square-tje afgeslagen, 
[Couperus – De stille kracht, 8] 


Ga rechtsaf Jl Panjaitan.
Recht vooruit: “GPIB Pniel Pasuruan 15 nov. 1829” (Protestantse Kerk).

ILW Pasuruan Protestantse KerkILW Pasuruan GPIB Pniel PasuruanZooals de Inlander met Lebaran (Moh. Nieuwjaar) naar zijn penaten terug moet, en eventueel ervoor steelt of er zijn betrekking voor in den steek laat, niet zelden ervoor in de gevangenis komt, zoo gaan de echte Indische families met Kerstmis op reis om allerlei oude graven te bezoeken, die hun niets meer kunnen schelen, maar waar zij niet vandaan durven blijven, uit vrees, dat ‘de geesten’ hen zullen straffen voor de nalatigheid. Dat is hun Kerstmis. Van het Christendom en de kribbe van Bethlehem begrijpen zij gewoonlijk niets. Zij zijn Protestant of Roomsch, maar dat is alleen omdat zij denken, dat zooiets bij het Europeaanschap behoort. Je bent geen complete Europeaan, als je niet kunt zeggen, dat je een Christelijken godsdienst omhelst. [Walraven – Brieven, 312-314] 

 

ILW Pasuruan square tjeDe rezident liep somber door, met flinke pas van een besliste wandelaar. Hij was rechts van het square-tje afgeslagen, en liep langs de Hervormde kerk, recht op een mooie villa toe met slanke, vrij correcte Ionische pleisterzuilen en hel verlicht met petroleumlampen in kronen. Het was de societeit Concordia. Een paar bedienden in witte buisjes zaten op de trappen. Een Europeaan in een wit pakje, de kastelein, liep in de voorgalerij. Maar om de grote bittertafel zat niemand en de wijde rieten stoelen openden hunne armen afwachtend als te vergeefs.
De kastelein, ziende de rezident, boog, en de rezident tikte kort aan zijn pet en ging de societeit voorbij, sloeg links om.
[Couperus – De stille kracht, 8] 

Op een kaart uit 1922 is dit gebied sawah. ......


Ga terug naar het kruispunt met de Jl Balai Kota.
De route naar het voormalige eind van het havenhoofd is 2,3 km. v.v.
Indien men die wandeling wil maken: Ga rechtsaf Jl Yos Sudarso.

ILW Pasuruan havenhoofdMaar het havenhoofd met zijn bestrate vierkante kade van klinkertjes, en zijn douanekantoortje met groengeverfde luikjes, was volkomen Holandsch. En als je de rivier volgde, terug naar de stad, kwam je, voorbij een brug, aan een verbreeding, waar de oevers beschoeid waren ter voorkoming van afkalving. De kromming van den oever aan de rechterzijde verraadde dadelijk een Hollandschen aanleg. De kaai, die eveneens beklinkerd was, was aangelegd voor het lossen en laden in de schaduw der boomen, en zij kon in een Zeeuwsch havendorp liggen.
[Walraven – Op de grens, 13-14] 


Vervolg de route langs het havenkanaal.

ILW Pasuruan havenkanaalDe visscherij is geen middel van bestaan, dat een groot gedeelte van de bevolking bezig houdt, al is ze in vele kuststreken zeer belangrijk. Wij vermeldden reeds, dat visch een grooter plaats inneemt dan vleesch in het inlandsche menu. Het belang van de visscherij valt ook daarom niet te onderschatten. De overheid tracht de werkmethoden bij de visscherij te verbeteren ten einde de opbrengst te stimuleren. Het is voor de zeevisschers, wanneer ze geen steun ontvangen van de overheid, zeer moeilijk om te concurreeren tegen de veel beter uitgeruste Japanners, die met motorschepen werken en tegen de Chineezen, die nabij Bagan si api api ter Oostkust van Sumatra het groote djermal (bamboevischstelling)-bedrijf, dat meer dan de helft van alle visch in Indië levert, in handen hebben. [Insulinde, 49-50] 

 

Haven

ILW Pasuruan Voormalig eind van het havenhoofd

ILW Pasuruan Voormalig eindHij kwam veel – vooral nu zijn vrouw op Tosari was – en in de avondschemeringen wandelden zij naar de vuurtoren, die aan zee stond als een kleine Eiffel-kandelaber. Over die wandelingen werd veel gesproken, maar zij stoorden er zich niet aan. Op het fondament van de vuurtoren zetten zij zich, zagen uit naar de zee, en luisterden naar de verte. Prauwen, spookachtig, met zeilen als nachtvogels, gleden in het kanaal, met het zeurige zingen der vissers.
[Couperus – De stille kracht, 153-154] 

Prauw aan prauw lag vastgemeerd; een eentonig geneurie van Madoerese zeelui zeurde droefgeestig langzaam over het water, waaruit een vissige wadem oprees. Langs het havenkantoor ging de resident naar de pier toe, die een eind uitstak in zee, en waar op de punt een kleine vuurtoren, als een kleine Eiffel, zijn ijzeren kandelabervorm verhief, met zijn lamp aan de top. Daar bleef de rezident staan en ademde op. De wind was plotseling opgestoken, de grongong blies, uit de verte waaiende aan, als iedere dag om dat uur.
[Couperus – De stille kracht, 8-9] 


Laatste waarnemingen zijn gedaan in 2017.

De wandeling in PDF formaat.