door H.F. Tillema, 1915-1916

Kromoblanda, 133

[Semarang – Artesische put]

Uit een kaart, gemaakt tusschen de jaren 1835 – 1840 […] blijkt, dat er op het Paradeplein een artesische put is.
In de rede, gehouden ter gelegenheid van de opening der Oengaran-waterleiding, zegt de heer Koster, dat de artesische putten in Semarang gemaakt zijn in de jaren 1860/64 – 1897/99. De eerste zou geboord zijn in het fort ‘Prins van Oranje’.
De opgaven kloppen niet met elkaar. Kan een Semaranger mij misschien inlichten?

Kromoblanda, 136-137

[Semarang – Artesische put]

Het uit de putten opstijgende water wordt in gemetselde reservoirs verzameld, thans behoorlijk afgedekt. Indertijd waren sommige reservoirs niet toegedekt, zooals ’t behoorde. Het heeft Dr. de Vogel veel moeite gekost de B.O.W. aan het verstand te brengen hoe een behoorlijke afsluiting dient te worden ingericht.
Uit die reservoirs loopt het water door ijzeren buizen naar kleine gemetselde reservoirs, waarop pompjes zijn geplaatst. Die pompen waren indertijd herhaaldelijk lens. Kromo maakte dan een schroefje los boven aan de pomp en goot hierdoor wat water, opgeschept uit een vieze slokkan, met het doel de pomp weer aan den gang te brengen, wat dan ook lukte. Dat het kostelijke, kiemvrije, artesische water op die manier zeker geïnfecteerd werd, dat bedacht Kromo niet. Hij kon het trouwens ook niet weten, want Kromo had nooit onderwijs ontvangen. Voetkleppen werden er aangebracht en het euvel was verholpen! Erg gladjes is het niet gegaan met het nemen van dien maatregel! Dr. de Vogel heeft een langdurigen strijd moeten voeren met de B.O.W. Maar ten slotte won de hygiënist het van den technicus! […]
Het grootste bezwaar eener artesische watervoorziening is, dat het water van de putten moet worden gehaald en niet in huis kan worden gebracht door een gesloten buizenstelsel. Kans op infectie is dus allerminst uitgesloten. […]
Het gevolg van dit alles is, dat de waterdragers groote afstanden moeten afleggen voor ze bij hun klanten zijn en dat ze heel lang bij de hydranten moeten wachten voor ze hun blikken hebben volgepompt. Hoewel het water gratis ter beschikking van de bevolking wordt gesteld, wordt dit water door de gebreken, die aan de voorziening kleven, zeer duur! […] de heer Kruithof [vertelde] mij, dat hij getracht had om water te krijgen door middel van z’n kebon. Maar de waterdragers, een vast aaneengesloten gilde vormend, lieten dit niet toe. Outsider, niet mannen van ’t vak, werden streng geweerd. En toen de heer Kruythof de proef doorzette, wierp men petroleum in de blikken van den kebonicus! […]
Artesische putten raken na verloop van tijd verstopt. Men schrijft dit toe aan het samendringen van fijn zand om het eindpunt. Door schoonspoelen, gepaard gaande met zuigen en persen, kan men hierin dikwijls verbetering aanbrengen.
Het boren van een put duurt te Semarang, als het meeloopt, 3 à 4 maanden. De kosten voor een 100 meter diepen put worden te Semarang gesteld op f 1000,- à f 2000,-. Voor schoonspoelen rekent men twee weken. De uitgaven hiervoor bedragen f 100,- à f 150,-. (Het traktement van den boormeester in niet in rekening gebracht, vermoed ik.)