De Locomotief, 8 Januari 1910

[Jakarta 7 – Inlandsche rechtsschool] 

Zooals men weet, is er sinds eenigen tijd eene beweging gaande om de Inlandsche rechtsschool open te stellen voor kinderen van Europeanen, waardoor eene nieuwe toekomst zou worden geopend voor hier geboren en opgeleide Europeesche jongelieden, wier beroepskeuze thans zeer beperkt is. Ook wij hebben, reeds vóór de rechtsschool werd opgericht, er voor gepleit dat aan deze nieuwe instelling een universeel karakter zou worden verleend. Maar tevens stelden wij dan ook voor dat de school niet een “Inlandsche” doch een “Indische” rechtsschool zou worden. Nu men van andere zijde aandringt op openstelling van de Inlandsche rechtsschool voor Europeesche leerlingen moet men helaas ervaren dat eene vereeniging als “Insulinde”, welke juist de belangen van den hier in Indië geboren en blijvenden Europeaan zoekt te behartigen, zich tegen het plan dier openstelling verzet. Het hoofdbestuur der genoemde vereeniging heeft daaromtrent de hier volgende verklaring afgelegd:
“Wij kunnen er geen genoegen mede nemen, dat men, teneinde den hiergeboren Europeaan den bestaansstrijd te verlichten, hem dwingt, zich aan te sluiten bij den Inlander, en de voor dezen in het leven geroepen opleiding. […] Wij blijven nog wat gelooven in de superioriteit van den Europeaan boven den Inlander, in algemeenen zin gesproken. […]”

De Locomotief, 12 Januari 1910

[Bogor – Protestantsche Kerk] 

Men zal zich herinneren dat onze correspondent te Buitenzorg onlangs reeds mededeelde dat ds. Mulder in den loop van dit jaar naar Indië zou terugkeeren en dan te Buitenzorg zou geplaatst worden. Onze correspondent wees toen op het eigenaardige van den toestand, aangezien de gemeente te Buitenzorg overwegend modern is en er dus nu een orthodox predikant zou geplaatst worden alleen ten behoeve van den gouverneur-generaal [Idenburg].
De Locomotief 10 Juni 1910
De g.-g. gaat geregeld om de veertien dagen naar Batavia naar de [Gereformeerde] Kwitangkerk.

De Locomotief, 17 Januari 1910

[Bandung 2 – Woning] 

Hedenmorgen (15 Jan.) werden zeven van de tien gouvernements perceelen, gelegen tusschen de kweekschool en Tjikoeda pateuh, in het openbaar verkocht voor een totaalbedrag van f 21500 en tegen den bepaalden minimum prijs van een gulden den vierkanten meter. Omstreeks een half jaar geleden waren bij den publieken verkoop van de dertig in deze buurt gelegen perceelen er twintig opgehouden. De animo is dus sinds dien wel toegenomen. Van dat 20-tal hield het departement van Oorlog er tien aan voor het bouwen van officierswoningen.
Dit is het toekomstige villa-kwartier. Nu zou men allicht meenen, dat in zoo’n nieuwe wijk – zooals eenige jaren geleden Nieuw-Merdika en Paser-kaliki ook nog waren – zich bij de woonhuizen ook toko’s zouden vestigen, welke zoo’n buurt bedienden. Gelijk bij den uitbouw van Den Haag in de laatste jaren minstens dadelijk een apotheek, een vleeschhouwerij, een banketbakkerij en een melkinrichting in een nieuwe straat werden geopend. Niet alzoo hier, waar de winkelstand zich conservatief houdt aan den Bragaweg, de eenige winkelstraat. Misschien dat nu ook het nieuw bebouwde gedeelte van den Grooten Postweg in den nabijheid der Sociëteit Concordia, [...] als zoodanig zal worden aangemerkt door het publiek en een even groote attractie zal hebben als Bandoengs boulevard. En de Chineesche kamp, waar bijna elke familie hare langganans heeft, blijft ook winkelbezoek van ouden aanloop behouden.
Het gerucht gaat dat de gouverneur-generaal binnen kort een bezoek zal brengen aan Bandoeng, om zich persoonlijk te overtuigen van de gelegenheid voor de vestiging te Bandoeng van het departement van Oorlog.

De Locomotief 17 Januari 1910

[Surabaya 2 – Engelsche Warenhuis] 

De heer Van Ingen heeft een pand op het oog, gelegen op den hoek van Genteng en Toedjoengan thans bewoond door den heer Munie, doch niet alleen dit pand zal door de firma worden aangekocht, maar beide aangrenzende panden, zoodat een beschikbaar terrein opkomt dat groot genoeg is om er een warenhuis te stichten in den trant als die men de laatste jaren in de Europeesche steden heeft zien verrijzen.
De waarde van den grond alleen met de gebouwen, die er thans staan, maar die natuurlijk slechts voor afbraak kunnen dienen, komt op honderdduizend gulden.

De Locomotief, 22 Januari 1910

[Jakarta 6 – Leeuw] 

Wie een tiental jaren geleden Batavia heeft verlaten en er thans terugkeert, zal niet veel veranderd vinden. De indeeling en de aanblik der stad is vrijwel dezelfde gebleven; zonder eenige moeite vindt hij er als vanouds zijn weg. Doch ook oude typische gebruiken hebben stand gehouden. Hij zal bijv. des Zondagmiddags een wandelingetje maken en dan vanzelf dwalen in de richting Koningsplein en Waterlooplein, om dan tot zijn groote verrassing te bevinden, dat op het laatstgenoemde plein nog altijd de traditioneele muziek-uitvoering plaats heeft, die in tempo doeloe aldaar geregeld iederen Zondagmiddag werd gegeven. Wel is thans de belangstelling lang zoo groot niet meer, is vooral het aantal voertuigen, gevuld met nontonnende muziekliefhebbers sterk verminderd, maar het oude gebruik bestaat nog en heeft blijkbaar reden van bestaan. Curieus is het vooral bij deze uitvoeringen personen te zien, die geregeld van het beste genieten, wat te Batavia op muzikaal gebied te genieten valt, die geregeld Zaterdagavond de muziekuitvoering van de stafmuziek in Concordia bijwonen en ook de dito Zondagavond in de Harmonie, die nooit ontbreken op de maandelijksche symphonie-concerten van hetzelfde corps in Concordia, die trouwe bezoekers zijn van de concerten van Toonkunst Aurora en niet licht de gelegenheid zullen verzuimen , die een operettegezelschap (als De Vesins), een concert-gezelschap (als Wither’s Company) of andere vreemde concertanten (als mevr. Blitar-Verkouteren) hun aanbiedt. Kortom, die van iedere kans om goede muziek te hooren, profiteeren en daartoe ook in staat zijn. Voegt men daarbij, dat het muzikale dilettantisme te Batavia zeer hoog opgevoerd is – waarvan men het beste staaltje kan vinden in de waarlijk schoone Kerstconcerten die ieder jaar in de Willemskerk worden gegeven, en waartoe gewoonlijk de beste der dilettanten hun medewerking verleenen – en dat dus ook in huiselijken en ruimeren kring zeer veel goeds te genieten valt, dan is het toch wel vermakelijk, des Zondagsmiddags op het Waterlooplein menschen te ontmoeten, die van al het bovengenoemde op zijn tijd profiteeren en desniettemin in stille aandacht luisteren naar een openlucht-concertje, dat eigenlijk meer bestemd is voor de minder-bevoorrechten. Is dit nu alleen sleur of heeft men hier te doen met muzikale omnivoren?
Ik heb alleen uwe aandacht gevestigd op die kleine groep van rechtopstaande muzikanten, omgeven door een kring van voetgangers (meest fuseliers) en voertuigen. Doch zie nu eens om u heen. Daar verder op het plein staan twee levende rechthoeken, welks zijden gevormd worden door dichte hagen van menschen, Europanen en Inlanders, in een verhouding van 1 tot 10, waaruit telkens luide kreten of oorverdoovend gejuich opstijgt. Dat zijn voetbalwedstrijden. En in dàt opzicht is Batavia wel veranderd.”

De Locomotief, 31 Januari 1910

[Bandung 2 – Roemer Visscher] 

Ingezonden Stukken.
Roemer Visscher-Vereeniging.
Geachte heer redacteur,
Daar telkens weer blijkt dat er allerlei begrippen bestaan omtrent de Roemer Visscher-Vereeniging willen wij gaarne nog eens toelichten welk doel deze Vereeniging nastreeft. Vijf jaren geleden werd door eenige Soerabaja’sche dames het initiatief genomen tot het stichten eener Vereeniging als Tesselschade in Holland. Tijd noch geld sparende hebben die dames hun doel bereikt en ’t ligt dus voor de hand dat het hoofdbestuur, d.i. de kern dier Vereeniging eenmaal te Soerabaja gevestigd, dààr ook blijft. Het doel der Vereeniging is om de minvermogende Indische meisjes en vrouwen den strijd om ’t bestaan te verlichten door haar meer te ontwikkelen, haar werk te verschaffen en hierbij als bemiddelaarster op te treden tusschen werkgevers (-geefsters) en werkzoekenden. Haar werkkring strekt zich dus over geheel Ned.-Indië uit en daarom roepen wij dringend den steun in van allen in ons Indië, die wat voelen voor gezonde philantropie. Wie helpt ons bijv. om correspondentschappen te stichten, zoo mogelijk op alle plaatsen van eenige beteekenis. De correspondenten moeten zich niet alleen tot taak stellen leden te werven, maar vóór alles is het gewenscht dat zij degenen die onze steun verlangen in contact brengen met de R.V.V. Het hoofdbestuur is er in geslaagd om te Soerabaja een Tehuis te stichten waar zij die werk zoeken of reeds een werkkring hebben tegen een minimum van f 15 ’s maands voor kost en inwoning een behoorlijk en aangenaam onderkomen kunnen vinden. Dit Tehuis staat open voor alle onvermogende vrouwen en meisjes, uit welk deel van Indië zij ook komen !
In de hoop dat het bovenstaande voldoende doet uitkomen, dat de Roemer Visscher-Vereeniging niet een Soerabaja’sche Vereeniging is voor Soerabaja alléén, maar dat zij de behulpzame handt biedt aan alle oppassende, minvermogende vrouwen en meisjes en aan allen die werk zoeken, teekenen wij, u dankzeggend voor de verleende plaatsruimte, Het hoofdbestuur der R.V.V.

De Locomotief, 3 Februari 1910

[Bandung 2 – Sociëteit] 

Onder de nieuwtjes der laatste dagen [...] de bouw van een mooie cantine op het militair terrein van Bandoeng, waarvoor de som van 47 mille is uitgetrokken.

De Locomotief 12 Februari 1910

[Jakarta 6 – Postkantoor] 

De hoofdkantoorchef van het post- en telegraafkantoor [*] te Batavia, de heer B. van Vianen, heeft aan de Regeering met ingang van 10 Juni as., wegens langdurigen dienst, een jaar buitenlandsch verlof verzocht. In beschikking op dat verzoek is volgens de Javabode aan dien ambtenaar te kennen gegeven, dat de Regeering verlangt dat hij in het belang van ’s lands dienst zijn betrekking voorloopig blijft vervullen en dat hij over een jaar op zijn aanvraag kan terugkomen. Intusschen is aan den heer Van Vianen vergund, zijn gezin op kosten van den lande al dadelijk naar Europa te doen overvoeren.
[* Het kantoor lag toen aan Pasar-Baroe-Oost no. 13.]

De Locomotief, 12 Februari 1910

[Semarang – Sociëteit]

In de ruime benedenlokalen van het nieuwe gebouw der Nederlandsche Handel-maatschappij, dat eerstdaags voltooid zal zijn, zullen zich behalve de Kamer van Koophandel en de Semarangsche Handelsvereeniging, vestigen de N.I. Houtaankap-maatschappij en de firma Horsman en Kan. Het oude gebouw der N.H.M. zal worden betrokken door de firma Maintz en Co.

De Locomotief, 12 Februari 1910a

[Semarang – Spiegel] 

[Advertentie] H. Spiegel – Semarang – Tegal – Heeft ontvangen:
Gasoline lampen met leiding overal zeer gemakkelijk aan te brengen, van een der beste Amerikaansche fabrieken, van solide, eenvoudige constructie. Volstrekt gevaarloos, met straal en hanglicht. Buitengewoon helder
Gloeikousen Merk Hill à f 0.35 per stuk. Lampeglazen, ook van Mica en moderne Tulpen.
Inlichtingen over Installaties worden op aanvraag gaarne verstrekt.
Zeer soliede heerenfietsen merk Bismark, Torpedo en Telegraph.
Stalen koffers in alle afmetingen.
Lederen Koffers, hang-, hand- en reistaschen met en zonder necessaire.
Eet- en Theeserviezen in meer dan 40 soorten. Glaswerk, Vingerkommen, Waterkannetjes,
Wederom ontvangen:
Dubbel geëmailleerde potten, pannen, ketels en ander keuken- en tafelgerei,
Zilverpleet, nikkel en koperen voorwerpen, geschikt voor Cadeau,
Nicelin poetsmiddel voor zilver, pleet, koper en andere metalen, het beste wat er is,
Elegante Heerenschoenen in bruin en zwart, Kinderwagens en Sportkarren.
Voor U koopt, ziet eerst bij Toko H. Spiegel.

De Locomotief, 12 Februari 1910b

[Semarang – Zikel] 

[Advertentie] Zikel & Co. – Semarang – Heerenstraat – Telefoon No. 227.Hebben ontvangen: linnen toiletten,
Blouses, wit zwart en gekleurd – allerlaatste smaak.
Linnen en klassieke ceintures, gespen,
Groote keuze kunst- en balbloemen,
Struisveren in wit en zwart,
Avondmantels en avonddoekjes,
Hoeden wit en gekleurd, op- en onopgemaakte,
Carpetten, Alcativen in modern dessins,
Portières [zwaar gordijn, soms door koord opgehouden].
Groote voorraad in alle huishoudelijke en keukenartikelen,
IA Hollandsch Email (gegarandeerd gifvrij),
Prachtig cristal- en glaswerk,
Petroleumlampen van uitstekende Kwaliteit en in alle prijzen.
Ledikanten,
Gewone ijzeren en engelsche, al of niet compleet met bultzak, klamboe etc.
Klamboegoed, gestreept en geborduurd,
Klamboetulle in diverse breedten.
Kinderwagens, sportkarren, filters, babyartikelen, koffers, kaiserborax,
mannequins [rieten paspop].
Coulante bediening – Billijkste prijzen.

De Locomotief, 14 Februari 1910

[Semarang – Tillema]

Van de gasfabriek begaven de excursisten zich naar de nieuwe fabriek van den heer Tillema (Klaasesz en Co). Hier vond men niet alleen de gelegenheid om opnieuw de technische ontwikkeling van een modern bedrijf te bewonderen maar bevond men zich tevens in een fabrieksgebouw, dat wegens zijne constructie en inrichting in Indië een unicum is. Ja, waar de bereiding van tafelwater en limonades in de tropen onder geheel andere omstandigheden plaats vindt dan in Europa (tengevolge van het klimaat) en eene model-inrichting dienovereenkomstig eischen stelde, in Europa onbekend, kan zonder ophef worden gezegd dat de nieuwe fabriek van Klaasesz en Co. eenig is, niet alleen in Indië, maar in de geheele wereld. De heer Tillema, die zijne gasten in het ruime, hooge, prachtig verlichte en geventileerde fabrieksgebouw verwelkomde, deelde in eene korte voordracht mede, dat de tot stand gebrachte modelfabriek den vereenigden arbeid representeert van den architect Maier en den werktuigkundige Sassin.
Zooals onze lezers weten […] is het geheele gebouw in gewapend beton opgetrokken. Inwendig zijn alle hoeken, zoowel van het gebouw als van de spoelbakken, afvoerleidingen etc. afgerond; het wit van pilaren en wanden, de lichte tint waarin machines en drijfwerk zijn geverfd en de overvloed van licht geven tezamen een indruk van onovertrefbare zindelijkheid en reinheid. Wat de technische inrichting betreft bleek veel te danken te zijn aan vernuftige eigen vindingen van den heer Sassin. De heer Tillema gaf een overzicht van het geheele bedrijf waarbij als voornaamste machines een rol spelen: een gasmotor met electrische ontsteking en een luchtdruk-aanzettoestel, een koelmachine werkende volgens het zwaveligzuur systeem, pompen die de circulatie van koelwater bewerkstelligen, een pomp, die de afgekoelde zoutoplossing distribueert, het toestel waarin het afgekoelde artesische water het koolzuur opneemt, een enorm reservoir van gewapend beton voor het artesisch water, de transportinrichting voor de circulatie van ledige, volle, vuile en schoone flesschen, aftapmachines, watermeters, hoogedrukfilter etc. etc.
Een der merkwaardigheden dezer prachtige fabriek is de watervoorraad welke op het platte dak wordt verzameld, het zoogeheten Hygeia-meer; dit water dient ten eerste om het dak en dus ook de fabriek koel te houden en ten tweede om vloeren en wanden te reinigen.
Dit meer boven op het dak trok natuurlijk veel bekijks. Op dit dak is echter ook nog een koeltoren aangebracht waarin het warm geworden koelwater van motor en impregneer-installatie weder wordt afgekoeld door kunstmatige verdruppeling. Deze koelinrichting heeft een capaciteit van 20000 Liter per uur. Deze zware belasting van het dak, met water en koeltoren, terwijl het dak zelf op slechts enkele dunne pilaren van gewapend beton rust, is een der merkwaardigste voorbeelden van ‘t geen met beton-constructie kan worden bereikt.[…]
Des Zaterdags hadden de excursisten zich vereenigd aan een feestmaal in den huize Smabers en daarna woonden zij in den schouwburg den opvoering bij van ‘Majoor Frans’.

De Locomotief 18 Februari 1910

[Semarang – Telefoonjuffrouwen] 

Door den Waterstaat alhier zal op 2 Maart a.s, in het openbaar worden uitbesteed de bouw van een nieuw telefoonkantoor alhier, waarvoor eene som van f 53420 door de regeering is toegestaan.
Volgens de ontwerpstukken belooft het nieuwe telefoonkantoor een mooi gebouw met bovenverdieping te worden, dat tot sieraad zal strekken van de stad. Jammer echter dat het gebouw zal worden opgericht op een plek achter het postkantoor, nabij het koffiepakhuis, zoodat het verscholen zal zijn en niet goed in het oog zal vallen. Beweerd wordt dat de waterstaat geen ander terrein voor dat prachtig gebouw weet aan te wijzen. Ons dunkt dat ’t nieuwe kantoor juist doordat het in een verscholen hoekje zal komen te staan, alle waarde zal verliezen om onze stad tot sieraad te kunnen zijn. Zou de driesprong van de Hoogenraads – Sijthof’s laan [Jl Yani – Jl Pandanaran], achter het bestaand wachthuisje geen betere plaats voor ’t nieuwe telefoonkantoor kunnen zijn. Het behoeft toch niet in de stad te worden gebouwd?

De Locomotief, 21 Februari 1910c

[Semarang – Artesische put]

Aangezien het aantal gevallen van cholera in de laatste 7 dagen meer dan gemiddeld 12 per dag heeft bedragen, heeft het hoofd van plaatselijk bestuur er heden toe moeten besluiten, de ziekte hier epidemisch en de stad besmet te verklaren.

De Locomotief, 23 Februari 1910

[Semarang – Spiegel] 

[Advertentie] H. Spiegel – Semarang – Tegal. Van ouds bekend voor eerste kwaliteit goederen heeft zoo even ontpakt:
Regenjassen / met en zonder Mouwen / met open en dichte Kraag / met en zonder Cape / met en zonder Mantel / ieder naar zijn keus / zeer goedkoop / voor dames, heeren en kinderen.
Regenpelerines voor fietsers en paardrijders. Petten speciaal voor den regen. Alles gegarandeerd waterdicht en goedkoop.
De wereldberoemde Royal Worcester Corsetten voor corpulente en slanke dames. Verhoogt beslist de schoonheid en geeft een elegant figuur en zit iedere dame zeer makkelijk.
Vraagt prijscourant en afbeelding.
Modepoppen in alle nommers en in soorten.
Zeer mooie Damesblousjes. Dames-rokken in zeer vele soorten. Dames Ceintures à tout genre. Borstrokken en jagerpantalons.
Heeren Hemden, buikbanden allernieuwste modellen, Heeren Schoenen, Hoeden en Reispetten.
[afbeelding] Deze soorten tandenborstels houden het langst daar het water niet binnen kan dringen, blijven droog en zindelijk, zeer aanbevolen door Europeesche en de beste Indische tandartsen, bijzonder voor de tropen geschikt.
Ontvangen: Mooie en brandvrije brandkasten.
Beleefd aanbevolen Toko H. Spiegel.

De Locomotief, 28 Februari 1910

[Semarang – Sociëteit]

Verslag Gemeenteraadsvergadering Semarang
[…] wordt overgegaan tot de behandeling der volgende requesten:
van den agent van de Nederlandsche Handel-Maatschappij alhier waarbij het verzoek wordt gedaan, om van uit het in aanbouw zijnd kantoorgebouw, hoek Heerenstraat-Pakhuisstraat, tot afvoer van het regen- en spoelwater, twee ondergrondsche rioolleidingen naar de Semarangrivier aan te leggen.
Hierop wordt gunstig beschikt onder voorwaarde dat hiervoor belasting zal worden betaald wanneer een rioolbelasting zal zijn ingevoerd.

De Locomotief 4 Maart 1910

[Mendut – Brug] 

[Door de Vereeniging Toeristenverkeer] Aan den directeur van het Departement van B.O.W. werd nogmaals verzocht, den bouw van de brug over de Progo nabij Mendoet te willen doen bespoedigen; het werk vordert echter niet merkbaar en het verkeer is reeds meer dan 5½ jaar gestremd. De communicatie tusschen de beide oevers van de Kali Progo wordt onderhouden door een bamboe vlot, doch in tijd van banjir is het onmogelijk om anders dan via Magelang, dus langs een grooten omweg, den Boro Boedoer te bereiken.
Aan de overvaart van de Progo werd door de vereeniging een mandoer gestationneerd om de reizigers behulpzaam te zijn en er voor te zorgen, dat de rijtuigen behoorlijk naar den anderen oever van de rivier vervoerd worden.
Aan reizigers, die den Boro Boedoer wenschen te bezoeken, wordt na het verlaten van het station Djokja in de tram Djokja – Moentilan een kaart aangeboden, waarin in vier talen de vraag gesteld wordt, hoeveel rijtuigen (twee- of vierwielige) zij te Moentilan verlangen. Van het station Tempel wordt dan geseind naar Moentilan, zoodat de reizigers, bij aankomst te Moentilan de rijtuigen gereed vinden staan.
Aan het plaatselijk comité van de vereeniging te Djokja is een som beschikbaar gesteld tot het bouwen van een donkere kamer voor amateur-fotografen, nabij de pasanggrahan Boro Boedoer. Met den bouw er van is begonnen.

De Locomotief, 5 Maart 1910

[Semarang – Concern]

Volgens het Bat. Nbld. gaat de heer Oey Tiong Ham te Semarang binnenkort naar Londen om daar een agentschap van de handelsvereeniging Kian Goan te openen, aan welks hoofd dan zal komen te staan zijn schoonzoon Caulfield Stoker. De bedoeling is dat agentschap te doen uitgroeien tot het hoofdkantoor van de Kian Goan-kongsi.

De Locomotief, 15 Maart 1910

[Semarang – Artesische put]

Door een ingezetene dezer stad, oud-Indischman, die naar hij ons mededeelde weinig vertrouwen meer heeft in de vruchtbaarheid van de werkzaamheid van commissies, is heden een telegram verzonden aan het lid der Tweede Kamer Bogaardt, luidende:
Wij hebben hier zuiver drinkwater noodig. Al twintig jaren en langer sammelt [treuzelt] de Regeering over toevoer van zuiver drinkwater, dat de bijna droge artesische putten niet in voldoende mate geven. Intusschen sterven hier thans weder dagelijks Europeanen en Inlanders aan cholera; niet enkelingen als kort geleden in Rotterdam doch honderden en wij hebben geen zuiver water. Voor de niet lang geleden verhoogde belasting verzoeken wij wat minder sterftekans door verstrekking van zuiver water, dat er is in voldoende hoeveelheid. In de laatste jaren is bijna geen enkel huis verschoond gebleven van het bezoek van de typhus, nauw verwante familie van de cholera, die thans heerscht. Thans hokt het weer op een kletsige twintig mille, die de Regeering van de Gemeente eischt voor projectieplannen en wij snakken naar water. En U smeeken wij dit telegram voor te lezen in de Tweede Kamer met verzoek er niet nog twintig jaren over te praten, doch ons spoedigst op afdoende wijze te helpen aan voldoende zuiver water. Het is niet goed zenuwachtig te zijn, doch wij zijn zenuwachtig en zouden wenschen dat de Kamerleden zich ook een beetje zenuwachtig maakten over hunne vele verwanten in Indië en dat het resultaat dier zenuwachtigheid zal zijn spoedige aanleg van de sinds jaren geprojecteerde waterleiding.

De Locomotief, 16 Maart 1910

[Pasuruan – Kobus] 

Het Soer. Handelsblad zegt naar aanleiding van het overlijden van den heer Kobus, directeur van het proefstation Oost Java o.m.:
In November 1885 droeg de toenmalige Soerabajasche Vereeniging van Suikerfabrikanten een commissie op, een plan te ontwerpen voor de stichting van een suikerproefstation in Oost-Java; in Midden-Java had men reeds eerder een plan gevormd en in West-Java zou men eerlang volgen. Door de correspondentie met Europa ging vrij wat tijd verloren. In 1886 was de stichting van het Pasoeroeansche proefstation verzekerd; donatiën tot een bedrag van f 10.000 waren toegezegd en verder hadden 14 fabrieken met een areaal van 6344 bouws aanplant zich tot een contributie van f 1.50 per bouw ’s jaars, totaal dus f 9516, verbonden. [...]
In December 1887 konden de werkzaamheden van het proefstation op bescheiden schaal een aanvang nemen.[...]
Behalve de prijsdaling op de wereldmarkt was voor de cultuur noodlottig de serehziekte, die zich het eerst vertoond had in Cheribon (1882) en zich geleidelijk over bijna heel Java verbreidde, zoodat tien jaar later slechts enkele streken haar niet kenden.[...]
Aan het kruisen van variëteiten ten einde de suikerondernemers deugdelijk plantmateriaal te verschaffen, werd op het proefstation te Pasoeroean veel zorg en tijd besteed. Het duurde jaren, vóór men goed op streek kwam.
De werkzaamheden van het Pasoeroeansche proefstation zijn zoovele geweest, dat het ondoenlijk is bij alle eenigszins uitvoerig stil te staan. Behalve aan het verkrijgen van serehvrij en productief plantmateriaal heeft de inrichting haar zorgen moeten wijden aan de meer rechtstreeks op verhooging van het suikergehalte in het riet gerichte selectie. Jaren achtereen zijn daartoe onder leiding van den heer Kobus de suikerrijkste rietstekken in het proefstation onderzocht. [...]
Naast het gewas zelve moest de bodem worden bestudeerd, waarin het geteeld wordt. Bij de oprichting van het proefstation Oost-Java in 1897 was hieromtrent zoogoed als niets bekend. Heel wat grondonderzoekingen zijn op het Pasoeroeansche proefstation verricht, zooals een massa monsters welsprekend getuigen; het was vooral de heer Marr, die zich in dezen onder leiding van den heer Kobus verdienstelijk gemaakt heeft. Als men thans tot de wetenschap is gekomen dat voor de meeste rietgronden hier te lande zwavelzure ammonia de aangewezen meststof is, dan is dit zeker voor een aanzienlijk deel te danken aan het proefstation te Pasoeroean, hetwelk kon vaststellen dat met phosphorzuurbemesting slechts geringe of in ’t geheel geen resultaten konden worden verkregen. [...]
In de bange tijden, die deze nijverheid tot bij het graf voerden, werden haar in Prinsen Geerligs en Kobus de mannen geschonken, die haar het volle blijde leven hergaven.

De Locomotief, 16 Maart 1910

[Semarang – Mac Neill]

Advertentie
Bekendmaking. De Resident van Semarang maakt bekend dat door de te Semarang gevestigde Handelsvennootschap onder de firma Mac Neill & Co. handelende ten deze als gedelegeerde der te Batavia gevestigde Naamlooze Vennootschap ‘Maatschappij tot Exploitatie der Kendalsche suikerfabrieken’ het verzoek is gedaan om den aan de suikerondernemingen Gemoe en Tjepiring toegestane jaarlijkschen aanplant van maalriet tot een maximum van onderscheidenlijk 1225 en 1225 bouws bruto te mogen uitbreiden tot een maximum van respectievelijk 1750 en 2250 bouws bruto.
Aan belanghebbenden wordt een maand tijd gelaten om terzake bij den ondergeteekende voor hunne belangen op te komen.
De Resident, H de Vogel.

De Locomotief, 17 Maart 1910

[Surabaya – Pröttel] 

Bij gouvernements-besluit van 12 Maart 1910 no.2 is aangeteekend dat aan […] Andreas, Heinrich Pröttel, geboren te Emden (Pruisen), den 23en September 1854, wonende te Soerabaja, van beroep koopman […] de hoedanigheid van Nederlander is verleend.

De Locomotief 17 Maart 1910

[Jakarta 5 – Noordwijk] 

In den laatsten tijd wordt te Batavia door militaire patrouilles jacht gemaakt op mindere militairen die niet volgens de voorschriften, d.i. “model” gekleed zijn. De militaire autoriteiten hebben last gegeven scherp toe te zien dat de militairen precies volgens voorschrift gekleed zijn; zij die buiten model-kleeding dragen worden gestraft. In plaats dat geappreciëerd wordt dat de militairen, voor hun eigen geld natuurlijk, onoogelijk uitziende uniform wat laten veranderen en netjes voor den dag komen, wordt dat verboden en het resultaat is vermeerderde ontevredenheid bij den troep. Het gevolg is dan ook reeds geweest een soort demonstratie. De Javabode van 14 dezer vertelt er het volgende van.
Op Noordwijk kon men misschien wel een honderdtal onderofficieren, korporaals en minderen zien flaneeren, geheel en al model gekleed: geen breedere biezen in den broek, geen pantalons van ietwat sierlijker vorm, geen hooge kragen, geen meer sluitend gemaakte jassen. ’t Was alles model, zelfs werden witte handschoenen gedragen. Maar ’t gekke van het geval was, dat allen lange pijpen rookten – Goudsche, Duitsche en andere soorten – en dat de meesten een paraplu of pajong onder den arm droegen. Heel weinig militair. Met ernstige gezichten liepen de mannen over Noordwijk heen en weer, bleven in groepjes voor de muziektenten staan luisteren, maakten volstrekt geen kabaal, doch rookten hun ouderwetsche pijpen als of dat alles moest herinneren aan een vervlogen tijd. Een ernstige demonstratie, getuigende dat de militairen verbitterd zijn door de genomen maatregelen.

De Locomotief, 29 Maart 1910

[Semarang – Lindeteves Stokvis] 

Gister-morgen werd door de firma Lindeteves aan haar Inlandsch personeel een slamatan aangeboden ter eere van het binnenkort te betrekken nieuwe kantoorgebouw, dat thans zijn voltooiïng nadert.
Tevens werd bij die gelegenheid de hoofdpakhuismandoer der firma gehuldigd, die gedurende dertig jaar de firma trouw gediend heeft. Ter herinnering werd hem door den hoofdvertegenwoordiger een gouden horloge met inscriptie, geleverd door de firma Ohlenroth alhier, aangeboden, waarop het feest aanving dat eerst laat in den middag eindigde. Een der nummers van het programma was het traditioneele begraven van een karbouwenkop vóór den ingang van het gebouw.
De photograaf Hisgen vervaardigde omstreeks 10 uur een paar photographische opnamen waarvan hij er een, geëncadreerd en wel, den heer Wittich reeds kon aanbieden om 3 uur, terwijl het feest nog in gang was.
Wij hadden gelegenheid het gebouw, dat voor deze gelegenheid in feestgewaad gekleed was, even te bezichtigen. Het geheel beslaat een oppervlakte van 1750 vierk. Meter en werd gebouwd door den heer A.G. Wind, wien alle eer van zijn werk toekomt.
Het naar alle eischen des tijds ingerichte gebouw met 2 verdiepingen opgetrokken en voorzien van ruimen met glas afgedekten showroom, flinke kantoor-, expeditie-, ontpaklokalen, opslagruimten etc. is met recht een sieraad voor Semarang te noemen.
Zoodra het gebouw geheel gereed is, zal het voor het publiek op een nog nader op te geven datum ter bezichtiging opengesteld worden.
Het nieuwe gebouw is opgetrokken op het zelfde terrein waarheen allengs alle werkplaatsen en goedangs der firma zijn of worden overgebracht. Dit terrein heeft eene oppervlakte van 60215 vierk. Meter.

De Locomotief, 30 Maart 1910

[Bandung 2 – Belanda] 

Congres van de Theosofische Vereeniging.
Uit Bandoeng schrijft onze correspondent: Hedenmorgen (27 Maart) vergaderden de leden der theosofische vereeniging wederom in de Loge en petit comité. Er werd een lezing gehouden over de symboliek. En heden te 5 uur in den namiddag was er weder een bijeenkomst, die ook voor belangstellende niet-leden toegankelijk was en waarin als spreker optrad de heer Karssen. Het doel dezer bijeenkomst was om middelen te bespreken over de verspreiding van de kennis der Nederlandsche taal onder Inlanders. Op eenige plaatsen van Java bestaan reeds cursussen, zooals te Batavia, Buitenzorg, Soerabaja e.a. Van Bandoeng is het verzoek gekomen, om ook aldaar zoo'n cursus op te richten. Volgens spreker bestaat er werkelijk behoefte aan deze kennis en is er een spontane drang om het Nederlandsch te leeren. Het gouvernement heeft bereids voldaan aan die behoefte door het oprichten van een eerste klas Javaansche school te Buitenzorg, waar onderwijs wordt gegeven door een gepasporteerd militair [een militair die na volbrachte diensttijd eervol is ontslagen], die doorgaans beschonken is, wat natuurlijk niet mag. [...]
Er is nog te groote scheiding tusschen Europeaan en Inlander, en de oorzaak daarvan is, dat er geen gemeenschappelijke taal bestaat. De Inlander kent ons niet, wij hem nog minder en onbekend maakt onbemind. Wij weten niets van zijn denkwijze, noch van zijn mystiek: daarvoor is de Nederlandsche taal noodig.[...]
Kan men den Inlander in zekeren tijd voldoende Hollandsch leeren? Volgens spreker ja. Maar daarvoor is van den kant van den leerling noodig aanleg en volhardingsvermogen. Ook zijn geschikte onderwijskrachten noodig. Volgens spreker kan de Inlander onder goede leiding beslist beschaafd Hollandsch leeren spreken. Met Chineezen is dit onmogelijk.

De Locomotief 30 Maart 1910

[Semarang 2 – Burgerschool] 

Hedenmorgen begon het schriftelijk gedeelte van het eind-examen der Hoogere Burgerschool alhier, hetwelk duurt van 30 Maart tot 9 April; het mondeling gedeelte heeft hier ter stede plaats op 24, 25 en 26 Mei a.s. aan het eind-examen nemen deel twee meisjes en zestien jongens, die hedenmorgen de volgende opgaven te behandelen kregen.
Nederlandsch
Maak een opstel over één der volgende onderwerpen:
1. Mijn eerste bal.
2. De tòtòk.
3. Pessimisme en optimisme.
Geschiedenis.
Behandel uit elk der twee volgende groepen één onderwerp.
Groep I. a. De strijd voor Italië’s eenheid.
Groep I. b. Napoleon tijdens het Directoire en het Consulaat.
Groep II. a. Java onder Daendels en ’t Engelsch tusschenbestuur.
Groep II. b. Behandel een tijd, waarin Hollandsch provincialisme in botsing kwam met de belangen der Generaliteit.

De Locomotief, 31 Maart 1910

[Semarang – Sociëteit]

Heden zijn reeds eenige der benedenlokalen van het nieuwe gebouw der Nederlandsche Handelmaatschappij betrokken en het omvangrijke bouwwerk nadert zijne voltooiïng. Tot nu toe gaf het uiterlijk ons den indruk dat het geheel een wel wat al te stoer, om niet te zeggen somber effect zou maken; met genoegen echter zien wij thans dat de gevels verhelderd zullen worden door hier en daar eenige sprekende kleuren aan te brengen, waardoor dan tevens eenige constructieve deelen beter zullen uitkomen. Het monumentale gebouw zal daar ongetwijfeld bij winnen. Inwendig zal dit nieuwe kantoorgebouw modern ingericht, ongetwijfeld een imposanten indruk maken met zijn mooie vestibule, trappenhuis, zeer ruime lokalen en degelijke betimmering. Gelijkvloers vindt men ter wederzijden van den breeden hoofdingang de lokalen bestemd voort de Kamer van Koophandel en de Handelsvereeniging. […] Van de vijf groote benedenvertrekken aan de Heerenstraat worden er drie in beslag genomen door de Ned. Indische Houtaankapmaatschappij en twee door de makelaarsfirma Horsman en Kan. Deze lokaliteiten werden heden betrokken; zij zijn gelegen tussschen twee open galerijen en kunnen dus uitstekend geventileerd worden. […]
Het trappenhuis, in graniet en marmer uitgevoerd, ontvangt zijn licht door gekleurd vensterglas. De trap voert naar de ruimte voor het publiek bestemd, in onmiddellijk contact met de kassiers en de geëmployeerden, die het publiek hebben te woord te staan; deze ruimte is afgesloten met tourniquets, welke elk der kassiers door het drukken op een knop plotseling kan vastzetten. Bij het ontdekken van eene onregelmatigheid kan op die wijze onmiddellijk voorkomen worden dat iemand deze ruimte verlaat. De geheele bovenverdieping van het gebouw wordt ingenomen door de kantoorlokalen der Handelmaatschappij. Het vertrek voor den Agent heeft de afmetingen eener zaal en geeft een verrassend mooi uitzicht op den Bodjongschen weg. Aan dit mooie vertrek grenzen een eetkamer en een toiletkamer. […] In de kap van het gebouw is een watertank aangebracht, die door middel van een gasmotor wordt gevuld en water levert in alle lokalen en accessoires. Voorts zal een standaardklok in de kamer van den agent alle klokken in de andere lokalen door middel van electriciteit in beweging brengen en alle lokalen worden onderling verbonden door een huistelefoon.

Op de binnenplaats van het complex gebouwen, waarvan ook het nieuwe kantoor met goedang der firma Geo Wehry deel uitmaakt, zijn twee pakhuizen voor de Handelmaatschappij gebouwd.

De Locomotief 5 April 1910

[Semarang – Telefoonjuffrouwen] 

Op de aloen-aloen wordt eerstdaags een begin gemaakt met den bouw van het nieuwe telefoonkantoor, waarin de dienst voor het stadstelefoonnet en de ‘interlocale’ vereenigd zullen worden. Naar de teekeningen te oordeelen – het ontwerp is van den bouwkundig ingenieur S. Snuyf – belooft dit gebouw, dat f 54.120 zal kosten, een sieraad der stad te zullen worden. De voorgevel komt op ééne lijn met den westelijken gevel van het postkantoor. Ofschoon niet te ontkennen valt dat gebouw nogal achteraf zal staan, zal de voorgevel niettemin zichtbaar zijn van den Bodjongschen weg af en in de toekomst zal het, met nog andere nieuwe gebouwen welke het gouvernement daar denkt te plaatsen, eene mooie afsluiting van de aloen-aloen vormen. Het telefoonkantoor wordt een gebouw met eene verdieping. Gelijkvloers worden rechts van een ruime vestibule het kantoor van den kantoorchef en de splitskamer (waar kabels in luchtlijnen en luchtlijnen in kabels overgaan en de verschillende constante verbindingen worden aangebracht) gebouwd. Het vertrek van de kantoorchef staat in onmiddellijke verbinding met eene brandkluis, de splitskamer met het lokaal waar de dynamo en accumulatoren worden geplaatst. Links van de vestibule zullen gelijkvloers een lokaal voor de administratie, werkplaatsen en magazijnen worden ingericht. Breede trappen voeren van de vestibule naar de verdieping, waar de publieke spreekcellen, de zalen voor de stadstelefoon en interlocale, de kamer der chef-telefoniste, de vertrekken voor den ingenieur en de opzichters, voorts een toilet-kamer voor de dames-geëmployeerden en het archief worden ingericht.
De vloeren en trappen en verscheidene andere onderdeelen van dit gebouw worden uitgevoerd in gewapend beton.
In ’t begin van het volgend jaar zal het gereed zijn.

De Locomotief, 22 April 1910

[Bandung – Landraad]

De moordaanslag op Malabar.
Gisteren beëindigde de Landraad de behandeling van den moordaanslag op den heer Bosscha van Malabar. De jeugdige Gemen, die het revolverschot op dezen heer gelost had, werd veroordeeld tot drie jaren dwangarbeid buiten den ketting, en de beklaagde Oweng, die aan Gemen een revolver verschafte om op den heer Bosscha te schieten, tot zes jaren dwangarbeid in den ketting.

De Locomotief 2 Mei 1910

[Semarang 2 – Hôtel du Pavillon] 

Ook de bediende van een der logé’s van het hôtel du Pavillon bleek aan cholera te lijden.
Alle logé’s op twee na hebben het hôtel verlaten.
De Locomotief 7 Mei 1910
Sedert de besmetverklaring op 22 Februari j.l. zijn te Semarang 1760 choleragevallen voorgekomen: typhus en dysenterie heerschen hier sedert vele jaren epidemisch, alles tengevolge van slechte watervoorziening. De burgerij van Semarang verzoekt Uwe Excellentie, met den meesten aandrang ....
Hedenochtend is echter een telegram van den gouverneur-generaal ontvangen waarin de reeds vroeger door ons medegedeelde resultaten der conferentie met den gouverneur-generaal geheel werden bevestigd. In dat telegram deelt de gouverneur-generaal mede, dat door hem reeds een voorstel aan den Minister van Koloniën is gedaan om op de begrooting van 1911 (die in November in behandeling komt bij de Tweede Kamer) uit te trekken een voorschot te verleenen aan de gemeente Semarang ...

De Locomotief 3 Mei 1910

[Jakarta 6 – Prinses Julianaschool] 

Zooals reeds vroeger is medegedeeld, zullen de zusters Ursulinen van het kleine klooster te Batavia met het begin van het nieuwe schooljaar een H.B.S. met drie jarigen cursus voor meisjes openen. Ook aan de Broederschool te Soerabaja zal, naar ‘’t Onderwijs’ meldt, een dergelijke school voor jongens verbonden worden.”
De Locomotief 10 Mei 1910
De nieuwe subsidieregeling voor het particulier middelbaar onderwijs heeft in het Staatsblad gestaan maar blijkt niet van dien aard te zijn dat bij de hoog gestelde eischen de kosten voldoende zullen kunnen worden gedekt. Het bericht dat de Broeders te Soerabaja een H.B.S. met driejarigen cursus zouden openen, kan ik beslist tegenspreken, voor jongensscholen worden acht middelbare bevoegde leerkrachten geëischt, terwijl de subsidie niet zoo belangrijk is dat deze daaruit alleen zouden kunnen worden betaald, zooals het wat de leerkrachten aangaat voor het particulier lager onderwijs het geval is. Voor meisjesscholen is de toestand gunstiger, daar op deze scholen maar vier middelbare bevoegdheden nodig zijn. De oorzaak van dit verschil is hierin te vinden dat op de meisjes H.B.S. het leerplan eenigszins gewijzigd kan worden, meer in overeenstemming met de behoeften van de vrouwelijke jeugd.
Het eenige nadeel van deze regeling is dat dan ook alle aansluiting met de twee hoogste jaren der H.B.S. wordt verbroken, maar het aantal meisjes dat eindexamen doet, is zoo gering, dat een bijzondere voorziening kan gemist worden.”

De Locomotief, 7 Mei 1910

[Semarang – Artesische put]

Sedert de besmetverklaring op 22 Februari j.l. zijn te Semarang 1760 choleragevallen voorgekomen: typhus en dysenterie heerschen hier sedert vele jaren epidemisch, alles tengevolge van slechte watervoorziening. De burgerij van Semarang verzoekt Uwe Excellentie, met den meesten aandrang […].
Hedenochtend is echter een telegram van den gouverneur-generaal ontvangen waarin de reeds vroeger door ons medegedeelde resultaten der conferentie met den gouverneur-generaal geheel werden bevestigd. In dat telegram deelt de gouverneur-generaal mede, dat door hem reeds een voorstel aan den Minister van Koloniën is gedaan om op de begrooting van 1911 (die in November in behandeling komt bij de Tweede Kamer) uit te trekken een voorschot te verleenen aan de gemeente Semarang …

De Locomotief, 12 Mei 1910

[Bandung 2 – Hoogere Burgerschool] 

De Preangerbode deelt mede dat het adres aan de minister van Koloniën, ter verkrijging van een H.B.S. te Bandoeng, thans naar Holland is gezonden. Het werd van 546 handteekeningen van hoofden van gezinnen voorzien, zoodat kan worden aangenomen dat het namens 2700 personen spreekt.”

De Locomotief, 12 Mei 1910

[Jakarta 7 – Spoorweg] 

Onze Haagsche correspondent seint ons heden dat het wetsontwerp tot aankoop van den spoorweg Batavia-Buitenzorg voor eene som van f 10.600,000 door de Tweede Kamer verworpen is met 44 tegen 37 stemmen. […] … behoeven wij wel niet meer te zeggen dat wij het besluit der Kamer toejuichen. Wil Nederlandsch-Indië op dit oogenblik 10 millioen gulden uitgeven voor verbetering van het spoorwegsysteem op Java, zoo kan het dat bedrag voor nuttiger veranderingen aanwenden dan eene dure tusschentijdsche naasting van de lijn Batavia-Buitenzorg.
[De lijn Batavia-Buitenzorg werd in 1873 geopend door de particuliere NIS, de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij.]

De Locomotief, 26 Mei 1910

[Pasuruan – Telefoonkantoor] 

Met ingang van 1 Juni a.s. worden in den interlocalen telefoondienst opgenomen Pasoeroean en Probolinggo. Met ingang van dien datum kan men dus gesprekken voeren tusschende kantoren Semarang, Solo, Djokja, Madiun, Djombang, Modjokerto, Pasoeroean, Probolinggo en Soerabaja. (Tussen Semarang en Soerabaja mogen geen interlocale gesprekken gevoerd worden.
Het publiek te Pasoeroean en Probolinggo mag tot 1 Juni gratis interlocale gesprekken voeren.

De Locomotief, 30 Mei 1910

[Jakarta 7 – Spoorweg] 

Vroeger heb ik al eens op die voordeelen gewezen: een verdubbeling van het aantal treinen van Meester-Cornelis naar Batavia en vice versa; een omzetting van de lijn in een electrische, waardoor het bezwaar van de stremming van het verkeer op de overwegen, ingevolge het sluiten der hekken, opgeheven zou worden; de overbrenging van het goederenvervoer naar de lijn-Kemajoran, waardoor de lijn-Weltevreden, die dwars door de stad loopt, geheel gereserveerd zou blijven voor het personenverkeer; een zijlijn van Sawah Besar naar Tandjong-Priok, waardoor de omweg over de benedenstad zou worden vermeden, enz.

De Locomotief, 30 Mei 1910

[Semarang – Tasripin] 

De gouverneur-generaal heeft den resident alhier verzocht den dank der Nederlandsche regeering over te brengen aan den heer Tasripin, koopman te dezer plaatse, voor de door hem betoonde belangstelling in ’s Rijks verzamelingen door de toezending aan ’s Rijks Ethnographisch Museum te Leiden van 12 dierenhuiden met gekleurde voorstellingen uit wajang-verhalen, welke dankbetuiging reeds is geschied. De toezending van genoemde huiden heeft plaats gehad door tusschenkomst van den controleur te Demak, E.L.K. Schmülling.

De Locomotief, 4 Juni 1910

[Jakarta 7 – Paarden] 

Onze correspondent schrijft ons: […] Met een enkel woord over de races zal ik dit maal besluiten. De races […] Satan is op het Koningsplein geweest, Zaterdag en Maandag – Zondag mocht hij niet komen – en de heer Idenburg [G. G.] is naar hem komen kijken. Zaterdag om half negen is de heer Idenburg aangekomen, deftig in het zwart en eenigszins bezorgd. Tot kwart over elf heeft hij het uitgehouden en toen is hij ontsteld heen gegaan; hij is niet meer teruggekomen. Het was ook niets voor hem, die atmosfeer van mondaine vrouwen en race-mannen, van whiskey soda en champagne, van loterijen, bookmakers en totalisators, van edele paarden en “never mind”-jockeys, die hun leven waagden voor de zucht naar emotie en gewin van een ijdele menigte.

De Locomotief, 7 Juni 1910

[Semarang – Artesische put]

Semarang; cholera gevallen tot 1 juni: 2257 overleden.

De Locomotief, 11 Juni 1910

[Semarang – Sociëteit]

Morgen, Zondag, wordt in het nieuwe gebouw der Nederlandsche Handelmaatschappij een slametan gegeven voor de Inlandsche werklieden en het Inlandsch kantoorpersoneel, bij welke inwijding de Europeesche employé’s tegenwoordig zullen zijn. Maandag, den 20en Juni zal het nieuwe gebouw in gebruik worden genomen.

De Locomotief, 13 Juni 1910

[Jakarta 7 – Pasar Gambir] 

Naar het N. v. d. D. v. N.-I. verneemt, zal, wegens de heerschende cholera, dit jaar te Batavia geen passer gambir gehouden worden.

De Locomotief, 13 Juni 1910

[Semarang – Amat Tasan bin Tasripin] 

Bewoners van Peterongan beklagen zich over het feit dat Tasripin, die nieuwe huizen bouwt op den Karrenweg en daarvoor terrein moet ophoogen, de sawahs in de buurt afgraaft om aan grond voor die terreinophooging te komen, ten gevolge waarvan zich op die afgegraven sawahs stilstaande waterplassen vormen. [broedplaatsen malariamug] Tasripin is dus in Zuid-Oost-Semarang precies met het omgekeerde bezig van wat dr. Terburgh voor Noord-Oost-Semarang zoo noodzakelijk acht. Dr. Terburgh wil lage gronden ophoogen. Tasripin graaft lage gronden af. Daarbij komt nog dat de sawahs waarmede Tasripin te werk gaat, niet eens zijn eigendom zijn doch gouvernementsgronden en gedeeltelijk ambtsvelden van een loerah.

De Locomotief, 20 Juni 1910

[Semarang – Sociëteit]

Het uiterlijk van dit gebouw – waarvan wij overigens het goede, de expressie van de soliditeit, den omvang en de beteekenis der zaken welke in dit handelshuis worden gedreven, gaarne erkennen – heeft ons nooit goed kunnen bevallen. Hoewel op ’t mooiste punt der stad gelegen is de situatie van het gebouw toch eene ongunstige voorzooveel den voorgevel betreft, en hieraan schrijven wij den minder gunstigen indruk welken het uiterlijk van dit gebouw ons geeft, toe. Buitendien echter is de uitdrukking van degelijkheid niet vrij gehouden van zekere plompheid en de kleur en de lijnen van het dak doen niet behagelijk aan.
Het inwendige van het groote gebouw is prachtig en de indeeling voortreffelijk. De voorhal en het goed verlichte trappenhuis imponeeren en zijn door middel van gekleurd vensterglas en tegel-lambrizeering fraai gedecoreerd […].

De Locomotief, 23 Juni 1910

[Borobudur 0 – Gouvernements-besluit] 

Bij gouvernements-besluit wordt, met ingang van een door den resident van Kedoe te bepalen datum, van de bezoekers van den Boroboedoer, behalve op den z.g. Inlandschen nieuwjaarsdag (lebaran poeasa) een entrée geheven ten bedrage van:
a. voor Europeanen en daarmede gelijkgestelden f 0.50 per persoon voor volwassenen en f 0.25 per persoon voor kinderen;
b. voor Vreemde Oosterlingen f 0.25 per persoon voor volwassenen en f 0.12½ per persoon voor kinderen;
c. voor Inlanders f 0.05 per persoon voor volwassenen en f 0.025 per persoon voor kinderen.

De Locomotief, 27 Juni 1910

[Bandung – Aloon-aloon]

Was de aloen-aloen destijds niet een sieraad der kaboepaten, zoo net als dit plein werd onderhouden? Prijkten daar niet in natuurluister die eerbiedwaardige waringins, ontzien door de dessalieden als symbolen van adel en gezag? Geen hunner zou gewaagd hebben dit eerwaardige plein met gedekt hoofd te passeeren of, te paard gezeten, niet af te stijgen. Karrevoerders haastten zich, van hunne grobaks te klimmen, zoodra zij langs den Grooten Postweg de aloen-aloen genaderd waren.
De aloen-aloen heeft haar vroegere glorie en bekoring verloren. Een Drentsche 'Brink' wordt nog meer geëerbiedigd dan deze plastiek der oud-Indische traditie. Zoo lang Bandoeng nog geen Europeesche stad is, diene de aloen-aloen in eere gehouden!

De Locomotief 30 Juni 1910

[Semarang 2 – Karangasem] 

Mijnheer de redacteur,
Mag ik u beleefd een plaatsje voor het ondervolgende in uw blad verzoeken?
Ik wilde nl. gaarne onder de aandacht brengen van degenen die het aangaat, dat in de gemeente Semarang ook nog een wijk Karangasem bestaat, daar deze wijk blijkbaar geheel en al vergeten wordt door de vroede vaderen en wat dies meer zij.
Nu weet ik wel dat door de zich tot de élite rekenende Semarangers, Karangasem beschouwd wordt als een Europeesche kampong en de kampongs te Semarang zich nu eenmaal niet in een bijzondere belangstelling van de autoriteiten mogen verheugen, maar waar bijv. onderwijzers, leeraars H.B.S., inspecteurs van het Europ. Lager onderwijs zich niet ontzien die ‘Europeesche kampong’ te bewonen, zou men toch mogen verwachten dat lui, die daarvoor van de gelden, onder meer door belastingbetalende Karangasem-bewoners bijeengebracht, worden betaald, nog zooveel plichtsgevoel hebben overgehouden, dat zij zich ook met de begaanbaarheid der wegen van die ‘Europeesche kampong’ zouden bemoeien.
Dit nu is heelemaal het geval niet ! ...

De Locomotief 1 Juli 1910

[Jakarta 5 – Eigen Hulp] 

Voor zoover den 29en Juni 1910 ter directie van Postspaarbank bekend was, vermeerderde het aantal inleggers sedert 1 Januari jl. met 4006 onder wie 1548 Europeanen, 2204 Inlanders en 254 Vreemde Oosterlingen, en hun gezamenlijk tegoed met f 206.836,43.
Het totaal aantal inleggers steeg daardoor tot 75215, onder wie 34545 Europeanen, 37297 Inlanders en 3373 Vreemde Oosterlingen, en het totaal tegoed tot f 8.007.710,16½.

De Locomotief, 4 Juli 1910

[Jakarta 1 – Passer]

… De hedendaagsche Javanen zijn niet meer de stoutmoedige zeevaarders van vroeger, die zich met hun ranke vaartuigjes tot ver buiten de archipel hebben gewaagd tot het oude Tjampa (Cochin-India) en misschien wel tot zelfs in de Perzische golf toe. Evenals zij nu op handelsgebied vooruit willen komen, dienen zij dit ook te doen op het gebied der zeevisscherij. Want daarmee zullen zij geen nieuw bedrijf gaan uitoefenen, waarvan dus het resultaat niet vast kan staan, doch zullen zij slechts een eigenschap, welke zij als eilandbewoners van nature bezitten, weder oefenen en ontwikkelen en tegelijkertijd voldoen aan een natuurlijke behoefte. Terwijl visch naast het plantaardig voedsel voor den Javaan, althans voor de volksklasse, een hoofdvoedsel is, moet het verwondering wekken, dat de zelf gevangen visch lang niet voldoende is om de eigen behoeften van een volk van eilanders te bevredigen. Per kaar wordt gemiddeld in Java ingevoerd meer dan 30 millioen kilogram aan gedroogde en gezouten visch. De van elders benoodigde visch in Nederl.- Indië (hoofdzakelijk Java) wordt voornamelijk aangevoerd uit Singapore, Siam, Hongkong, China, Japan, Serawak en Noord-Borneo. De invoer uit Singapore bedroeg in 1903 een waarde van 24.8 millioen gulden, in 1907 van 33.8 mill. gulden, uit Siam in 1907 van f 416.700, uit China f 249.300 […] dat de Javanen nog bij lange na niet in staat zijn zelf in hun eigen behoeften te voorzien en dat de zeevisscherij een der belangrijkste economische bedrijven is, die door de Javanen ontgonnen zou kunnen worden.

De Locomotief 5 Juli 1910

[Jakarta 6 – Prinses Julianaschool] 

Gistermorgen is de ‘Prinses-Juliana School’ geopend, een Hoogere Burgerschool voor meisjes opgericht door de zusters Ursulinen te Weltevreden.
De Locomotief 7Juli 1910
De autoriteiten werden ontvangen door de révérende mère Madeleine en naar eene feestelijk versierde zaal geleid, waar, te midden van een kunstig aangebrachte trophee en een overvloed aan chevelures, het borstbeeld van Hare Majesteit de koningin prijkte, terwijl de muren versierd waren met de Nederlandsche kleuren, het wapen van prinses Juliana, den stamboom van het huis van Oranje en het wapen van Batavia. Hier waren de leeraressen der prinses Julianaschool met hare leerlingen vergaderd. De élèves hieven een vroolijken welkomstzang aan.
In het verslag is te lezen dat “de directeur van O.E. en N.” tijdens zijn speech onder meer stelde dat “De taak van de leeraressen der Prinses Juliana school zou zijn: ontwikkelde, verstandige, brave moeders te bezorgen aan het komende geslacht.”

De Locomotief, 7 Juli 1910

[Jakarta 7 – Inlandsche rechtsschool] 

Ten vorigen jare werd de opleidingsschool voor Inlandsche rechtskundigen geopend met 17 leerlingen. Voor den nieuwen cursus, die in deze maand begon, hebben zich slechts 8 nieuwe leerlingen aangemeld. De oorzaak van dit verschijnsel – zegt ‘de Javabode’ – is zeer zeker ten dele te wijten aan de nog steeds bestaande onzekerheid omtrent de toekomstige positie der Inlandsche rechtskundigen.

De Locomotief, 19 Juli 1910

[Semarang – Cultuur Maatschappij]

Naar het Alg. Hdbl. (te Amsterdam) van ongeveer een mand geleden vernam, zou in de in de maand Juni jl. gehouden algemeene vergadering van aandeelhouders door den heer H.V. Kotting het volgende voorstel op de agenda gebracht zijn:
‘De algemeene vergadering bepaalt dat de te benoemen directeur geen andere functies kan vervullen dan die welke hem in zijn hoedanigheid als zoodanig en dan ten voordeele van de Cultuur Mij. der Vorstenlanden worden opgedragen.’
Dit voorstel is naar men het Alg. Hbl. mededeelt, gegrond op de omstandigheid dat de Cult. Mij. der Vorstenlanden bij tal van cultuurondernemingen in Indië de directie heeft, waarin de directeuren der Vorstenlanden in privé commissarissen zijn, zoodat zij, volgens meening van den voorsteller, voordeelen genieten welke hun persoonlijk niet toekomen, doch feitelijk aan de Cult. Mij. der Vorstenlanden.
Voorts verneemt dit blad dat bij de behandeling van het jaarverslag een ernstig woord gesproken zou worden over het stelselmatig drukken van het dividend, waarover verschillende groote aandeelhouders zeer ontevreden zijn.
De Locomotief 26-7-1910
In de op 24 Juni gehouden jaarlijksche vergadering van aandeelhouders, onder voorzitterschap van de heer S.P. Van Eeghen waren vertegenwoordigd 692 preferente aandeelen en 1544 gewone aandeelen […] De heer Kotting gaf hierop een uiteenzetting […] Door mr. Philips werd er op gewezen dat de bestaande toestand niet door de tegenwoordige bestuurders is gecreëerd, maar reeds van voeger dateert. Het is heel verklaarbaar dat, toen die toestand bestond, men dit is gaan beschouwen als een bijbaantje, maar niemand wil het principieel verdedigen. […] De heer Kotting trok daarop zijn voorstel in. Tot directeur werd vervolgens benoemd met nagenoeg algemeene stemmen, de heer R. van Lennep […]
De Locomotief, 30 Juni 1911
De Cultuurmaatschappij der Vorstenlanden heeft nu ook door een gift van 25 mille op afdoende wijze van hare belangstelling in het Amsterdamsche Koloniaal Instituut doen blijken. Dat mag van meerdere groote cultuurinstellingen worden verwacht.

De Locomotief 22 Juli 1910

[Jakarta 2 – Binnenhospitaal] 

De Javabode deelt mede, dat het nieuwe gebouw van de Java’sche Bank in de benedenstad, ontworpen door de architecten Cuypers en Hulswit, tegen het eind van 1911 gereed zal zijn. Het gebouw heeft een gevelbreedte van 72 M. met 19 vensters; de hoogte tot het dak bedraagt 19½ M., terwijl de toren 28½ M. hoog wordt en de vloer 3 M. boven den grond komt. In het midden bevindt zich de hal voor het publiek, 12 M. in het vierkant, en daarin komen uit de afdeelingen voor de kassiers, de effecten-zaken, de hoofdkassiers en de boekhouding. In het sousterrain bevindt zich links de brandkluis, 7 op 21 M.; het inwendige van de kluis is ingericht volgens het systeem der Duitsche Rijksbank te Berlijn en in 3 minuten tijds kan de aanwezigheid van een bedrag van 50 millioen aan zilver volkomen zeker gecontroleerd worden; het overige deel van het sousterrain is bestemd voor de behandeling van geldverzendingen. De verdieping boven de kluis wordt effecten- en goudkamer, en de rechtervleugel is bestemd voor den internen dienst.
De façade van het gebouw wordt versierd met Indische motieven.

De Locomotief, 23 Juli 1910

[Surabaya – Koloniale Bank] 

Naar de Suikerbond verneemt, heeft het agentschap van de Koloniale Bank te Soerabaja het plan opgevat, voortaan een gedeelte van de winst van elk der door haar beheerde fabrieken te reserveeren voor de desa’s.
Dit bedrag mag worden aan gewend voor alles, wat voor die desa’s nuttig kan zijn, als verbetering der irrigatie, enz., maar niet voor het houden van slamatans. De desa’s zijn overigens volkomen vrij in het bepalen van de wijze, waarop het geld zal worden besteed. De administratie zal plaats hebben door het agentschap daarvoor aan te wijzen personen.

De Locomotief 27 Juli 1910

[Semarang – Aloon-Aloon] 

Met het oog op den gezondheidstoestand [cholera] is vastgesteld dat publieke vermakelijkheden, zooals de bioscoop in den Stadstuin en de Comedie-stamboel, alleen toegankelijk zullen zijn voor bezoekers die f 0.50 of méér entrée hebben te betalen. Bij dezen maatregel is men uitgegaan van de gedachte dat op deze wijze het deel der bevolking dat minder goed voor zichzelf pleegt te zorgen belet wordt, zich in groote menigten in tenten en op pleinen te verzamelen en dat slechts overblijven diegenen van wie men verwachten kan dat zij voldoende over hunne eigene gezondheid waken.

De Locomotief, 29 Juli 1910

[Bandung – Visser & Co]

Onze correspondent schrijft ons: [...] Toch valt er nog wel wat te melden ten opzichte van de stad zelve, die maar aldoor naar grootheid streeft. Het is misschien deze roep die van haar uitgaat, welke enkele nieuwe firma's deed besluiten, zich hier te vestigen. Zoo zal Visser en Co. van Batavia een drukkerij openen in een fraai pand nabij de sociëteit Concordia, aan de Aloen-aloenweg. Een andere firma van Soerabaja is ook voornemens zich te doen vertegenwoordigen. En 'Het Centrum' te Batavia zal een auto-handel beginnen. Het agentschap der Ned.-Ind. Handelsbank zal er eindelijk toe overgaan, een eigen gebouw, in modernen stijl, ook aan den Aloen-aloenweg, op te richten.
Het staat alleen aan vermogende firma's, krachtens hare fondsen de concurrentie te veroveren, want de speculatie in panden en perceelen om te bouwen eischt enorme kosten. De Bragaweg – onze winkelstraat! – is reeds vol gebouwd met toko's en tokootjes.
Er moet dus naar een ander terrein gezocht voor het vestigen van nieuwe zaken en hiertoe schijnt de Aloen-aloenweg gekozen. Wat niet wegneemt dat de Bragaweg toch de attractie heeft bij het wandelend publiek. Daarvan kan de firma Kuyl en Versteeg meepraten uit den tijd toen zij een koekbakkerijtje begon en thans haar taartjespaleis bezit, onbezwaard, om dit later, als de eigenaar beu is van zijn zoetigheid en van het geldverdienen, voor een slordige ton aan een ander over te doen. Dat heet dan met recht een voordeelige transactie.[...]
Zoo heb ik er al meer in de laatste tien jaren aan den Bragaweg tot welvaart zien komen. Eigenaardig te zien, hoe zich deze welvaart in perioden signaleerde door het telkens uitbouwen hunner winkels, d.w.z. het transformeeren van woonhuis tot toko.

De Locomotief, 30 Juli 1910

Op 6 April 1911 zal het honderd jaren geleden zijn dat Bandoeng gesticht werd.

De Locomotief 3 Augustus 1910

[Semarang 2 – N.I.S.] 

Men schrijft ons:
De N.I.S. heeft in Midden-Java de meeste stations en halten van nieuwe, fraaie gebouwen voorzien.
De kroon op het werk zal worden gezet door den bouw van het nieuwe station te Tawang-Semarang, dat – naar wij vernemen – vier ton gouds zal kosten.
Prachtig !
Maar de passagiers zouden het geriefelijker vinden als men ten spoedigste er toe overging om nieuwe, moderne waggons in dienst te stellen.
Een paar jaren geleden heeft men eenige eerste- en tweede-klasse-waggons aangemaakt. Deze loopen uitsluitend op de hoofdlijn Semarang-Djokja en alleen in sommige treinen, In den personentrein 7.41 van Djokja bijv. , die te Solo aansluiting geeft naar Semarang aan den exprestrein van Soerabaja, loopen die waggons in den regel niet. In dezen trein evenals in alle treinen op de lijn Semarang – Willem I heeft men nog steeds de versleten rammelkasten uit het jaar 1870.
De derde klasse-passagiers hebben er veel betere rijtuigen.
Een personentrein der N.I.S. gelijkt thans op een retrospectieve tentoonstelling van het spoorwegwezen in Indië.
Het wordt werkelijk hoog tijd dat de rijke N.I.S. hare oude passagiers-rijtuigen der drie klassen door moderne waggons vervangt.
De oude nog niet geheel versleten waggons zoude zij alleen mogen benutten voor het vervoer van Inlanders tusschen Groendih en Djokja bij gelegenheid van groote feesten (garabegs).

De Locomotief, 17 Augustus 1910

[Bandung 2 – Krijgsgevangenen] 

Onze correspondent schrijft ons: Den 1en September krijgen we hier het 15e bataljon in garnizoen. Weder een uitbreiding van het zielental. Voor de manschappen zijn de kazernes gereed op het militair terrein van Tjikoedapateuh, maar de officieren moeten maar zien hoe onder dak te komen, want, in weerwil van het onafgebroken bouwen van woonhuizen, bestaat hier huizennood. Er is geen bijhouden aan.

De Locomotief 18 Augustus 1910

[Jakarta 6 – Pasteur] 

De Javabode heeft van deskundige zijde vernomen dat er reeds gedurende de laatste tien jaren proeven zijn genomen met het thans hier gebruikte inentingsmiddel tegen cholera. In de Engelsche en Fransche koloniën, in Japan en op de Philippijnen werden ettelijke tienduizenden daarmee behandeld en het is gebleken dat de vatbaarheid voor cholera bij de niet-ingeënten aanzienlijk grooter was dan bij de ingeënten. Van een medisch standpunt bezien moet er dus gelegenheid tot inenting worden geboden; de geneesheeren achten zich niet verantwoord als zij zich en de hunnen niet doen inenten.
Het middel is uiterst moeilijk te vervaardigen; daarom heeft het zoo lang geduurd voordat er proeven mee zijn genomen.

De Locomotief, 22 Augustus 1910

[Surabaya 2 – Pasar Besar] 

Men schrijft ons: Sedert het begin dezer week is de verordening op het verkeer in werking getreden en kunnen de rijtuigen die van de benedenstad naar de bovenstad gaan niet over Pasar Besar rijden. Ik ben een paar maal gaan kijken juist op die uren waarop het verkeer het drukste is en wel ’s middags om één uur als de scholen uitgaan en ’s avonds om een uur of vijf als de kantoren sluiten. De genomen maatregel blijkt bepaald een verbetering te zijn; nu de rijtuigen maar een richting volgen is er geen kans meer op die wegversperringen die vroeger gedurende geruimen tijd soms het verkeer kon stremmen. Alleen is het wat lastig voor het publiek dat bij het naar huis rijden nog even op Pasar Besar wil zijn en daarvoor dan moet omrijden. Aan den ingang van Paser Besar, naast de firma Grimm & Co., staat een politie-oppasser die de rijtuigen onverbiddelijk belet door te gaan. Omrijden langs de beide met Pasar Besar evenwijdig loopende wegen is dus noodzakelijk. Voor fietsen echter is het verkeer vrij evenals voor auto’s, waarvoor de gemeenteraden niet bevoegd bleken bepalingen te maken als het hoofdwegen betrof. In afwachting echter dat ruimere bevoegdheid aan de locale raden zal worden gegeven belet de politie ook nu reeds het inrijden van de auto’s, al is dit wat voorbarig en in strijd met de bestaande verordening die geen woord van automobielen rept. Ik ben er een paar maal getuige van geweest, dat ook een autobestuurder rechtsom keer moest maken wat hij gewillig deed; zou hij echter door zijn gereden dan was het voor de politie onmogelijk geweest proces-verbaal op te maken. Intusschen is het goed dat de autobestuurders zich bewust of onbewust straffeloos, vrijwillig aan de wenken der politie houden daar het nogal belemmerend voor het verkeer zou zijn als verschillende auto’s zich weer van de andere zijde komende op Pasar Besar vertoonden, al zijn er ook door de ver ordening talrijke uitzonderingen gemaakt voor de post, voor den reinigingsdienst enz.
De winkeliers van Pasar Besar schijnen zich nog al in hun lot te kunnen schikken; zij weten zich uit de moeilijkheden te redden door verschillende maatregelen, die het publiek feitelijk ten goede komen. Zoo wordt door de meeste zaken op Paser Besar geadverteerd dat zij voortaan alle bestellingen zonder verhooging voor koelieloon thuis zullen bezorgen. [...] De firma Van Ingen heeft ten gerieve van het publiek een kaartje laten maken, waarop duidelijk wordt afgeteekend de weg, dien het publiek te volgen heeft om in de toko te komen, terwijl het plan bestaat de toko door te trekken en aan de zijde van Kramat Gantoeng een uitgang te maken.”
De Locomotief 29 Augustus 1910: Bezwaar behandeld in de gemeenteraad – commissie ingesteld.
De Locomotief 5 September 1910
De fameuze Passer-Besar zal weer voor het publiek verkeer geopend worden van welke richting de rijtuigen ook komen. De raad heeft weliswaar een commissie benoemd om een onderzoek in te stellen, maar het laat geen twijfel over of de bepaling, gemaakt in de verordening op het verkeer, zal worden ingetrokken. Er zal blijkbaar geen meerderheid gevonden worden om lijnrecht tegen de belangen van een bepaalde groep der burgerij in te gaan.
De Locomotief 10 September 1910
Bij meerderheid van stemmen heeft de Raad het voorstel aangenomen van de commissie, die een onderzoek heeft ingesteld naar de gegrondheid der klachten van de tokohouders op Pasar-besar, om de beperkende bepaling in de verkeersverordening op te heffen, niettegenstaande zoowel de voorzitter als het lid van Weelderen van oordeel zijn dat het door genoemde commissie uitgebracht rapport geen bewijzen bevat dat die tokohouders werkelijk schade hebben geleden al gaf ook het commissielid Smits nadere toelichting op het rapport.

De Locomotief, 24 Augustus 1910

[Jakarta 4 – Ketapang] 

De eerste Hollandsche cursus, gegeven in de 7e school tegen een schoolgeld van f 2 ’s maands, waardoor tweemaal ’s weeks onderricht werd gegeven, kon het niet lang bolwerken. Hierop namen de heeren Hinloopen Labberton, Karsen, Drayer, d’Ancona, Van der Laan, Scherp, de dames Van der Willigen, Strieland en Van Oppen en de heer en mevrouw Bouma de zaak ter hand, met het gevolg dat thans op verscheidene plaatsen een Hollandsche cursus wordt gegeven, zooals te Passer Bahroe en Gang Ketapang. Geheel kosteloos wordt het onderricht gegeven door den onderwijzer Scherp en de onderwijzeres mejuffrouw Van Oppen; het schoolgeld van f 0,50 strekt slechts tot dekking der kosten als licht, onderhoud gebouwen en aankoop leermiddelen. Door den heer Scherp is voor de leerlingen een speciaal boekje samengesteld, terwijl door hem nog in het leven is geroepen een courantje, ‘Het Hollandsch blaadje’, voornamelijk voor eerstbeginnenden op meer gevorderden leeftijd.

De Locomotief, 24 Augustus 1910

[Jakarta 5 – Hollandsch Inlandsche School] 

Verslag van de Vergadering van Boedi Oetomo
Na de fröbelschool kwam ter sprake de Hollandsch Inlandsche School te Petodjo, waarvan de hoofdonderwijzer, Moehamad Tahir, het verslag uitbracht. Hoewel pas vier klassen omvattende, is het doel de school te maken gelijk aan de gouvernementsscholen, zoodat er leerlingen afgeleverd zouden kunnen worden voor de K.W.S., de dokter-djawaschool als anderszins. Elk jaar zou dan de school met een klasse kunnen worden uitgebreid, zoodat over drie jaar de eerste aflevering van leerlingen aan bovengenoemde scholen kan worden verwacht.
Op de vraag van den president, of een der aanwezigen wat te vragen had, vroeg de heer Eyken [controleur] of door de vereeniging reeds stappen waren gedaan bij het gouvernement voor uitbreiding van het aantal scholen en of zich reeds het geval had voorgedaan dat leerlingen aan de school geweigerd moesten worden.
Geantwoord werd dat het voornemen om uitbreiding te vragen bestond, dat het rekest nog niet was ingezonden, en dat nog slechts aan heel weinigen een plaats op de school geweigerd was.

De Locomotief, 29 Augustus 1910

e.v. (Zondagsviering).

[Bogor – Protestantsche Kerk] 

[GG Idenburg verbiedt werken op zondag op departementen en het houden van evenementen.]
De Locomotief, 2 September 1910
Koloniaal clericalisme.
Aan de hoofden van gewestelijk bestuur en de voorzitters van de Locale Raden is door den 1en gouvernements-secretaris de volgende circulaire gezonden, gedagteekend 23 Aug. j.l.
‘In tegenstelling met de toestanden in Europa, waar niet dan als uitzondering en om bepaalde redenen wordt toegestaan dat op Zondag markt wordt gehouden, wordt hier te lande ten aanzien van het houden van pasar geen onderscheid gemaakt tusschen den Zondag en de overige dagen der week; niet alleen wordt er hier als regel geen bezwaar in gezien ook des Zondags pasars open te stellen, maar op sommige plaatsen wordt zelfs de zoogenaamde groote pasar speciaal op Zondag gehouden.
Niettegenstaande de gouverneur-generaal om meer dan een reden en ook uit een politiek oogpunt het houden van pasar op Zondag verwerpelijk acht, zou de landvoogd in de bestaande toestand kunnen berusten, indien Zijne Excellentie overtuigd was van de noodzakelijkheid daarvan.
Daar de landvoogd echter voorshands niet inziet dat onoverkomelijke bezwaren zich tegen het uitzonderen van den Zondag als pasardag verzetten, zou Zijne Excellentie wenschen, dat, waar mogelijk en dan zoo spoedig doenlijk, gebroken werd met het bestaande gebruik.
De uitsluiting van den Zondag als pasardag zou, naar het den gouverneur-generaal voorkomt, in de eerste plaats geleidelijk kunnen geschieden door telkens, wanneer nieuwe pasars worden geopend dan wel bestaande pasars worden uitgebreid of verplaatst, als voorwaarde te stellen dat die pasars op Zondag gesloten zullen zijn. Maar ook zonder bepaalde aanleiding zou in het algemeen kunnen worden nagegaan of, en zo ja welke bezwaren zich tegen uitzondering van den Zondag verzetten en wat zou kunnen worden verricht om die bezwaren te ondervangen. Zoo zou, voor zoover het houden van pasar op Zondag verband houdt met de omstandigheid dat de marktregeling nog op de Javaansche (vijfdaagsche) pasarweek berust, naar de meening van den landvoogd zijn te overwegen of daarvoor niet eene regeling volgens de Europeesche weekdagen in plaats kan worden gesteld, waarbij dan uiteraard de Zondag als marktdag zou zijn uitgesloten.
Geldt een en ander in de eerste plaats voor het rechtstreeks bestuurd gouvernementsgebied, ook ten aanzien van het zelfbesturend gebied zou Zijne Excellentie de autoriteiten gaarne zooveel mogelijk in die richting ernstig werkzaam zien.’
De Locomotief 5 September 1910
Het hier verschijnend Maleische blad ‘Perniagan’ […] zegt verder dat de Zondagviering voor de Christenen is, en dat bevelen van hooger hand omtrent die viering enkel tot de Christenen dienen gericht te worden.
De Locomotief 5 September 1910
De Indische pers is eenstemmig in scherpe afschuw van de passar-circulaire. Het is bijna niet te verwachten, dat tegenover een zoo sterk verzet der publieke opinie de uitvoering van de circulaire toch zal geschieden.
De Locomotief 14 September 1910
In een tweede circulaire aan de hoofden van gewestelijk bestuur en de voorzitters van locale raden wijst Idenburg nadrukkelijk op de bewoordingen van de pasar-circulaire: ‘alleen waar mogelijk moeten de pasars op Zondag worden verboden.’ Vooral waar er bezwaren van economischen aard bestaan zou Idenburg niet willen toelaten dat er maatregelen genomen werden die een nadeeligen invloed zouden uitoefenen op de economische belangen der bevolking.
De aanleiding tot deze nieuwe circulaire was dat een hoofd van gewestelijk bestuur Idenburgs aandacht vestigde op de mogelijkheid dat de pasar-circulaire niet altijd uitgelegd zou worden in overeenstemming met de ware bedoeling, en dat de betrokken ambtenaren dadelijk het houden van pasars op Zondag zouden verbieden.
De Locomotief 19 September 1910
Naar wij vernemen heeft de gouverneur-generaal een aanschrijving tot de hoofden van gewestelijk bestuur gericht, waarin wordt gelast, den beperkten pandhuisdienst op Zondag om te zetten in een geheele sluiting van dien dienst op Zondag.
Hier dus geen onderzoek naar mogelijkheden of naar mogelijkheid van onderzoek, hier kortweg een bevel tot opheffing van den Zondagschen pandhuisdienst. Dat optreden van den gouverneur generaal is meer sympathiek dan de weeke wilsoplegging met het passer-gedoe. Meer sympathiek, maar even erg.
Sluiting van den pandhuisdienst op Zondag beteekent opzettelijke verijdeling van de geheele bereiking van het doel der pandhuisregie, is een poging van den G.G. tot ethisch politischen zelfmoord. Men jaagt nu de Inlanders op Zondag naar de ‘commissiehuizen’, naar de woekeraars. Daargelaten of dat besef aan een zelfvoldane Zondagsheiliging van den gouverneur-generaal en zijne adviseurs bevorderlijk kan zijn, is het resultaat van deze nieuwe aanvechting van koloniaal clericalisme alwéér dwang op de Inlandsche samenleving en tevens ondermijning van het eigen politiek beleid.
Het optreden van den heer Idenburg, aanvankelijk een blijde boodschap [na G.G. Van Heutsz], wordt nu een wezenlijke bedreiging van den Indischen godsdienstvrede.
Waar is bij dezen landvoogd de nuchtere kijk van den minister gebleven ?
De Locomotief,15 September 1911
Uit Buitenzorg wordt, onder meer, aan de ‘Javabode’ geschreven:
’t Was Zondag, den derden, hier noodweer: een zwaar onweer hing boven Buitenzorg.
De bliksem sloeg in ’t paleis en trof de schrijftafel van Z. Excellentie. Gelukkig dat Zondag een rustdag is, en dus werd niemand geraakt.
Dat de bliksemafleiders een goede beurt kregen, behoef ik zeker niet te zeggen.

De Locomotief 2 September 1910

[Jakarta 6 – Pasteur] 

Namens den geneeskundigen raad te Batavia, werd door diens voorzitter en secretaris, respectievelijk dr. A.J. Salm en dr. H.C. Rogge, onder meer aan de Javabode en het N.v.d.D.v.N.I. het volgende medegedeeld:
De geneeskundige raad van Batavia brengt het volgende ter kennis van de ingezetenen:
1. De inentingen tegen cholera volgens de methode Kolle, zooals die thans in het Instituut Pasteur te worden toegepast, zijn een middel, waardoor de kans om de ziekte te krijgen, aanmerkelijk minder wordt. Deze uitspraak berust op ervaringen en statistieken, door betrouwbare medici in de laatste jaren elders verkregen.
2. Deze inentingen zijn ongevaarlijk.
3. De voorstelling in een deel der persorganen alhier gegeven, als zouden deze inentingen iets nieuws zijn, of proeven op menschen vormen, of zelfs gevaarlijk kunnen worden, is volkomen onjuist. Die voorstelling is hierom zoo te betreuren, omdat zij allicht tengevolge zal hebben, dat velen zullen nalaten dezen even nuttigen, als ongevaarlijken voorzorgsmaatregel te nemen.
4. Een ieder wordt daarom, zoowel in zijn eigen belang, als in dat van zijn omgeving, ten sterkste aangeraden van de gelegenheid om zich te laten inenten, gebruik te maken. Het spreekt wel van zelf, dat het zaak is ook de andere voorzorgsmaatregelen tegen de ziekte niet te verwaarloozen.

De Locomotief 3 September 1910

[Jakarta 6 – Pasteur] 

[Commentaar:]
Nog eens, ik heb vertrouwen genoeg in de medische wetenschap, doch kan onmogelijk grifweg accepteeren, al wat door die wetenschap zonder eenige toelichting wordt verordineerd. […] Er is dus gelegenheid genoeg; daaraan zal het niet liggen. Doch hoe zal men de groote, onverschillige en onwetende massa, waar het juist op aan komt de Oosterlingen namelijk, ertoe krijgen? Men hoeft geen pessimist te zijn, om te veronderstellen, dat de nieuwe publicatie op zich zelf in dit opzicht maar weinig succès zal hebben.
[Nieuws:]
Voor het Instituut Pasteur staan op het bepaalde uur de menschen als haringen opeen gepakt. Men moet soms uren wachten voordat men aan de beurt komt om met het choleraserum ingeënt te worden.

De Locomotief 5 September 1910

[Semarang – Amat Tasan bin Tasripin] 

Naar wij vernemen heeft de bekende Inlander Amat Tasan bin Tasripin sedert enkele dagen te Petelian (Karreweg) een ijsfabriek in werking gesteld die een capaciteit heeft van 800 pond ijs per dag, dat tegen 2½ cent per pond verkocht zal worden. Wij wenschen dien ondernemenden Inlander alle goeds met zijn nieuwe zaak
[De Locomotief 27 Augustus 1910] Deelden wij onlangs mede dat de bekende grondeigenaar Tasripin te Petellan een nieuwe ijsfabriek had geopend, thans kunnen wij dat bericht aanvullen met de mededeeling dat wel dat fabrieksgebouw aan Tasripin behoort, maar dat de exploitatie en de technische leiding van die ijsfabriek geheel in handen is van den heer Peper die ons verzekert alle mogelijke zorg te zullen dragen voor de zuiverheid van het door hem te vervaardigen ijs.

De Locomotief 6 September 1910

[Jakarta 6 – Leeuw] 

Ter bevordering van de Zondagsrust mag voortaan de Stafmuziek niet meer op Zondagmiddag te half 6 op het Waterlooplein te Weltevreden spelen. Zondag j.l. trad het verbod reeds in werking.
De gouverneur-generaal [Idenburg] vertoont een bijna griezelige consequentie bij zijn doordrijven van Zondagsheiliging. Nu weer geen Zondagmuziek meer op het Waterlooplein te Weltevreden. Het beetje Indische volksgenoegen wordt zoo met zekerheid geofferd aan het weeë soberheidsvertoon van het calvinisme.
Waar moet dat heen? Indië, bekend en geliefd wegens een in kerkelijk opzicht gematigde onverschilligheid, welke een weldadige verdraagzaamheid meebracht, moet blijkbaar geclericaliseerd worden. De godsdienststrijd voelt men naderen; reeds is er verstoordheid in Europeesche als in Inlandsche kringen. Waar daarbij het jongst bevolen Christendom er een van krachtige onverdraagzaamheid is, zijn de ergste gevolgen denkbaar uit dat àndere, het Islamitische fanatisme, dat immers een gelegenheid om gerechtvaardigd te kunnen heten met graagte afwacht.
De Locomotief 6 September 1910
Aan de Kali Besar bespreekt men druk het plan om een muziekcorps te huren dat Zondagsmiddags muziekuitvoeringen op het Waterlooplein zal geven, in plaats van de Stafmuziek aan welke zulks verboden is met het oog op Zondagsrust.
De Locomotief 10 September 1910
Volgens de Javabode wordt het hoe langer hoe duidelijker dat de afzegging van het Zondagmiddag-concert op het Waterlooplein geheel op een misverstand berust en dat het geenszins in de bedoeling van Idenburg heeft gelegen dat deze historische Batavia’sche ontspanning tot meerdere heiliging van den Zondag een einde zou worden gemaakt. De Javabode beveelt aan dat het publiek een petitie tot den legercommandant richt opdat deze bij de regeering de noodige stappen zal doen die het hem mogelijk maken die dienstorder te herroepen.
De Locomotief 17 September 1910
Ondanks de vele en heftige woorden toch, door de pers tevoren over deze zaak geuit – uit welker gelijkluidendheid men toch wel mocht concludeeren, dat hier niet eenige redacteurs aan het woord waren, doch dat hier de openbare meening zich uitsprak, – is in de raadszitting van den 14en dezer met geen enkel woord geprotesteerd tegen de afschaffing van het Waterlooplein-concert. Nog sterker, de raad heeft zich zonder meer bij die afschaffing neergelegd.
De Locomotief 13 Juni1911 – [Staf muziek is overgeplaatst naar Bandoeng]

De Locomotief 14 September 1910

[Jakarta 5 – Wilhelminapark] 

Naar aanleiding van de afschaffing van het concert op het Waterlooplein besloot de Gemeenteraad hedenmorgen om Zondagsmiddags in het Wilhelminapark eigen muziekuitvoeringen te geven.

De Locomotief, 15 September 1910

[Bandung – Telefoonnet] 
[Bogor – Telefoon] 

De intercommunale telefoon om de Zuid is thans gereed. Men spreekt van telefoon om de Zuid in tegenstelling met die om de Noord. Een particuliere maatschappij heeft de telefoon in handen van Batavia via Semarang naar Soerabaja en tusschengelegen plaatsen. Voortaan zal het nu mogelijk zijn van Batavia uit te spreken met Djokja, Solo en Madioen, via Bandoeng. Hierdoor is Midden-Java dus telefonisch regelrecht met Batavia verbonden.
De ideaaltoestand is vooralsnog niet bereikt, merkt de Preangerbode op. Buitenzorg, Soekaboemi en Tjiandjoer kunnen vooralsnog niet anders spreken dan met Batavia en Bandoeng, zooals voorheen reeds het geval was. Dat van Batavia uit gesproken kan worden met Midden-Java zit alleen daarin, dat Batavia behalve langs de grooten postweg, langs de nieuwe spoorlijn met Bandoeng is verbonden. De lijn die over Buitenzorg, Soekaboemi en Tjiandjoer loopt, is niet in al te beste conditie. Dit is een ijzerdraad lijn en zulk een lijn levert altijd moeilijkheden op. Langs de nieuwe spoorwegverbinding Batavia-Bandoeng is daarentegen een koperdraadlijn aangebracht, waarop stoornissen tot de zeldzaamheden behooren. Mettertijd is hierin echter verbetering te verwachten. Het ligt n.l. in de bedoeling ook langs de oude spoorwegverbinding Batavia-Bandoeng een koperdraadlijn aan te leggen, waardoor de drie genoemde tusschengelegen plaatsen niet langer van gesprekken met Midden-Java zijn uitgesloten. [...]
Desniettemin zullen van Bandoeng uit geen gesprekken gevoerd kunnen worden met Soerabaja. Daarvoor is de afstand te groot.

De Locomotief, 15 September 1910

[Semarang – Vereenigde] 

Indertijd hebben wij medegedeeld dat een prijsvraag was uitgeschreven door de Javasche Bosch-Exploitatie Mij. voorheen P. Buwalda en Co., voor een kantoorgebouw, waarvan de kosten 25 à 30.000 gulden mochten bedragen.
Door de jury bestaande uit de heeren Offmans, Van Lennep en Swaving is uitgemaakt dat geen der ingekomen ontwerpen aan de gestelde eischen voldoen, zonder geen bekroning met den eersten prijs kan plaats hebben.
De Java’sche Bosch-Exploitatie Mij. heeft nu besloten om dezelfde geldswaarde als voor den 1en prijs was vastgesteld n.l. f 300 uit te keeren als 2en prijs en een premie van f 100 aan het daaropvolgend in aanmerking komende ontwerp, waardoor de beslissing van de jury als volgt luidt: 2e prijs ad f 300 voor het ontwerp van den heer Lugten, premie ad f 100 voor het ontwerp van den heer Hildering.
Een nieuwe prijsvraag zal niet worden uitgeschreven omdat het ontwerp van den heer Lugten door enkele wijzigingen voor het beoogde doel zal kunnen geschikt gemaakt worden.

De Locomotief, 15 September 1910

[Surabaya 2 – Grafmonument] 

Onze correspondent schrijft: In het klooster van de Zusters Ursulinen hier overleed gepasseerden Vrijdagavond half tien, na een betrekkelijk kortstondige ziekte, mère Ursule, in de wereld genaamd Henriette, Caroline, Josephine Ruël. Nadat Zaterdagmorgen en -middag het stoffelijk overschot in de particuliere kapel van het Klooster was tentoongesteld, had ’s middags 5 uur onder grooten toeloop van belangstellenden, onder wie zeer vele dames, de begrafenis te Penèlèh plaats. [...]
Mère Ursule werd in 1843 te Batavia geboren en werd al vroeg in de orde der Ursulinen opgenomen. Toen hier plusminus 40 jaren geleden het klooster en de meisjesschool in de wijk Kepandjen werden opgericht, verhuisde mère Ursule naar hier en was een van de weinige relegieusen die van de oprichting af tot de bewoonsters van het klooster behoorde. Zij werd toen al spoedig belast met de afdeeling armbedeeling en omdat zij in al dien tijd nooit Soerabaja heeft verlaten, behalve van tijd tot tijd naar het zusters-sanatorium in de bergen, was zij goed bekend met vele Katholieke families hier, die haar bij haar leven om strijd op handen droegen.

De Locomotief 17 September 1910

[Jakarta 5 – Wilhelminapark] 

Enfin, wij krijgen dan een proef met een volksconcert op Westersche leest. In het Wilhelmina park, een heel lief park bij Noordwijk, waarin het gedenkwaardige Atjeh-monument verrijst en de stokoude citadel Prins Hendrik op den achtergrond schuil gaat achter lommerrijk geboomte; een parkje dat bij dag bezocht wordt door baboe’s met kinderen, opgeschoten jongens en klungelende, boeaja-achtige Inlanders, en dat bij avond en des nachts vanwege de Egyptische duisternis, de aanwezigheid van eenige houten divans en de nabijheid van het jachtterrein Rijswijk – òòk nog wel eens dienst doet; dat verder uitverkoren is voor de Maandagsche oefeningen van het zéér laagstaande deel van het menschdom, genaamd schutterij-recruten, en eens in de maand bestormd wordt en rijkelijk gestoffeerd door een vijfhonderd hoogerstaande schutters, die in de citadel hun geweer en koppel gaan halen en zich dan schilderachtig opstellen onder de hooge boomen, – in gezegd Wilhelmina-park wil de raad een goedkoope muziektent plaatsen, eenige electrische bollen ophangen, wat stoelen en wat meer banken neerzetten en Zondagsnamiddags een volksconcert geven. Het wordt dus zoo iets als het Zondagsche concert in het Vondelpark te Amsterdam, vóór het paviljoen. Het plan is heel aardig; er zit een kiem in van een aangenaam stadsvermaak voor de kleine gemeente, en de aantrekkelijkheid van den Zondagavond op Noordwijk zal er zeker door verhoogd worden. Doch: er is een maar bij. Waar zal de gemeente de muziek vandaan halen? De schutterij-muziek, een vrij goed corps, werd in den raad genoemd, doch, als ik mij niet sterk vergis, heeft dit corps voor dien avond reeds een vaste verbintenis bij een der groote restaurants op Noordwijk. Wij zitten niet zo dik in onze muziekcorpsen, dat de gemeenteraad zoo opeens er een in het Wilhelmina-park kan tooveren.
Zondagmiddag a.s., [18 September] heeft in het Wilhelmina-park het eerste gemeentelijke volksconcert plaats.

De Locomotief, 19 September 1910

[Surabaya – Javasche Bank] 

Men schrijft ons: Onder de nieuwste gebouwen die een sieraad voor onze stad zullen worden, zal zeker het kantoor van de Java’sche Bank behooren, als het plan, waarvan ik de gelegenheid had dezer dagen de teekeningen te zien, uitgevoerd zal worden. De heer Jaski die de gebouwen van de kantoren te Medan en te Makasser heeft ontworpen en onder wiens leiding ze werden uitgevoerd, wordt dezer dagen van Makasser hier verwacht en zal ook te Soerabaja het werk uitvoeren, onder leiding van den heer Hulswit architect te Batavia.
De plaats van de Java’sche Bank blijft dezelfde, het terrein wordt niet grooter dan thans, alleen komt er een verandering in de ligging doordat een gedeelte van de straat, ingenomen door het gebouw, natuurlijk wordt ontruimd. Het gebouw zal twee verdiepingen hebben en naar de laatste eischen worden ingericht. De hoofdingang komt aan de zijde waar thans het kantoor van de Rotterdamsche Lloyd is en de kantoren zullen zich uitstrekken langs de beide gevels, terwijl het bureau van den hoofdagent in het midden zal komen te liggen, zoodat van uit dit kantoor geheel het bedrijf kan worden overzien. Natuurlijk zullen er dan ook meer loketten zijn voor het publiek en een betere indeeling dan thans het geval is. Voordat echter de Java’sche Bank over zoo’n mooi kantoor zal kunnen beschikken, zullen èn de geëmployeerden èn het publiek zich danig moeten behelpen, daar tijdens het bouwen de kantoren niet worden overgeplaatst maar telkens binnen de thans betrokken ruimte zullen verhuizen naar gelang de werkzaamheden het toelaten. Enfin, het zal zoo heel lang niet duren gelukkig, daar dit jaar nog een aanvang met het bouwen wordt gemaakt.
[…]Jammer is het alleen dat het gebouw niet mooi gelegen is op een punt namelijk waar weinig passage is. Hoe het zij, dat zal misschien veranderen vooral als de tegenover de Bank gelegen school eens mocht worden verplaatst. Die school levert nu het bezwaar op dat zij die zich naar de Bank begeven per rijtuig, stapvoets moeten rijden om de lessen op school niet te storen ! Een hele last voor het verkeer.!

De Locomotief, 20 September 1910

[Semarang – Militair hospitaal] 

Naar wij vernemen, houdt de genie zich thans onledig met het opmaken van een project ter verbouwing van het trein-kampement te Karangasem tot een militair hospitaal. Wordt dit plan goedgekeurd, dan zou het thans in gebruik zijnde militair hospitaal aan het begin van den Bodjongschen weg verlaten worden.
Een prachtig gelegen, uitgebreid terrein kwam dan vrij, uitstekend geschikt voor handelskantoren, aannemende dat het gouvernement genegen is dit stuk grond te verkoopen.

De Locomotief, 21 September 1910

[Bandung 2 – Onderofficieren] 

Wat den bouw van officierswoningen betreft schijnt men af te willen wijken van de gewoonte, al die woningen in één buurt te zetten. [...] Voor het meer verspreid doen wonen der officieren is wel wat te zeggen. In de eerste plaats voorkomt men daarmede het vormen van een buurt met een exclusief militair tintje, in de tweede plaats is het voor de officieren aangenamer, niet al te dicht bij elkaar te wonen. Een beetje vermenging van militair en civiel kan geen kwaad.

De Locomotief, 21 September 1910a

[Bandung 2 – Sociëteit] 

Eenigen tijd geleden deelde ik mede, dat voor het garnizoen een militaire cantine zou worden gebouwd op het nog open terrein tusschen de magazijnen en de officierswoningen te Tjikoeda Pateuh. De inrichting – sinds de bekende circulaire van den gouv. Generaal Van Heutsz gepromoveerd tot militaire sociëteit, – zou een slordige halve ton kosten en geheel up to date worden ingericht.
Toch schijnt in de uitvoering dier plannen eenige stagnatie te zijn gekomen; men is nog steeds niet met den bouw begonnen. Ik verneem daaromtrent het volgende.
Het legerbestuur zou liever zien, dat de ‘soos’ niet zoo dicht in de nabijheid der officierswoningen kwam te staan. In den regel neemt men in zoo’n soos geen blad voor den mond en wordt er nog wel eens luidruchtig pret gemaakt. Dat is op zichzelf minder; soldaten zijn geen naaimeisjes en behooren ook in hun amusementen de noodige vrijheid te behouden. Maar juist daarom is het voor beide partijen verkieslijker, dat de soos door haar ligging den habitués de noodige vrijheid waarborgt, zonder dat anderen daarvan last hebben.
Met het oog hierop gaf het legerbestuur den afdeelingscommandant in overweging, pogingen aan te wenden om een meer geschikt terrein te zoeken.

De Locomotief, 21 September 1910

[Semarang – Vereenigde] 

Ingezonden Stukken.
Hedenochtend omstreeks half tien kwam de waterschout Vernig in een bendy uit de richting van de haven naar de stad. Ter hoogte van het kantoor der Java’sche Boschexploitatie-Maatschappij stonden eenige beladen grobakken op den weg, die hunne vrachten in het tegenover de Javabosch gelegen pakhuis moesten lossen. Zeer waarschijnlijk vond genoemde schout dat deze karren den weg versperden en de passage belemmerden, wat echter geenszins het geval was.
Hoe het ook zij, de heer Vernig achtte het noodzakelijk om met een lange zweep gewapend, zijn bendy te verlaten en een drietal karrevoerders (het waren maar Javanen) af te ranselen.
Een vriend van mij en ik moesten dit optreden met ergernis aanzien en toen de schout ons zag staan, riep hij ons luide toe ‘dit is de eenige manier om ruimte te krijgen,’ waarop door mij werd geantwoord ‘dat vind ik niet, mijnheer de schout, ik vind uw optreden schandelijk’.
Hierna steeg de schout Vernig in zijn bendy en riep ons nog toe: ‘zoo, maar dat vind ik wèl’.
Afgescheiden van de vraag in hoeverre de waterschout Vernig met het geval iets te maken heeft, acht ik het noodzakelijk het geachte bestuur van Semarang – en ook het publiek – op dit onbarmhartig optreden van den heer Vernig te wijzen.
Aan wien den schuld als nu eens een der karrevoerders een mes had getrokken en daarmede den heer Vernig had doorboord? (men denke slechts aan het geval Van Holst Pellekaan wat nog versch in het geheugen ligt).
Is dit optreden der politie (nog wel een schout) wel een juist optreden tegenover de Inlandsche bevolking?
Zou de heer Vernig den moed hebben gehad ditzelfde te doen (met een zweep afranselen) wanneer het Europeesche geleiders waren geweest?
Mijns inziens verdient het aanbeveling dat de heer Vernig deze vragen eens in ernstige overweging neemt.
Met dank voor de plaatsing,
Hoogachtend, uw. dw. dr. Ooggetuige.

De Locomotief 13 October 1910 

[Jakarta 6 – Middelbare] 

[Indische begrooting 1911]
De scheiding der Koningin Wilhelminaschool in een middelbare en eene technische school, onafhankelijk van elkander staande onder een eigen directeur; de eerste bestaande uit de H.B.S. met 3 j. cursus met daaraan verbonden handelsschool met 2 j. cursus, alsmede den zeevaartkundigen cursus, te zamen vormende de tegenwoordige afdeeling A; de tweede omvattende de drie cursussen tot opleiding van bouwkundigen, werktuigkundigen en mijnbouwkundigen, te zamen vormende de tegenwoordige afdeeling B;

De Locomotief 14 October 1910

[Semarang 2 – Soldatenkinderen] 

Van het bestuur van dit weeshuis ontvingen wij in dank het verslag over 1909 waaraan wij het volgende ontleenen.
De gezondheidstoestand der weezen was over het algemeen bevredigend, al kwamen er vele gevallen van malaria voor, welke echter van lichten aard waren en na diëet en kleine toediening weken.
Op 1 Januari 1909 bedroeg het aantal inwonende pupillen 201 waarvan 17 militaire pupillen, die krachtens de overeenkomst met de regeering werden opgenomen, verder 98 jongens en 86 meisjes.
In den loop van het jaar werd 1 militaire pupil opgenomen, 4 die den leeftijd van 12 jaar bereikt hadden, gingen over naar Gombong en 3, die bij de jaarlijksche keuring definitief waren afgekeurd, bleven als gewoon pupil in de inrichting.
Gedurende 1909 werden opgenomen 18 jongens en 15 meisjes, onder welke laatste er 2 waren, die uit een betrekking terugkwamen en weldra het Weeshuis weer verlieten, om opnieuw in betrekking te gaan.
Vijf jongens verlieten het weeshuis na hun 18e jaar; twee vonden betrekkingen bij de Post en Telegrafie en de anderen gingen in dienst bij particulieren.
Drie jongens verlieten de inrichting vóór hun 18e jaar, twee wegens plaatsing in een betrekking en één nam dienst als soldaat bij het Nederlandsch-Indische leger. Drie jongens vertrokken naar Nederland om voor den zeedienst te worden opgeleid.
Zes jongens werden door hun familie teruggenomen en een werd op last van den e.a. Stadsgeneesheer weggezonden en te Plantoengan opgenomen wegens lepra. Van de meisjes verlieten er achttien het weeshuis, een wegens huwelijk, tien om in betrekking te gaan, terwijl zeven door hun familie werden teruggenomen.
In het verslag troffen wij nog het volgende aan: ‘Ook het blok voor kleine jongens en dat voor groote jongens zijn van muskieten-gaas voorzien. Wanneer de financiën het toelaten zullen ook de meisjes-blokken van muskieten-gaas worden voorzien.’
Hieruit blijkt dat het weeshuis nog niet over zooveel middelen kan beschikken dat alles zoo ingericht wordt als wel gewenscht is.
Wie helpt de meisjes aan muskieen-gaas? Eventuele bijdragen zullen zeker gaarne worden aanvaard.

De Locomotief, 14 October 1910

[Surabaya – Sociëteit] 

De huldiging van Louis Bouwmeester in de ‘Concordia’ te Soerabaja […]
Om Bouwmeester een klein idee te geven van de toneelspeelkunst, zooals die hier op Java reeds vanaf het jaar 200 na Christus’ geboorte werd beoefend, had een korte voorstelling van de wajang wong plaats door de leden van de Javaansche toneelvereeniging Panti Harsono.

De Locomotief, 17 October 1910

[Semarang – Schouwburg]

Overste Van der Hout sprak Bouwmeester het eerst toe namens de huldigingscommissie uit Sem. Tooneel- en Muziekvereeniging van het Alg. Ned. Verbond, Hij verzekerde den jubilaris hoe verblijd men in Indië was, hulde te kunnen brengen aan den grootsten tooneelspeler van Nederland, die ook in het buitenland den roem van ons land op dit gebied heeft verspreid.

De Locomotief, 17 October 1910

[Surabaya 2 – Duitschers] 

De fancy-fair Zaterdag- en Zondagavond gehouden op het erf van den ‘Deutscher Verein’ ten bate van een middagschool voor verarmde Europeesche kinderen heeft bruto f 1156 opgebracht.

De Locomotief, 24 November 1910

[Surabaya – Sociëteit] 

Men is nu in Holland bezig, Bouwmeester te huldigen. In Amsterdam kreeg hij na zijn Shylock een schitterende ovatie met serenade en er wordt daar zelfs een Bouwmeester tentoonstelling georganiseerd. Er zit in deze geestdrift ook een stukje protest tegen de aanvallen, die Bouwmeester te verduren had, in verband met zijn conflict met ‘Het Ned. Toneel’ Bouwmeester is een van die zeldzamen, van wie veel kwaads te vertellen is, met de onvermijdelijke conclusie, dat hij een groot man is.

De Locomotief 25 November 1910

[Jakarta 5 – Nitour] 

Voor het vreemdelingenverkeer behoeven de intevoeren bepalingen geen belemmering opteleveren, al hebben zij ook niet enkel op Vreemde Oosterlingen maar op alle binnenkomende vreemdelingen betrekking. Want met het oog hierop is door de Regeering met de stoomvaartmaatschappijen een overeenkomst gesloten, waarbij deze laatsten de verantwoordelijkheid op zich nemen, voor het niet ontschepen van undesirable passagiers, terwijl de Regeering harerzijds toestaat, dat de passagiers van zulke maatschappijen zonder aan de nieuwe formaliteiten te voldoen, aan wal zullen worden toegelaten.

De Locomotief, 28 November 1910

[Pasuruan – Hotel] 

Gisteren zijn eenige toeristen wegens plaatsgebrek in de hotels naar Buitenzorg vertrokken om den Plantentuin te bezichtigen. Hedenmiddag vertrekken zij naar Soekaboemi en morgen naar Garoet voor een bezoek aan den Papandajan en de Telaga-bodas. Den 2en December gaan zij naar Djokja, den 3en per auto naar den Boeroeboedoer, den 4en naar Pasoeroean, den 5en per auto naar Tosari, den 6en bezoek aan de Bromo en den 9en naar Soerabaja.
Den 4en December komt hier het eerste Cooks-gezelschap aan dat drie weken op Java zal blijven.

De Locomotief 1 December 1910

[Jakarta 6 – Prinses Julianaschool] 

Het Kleine Klooster ontving telegrafisch bericht uit Nederland dat Mère Marie Antoinette geslaagd is voor de acte middelbaar Nederlandsch; zij is de vierde zuster die in dit jaar een acte voor middelbaar onderwijs haalde.
De oud-minister Loeff verklaarde na zijn bezoek aan het Kleine Klooster dat dit in geen enkel opzicht achterstaat bij dergelijke instituten in Nederland.

De Locomotief, 2 December 1910

[Semarang – Winkelstraat] 

De voor de St.-Nicolaas-dagen te nemen verkeersmaatregelen vindt men in een advertentie in dit nummer. Op 4, 5 en 6 dezer mag de Heerenstraat (tot de Komediestraat) alleen stapvoets worden bereden en alleen in de richting Gedangan. Voertuigen en auto’s mogen in de Heerenstraat alleen stilstaan voor in- en uitstappen. Stadhuisstraat, Bloemstraat, Zwaluwstraat, Kerkstraat en Kerkhofstraat mogen alleen van uit de Heerenstraat bereden worden.”
De Locomotief 3 December 1910
Sinterklaas. Dàt zijn de beroerde dagen hier in Indië ! Dagen, die je aanpakken en je neerkwakken, en die je zelfs niet in een roes van whiskey-soda en opgeschroefde rumoerigheid kunt maken tot een mislukt surrogaatje.
De mooie innige feestdagen aan het einde van een jaar – dagen, die je heel even doen stilstaan en misschien je-zelf zijn.
Maar hier pletst dat fèlle, hàrde zonlicht zoo dòm op alles neer, hier zit je in je witte jas tusschen witte muren met buiten die lang-aanhoudenden, eeuwige krekeldeun en die zoele stilte.
En op die dagen voel je de oude dingen van het oude land terugkomen. Het oude, innige land, dat je toch niet vergeet en niet vergeten kunt.

De Locomotief, 3 December 1910

[Semarang – Ohlenroth] 

St. Nicolaas wandeling […] Komen thans aan de beurt de winkels van de juweliersfirma’s Wolf en Ohlenroth. Eerstgenoemde firma heeft, zooals wij reeds meldden een uitvoerige catalogus ter beschikking harer clientèle gesteld, zoodat men met behulp van dezen gids zichzelf kan orienteeren. Overigens staan er in den winkel genoeg helpers om alle mogelijke inlichtingen te verschaffen. Over al het moois daar uitgestald zullen wij het thans niet meer hebben, maar wel willen wij nog even de aandacht van repatrieërende vestigen op een cadeautje dat in Holland met genoegen zal worden ontvangen. De firma heeft n.l. zeer sierlijke lepeltjes laten vervaardigen, in de holten waarvan in email stadsgezichten van Semarang gebrand zijn. Twee dezer lepeltjes met boven aan den steel leuke wajang figuren kosten in keurig étui f 20. De heer Wolf deelde ons mede dat zijn zaak gedurende deze dagen, des avonds natuurlijk verlicht wordt met een lichtsterkte van 3000, zegge drieduizend, kaarsen, waardoor het geschitter van de uitgestalde kostbaarheden natuurlijk op de meest volkomen wijze tot zijn recht komt. Maar met of zonder extra verlichting marcheert het zaakje naar wensch en vooral in deze dagen heeft de firma dubbel reden om blijmoedig te zijn want tal van cadeautjes zoekers hebben direct een cadeautje waarnaar zij zoeken zoodra zij binnentreden.
Van de firma Ohlenroth mag hetzelfde worden gezegd. Ook hier tal van keurige dingen, al staan die op een bescheidener achtergrond. Wie echter hier een keuze wil doen, wordt met liefde in een oogwenk bediend. Wij zagen daar twee zilveren schrijfgereien voor dames, neen, maar om te stelen, al geven wij beleefd in overweging dat niet te probeeren. Het grootste kost f 150 en het kleinere, als wij ons niet vergissen f 75. Veel geld zal men misschien zeggen, maar men krijgt waar voor dat geld en voor een jongmensch die zijn meisje aanbidt en zoo’n prijs betalen kan bestaat haast geen beter cadeau.

De Locomotief 6 December 1910

[Semarang 2 – Soldatenkinderen] 

Het St.-Nicolaasfeest in het Protestantsche Weeshuis.
Men schrijft ons: In ’t Prot. Weeshuis op Bodjong bevinden zich op ’t oogenblik een vijftigtal kindertjes beneden de zeven jaar.
Bij en avondfeest loopen die kleintjes eenigszins gevaar door de grooteren en door ’t publiek min of meer verdrongen te worden en besloot het weeshuisbestuur special voor de kleine pupillen den Sint hedenochtend te verzoeken den school met een bezoek te vereeren.
Tal van dames en de bestuursleden woonden het feest bij, dat uitnemend slaagde.
Sint-Nicolaas verscheen om acht uur en de kinderen zongen hem een welkomstlied toe dat echter jammerlijk in ’t water viel. De magistrale figuur van den Heilige – de heer R, – en nog meer de satanische sprongen van de ‘zwarte Piets’ maakten zulk een indruk, dat de meesten der jeugdige zangers begonnen te huilen. Een paar suikertjes droogden echter spoedig die tranen.
Uit volle borst werd nu gezongen en voerden de kinderen vrije- en ordeoefeningen uit die getuigden van stipte orde en behoorlijke voorbereiding.
Aardig die kleine snuiters te zien marcheeren met vlag en geweer in de hand.

De Locomotief, 16 Juni 1911

Advertentie 'Hotel Homann' te Bandoeng
[...] Op aanvrage wordt franco toegezonden een door het Hotel uitgegeven Gids voor Bandoeng en omstreken met teekeningen van W.O.J.Nieuwenkamp. [...]

De Locomotief, 20 Juni 1911

[Jakarta 6 – Hooggerechtshof] 

De Javabode verneemt, dat aan de Regeering voorstellen zullen worden gedaan om den zetel van het Hooggerechtshof naar Bandoeng te verplaatsen.

De Locomotief, 29 Juni 1911

[Jakarta 6 – K.W.S.] 

De KWS is een 3-jarige cursus zeevaartkunde gestart

De Locomotief, 2 Juli 1911

[Surabaya 2 – Oranje Hotel] 

Het Oranje-Hôtel te Soerabaja: Omtrent dit hôtel dat den 1en dezer feestelijk geopend is, deelt het Soer. Nbl. de volgende bijzonderheden mede.
Het hôtel bevat 80 kamers, 40 gelijkvloers en evenveel op de eerste verdieping. Elke kamer heeft een oppervlakte van 5 bij 5 meter, en een voorgalerij geeft gelegenheid, na harden arbeid eens heerlijk in de buitenlucht uit te blazen. Op deze voorgalerij bevindt zich een hanglamp met twee branders, en in de kamer treft men behalve een dergelijke lamp, nog een muurlamp aan. Het bij het Indische hôtelleven behoorende onaangename geren naar de badkamer is voorkomen, doordat elke kamer een afzonderlijke badkamer en W.C. heeft. Elke logé beschikt over een eigen telefoon, terwijl nog twee toestellen in de groote corridor zijn opgehangen. Er is waarlijk geen geld gespaard om het hôtel tot het best ingerichte van Indië te maken.
De zeer groote eetzaal bevat 31 tafels, waarbij er zijn met 2, met 4, met 6 en met 8 stoelen. Voorts is er een recreatiezaal, een salon, een leeszaal en een bureau voor het afdoen van correspondentie. Er bestaan plannen om zoo spoedig mogelijk ook nog een biljartzaal te bouwen.

De Locomotief, 4 Juli 1911

[Semarang – Sociëteitsbrug] 

Men is ijverig bezig te baggeren in de Semarangrivier van de brug bij ‘het groote huis’ tot de volgende brug. Bij en half onder de eerste plegen de schuiten volgeladen te liggen en ze hebben geen last van te laag water, verder op wordt het geleidelijk-aan een moddervaart en komt de bodem hier en daar bloot. Steeds zijn ze aan ’t baggeren, tientallen baggerbakken worden opgehaald en weggeworpen in de ijzeren aken, die ’t zand elders moeten loozen … maar ’t is een hopeloos gebagger en tot aan de brug zal men het zeker niet eens brengen. Wanneer daar meer en meer modder en vuiligheid aangeslibd is, belooft het er een vies, ongezond stukje kali te worden.

De Locomotief, 4 Juli 1911

[Jakarta 5 – Klooster] 

Gistermorgen had de opening plaats van de Koningin Emma-school, een nieuwe driejarige Hoogere Burgerschool voor meisjes, verbonden aan het groote Klooster alhier, waarbij de inspecteur van het middelbaar onderwijs en monseigneur Luypen ieder een redevoering hielden. Het feit van de oprichting werd aan Koningin Emma geseind.

De Locomotief, 24 Augustus 1911

[Jakarta 6 – Kapelmeester] 

Eduard Verkade heeft aan de directie van den schouwburg alhier de beschikking over dat gebouw gevraagd voor December en April a.s. Het is nog niet bekend hoe zijn gezelschap zal zijn samengesteld.

De Locomotief, 24 Augustus 1911

[Jakarta 6 – Hooggerechtshof] 

De heer Gritters Doublet, die eenige maanden geleden in het Bandoengsche met zijn auto een Inlandsche vrouw overreed welke aan de gevolgen daarvan overleed, is door het Hooggerechtshof tot 14 dagen gevangenisstraf veroordeeld.
De Locomotief, 7 September 1911
Tweehonderd ingezetenen van Bandoeng hebben gratie verzocht voor den heer Gritters Doublet, die door den Raad van Justitie is veroordeeld tot veertien dagen gevangenisstraf wegens het doodrijden met zijn auto van een Inlandsche vrouw, welk vonnis de vorige maand door het Hooggerechtshof is bekrachtigd. In de overwegingen van het gratie-request wordt gezegd dat de veroordeelde zich onschuldig acht in spijt van het vonnis, omdat de vrouw ziekelijk was en zelfs een minder harde schok haar zou gedood hebben.
De straftijd van de veroordeelde is gisteren ingegaan.
De Locomotief, 19 October 1911
Op het request om gratie voor den veroordeelden Gritters Doublet is afwijzend beschikt, hij zal zijn straf moeten uitzitten.

De Locomotief 24 Augustus 1911

[Semarang – Aloon-Aloon] 

Vandaag begint voor Semarang de poeasa, de aloon-aloon is vol kooplui met bloemen, speelgoed en allerlei eetwaar, de menschen, die voor koopen in aanmerking komen, zullen vanavond wel in hun mooie plunje rondwandelen. De verkoopers van vleesch en sajoer begonnen de prijzen al te verhoogen omdat er groote vraag was voor die levensmiddelen, geschikt voor slametans vóór de vasten.
In de plaatsen in de buurt, Demak, Koedoes en Pati, begint de poeasa eerst morgenavond.

De Locomotief, 24 Augustus 1911

[Semarang 2 – Residentiekantoor]  
[Surabaya 1 – Bestuur] 

De Javabode geeft de volgende categorische opsomming van de te nemen maatregelen die het gevolg zullen zijn van de aanstaande bestuursreorganisatie.
1e. Splitsing van Java en Madoera in drie gouvernementen, genaamd West-, Midden- en Oost-Java met Batavia, Semarang en Soerabaja als standplaatsen van de gouverneurs.
Behoud van de tegenwoordige residenties Soerakarta en Djokjakarta, aan welker hoofd een commissaris voor de Vorstenlanden, in stede van een resident, wordt gesteld.
In het gouvernement West-Java zullen vermoedelijk begrepen worden de tegenwoordige residentiën Bantam, Batavia, Preanger Regentschappen, Cheribon en Banjoemas.
De Residentiën Pekalongan, Semarang, Rembang, Kedoe en Madioen zullen alsdan Midden-Java en de overige gewesten: Soerabaja, Pasoeroean, Besoeki, Kediri en Madoera het gouvernement Oost-Java vormen. [...]
Elk der gouvernementen op Java zal ruim 6 millioen inwoners tellen en ook zal de omvang der bestuurstaak in de gouvernementen niet te veel uiteenloopen. De 7 gouvernementen buiten Java zijn, wat zielenaantal aangaat, veel minder belangrijk; zij tellen in totaal weinig meer inwoners dan één gouvernement op Java, daarentegen is het gebied veel omvangrijker en de bestuursuitoefening lastiger.
2e. Geleidelijke overdracht aan de gouverneurs van de thans bij de Regeering en bij de departementschefs berustende bevoegdheden in alle zaken, welke daarvoor vatbaar worden geacht, waarbij op den voorgrond zal staan dat deze delegatie van bevoegdheden zich zoo ver mogelijk zal uitstrekken (beschikking over domeingrond, dus uitgifte van grond in eigendom, opstal, erfpacht, huur enz.; verleening van vergunning tot oprichting van suikerfabrieken; regeling van landrente; heerendiensten; credietwezen; uitbreiding van de bevoegdheid tot benoeming van landsdienaren, enz.)
3e. Instelling van bureaux ten behoeve van de gouverneurs, welke echter op een geheel anderen voet zullen worden ingericht dan de tegenwoordige residentie-kantoren. Zal toch de nieuwe regeling goed werken, dan is het een onmisbare eisch, dat de aan den gouverneur toegevoegde bureaux op nagenoeg gelijke hoogte staan als de tegenwoordige departementen.
Als chef de bureau zal dan ook optreden een op de hoofdbureaux opgeleide secretaris, gekozen uit de referendarissen der departementen of uit de dien rang bekleedende ambtenaren op de bureaux der gouverneurs.
4e. Toevoeging aan de gouverneurs van een gewestelijke bestuurs-adviseur [... ]
5e. Verdeeling van de gouvernementen in afdeelingen van veel grooteren omvang dan de tegenwoordige gebiedsdeelen van dien naam, aan het hoofd waarvan ambtenaren worden geplaatst met den titel van resident. Ook aan dezen wordt een meer zelfstandiger werkkring gegeven dan de tegenwoordige assistent-residenten bezitten, en ook aan hèn zal worden terzijde gesteld een wel-ingericht bureau, aan het hoofd waarvan een ervaringrijk commies of hoofdcommies zal worden geplaatst.
Het aantal gouvernementen op Java zal in 40, dat in de Buitenbezittingen in 45 residenties worden onderverdeeld. [...]
De maandelijksche bezoldiging van de genoemde hoofdambtenaren zal bedragen: voor de

gouverneur f 1800 (behalve representatiekosten en reis en verblijfkosten)
commissaris voor de Vorstenlanden f 1600 (toelagen als voren) [...]
resident (afdeelingschef)

f 1000

met een driejaarlijksche verhooging van f 100 ’s maands
(met representatiekosten, reis- en verblijfkosten en huishuurindemniteit)

6e. toevoeging aan den residenten van een of twee ambtenaren van den algemeenen bestuursdienst, die dus benoembaar zijn tot de hoogste betrekkingen bij het bestuur, den titel dragende van assistent-resident. Deze ambtenaren vervullen ten deele de functiën thans uitgeoefend door de controleurs; zij oefenen dus het dagelijksch toezicht uit op de met de onmiddellijke leiding der bevolking belaste landsdienaren, bestaande – althans op Java en Madoera – uit Inlandsche ambtenaren.
Het aantal controleerende Europeesche ambtenaren zal, naar verwachting, aldus tot ongeveer de helft ingekrompen kunnen worden.
[...]
9e. Toevoeging aan het Inlandsche bestuur op Java en Madoera van een nieuwe categorie ambtenaar den titel voerend van adjunct regent [...]
10e. Instelling te Batavia van een opleidingsschool, welke zal dienen in de eerste plaats voor de opleiding in twee jaren van adjunct-civiele gezagshebbers van personen, die reeds bij den gewestelijken bestuursdienst werkzaam zijn en later tot civielen gezaghebber benoemd kunnen worden, alsook plaatsing kunnen vinden op de algemeene en gewestelijke bureaux. De adjunct-civiele gezaghebbers zullen een maandelijksch traktement van f 180 genieten.
Verder zal genoemde instelling dienen om jaarlijks een bepaald aantal Inlandsche bestuursambtenaren op Java en Madoera op te leiden voor de hoogere betrekkingen bij het Inlandsch bestuur. Ook deze cursus zal twee jaren duren en uit degenen die de cursus hebben doorloopen, zal jaarlijks, naar gelang van de behoefte, een zeker aantal worden benoemd tot adjunct-regent [...]

De Locomotief, 7 September 1911

[Jakarta 1 – Blom & Van der Aa] 

Advertentie
Oost-Indische Zee- & Brand-Assurantie Mij.
Bataviasche Zee- & Brand-Assurantie Mij.
Nederlandsche Lloyd.
Javasche Zee- & Brand-Assurantie Mij.
Brand-Assurantie Maatschappij Ardjoeno
Brand-Assurantie Maatschappij Veritas
Gezamenlijke kapitalen f 11.200.000.-
Sluiten voor gezamenlijke rekening verzekeringen op woonhuizen, inboedels, pakhuizen, koopmansgoederen, landbouwprodukten, gebouwen van ondernemingen, waschgoederen bij den waschman enz. enz.
Verzekering van vrachtgoederen en produkten tegen zeeschade, loopende van wal tot wal.
Verzekering van passagiers-goederen en tegen verblijf in noodhaven. Verzekering van geld- en waardezendingen door Indië en over de gehele wereld.
Verzekering van produkten van af het binnenkomen in de goedangs van de onderneming tot het afleveren in de pakhuizen van koopers in Europa of Indië tegen alle transport-, zee- en brandgevaar,
Tegen uiterst lage premiën.

De Locomotief, 14 September 1911

[Surabaya 2 – Duitschers] 

Het aantal vreemdelingen op het eiland Java beloopt bijna 10.000 van wie 2000 Japanners en 1500 Duitschers. Ondanks hun numerieke meerderheid staan de Japanners ver achter bij de Duitschers in invloed. [...]
Niet alleen is op te merken, dat bijna geheel de handel in Japansche waren in handen van Chineezen is, maar de Duitsche kooplieden bestudeeren de gewoonten van de Inlanders en voeren artikelen in, die passen in de smaak van de Inlandsche verbruikers en op die manier dreigt men de Japansche artikelen van de markt te verdringen.

De Locomotief, 5 October 1911

[Bandung – Kweekschool]

Bij het jongste toelatings-examen voor de Inlandsche kweekschool alhier waren er ongeveer 240 candidaten van welke er slechts 18 geplaatst konden worden. Dit wijst op een buitengewoon te kort aan dergelijke kweekscholen.

De Locomotief, 5 October 1911

[Semarang – Westmaas] 
[Semarang 2 – Soldatenkinderen] 

Naar wij vernemen, houdt het groote aandeel, dat het R.K. Weeshuis alhier in de toegestane groote loterij van f 500.000 zal krijgen – het aandeel bedraagt f 175.000 – verband met de noodzakelijke stichting van een nieuw gebouw en de opneming van een aantal pupillen van de op te heffen pupillenschool te Gombong.
Het Protestantsche weeshuis kreeg een aandeel van f 25.000. mede voor opneming van een gedeelte der kweekelingen van Gombong, waardoor een uitbreiding van de school van dit weeshuis noodzakelijk wordt.”

De Locomotief, 5 October 1911

[Jakarta 4 – Molenvliet West] 

Het Bat. Nbl. deelde Zaterdag j.l. mede dat de perceelen nos. 13 en 15, gelegen op Molenvliet West (Weltevreden) het eerste geoccupeerd door het hôtel Ort en het andere door den heer Buddingh waren aangekocht voor de oprichting van het departement van Gouvernementsbedrijven, dat thans gehuisvest is in het gebouw in de Laan de Riemer, toebehoorende aan den kapitein der Arabieren sech Oemar bin Joesoef Mangoes. Tevens wees het blad op de wenschelijkheid om ook het tusschen beide perceelen gelegen terrein, bebouwd met het ingehuurde landraadgebouw, aan te koopen.

De Locomotief, 6 October 1911

[Malang – Hervormde kerk]

Aangezien het geld voor de te Malang in aanbouw zijnde kerk op is, is een commissie van deskundigen benoemd om na te gaan hoeveel geld reeds aan de bouw is besteed. De kerk is nog niet onder den kap en van den 32 meter hoogen toren is nog niets zichtbaar. De werkzaamheden zijn thans gestaakt. Onder de leden van de Protestantsche gemeente te Malang heerscht voortdurend groote oneenigheid over deze quaestie.

De Locomotief, 7 October 1911

[Malang – spoorwegstation]

De 'Zwarte Dood' in het Malangsche. [...]
Ondanks de nadeelen en bezwaren daaraan verbonden moet men andere streken, die met de besmette door spoorwegen zijn verbonden, met alle kracht beschermen tegen het binnendringen van den vijand. Ontsmetting van personen en goederen is daarvoor een vereischte en te Lawang heb ik dit zelf kunnen meemaken. De reizigers van Malang komende, verlaten de spoorwagons – waarin de sterk gebleekte bankbekleeding en het door zwaveldamp zwart geworden koper reeds op herhaalde desinfectie wijzen – in een afgesloten ruimte van het station. Door een langen gang tusschen bamboe-wanden komt men in een smal hok, waar men zich ontkleedt en wasschen of baden kan met carbol of sublimaat-oplossing. De kleeren worden dan in een kist met deksel van metaalgas geborgen waarvan men den sleutel zelf bewaart. In gouvernements kleeding gestoken begeeft men zich naar de wachtkamer terwijl de bagage en kleederen in speciaal daarvoor vervaardigde ovens zorgvuldig worden ontsmet.
Alleen door grondige ontsmetting kunnen de vlooien van pestratten afkomstig worden gedood. [...]
Eenige meerdere samenwerking tusschen den dienst der spoorwegen en dien der pestbestrijding ware gewenscht, daar thans meestal de reizigers hun trein missen, waardoor ik dien avond Soerabaja niet meer kon bereiken en in Lawang moest overnachten.

De Locomotief, 9 October 1911

[Bandung – Hotel Wilhelmina]

De beide groote hôtels [Homann en Preanger] bergen steeds meer vreemdelingen en dat doorloopend, en elke week zoowat krijg ik iemand van Batavia of van elders te logeeren voor een nacht of zoo, die maar niet geprobeerd had onder dak te komen in de hôtels, omdat hij niet getelegrafeerd had en dus wel geen kamer zou bekomen. En dat is dan ook de feitelijke toestand. Ik begrijp ook heel best, dat het derde hôtel van Bandoeng, ge kent het wel, het Hôtel Wilhelmina tegenover de sociëteit aan den Braga-weg, zich thans ernstig er toe gezet heeft zich omhoog te werken tot met eere te noemen derde hôtel van Bandoeng. De zaak is in een naamlooze vennootschap ingebracht. De vorige directeur, de heer H.V. Van der Beek was oprichter van het hôtel in de dagen van tempo-doeloe, toen de planters noode kwamen afzakken naar het vervelende, saaie Bandoeng. Maar die tijd is lang voorbij. De heer Van der Beek voelde dat het hôtel te veel van hem ging vergen en nu is de zaak overgegaan op jonger en krachtiger schouders. Als directeur-mede-eigenaar is opgetreden de heer Kizitaff, die reeds rondgaat met groote plannen van uitbouw en moderniseering van het hôtel en met dit laatste nu gaat beginnen. Nieuwe lichtinstallaties, nieuwe meubileeringen – kortom Hôtel Wilhelmina wil een ernstige concurrent worden van de beide bestaande groote hôtels van Bandoeng. Kom, er is plaats voor drie en voor meer ook misschien. Niet alleen voor de vreemdelingen, maar ook voor de ingezetenen zelf zijn hôtels een toevlucht. Vele ingezetenen hebben geen woning en een klein gedeelte Bandoengers leeft als hôtelbewoners.

De Locomotief, 9 October 1911

[Surabaya 2 – Resident] 

G.G. [Idenburg] te Soerabaja: De receptie, Zaterdagavond ten residentiehuize gegeven, en waarop velen genoodigd waren, was zeer geanimeerd. Er speelden twee muziekkorpsen en er was gelegenheid tot dansen, terwijl de geheele tuin met gas geillumineerd was. Van den door de Chineezen gearrangeerden gondeltocht op de rivier achter her residentserf valt te vermelden, dat er ongeveer dertig versierde en geïllumineerde prauwen aan deel namen, waarvan één zelfs electrisch verlicht was. Op de kaden van de rivier bewoog zich een ontzaglijke volksmenigte, doch de politie zorgde overal uitstekend voor.
Het door de Chineesche gemeente aangeboden vuurwerk op het water was schitterend.

De Locomotief, 11 October 1911

[Surabaya – Lindeteves Stokvis] 

Volgens de Javabode heeft de Regeering dezer dagen toegestemd in den verkoop aan de firma Lindeteves-Stokvis te Soerabaja van een stuk grond groot 4300 M², waar thans het kantoor van den Waterstaat op staat, tegen een som van f 100.000 en waarop genoemde firma een monumentaal gebouw wil oprichten.

De Locomotief, 12 October 1911

[Surabaya 2 – Resident] 

Naar de Javabode uit goede bron verneemt, hebben de Chineezen te Soerabaja van de komst van Z.E, den G.G. gebruik gemaakt, om weer eens de quaestie der nationaliteit en der politierol te releveren. Vóór de komst van Z.E. adverteerde de Chineesche Handelsvereeniging aldaar herhaaldelijk in de Chineesche pers een aansporing, om, met de Nederlandsche, tevens de Chineesche vlag uit te steken, met de uitdrukkelijke bepaling er bij, dat de Chineesche vlag links moet hangen (in China de eereplaats) en de Nederlandsche rechts. Deze wijze van vlaggen is indertijd door de Chineesche regeering voorgeschreven, en is dan ook, getrouw aan den oproep der Chineesche handelsvereeniging, gevolgd.
Verder hebben de Chineezen weer eens uitdrukkelijk gedemonstreerd, dat zij zich rekenen onder China’s en niet onder Nederland’s nationaliteit, door aan een der gondels van de aan Z.E. aangeboden gondelserenade een paar zijden tabletten te bevestigen met de opschriften: ‘De bevriende staat (Holland) is met ons op voet van harmonie en eendracht en ons rijk (China) handhaaft vrede en overeenstemming.’
Op een anderen gondel prijkten een paar tabletten met de opschriften: ‘De hier gevestigde Chineezen verheugen zich in de verkregen vrijheden en hopen nu ook dat de politierol zal worden veranderd op liberale wijze.’
Uit al welke dingen de les te trekken is, dat de Chineezen, al organiseeren zij nog zulke mooie gondeltochten ter verwelkoming van Z.E. den Gouverneur-Generaal, daarom toch voet bij stuk blijven houden in hun opvattingen der Chineesche quaestie.

De Locomotief, 13 October 1911

[Semarang – Steen]

Van dit gebouw, thans ingericht tot weeshuis, werd de eerste steen gelegd in 1732 en toen werd het bestemd voor hospitaal. In 1828 werd het, met den geldelijken steun van de regeering onder den commissaris-generaal Du Bus de Guisignies, aangekocht door het Roomsch-Katholieke kerk- en armbestuur, toen ook het bestuur van het Weeshuis. In 1870, in Februari, zijn voor het eerst de zusters Franciscanessen, tien in getal, aangekomen, van wie thans nog twee hier zijn, zuster Aurelia en zuster Piechnella, […] Als zeer bijzonder feit staat in de annalen van het Weeshuis vermeld het bezoek van den toen waarnemenden gouverneur-generaal mr. Pieter Merkus op 14 Augustus 1842. […] In de jongensafdeeling stonden de broeders en de jongens op de overdekte speelplaats opgesteld. […] De jongenskapel blies als welkom het Wilhelmus.

ILW Semarang 2 Bodjong Wapens Batavia Nederland SemarangDe Locomotief, 13 October 1911

[Semarang 2 – De gebrandschilderde ramen] 

Bezoek GG aan NIS-gebouw:
Toen werd een rondgang door het vermaarde gebouw gemaakt, waar de Gouverneur-Generaal bijzondere aandacht had voor de gebrande ruiten van Schouten in het trappenhuis.

V.l.n.r.: Wapens van Batavia, Nederland en Semarang.

De Locomotief, 14 October 1911

[Semarang – Escompto] 

[…] zullen de kassen van de volgende Banken: Ned. Handelmij., N.-I. Escomptomij., N.-I. Handelsbank, Chartered-Bank, Hongkong-Bank, Mercantile Bank, Koloniale Bank en Spaarbank, op Woensdag 18 dezer gesloten zijn ter gelegenheid van den sterfdag van Confucius.

De Locomotief, 14 October 1911

[Surabaya 2 – Brugdekken] 

Raadsoverzicht Soerabaja. Het lid Roos stelde voor een apart bedrag uit te trekken voor de verlaging van de brug Peneleh, maar ook voor het afbreken van een wachthuis en de onteigening van een paar onaanzienlijke panden bij den afrit van den brug bij den driesprong Gemblongan-Pasarbesar-Kramatgantoeng. De voorzitter meende dat de verlaging van de brug Patok, waar veel meer ongelukken gebeuren, urgenter was, maar vond die van Peneleh toch ook noodig; het geld daarvoor kon best uit den post onvoorziene uitgaven bestreden worden.

De Locomotief, 16 October 1911

[Jakarta 7 – Inlandsche rechtsschool] 

Als bijvoegsel bij de Java’sche Courant verscheen het verslag van deze inrichting over het schooljaar 1910/1911, waaruit blijkt, dat het schooljaar begon met 6 leerlingen in de eerste klas der voorbereidende afdeeling, 9 in de tweede klas daarvan, terwijl in de rechtskundige afdeeling in de eerste klas 1 leerling zat en 6 in de tweede klas waren. Bij het eindigen van het schooljaar op 27 Mei werden bevorderd bij de voorbereidende afdeeling: van de eerste naar de tweede klasse 3, van de tweede naar de derde 9; bij de rechtskundige afdeeling van de eerste naar de tweede klasse 1, van de tweede naar de derde klasse 6. Eén leerling verliet de school.
De rest van het verslag geeft iets over den aard van het onderwijs en een staat waarin wordt meedegedeeld wat voor rangen de papa’s van de leerlingen hadden, welke praedicaten de jongelui bezaten en hoeveel schoolgeld ze betaalden. Zeker de meest belangrijke feiten, die men kon bedenken, vooral de eerste twee !

De Locomotief, 16 October 1911

[Mendut – Bezoek] 

... reeds sinds 1908 klaagt de Gewestelijke Raad van Kedoe steen en been en zelfs in een voortdurend crescendo over den slechten toestand der wegen en over de gebrekkige en onvoldoende fondsen voor onderhoud daarvan. Slijten automobilisten in gelatenheid d’r banden op den drukken verkeersweg Djokja-Magelang, die echter voor zoover het de residentie Kedoe betreft meer van een min of meer verwaarloosden karreweg dan van een kunstweg heeft.
Toch blééf de toestand ellendig tot ... het hoog bezoek [van de G.G.] kwam! Nu wordt de weg naar de Boroboedoer keurig in orde gemaakt, in een kolfbaan herschapen, vlak als een handpalm – máár ten koste van de andere wegen, ten koste van den Gewestelijken Raad, die nu als illustratie van zijn vele jerimiades den G.G. een dergelijk keurig stuk weg ziet bewonderen. Zoodat er waarschijnlijk een twijfel aan de serieusheid en noodzakelijkheid der klachten van den Gewestelijken Raad zal ontstaan.
Enfin, ik weet wel, dat de bureaucratie een dergelijke opvatting van haar taak als superlatief van plichtsgevoel beschouwt.

De Locomotief, 17 October 1911

[Malang – Hervormde kerk]

Wel, komt de berg niet bij Mozes, dan zal Mozes naar den berg gaan, dacht onze dominé en hij vroeg een audiëntie aan te Malang om ... te pleiten voor de Amboineesche kindertjes, die op de Europeesche scholen in de verdrukking komen of liever er uitgedrukt worden, daar ze nu op de Inl. scholen 1e kl. hun dorst naar kennis kunnen laven. Dan een aparte school voor deze lieve kleinen, zooals er ook al een te Magelang is geopend. Moeten die Christenzieltjes verstikken in een Mohamedaansche omgeving !, krijt de zieleherder. 't Is jammer, dat de dominé niet eerder den resident in deze quaestie gekend, gehoord en geraadpleegd heeft. Die weet slechts een paar dagen iets van het plan, doch heeft 't nog niet 'bestudeerd'. Toch heeft het voorstel groote kans een gewillig oor te vinden bij onzen Gouverneur-Generaal. Er is wel een tekort aan onderwijzers, maar dan moeten de Europeesche scholen maar wachten.

De Locomotief, 17 October 1911

[Semarang – Tillema]

[Paginagrote advertentie – Vet gedrukt zijn de, in de advertentie, met ‘chocoladeletters’ geschreven woorden.]
’t Bijzondere van ons tafelwater is niet alleen, dat het veel koolzuur bevat, maar vooral, dat het dit gas vasthoudt. Het gevolg hiervan is, dat bij het openen der flesch noch een deel van den inhoud verloren gaat, noch een knal wordt gehoord.
De meening, dat de hoedanigheid van tafelwater evenredig is aan de sterkte van den knal en de hoeveelheid water die bij het openen gestort wordt, is beslist een dwaling.
Schenkt men Hygeiawater in een glas, dan ontwijkt het koolzuur eerst in elkaar snel volgende gasbelletjes, maar na enkele seconden parelt het met de regelmaat van een uurwerk.
Hoe lang het parelen duurt, hangt af van verschillende omstandigheden, vooral van de temperatuur bij het inschenken.
Neemt men die omstandigheden zoo ongunstig mogelijk, dan duurt het toch nog op z’n kortst een uur!
’t Is dus wel edel tafelwater, het Hygeiawater!
Detailprijs voor Samarang: 6 tafelwater-vullingen f 0.70, 6 limonade-vullingen f 0.85

De Locomotief, 19 October 1911

[Bandung – Gevangenis] 
[Jakarta 3 – Gevangenis] 

De Java-bode heeft een overzicht ontleend aan het door dat blad ontvangen verslag van de hervormingen van het gevangeniswezen in de jaren 1908, 1909 en 1910. De voornaamste hervorming was die van de te-werk-stelling der gevangenen bij verschillende bedrijven in de gevangenis. [...]
Eveneens zullen te Pamekasan (Madoera) en Bandoeng centrale gevangenissen worden gebouwd. In eerstgenoemde inrichting zal de sisal-vezel worden bewerkt. Te Bandoeng zal een kleer- en schoenmakerij, ten behoeve van het departement van Oorlog, worden gevestigd. Alsdan zullen deze werkzaamheden in de dwangarbeiderskwartieren te Mlaten [Semarang] en te Jogja belangrijk worden ingekrompen en zal, zoo mogelijk, het weven als vervangende arbeid aldaar in aanmerking komen.
Te Glodok worden uitgeoefend de kuiperij, blikslagerij, vlechterij, timmerwerk, zagerij, smederij, steenklopperij en zeepfabricatie. Gedurende werd door deze strafinrichting afgeleverd aan verschillende artikelen voor een bedrag van bijna f 91.000 in 1910 voor ruim f 156.000.

De Locomotief, 19 October 1911

[Jakarta 6 – Gevangenis] 

De Java-bode heeft een overzicht ontleend aan het door dat blad ontvangen verslag van de hervormingen van het gevangeniswezen in de jaren 1908, 1909 en 1910. De voornaamste hervorming was die van de te-werk-stelling der gevangenen bij verschillende bedrijven in de gevangenis.
Het boekbinders bedrijf ten behoeve van de landsdrukkerij in het civiel en militair gevangenhuis te Weltevreden gaf ook bevredigende resultaten. De winst bedroeg de laatste drie jaren f 21.000, f 24.000 en f 21.000; het aantal ingebonden boekwerken 564.186, 791.288 en 670.228.

De Locomotief, 23 October 1911

[Bandung – Spoorwegovergang]

Cholera-voorzieningen in Bandoeng. De Pr.-bode zegt: Bandoeng neemt gaarne de allures aan van een groote stad. Is trouwens bezig het te worden. Hier en daar mankeert er nog wat aan. Een hospitaal ontbreekt; een cholerabarak zou in Java's 4e stad geen overbodige weelde mogen heeten. De nabijheid van Tjimahi met z'n militair hospitaal werkt fataal, doordat dit het tot stand komen van eigen voorzieningen in Bandoeng tegenhoudt. Zaterdagmorgen, ongeveer 7 uur, waren we getuige van het overbrengen van een lijder naar Tjimahi. De postcommies v.d.S. pas eenige maanden in Indië en wonende in een paviljoen op den Residentieweg, was door de ziekte aangetast. Bij den overweg stond een goederenwagen van de S.S. klaar, waarin de patiënt op een primitieve draagbaar geheschen werd. Z'n echtgenoote ging in den wagen mee, geneeskundig personeel was in geen velden of wegen te bespeuren, alleen een paar Inlanders, die de straat enz. begonnen te bespuiten.

De Locomotief, 23 October 1911

[Jakarta 7 – Inlandsche rechtsschool] 

Stuwkracht voor Indië. De Haagsche Nieuwe Courant schrijft onder dezen titel een beschouwing naar aanleiding van de Indische Begrooting en stelt daarbij voorop, dat van het moederland alle goeds voor de kolonie moet komen, ondanks de bezwaren, die overigens een regeeren uit de verte onvermijdelijk meebrengt. In de kolonie zelve is de Inlandsche bevolking “behoudsgezind en niet zeer energiek, de Europeesche en de Indo-Europeesche bevolking evenzoo, en de groote verschillen van rassen, inzichten en belangen zijn voorloopig nog een onoverkomelijk beletsel voor eendrachtige en vruchtbare samenwerking aan één gemeen doel.” De groote vooruitgang van Indië noemt het blad een Europeesch werk en dat moet nooit uit het oog worden verloren, waar tegenwoordig zoowel om practische als om “ethische” redenen een neiging bestaat om aan den Inlander een ruimer aandeel in de bestuurstaak te geven. De Oosterling moet nog tegen zich zelve worden beschermd. Het blad gaat dan verder:
“De Inlandsche maatschappij heeft ontegenzeglijk individuen opgeleverd, die ons bewondering of eerbied inboezemen; maar haar gemiddeld gehalte is nog bij verre niet van dien aard, dat wij daaruit posten kunnen bezetten, waarbij niet alleen kunde of bedrevenheid, maar vooral een vast karakter en een onbevangen oordeel vereischten zijn. Door uitzonderingen (uit den laatsten tijd zal men den naam Kartini wel hooren noemen) mogen wij ons te minder van den veiligen weg laten lokken, omdat de Inlander – hoe voortreffelijk zelf ook aangelegd en ontwikkeld – in Indië door de verhouding tot zijn verwanten en omgeving per se minder gemakkelijk weerstand zal kunnen bieden aan neerhalende invloeden dan de Europeesche vreemdeling, die veel vrijer staat tegenover zijn omgeving.
“Het is om deze reden dat wij, hoewel tegenstanders van rassenonderscheiding, de dringende waarschuwing uitspreken: geef het hoogere bestuur en de rechtspraak niet uit handen, wanneer ge niet alleen schoone beginselen aannemen, maar die ook handhaven wilt.”
Gelijke bezwaren zijn er volgens de N.Ct. ook tegen de opname in het bestuurscorps van Indo-Europeanen aan te voeren. De Europeesche beschaving kan nu eenmaal bezwaarlijk worden bijgebracht door bestuurders, die zelve die beschaving nooit door eigen Europeesche ervaring hebben leeren kennen en voor wie “Batavia het middenpunt der beschaafde wereld en een gegalonneerde pet het hoogtepunt van menschelijke glorie is”. Daarom is het blad voor de opheffing van de “Afdeeling B”, maar tevens voor een opleiding van de bedoelde categorie in Nederland. Die opleiding wenscht het blad ook voor de leerlingen van de tegenwoordige Inlandsche rechtsschool te Batavia en wel om dezelfde redenen.
Tenslotte schrijft de N.Ct.:
“Hadden we het tot nu toe over de soorten ambtenaren, die we niet moeten hebben, nu nog een kort woord over degenen die we wèl moeten hebben, maar niet voldoende krijgen: goede Europeesche ambtenaren voor het bestuur, de hoogere administratieve bureaux en de rechtspraak. Na het bovengezegde behoeft het geen betoog, dat van de voorziening in deze behoefte zeer veel afhangt. Immers wat baten hooge sommen voor nuttige maatregelen, wanneer de uitvoering niet in goede handen komt; wat geeft het den Inlander economisch en sociaal op te heffen en rechten toe te kennen op papier, wanneer hij niet door een in de eerste plaats onkreukbare en ijverige rechterlijke macht gehandhaafd wordt in zijn rechten?
“Nu is het bekend, dat aan ambtenaren van de evenvermelde categorieën in Indië gebrek bestaat en noch een voldoende geregelde toevoer van nieuwe krachten, noch een aan de eischen van onzen tijd beantwoordende opleiding verkregen worden. Wanneer men doordrongen is van het gewicht dezer aangelegenheid, waarvoor geen geldelijke bezwaren, loopende over hoogstens een paar honderdduizend gulden, mogen gelden bij een begrooting van over de 260 millioen, dan bestaat er wel aanleiding om met eenigen aandrang te vragen: “wanneer wordt hiervoor een voldoende maatregel getroffen?”

De Locomotief, 23 October 1911

[Semarang 2 – Politiewezen] 
[Surabaya – Politie]
 

Koloniaal verslag – Omtrent de politie wordt o.a. medegedeeld:
Op de drie hoofdplaatsen Batavia, Semarang en Soerabaja is de leiding van het politiewezen van een assistent-resident voor de politie, bijgestaan door den controleur voor de politie, overgegaan in handen van een deskundig ambtenaar, die den titel van hoofdcommissaris van politie voert, en die zijn functie onder superintendentie van den assistent-resident uitoefent. Het overige Europeesche personeel bestaat uit commissarissen van politie der eerste klasse, politie-opzieners der eerste klasse en hoofdagenten. De controleurs voor de politie vervallen – in verband waarmede de formatie der controleurs bij het binnenlandsch bestuur op Java en Madoera met 3 verminderd is – en van de tot dusver bestaan hebbende betrekkingen zijn die van waterschout, schout en onderschout verdwenen en is alleen die van politie-opziener overgebleven.

De Locomotief, 26 October 1911

[Semarang – Cultuur Maatschappij]

Naar wij vernemen, zal nu ook de Cultuurmaatschappij der Vorstenlanden een nieuw gebouw voor hare kantoren stichten.

De Locomotief, 27 October 1911

[Jakarta 2 – Steen] 
[Jakarta 7 – Tugu] 

Een vergeten plekje wordt aldus in het N.v.d.D. herdacht:
Twee à drie uur gaans beoosten Tandjong-Priok ligt de strand-desa, of liever gemeente Toegoe.
Hoewel dicht bij Batavia, zullen er velen niet eens van het bestaan, laat staan de geschiedenis dezer gemeente afweten. Eertijds een bloeiend dorpje met een steeds aangroeiend zielental, is het thans geheel in verval en de bevolking afnemende. Het ligt echter niet in onze bedoeling onze lezers een volledig relaas van Toegoe’s geschiedenis te geven; liever willen wij ons bepalen tot de mededeeling der meest bekende feiten, in verband met een piramidaal-vormigen grooten steen, met een in het Sanskriet gegrifte inscriptie, vermoedelijk afkomstig uit het lang vervlogen Hindoe-tijdperk, die eenige dagen geleden na bekomen machtiging van het bestuur op last van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen uit het dorp Toegoe naar het Museum alhier is overgebracht.[…]
Honderden jaren heeft de bovenvermelde, voor oudheidkundigen zoo gewichtige steen in het Toegoesch dorpje gelegen, totdat hij eenigen tijd geleden de aandacht trok van een der in Toegoe op bezoek zijnde leden van het Bat. Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Na heel wat geschrijf en gewrijf tusschen het departement van Onderwijs en Eeredienst eener- en den Resident van Batavia anderzijds kreeg het genootschap zijn zin en is de steen thans te zien in het Museum. Van de inscriptie zal een studie worden gemaakt en na de oplossing der hiëroglyfische raadselen zal ze worden gepubliceerd. Jammer, dat het jaartal door den tand des tijds bijna geheel is weggeknaagd.
Vermoedelijk bestond Toegoe reeds ten tijde van de allereerste vestiging der Portugeezen op Java. Oorspronkelijk maakte het toen ter tijde zeer welvarend stadje deel uit van het machtige rijk van Padjadjaran – vóór de stichting van het Jacatra’sche vorstendom. Al spoedig vestigden de Portugeezen zich in Toegoe zelf, bekeerden er de bevolking die toen nog Boeddhistisch was tot het Christendom – (immers op Midden en Oost-Jasva heerschte het groote rijk van Modjopahit nog in zijn vollen luister en was de Islam nog nergens doorgedrongen) – vermengden zich met de Toegoeneezen, zoodat langzamerhand een geheel bizonder volkje, het tegenwoordige, ontstond. Steeds onder elkaar huwende, zijn de Toegoeneezen een apart ras gebleven te midden der Maleische kust-bewoners. Ze hebben er hun eigen kerkje, een predikant, die tevens aan het hoofd staat van een door het gouvernement gesubsidieerde school. De eigenlijke gouvernements-school is onlangs wegens gebrek aan leerlingen gesloten.
Telde de bevolking ongeveer 50 jaren geleden nog twee duizend zielen, thans wonen er niet meer dan eenige honderden menschen, mannen, vrouwen en kinderen, en volgens de laatste telling is het sterftecijfer hooger dan dat der geboorten. Het laat zich dus aanzien, dat de Toegoeneezen tot uitsterven zijn gedoemd.
Wat de taal aangaat, de menschen spreken een mengelmoes van Portugeesch en Maleisch. Zoo noemen ze een heer ‘sinor’ en een dame ‘sinora’. Wij zouden hen eenvoudig niet verstaan. De middelen van bestaan zijn: de vischvangst, het verbouwen van rijst en het bereiden van varkens-dengdeng. Het is bekend, dat het in de omstreken van Toegoe wemelt van de tjellengs daar de Toegoeneezen goede schutters zijn en in ’t bezit zijn van een uitstekend recept voor de bereiding van dengdeng, is dit laatste een groote bron van inkomsten voor hen.

De Locomotief, 27 October 1911

[Semarang – Secretaris]

Wij vernemen dat de Handelsvereeniging den 3en November een ledenvergadering zal houden ter bespreking van een reorganisatie der vereeniging ten einde tot een vruchtbaarder werkwijze te komen.
Geheel onnoodig is dat niet, want dat er veel kracht van de handelsvereeniging onder de tegenwoordige organisatie uitgaat, kan moeilijk worden gezegd. Toch komen er van tijd tot tijd vraagstukken aan de orde, waarbij de belangen van den handel dichter betrokken zijn, dan uit de werkzaamheid van de Handelsvereeniging zou zijn op te maken. Denken wij eens aan hetgeen er op spoorweggebied thans gaande is in verband met den voorgenomen aanleg van een ééndaagsche verbinding Batavia-Soerabaja. De vraag, of Semarang al dan niet uit deze verbinding zal worden uitgeschakeld, is er toch een, waarbij de belangen van de handel zijn betrokken. Ook de spoorwegtoestanden in de kota, welke naar aanleiding van de uitbreidingswerken der S.C.S. de bijzondere aandacht vragen, is een quaestie, welke voor het stadsverkeer en dan ook voor den handel van eenige betekenis is. De Handelsvereeniging bleef echter tot nu een lijdzame afwachting handhaven. De bevordering verder van de verkiezing in den Gemeenteraad van meer vertegenwoordigers van den handel, dan er tot nu zitting namen, is ook een belang, waarvoor een Handelsvereeniging niet onverschillig moest blijven. Het is daarom een goed ding, dat de vereeniging zich tot zelfherziening geroepen gevoeld.

De Locomotief, 28 October 1911

[Malang – Hervormde kerk]

Het in het begin van deze maand ingestelde onderzoek inzake den kerkbouw te Malang is afgeloopen. Dinsdagavond is het uitgebrachte verslag door den kerkeraad behandeld; besloten werd de in het werk gemaakte fouten te doen herstellen en verder het afwerken met spoed en onder deskundige leiding ter hand te nemen. De fondsen zijn nogal meegevallen, worden in elk geval voldoende geacht; voorts zal er naar gestreefd worden om de kerk nog dit jaar gereed te doen komen.
Het laat zich aanzien, dat de protestantsche gemeente te Malang onder leiding van dominee Klaassen een vreedzamer tijdperk tegemoet gaat.

De Locomotief, 30 October 1911

[Jakarta 1 – Hong Kong] 

Telegraaf- en Telefoondienst: Batavia, 28 October. Hedenochtend is het nieuwe gebouw van de Hongkong-bank ingewijd. Ter hoogte van twee verdiepingen beslaat het een oppervlakte van 1000 M² en de kosten bedragen ruim een ton. Het geheel ziet er bijzonder netjes uit.

De Locomotief, 30 October 1911

[Semarang – Joana] 

Volgens mededeeling van den controleur voor de politie zal op ondervolgende dagen gelegenheid worden gegeven aan het personeel van kantoren, winkels en werkplaatsen in de stad om tegen cholera te worden ingeënt, nml. Dinsdag 31 October om 10 uur v.m. op het Paradeplein, Woensdag 1 November om 8 uur v.m. bij de draaibrug aan het Havenkanaal en om 10 uur v.m. aan den Kleinen Boom, Donderdag 2 November om 8 uur v.m. voor het gebouw van de S.J.S. Mij te Pengapon, […]

De Locomotief, 2 Januari 1917

[Jakarta 6 – Pasteur] 

De Preangerbode verneemt, dat bij een gouvernements besluit van eind December beslist werd, dat de landskoepokinrichting en het instituut-Pasteur naar Bandoeng zullen worden overgebracht.

De Locomotief, 4 Januari 1917

[Semarang – Bloemstraat] 

Een bewoner van de Bloemstraat beklaagde zich erover, dat de open leidingen gedurig verstopt raken, doordat allerlei stalafval van het hotel Jansen in deze waterafvoeren wordt gedeponeerd.
Bovendien voeren de koelies, van gemeentewerken, die aangewezen zijn voor het onderhoud dezer leidingen, niet veel meer uit dan het ophalen van enkele pisangbladeren.
Kan er niet nauwlettender op worden toegezien, dat deze heeren behoorlijk hun plicht doen en niet al te lang langs de weg lummelen? Of nog beter: kan er niet voor gezorgd worden, dat afval, welke uit den aard der zaak niet in een waterleiding thuis hoort, er ook niet in wordt geworpen?

De Locomotief, 6 Januari 1917

[Jakarta 5 – NILLMIJ] 

[Advertentie:]
NILLMIJ berekent haren verzekerden geen extra premie
voor torpedo- en mijnengevaar
op reizen naar en van Europa
met Mailboten van welke nationaliteit ook.

De Locomotief, 6 Januari 1917

[Jakarta 7 – Museum Nasional] 

Het is aardig te zien, hoe het bezoek van het museum van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en wetenschappen tegenwoordig toeneemt, schrijft de Javabode. Reeds lang bestemde de inlandsche gemeente den Zondag voor haar bezoek en elken Zondag heeft vooral de goudkamer veel bekijks. Maar ook andere dagen is er vrij wat bezoek en de Europeaan begint meer aandacht te wijden aan de werkelijk mooie en leerzame verzameling op volkenkundig gebied.
Hetzelfde mag gezegd worden van de bibliotheek, de uitgebreidste en best ingerichte, welke wij in Indië bezitten. Het deskundig beheer gaat er in alle stilte voort de verzameling boeken op velerlei gebied te ordenen en aan te vullen, waarbij de bibliothecaris te werk gaat volgens de methode, die in Nederland in de groote bibliotheken gebruikelijk is. Het bezoek aan de bibliotheek neemt toe, men kan er niet komen of er zitten menschen te werken. Ook inlanders komen er vaak boeken naslaan.
Voor 1917 zou ten behoeve van het publiek een wensch zijn te doen, dat namelijk de nieuwe zaal en de zaal boven spoedig mogen worden geopend. Wij vernamen, dat de goudverzameling en de munten, welke men tegenwoordig niet te zien krijgt, naar die bovenzaal moeten. Welnu, het lijkt ons geen reuzenwerk, daarvoor te zorgen. Het publiek begrijpt niet, waarom het niet naar boven mag en waarom het niet de beelden in de nieuwe zaal mag bewonderen.
Nu wij toch aan het wenschen zijn, zouden wij voor de vele beelden, die aan de openlucht zijn blootgesteld, een onderdak willen vragen en nu wij van dak spreken, zouden wij den dienst der B.O.W. willen vragen afdoende te zorgen, dat er geen lekken in het gebouw zijn. Water is voor oudheidkundige verzamelingen geen middel tot behoud.
En eindelijk zouden we gaarne een catalogus tegen billijken prijs willen verkrijgbaar zien gesteld. Er wordt herhaaldelijk naar gevraagd en het genot zou zooveel groter zijn, als wij zaal voor zaal konden nakijken wat er in beeld en sieraad wordt voorgesteld.
Moge 1917 spoedig de verwezenlijking van deze wenschen brengen!

De Locomotief, 6 Januari 1917

[Semarang 2 – Gas-Maatschappij] 

Begin Februari wordt een aanvang gemaakt met den bouw van de nieuwe showroom der N.I. Gasmaatschappij op Bodjong, op het erf van het perceel, thans nog bewoond door den heer Hoogvelt. Begin Juni wordt de nieuwe zaak geopend en de kantoorlokalen komen dan in de tegenwoordige woonvertrekken.

De Locomotief, 8 Januari 1917

[Semarang – Secretaris]

[WO I] Telegram: De ‘Djebres’ van de Rott. Lloyd werd wederom door de regeering gerequireerd voor het vervoer van graan. […]
De Semarangsche Handelsvereeniging en de Kamer van Koophandel te Semarang hebben heden een telegrafisch adres aan de Tweede Kamer der Staten Generaal gericht, waarin zij wijzen op de ernstige gevolgen voor den Indischen handel en voor de inlandsche bevolking, indien inderdaad de vrachttonnenmaat opnieuw zal worden verminderd, zooals de geruchten het wilden, en waarin zij zeggen, dat het bekend geworden telegram van den minister van Koloniën de ongerustheid nog niet heeft weggenomen, omdat daaruit wel blijkt, dat een geregelde verbinding zal worden onderhouden, maar niet, dat een vermindering van de scheepsruimte in de vrachtschepen zal zijn uitgesloten.

De Locomotief, 9 Januari 1917

[Bandung 2 – Departement van Oorlog] 

Vanochtend werden achter het gebouw van het departement van oorlog demonstraties gehouden met een loopgraafmachine, onder veel belangstelling van de zijde der officieren. De legercommandant, chefs van verschillende diensten en andere officieren waren aanwezig.
De machine is eigenlijk bestemd voor de suikerrietcultuur om geulen te graven, doch kan uitstekend dienst doen om loopgraven te maken. De machine van 30 paardenkracht, graaft twee meter per minuut op verschillende diepten, doch er kunnen ook grootere modellen geleverd worden.

De Locomotief, 10 Januari 1917

[Jakarta 2 – Postkantoor] 

Volgens de Javabode heeft de regeering van de Chineesche eigenaren een terrein in de benedenstad aangekocht voor het nieuwe post-, telegraaf- en telefoonkantoor te Batavia.

De Locomotief, 16 Januari 1917

[Jakarta 5 – Harmonieplein] 

De raad stelde voor f 115.000 beschikbaar te stellen voor de overkluizing van Molenvliet, Noordwijk en Rijswijk.

De Locomotief, 16 Januari 1917

De Gemeenteraad vergaderde gisterenavond voor het eerst in het gebouw op het Koningsplein-Zuid.

De Locomotief, 17 Januari 1917

[Semarang – Escompto] 

Advertentie
Bekendmaking. Ondergeteekenden maken bekend, dat hunne kassen op Dinsdag 23 Januari 1917, ter gelegenheid van het Chineesche Nieuwjaar gesloten zullen zijn.
Nederlandsche Handel-Maatschappij, Ned.-Ind. Escompto-Maatschappij, Ned.-Ind. Handelsbank, Koloniale Bank Chartered Bank of India, Australia & China, Hongkong and Shanghai Banking Corporation Mercantile Bank of India Limited Spaarbank.

De Locomotief, 18 Januari 1917

[Surabaya – Groote Kantine] 

We lezen in het Soer. Nbl.: Het is verschrikkelijk op welke wijze voornamelijk de Arabische huiseigenaren, in den laatsten tijd de huishuren opjagen, speciaal van die gebouwen welke tot nogtoe door Europeanen met kleine beurzen werden bewoond. Voor de meesten zijn die huizen thans zelfs onbereikbaar geworden, om enkele voorbeelden te noemen in de straat achter de cantine werd de huishuur van een der bewoners plotseling opgedreven van 45 tot 85 gulden. Iemand uit de Kraaiensteeg kreeg de aanzegging, dat hij over twee maanden 65 in plaats van 35 gulden huur te betalen had. Beide huisvaders met vrouw en kinderen zien tot nogtoe vergeefs rond naar een woning beneden de 50 gulden, dat het maximum is, dat zij kunnen verwonen. Een ander, die vroeger 65 gulden betaalde in kampong Pesapen, achter den Grisseeschen weg, en de bevalling van zijn vrouw afwacht, kreeg een verhooging van 65 tot 90 gulden op zijn dak, waarin hij noodgedwongen moet berusten.
Wanneer wij nu nog mededeelen, dat gewone kamponghuizen, die vroeger 20 gulden huur deden, thans voor niet minder dan 50 gulden te krijgen zijn, hoeft het geen betoog, dat de kleine Europeaan momenteel zeer moeilijke tijden beleeft.
Deze ‘arme luyden’ vragen zich af, of de gemeenteraad het voorbeeld van dergelijke colleges elders al dan niet zal volgen, en of het niet meer dan tijd wordt, dat die raad zich eens meer ernstig met het vraagstuk der huisvesting voor de kleine beurzen bemoeit dan tot nog toe het geval was.
De kleine man verwacht voor de hoogere belastingen, die over het algemeen – daar hij geen marge heeft tusschen uitgaven en inkomsten – hem zwaarder drukken, dat onze raad alles in het werk zal stellen om hem te beschermen tegen de woekerpractijken der huiseigenaren, die op den huizennood speculeeren.

De Locomotief 19 Januari 1917

[Semarang – Telefoonjuffrouwen] 

Naar wij vernemen is een aanzienlijke uitbreiding van het huidige telefoonkantoor hier ter stede noodzakelijk geworden, waartoe dan ook zal worden overgegaan. Dezer dagen wordt reeds begonnen met den bouw van een nieuwe machinekamer en het volgend jaar wordt een nieuwe vleugel aan het kantoor toegevoegd voor uitbreiding van de zgn. seinzaal, de zaal, waar de telefonische aansluitingen tot stand worden gebracht. Die bijbouw geschiedt op den linkervleugel van het fraaie aloon-aloon-gebouw, de ruimte wordt verkregen door afbraak van een der voormalige gouvernements koffie-pakhuizen. De gelden voor een en ander zijn beschikbaar. [...]
Boven, op de verdieping, is de groote zaal der schakelborden, waar de telefoonjuffrouwen (in het geheel is er sedert 1915 een 30-tal, dat in ploegen optreedt) het publiek bedienen, naarstig, tot gejaagd werkend toe, want slag op slag gloeit er een ander lampje op als teeken, dat een abonné verbinding vraagt. En zoo vlug mogelijk wordt de aansluiting tot stand gebracht, onder voortdurende controle der chef-telefonisten, die over vernuftige controle-toestellen beschikken, zoodat men er steeds gansch van overtuigd kan wezen, dat men inderdaad accuraat geholpen wordt, terwijl driftig-ongeduldigen met dóórbellen toch niets bereiken, daar de telefoniste niets anders bemerkt dan een gloeiend lampje, dat even kalm gloeit bij langdurig als bij kortstondig bellen. Een ànder gloeilampje toont daarna weer aan, dat de gehoorbuis neergelegd is.
Voor de telefonisten, die niet te lang achtereen aan het werk zijn, is een aardige rustkamer ingericht, waar haar consumpties verstrekt worden. Bij de verbouwing van het kantoor, wordt ook dit vertrek vergroot, hetgeen den dames gewis toekomt!
Behalve seinzaal en rustkamer, bevindt zich daar boven ook het vertrek voor den interlocalen dienst, waar zéér hard gewerkt wordt, en dat, gelijk boven reeds gezegd, later ook vergroot zal worden. Merkwaardig zijn hier de weersverklikkers, gelijk wij ze zullen noemen, luchtledige buisjes, waarin elk onweer of begin van onweer, waar ook op Java, electrische ontladingen veroorzaakt, waardoor men dus weten kan, of het te Bandoeng, Soerabaja, Solo of elders onweert!

De Locomotief, 20 Januari 1917

[Jakarta 4 – Reynier de Klerk] 

Volgens het Bat. Nieuwsblad wordt het hoofdbureau van het mijnwezen overgebracht naar het gebouw van het instituut Pasteur. [Jakarta 6]

De Locomotief, 20 Januari 1917

[Jakarta 6 – Middelbare] 

Volgens het Bat. Nieuwsblad heeft de inspecteur van het middelbaar onderwijs voorgesteld, de tweejarige cursus voor de zeevaart aan de Prins Hendrikschool te Batavia op te heffen wegens gebrek aan belangstelling en deze te verplaatsen naar Nederland. […] Deze cursus leidt op voor derde stuurman in de groote stoomvaart en bij de gouvernements-marine.

De Locomotief, 24 Januari 1917

[Bandung – Protestantsche Kerk]

De Pr. Bode vernam, dat reeds verscheidene inwoners van Bandoeng toegezegd hebben, zitting te willen nemen in de commissie, die met den Kerkeraad der Prot. gemeente daar zal samenwerken, ten einde in de plaats van de veel te kleine kerk een mooi, ruim gebouw te doen verrijzen voor de godsdienstoefeningen.
Het architecten-bureau Harmsen en Plagge te Semarang is reeds druk bezig met het ontwerpen der plannen voor deze kerk, die een wezenlijk monumentale zal worden!

De Locomotief, 25 Januari 1917

[Semarang 2 – De uitbreiding] 

Vroeger reeds – in midden 1916 – hebben we geschreven over den nieuwen vleugel van het hoofdkantoor der N.I.S., welke achter het tegenwoordige gebouw verrijst en ongeveer even groot wordt als het huidig gebouw. Heden, vernemen wij, is men gereed gekomen met het storten der fundamenten voor den nieuwen bouw. Men weet, dat het werk door de N.I.S. zelve in gewapend beton uitgevoerd wordt. Althans tot dusverre. Wat den bovenbouw betreft is nog geen beslissing genomen, de kans bestaat, dat dit werk aanbesteed zal worden.
In Juli ’16 werd met het grondverzet voor het nieuwe gebouw begonnen, Eind Juli was de stelvloer van gewapend beton gereed en op 10 Aug. werd met het stellen der ijzeren geraamten aangevangen. Bekisting volgde en thans is de ‘doos’ gereed, d.w.z. de fundamenten van gewapend beton zijn voltooid. Daarvoor is ongeveer 150 ton ijzer en ongeveer 1250 M³ beton (tot en met den vloer) benoodigd geweest en per dag werd 40 M³ verwerkt. De afmetingen van het werk zijn 75x22 M. De arbeid vorderde tot dusverre een half jaar ‘voorwerk’ (verplaatsing der op het terrein staande bijgebouwen, enz.) en een half jaar betonbouw en de voltooiing van het nieuwe pand zal nog wel 1 à 2 jaren duren. Tot dusverre werden er geen tegenslagen ondervonden, noch kwamen er ongevallen voor. Slechts de oorlogsduurte vormde een geduchte tegenvaller!

De Locomotief, 27 Januari 1917

[Semarang – Landgerecht]

Het is enorm hoezeer het aantal landgerecht-zaken hier ter stede toeneemt. Wij vernamen, dat in 1914: 2700 zaken afgehandeld werden, op de rol en nà 1 September, datum van instelling, voor het landgerecht. In 1915: 3700. Doch dat jaar bedroeg het totaal aantal zaken, dat de landrechter, mr. A.E. van Arkel, af te doen kreeg, met inbegrip van Demak en de door den officier van justitie naar hem verwezen gedingen, zelfs 6000. En voor 1916 kwam het aantal zaken van inlanders, naar hem door den assistent-resident verwezen, op 4700, in totaal dat jaar 6700, dus met inbegrip van de Demaksche en Europeanen-perkara’s.
Eerbiedwekkende cijfers …
Van de inlanders-zaken komen 75 pCt. voor rekening van koetsiers en karrevoerders en van die 75 pCt. betreft de overgroote meerderheid vervolgingen wegens gewonde lastdieren. Het is waarlijk bar, hoe zeer hier de paarden der grobaks afgebeuld worden, de meest voorkomende rug-wonden wijzen er op, dat inderdaad te zware lasten de oorzaak vormden.
Den laatsten tijd hebben zich natuurlijk ook reeds koetsiers te verantwoorden gehad, die niet in de voorgeschreven witte baadjes op den openbaren weg verschenen. Het waren vooral lieden van buiten de kotta, die voorkwamen, daar vergeten was …de nieuwe order ook in de rest van de afdeeling Semarang bekend te stellen! Natuurlijk heeft de landrechter met dit verzuim rekening gehouden.
Het aantal vervolgingen wegens overtreding der gemeentelijke verordeningen is den laatsten tijd (gelukkig verschijnsel!) zeer gering, alleen de stalhouders moeten nog wel voor het groene laken in het groengeluikte Heerenstraat-huis verschijnen.
En vanmorgen, maar dàt was een buitengemeentelijke zaak, kwam een troepje Europeanen voor, dat in het Kedongdjatische elkaar blauwe ogen en wat dies meer zij geslagen had…

De Locomotief, 1 Februari 1917

[Semarang 2 – Bibliotheken] 

Te Batavia was door den heer G.F. de Bruijn Kops (vergissen wij ons niet kapitein van den generalen staf) een prachtige bibliotheek bijeen gebracht.
Bij diens overlijden werd de bibliotheek aangekocht door een consortium van hoogstaande mannen, waarvan de heer J.Ph. Ermeling (generaal der genie) voorzitter en de heer W.O. Gallois (gouv. secretaris) secretaris waren.
De bibliotheek werd hervormd in een openbare leesinrichting en zij ontving den naam ‘Bataviasche Leesinrichting de Bruijn Kops’
De betrekkelijke catalogus in 1884 gedrukt bij Kolff en Co. te Batavia, bevatte 310 bladzijden druks.
Belletrie vormde slechts een zeer klein onderdeel der boekerij. Overigens bestond zij uit werken zooals men die thans zou wenschen.
Te Batavia, waar deze leesinrichting een sterke concurrentie had van de vermaarde bibliotheek van het ‘Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen’, bleek die tweede boekerij geen recht van bestaan te hebben. De regeering ontfermde zich over de oprichters en nam de geheele boekerij tegen contante betaling over.
De bibliotheek werd aan Semarang cadeau gegeven.
Zij werd geplaatst in het hoofdgebouw der H.B.S. geëtalleerd in groote fraaie kasten. Met de werkzaamheden van bibliothecaris enz. werd belast een der leeraren der H.B.S. Men ziet goedkooper kon het niet. Semarangs burgerij zoude alleen moeten opbrengen de kosten van onderhoud.
En ieder kon lezer worden en ook boeken mede naar huis nemen tegen een luttele contributie van een gulden vijftig cent per maand.
Maar het was van begin af en bleef aanhoudend sukkelen. Niettegenstaande de vele moeite, door het bestuur der leesinrichting gedaan en de flinke propaganda door opvolgende residenten persoonlijk gemaakt, het aantal contribueerende lezers bleef zóó gering, dat de onderhoudskosten bij verre na niet werden opgebracht.
Men meende dat een aanvulling met veel meer belletristische werken wellicht het aantal belangstellenden zoude doen toenemen. Maar een proef, in dezen zin genomen, gaf geen verbetering.
Zoodat men, ten einde raad, de hier opgedane ondervinding aan de regeering rapporteerde.
Deze besliste dat de boekerij als ‘openbare’ leesinrichting ‘zoude worden opgeheven’ en dat zij zou blijven bestaan als ‘Bibliotheek der H.B.S.’
Aldus gebeurde in de loop der 90er jaren.

De Locomotief, 2 Februari 1917

[Semarang – Politiekazerne] 

De dienst der B.O.W. is thans aangevangen met den ombouw van het arsenaal tot politie-kazerne. Het werk kan nog dit jaar gereedkomen, vernemen we.

De Locomotief, 2 Februari 1917

[Jakarta 4 – Zeemanshuis] 

In de Pantjaran Warta (Batavia), lezen we in de Javabode, beklaagt een inlandsch matroos van de marine zich er over, dat het Zeemanshuis op Molenvliet-West te Weltevreden niet toegankelijk is voor inlandsche matrozen zooals onlangs bleek uit een mededeeling van den beheerder, toen eenige matrozen van dien landaard deze inrichting bezochten.
De schrijver meent, dat men dat dan maar openlijk, door aankondiging aan den ingang van het gebouw moet bekend maken en vraagt of alleen Nederlanders zeelieden zijn.
Voorts merkt hij op, dat een zoodanig verschil in buitenlandsche groote havenplaatsen als Singapore, Bombay, Marseille en andere niet gemaakt wordt.

De Locomotief, 3 Februari 1917

[Jakarta 2 – Effectenbeurs] 

De afgelopen week kenmerkte zich door zeer weinig zakenlust. De exporteurs voelden, dat weder nieuwe verrassingen te verwachten waren, welke verwachting bewaarheid werd.
De orders der regeering tot het stopzetten der scheepvaart op Holland en Amerika, totdat nadere instructies zijn ingekomen, in verband met de verscherpte Duitsche blokkade ten aanzien der neutralen, deden ook de handel stilstaan.
Ook de effectenbeurs was zeer gedeprimeerd, daar kooporders ontbraken.

De Locomotief, 12 Februari 1917

[Surabaya 2 – Soos] 

Op uitnoodiging van mevrouw Campbell kwamen Vrijdagavond naar schatting een 400-tal personen in het Simpang Theater te Soerabaja bijeen, teneinde aldaar een aantal interessante films, op den oorlog betrekking hebbende, te aanschouwen, doch in hoofdzaak om gelden te offeren voor het Engelsche Roode Kruis. Er werd van alle zijden flink in de beurs getast, mede door toedoen van eenige Soerabajasche dames, die welwillend voor den verkoop van diverse consumptie-artikelen zorgden en hiervoor fancy-prijzen maakten. Ook het gebruik van vloeibare stoffen aan de bar in de foyer, waar twee Engelsche heeren met bizondere behendigheid champagne etc. verschaften, duldde op een flinken omzet.
Na de pauze liet de bekende zanger Paul Dufault eenige keurige nummers hooren. Hij werd uitbundig toegejuicht, vooral toen hij tot slot de ‘Marsaillaise’ zong. Zijn zeer gewaardeerde medewerking, alsmede die van mejuffrouw Gallois, welke jeugdige declamatrice bij het publiek een zeer dankbaar gehoor vond, droegen veel bij tot het succès van den avond.
De stemming was bizonder geanimeerd en het financieel resultaat is, dat, volgens de N. Soer. Crt. een bedrag van 12 mille naar Engeland kan worden overgemaakt.

De Locomotief, 5 Februari 1917

[Bandung 2 – Lichamelijke Opvoeding] 

De Pr. Bode schreef: Bij het begrooten van het bedrag voor het Molukkenpark zijn geen fondsen uitgetrokken voor dat deel, dat wellicht als sportterrein (tennisbanen) zal worden ingericht. Laatstbedoeld gedeelte kan ten laste van de betrokken sportvereeniging worden gebracht.
Bedoeld sportterrein beslaat rond het vierde deel van het geheele parkoppervlak.
De dir. van B.O.W. heeft van dit plan handig gebruik gemaakt om op een koopje te werken. Hij zegt:
Het Molukken-park zal als sportterrein aan de gemeente eenige inkomsten opbrengen. Daarom is het niet onbillijk, dat die eventueele opbrengst in mindering wordt gebracht van de kosten voor het jaarlijksch onderhoud aan de z.g. Archipel-wijk.
De dir. van Gem. Werken trapt dit plannetje om de gemeente te beknibbelen als volgt in elkaar:
Wat over het sportterrein in het Molukkenpark wordt opgemerkt, moet waarschijnlijk als ‘slip of the pen’ beschouwd worden. [...] Afgezien of er sprake is van eenigerlei opbrengst, is dit beginsel door de gemeente niet te aanvaarden. In de nota wordt het terrein, dat bestemd is voor sportpark in beheer gevraagd zonder eenigerlei tegemoetkoming voor de inrichting, dus aannemende, dat de inrichting van het terrein door de rendabele bestemming een tegemoetkoming van het gouvernement overbodig maakt.
Het beginsel om bovendien nog eventueele inkomsten (winst?) evenzoo ten goede van het gouvernement te doen komen wil zeggen, dat indien de gemeente b.v. een gouvernementsterrein in beheer vraagt voor pasar, de regeering dan tevens beslag zou kunnen leggen op eventueele winsten uit dat bedrijf door de gemeente te maken.
Aftrek van de inkomsten van het sportterrein (deze zullen wel nihil of onbeteekenend zijn) is in beginsel niet te aanvaarden.

De Locomotief, 5 Februari 1917

[Jakarta 2 – Dinger] 

In memoriam Jan Dinger
Een karakteristieke Indische figuur is er met den heer Dinger heengegaan. In 1879 kwam hij voor de N.I. Handelsbank uit, bij welke hij het tot agent te Soerabaja bracht. Later was hij verbonden aan de firma Tiedeman en van Kerchem, in welker dienst hij ook bemoeiing kreeg met de N.I. Escompto-maatschappij, waaraan zijn naam blijvend zal zijn verbonden. Deze bankinstelling is vooral door zijne toewijding en organisatiekracht tot de tegenwoordige hoogte gebracht. Sedert 1910 trok de heer Dinger zich uit de N.I. Escpompto-maatschappij terug en bepaalde zich tot het beheer zijner cultuurondernemingen.
Jan Dinger was meer een bekende dan een populaire figuur. Ieder had zijn commercieele begaafdheid, zijn groote werkkracht te erkennen, maar Dinger was te agressief en was dat dan op ongezouten wijze, om inderdaad populariteit te kunnen verwerven. […]

De Locomotief, 6 Februari 1917

[Bandung 2 – Lichamelijke Opvoeding] 
[Bandung 2 – Insulindepark] 

Onze gemeenteraad is de laatste dagen bizonder productief [...]
Bovenop lag een nota van den directeur van gemeentewerken betreffende de overname door de gemeente Bandoeng van de z.g. Archipelwijk (ressorteert thans nog onder het departement van oorlog). Dat betreft dus de officiersbuurt en de directeur vertelt over den toestand daarvan al heel weinig opwekkende dingen. Onder nog veel minder fraaie mededeelingen over de wegen, de verlichting, enz., heet het: het Insulinde-park is nog niet voltooid (’t lijkt er nog niet op ! – Corr.) en het Molukkenpark moet nog geheel aangelegd worden. Noodzakelijk gevolg: de gemeente verlangt een bedrag ineens voor de afwerking der wijk en een jaarlijksch bedrag voor onderhoud en herstelling c.a. Een heel nauwkeurige becijfering volgt dan en die stelt vast, dat het bedrag ineens f 79.920 moet zijn, de subsidie voor 1917 en 1918 elk f 15.250, en voor 1919 en volgende jaren f 11.650.[...]
Voor het aanleggen van het Molukken-park werd f 7.430 becijferd. Hierbij zijn geen fondsen uitgetrokken voor dat deel (¼ van het heele parkoppervlak), dat wellicht als sportterrein (tennisbanen etc.) zal worden ingericht. Laatstbedoeld gedeelte kan ten laste van de betrokken sportvereeniging worden gebracht.

De Locomotief, 8 Februari 1917

[Bandung – Fröbelschool] 
[Bandung 2 – Neutrale] 
[Bandung 2 – Schoolvereeniging] 

Goedgekeurd zijn de statuten der Bandoengsche Schoolvereeniging.
De vereeniging stelt zich ten doel het oprichten en besturen van een of meer scholen te Bandoeng voor het geven van lager onderwijs.
Het bestuur bestaat uit de heeren K.A.R. Bosscha te Malabar als voorzitter, E.W. Broekman, A. van Es, H.J. Kerbert, A.E. Reijnst, penningmeester, D.J. Rigterink, secretaris, W. van der Sluis, B. Streefland, allen wonende te Bandoeng. [...]
Bij ontstaan eener vacature wordt daarvan kennis gegeven aan het bestuur der Loge 'Sint Jan' te Bandoeng, met het verzoek daarin te voorzien.

De Locomotief, 8 Februari 1917

[Jakarta 1 – Telefoonnet]

Zoo opgewonden als Zaterdag en Zondag was Batavia nooit te voren, tijdens dezen oorlog, zelfs niet in de bange Augustusdagen van 1914, toen het oorlogsgevaar toch niets minder nabij was dan op het einde der vorige week. Het eenige, wat wij ditmaal niet hebben gehad, is een run op de toko’s, welke men had mogen verwachten, daar de onrustwekkende berichten kwamen juist in het begin van de maand, toen de meeste menschen dus nog over contanten beschikten. Toch heeft men wel een run verwacht. Zoo kreeg de firma Dunlop, zooals ik al schreef, van een harer afnemers (een toko) een bestelling op honderdtwintig kisten melk, terwijl naar ‘blikjes’ de vraag plotseling zeer sterk steeg. De winkeliers hebben hiervan geen gebruik gemaakt om de prijzen, in verband met de dringende omstandigheden, te verhoogen.
Bleef de run op de toko’s achterwege, de telefoon-kantoren Batavia, Weltevreden en Meester hebben groote moeite gehad om aan de vraag van het publiek te voldoen. Onze ‘hallo-girls’ hebben voor heete vuren gestaan!
Zelfs tijdens de middaguren, in ons ambtenarenstad zoo zeer geëerbiedigd, was er geen ogenblik van rust op de centralen.

De Locomotief, 8 Februari 1917

[Jakarta 6 – Middelbare] 

[…] de openbare hoogere burgerscholen (Koning Willem III-school te Batavia, H.B.S. te Semarang, Soerabaja en Bandoeng en de Prins-Hendrik-School te Batavia) en de openbare scholen van technisch onderwijs (Koningin Wilhelmina school te Batavia en Koningin Emmaschool te Soerabaja)
(beide scholen hebben een bouwkundigen en een werktuigkundigen cursus, de Koningin Wilhelminaschool bovendien een mijnbouwkundigen cursus.)

De Locomotief, 9 Februari 1917

[Bandung 2 – Spoorweg] 

Verslag van de Gemeenteraad. Volgt de spoorwegovergang in den verlengden Oosteindeweg, passage à niveau òf onderdoorgang. De Raad acht het laatste, kostbare werk, onnoodig. Wie zal de kosten betalen? De Raad zal de regeering verzoeken, die voor hare rekening te nemen; de helft ervan kan gevonden worden uit de regeringssubsidie voor dien weg. Voorts zal worden gevraagd of er ten opzichte van den aard der sluitboomen nog overleg zal worden gepleegd met den Raad. (Die aan Braga- en Residentieweg werken bij wijlen als guillotine).

De Locomotief, 14 Februari 1917

[Malang – Ziekenhuis] 

Telegram:
Een verbandcursus geopend. Gisteravond werd hier in het militair hospitaal, onder leiding van den majoor-dokter van Ouwenkerk een cursus in de verbandleer geopend voor Malangsche dames.
De assistent-resident Broekveldt hield een openingsrede.
Behalve hulp in oorlogstijd zullen de dames ook haar hulp kunnen verleenen aan minvermogenden.
De cursus is begonnen met 28 dames.

De Locomotief, 17 Februari 1917

[Bandung – Protestantsche Kerk]

De architecten Harmsen en Plagge te Semarang maakten gratis een ontwerp voor den bouw van een tweede protestantsche kerk [...] De kerkeraad vroeg den gemeenteraad, de kerk in het in aanbouwzijnde Insulinde-park [Taman Lalulintas] te mogen plaatsen.

De Locomotief, 17 Februari 1917

[Bandung – Post- en Telegraafkantoor]

Ook Bandoeng heeft hard een nieuw postkantoor van noode. Eerst had men gedacht, het bestaande kantoor van een verdieping te voorzien, doch men is hiervan teruggekomen. Op een zeer gunstig gelegen terrein wordt een nieuw postkantoor opgetrokken; vermoedelijk kan men daar in 1918 mee beginnen, doch mogelijk wordt het ook 1919.
Er staat zoovéél op het programma [o.a. een station voor draadlooze telegrafie ten Z.W. van Bandoeng].

De Locomotief, 17 Februari 1917

[Jakarta 6 – Hooggerechtshof] 
[Semarang 2 – Officier van Justitie] 

[Het Hooggerechtshof deed uitspraak over] een appèl van den Officier van Justitie te Semarang die voor den Europeeschen beklaagde eenzelfde straf (drie maandenvrijheidsbeneming) had geëischt als voor den Inlandschen, omdat beide zich z.i. aan eenzelfde feit hadden schuldig gemaakt. […]
Maar ‘in elk geval’, gaat het arrest dan verder zal – hoe de Semarangsche officier (èn de koloniale wetgever!) ook over algeheele gelijkheid van rechtspraak moge denken – niemand kunnen ontkennen, ‘dat in het algemeen eene vrijheidstraf veel zwaarder drukt op den Europeaan dan op den inlander, voor wien – heet het verder – zoowel uit een moreel als uit een maatschappelijk standpunt de veroordeeling en het ondergaan der straf weinig nadeelige gevolgen heeft, terwijl de Europeaan moreel meer gebukt gaat onder de straf en voor hem terugkeer in de maatschappij zoo heel veel moeilijker is.’
De proeve van psychologie, waarmee hier de hoogste rechter den inheemschen schuldige tot een zesmaal zwaarder strafmaat terugwerpt, komt ons uiterst speculatief voor. […] Overigens vinden wij dit arrest een stevigen stap terug bij hetgeen door alle wetgevende invloeden op het koloniale bestuur als gewenscht en redelijk werd aanvaard. Voor de inheemsche bevolking is het weinig bemoedigend.

De Locomotief, 21 Februari 1917

Escompto Mij keert dividend uit van 10%

De Locomotief, 21 Februari 1917

[Jakarta 6 – Berretty] 

Telegram – De heer Berretty, redacteur van de Javabode, verlaat dit blad in verband met de oprichting van een Algemeen Indisch Persbureau, waarvan de directie in zijn handen wordt gelegd.

De Locomotief, 21 Februari 1917

[Semarang 2 – Kalisari] 

Naar wij vernemen loopt het voorbereidend werk voor den aanleg van den verbindingsweg tusschen Bodjong Nieuwen Tjandiweg langs Kalisari ten einde. Het ligt in het voornemen met de N.I.S. in onderhandeling te treden voor den afstand van een deel van het erf vóór den hoofdingang van het N.I.S.-gebouw, opdat een hoek in de verkeersader Bodjong-Kalisari vermeden kan worden

De Locomotief, 26 Februari 1917

[Bandung – Staatsspoorwegen]

Naar we vernemen, heeft de Raad van Indië met vier stemmen voor en één tegen voor de overbrenging van het Staatsspoorbedrijf van Batavia naar Bandoeng gestemd. De voorstellen zijn naar Holland gezonden; worden zij ook daar goedgekeurd, dan zal de overbrenging over twee of drie jaar plaats hebben.

De Locomotief, 8 Maart 1917

[Semarang – Technische School]

Machtiging werd voorts verleend voor de oprichting van een nieuwe openbare technische school te Jogja en niet te Semarang, waarvan eerst sprake was.

De Locomotief, 10 Maart 1917

[Jakarta 5 – Paleis] 

Buitenzorg is niet altijd de residentie der landvoogden geweest. De Heeren XVII gelastten in 1613, dat de gouverneur-generaal zijn “stoel” moest houden op Amboina, het eerste land door de compagnie in Oost-Indië veroverd. Behalve op dat eiland resideerden de eerste drie gouverneurs-generaal ook op Ternate, in de vesting Oranje, waar de hoofdzetel der Indische regeering was.
Coen vestigde het “Generaal rendez-vous van de Compagnie” te Batavia en sedert dien tijd is die stad de zetel der Hooge Indische regeering gebleven.
Op het kasteel aldaar hield de gouverneur-generaal zijn verblijf. Sedert baron van Imhoff houdt de landvoogd zich meest op in zijn paleis te Buitenzorg. Het hôtel van den gouverneur-generaal is in een der wijken van Weltevreden, hetgeen echter slechts tot zijn tijdelijk verblijf dient, wanneer hij zich voor audiënties, festiviteiten of plechtigheden naar Batavia begeeft.

De Locomotief, 16 Maart 1917

[Semarang 2 – Kalisari] 

Binnenkort kan, naar wij vernemen, in den gemeenteraad verwacht worden de behandeling der plannen voor den aanleg van den verbindingsweg tusschen Bodjong en heuvels langs Kalisari. Voorts vernemen we, dat de doortrekking van de verbinding over een deel van het N.I.S.-erf, waarover we vroeger reeds schreven, zoo goed als zeker tot stand zal komen: de onderhandelingen daarover tusschen de gemeente en N.I.S. hebben een gunstig verloop.

De Locomotief, 21 Maart 1917

[Semarang 2 – Van der Ent] 

Een verdienstelijke poging van den vroegeren raadsvoorzitter, de heer van der Ent, om in samenwerking met de gemeente een goede kampongverlichting te verkrijgen, mislukte op de zuinigheid des gouvernements.

De Locomotief, 22 Maart 1917

[Semarang – Pekodjan] 

In het bericht over het bezoek van den adviseur der decentralisatie heeft men gelezen, dat de zaak der woningverbetering feitelijk vrijwel op de lange baan geschoven wordt. Maar dat de woningverbetering hier dringend noodig is, wie zal er aan twijfelen, die de toestanden kent? Hedenmorgen zagen we nog in de kampongs in de omgeving van Pekodjan in buurten, waar de pest reeds vele slachtoffers maakte, een chaos van vuil en verwaarloozing, van allerellendigste woonkrotten en legioenen ratten herbergende oeroude muf-donkere pakhuizen, alle beschrijving tartend. Aan het bevel in die pestgevaarlijke huizen verbeteringen aan te brengen, wordt voortdurend geen gevolg gegeven. Na het proces-verbaal is nu, naar we vernamen in de goedangs van Oei Tiong Bing met de voorgeschreven werkzaamheden een aanvang gemaakt.

De Locomotief, 23 Maart 1917

[Semarang – Technische School]

De Semarangsche Ambachtschool. De heer A. J. Hoogenboom verzoekt ons opname van het volgende:
[…] ‘de school is in 1892 opgericht, het lichaam werd als rechtspersoon erkend bij gouvernementsbesluit van 12 Augustus 1892 en school geopend op 15 Aug., dus reeds drie dagen daarna met 20 leerlingen. […] Ging toch het aantal leerlingen in de laatste jaren zóódanig toenemen, dat het schoolgebouw te klein werd, en wat erger is, de benoodigde leerkrachten en leermiddelen een jaarlijksche kosten veroorzaakten, die de beschikbare gelden met eenige duizenden overschreden, toch meende het bestuur der school dezen toeloop niet te mogen sluiten zonder dringende noodzakelijkheid. Wat toch was het geval? De leerlingen, die afgeleverd werden met een einddiploma, vonden allen bijna dadelijk een betrekking en voldeden in die betrekking in den regel goed, in sommige gevallen zelfs zóó goed, dat de werkgevers daaromtrent uit eigen beweging hun tevredenheid te kennen gaven. Ook de leerlingen die door sommige omstandigheden hun studie moesten afbreken, kwamen nog goed terecht en bij navraag kreeg ik van de werkgevers als regel ten antwoord: ‘Ze zijn bruikbaar, weten hun handen zelf uit te steken en doen wat hun opgedragen wordt, zóó dat men er op aan kan’. Toen nu bij de regeering gevraagd werd om de jaarlijks grooter wordende tekorten, die voorloopig uit een fonds werden aangevuld, dat voor een ander noodzakelijk doel gereserveerd was, bij te passen door verhooging der subsidie met plm. 3000 gulden ’s jaars, werd door den regeeringsadviseur daarop een zoodanig advies gegeven, dat het bestuur zich thans tot verschillende lichamen en personen heeft gewend om de instelling, die hunnerzijds reeds zooveel steun ondervond, het voortgaan op den ingeslagen weg mogelijk te maken.
En hier is het de plaats om te jubelen over de werkelijk royale opvatting dier belangstellenden. Reeds dadelijk waren verscheidenen bereid hun jaarlijksche bijdrage te verhogen.
Een dier personen, gelukkig iemand die over reusachtige bedragen beschikken kan, [Oei Tiong Ham ?] dekte zelfs met een gift het geheele tekort van het afgeloopen jaar en vele cultuurondernemingen of industriëele maatschappijen konden op de lijst der geregelde donateurs gebracht worden. Blijkbaar behooren dus die personen en lichamen niet tot degenen, die zich slechts spitsen op het raisonneeren over rasminderwaardigheid, karaktergebreken, indolentie en dergelijke liefelijkheden, die den Indischen jongen te pas of te onpas aangewreven worden.’
[…]
Berichten dat de opleiding voor bouwkunde wordt gestaakt zijn onjuist, dat zou erg zijn voor de pupillen der twee groote weeshuizen, waarvan ieder jaar een belangrijk aantal deze school bezoeken. 

De Locomotief, 24 Maart 1917 

e.v. (De Petodjo affaire).

[Jakarta 5 – Tanah Abang] 

De burgemeester stelt den aankoop voor van het land Petojo, ter oppervlakte van drie millioen vierkante meter, voor een bedrag van f 1.875.000 ter wille van de uitbreiding der Europeesche begraafplaats en voor den woningbouw voor kleine luyden.
Het geld moet worden gevonden uit de aanstaande leening van zes millioen.
De Locomotief, 28 Maart 1917
Telegram: In de pers en onder het publiek heerscht hier groote ontstemming over het besluit van de raadsmeerderheid tot aankoop van het land Petodjo voor een kleine twee millioen gulden.
De Locomotief, 29 Maart 1917
Onze Bataviasche correspondent schrijft ons.
[…] De erkend grootste grond-speculant van Batavia, de Arabier Mangoes, heeft zijn grondbezit op Petodjo, in 1908 door hem op publieke vendutie gekocht voor f 120.000 de gemeente aangeboden voor de som van 2.5 millioen. De burgemeester en de commissie voor grond- en woningzaken wilden het bod wel in overweging nemen, doch niet dan nadat de verkoopsom tot f 1.875.000 verminderd was. De bestudeering van de zaak door de commissie voor grond- en woningzaken is, volgens mededeeling in de vergadering zeer nauwkeurig geweest, doch der commissie, die de financiële zijde van het vraagstuk moest bekijken, werd slechts drie dagen tijd gegund.
Petodjo is een buurt, waar op het oogenblik zoo goed als niemand wil wonen; in verband met den ongezonden toestand daar. […] Met negen tegen zeven stemmen werd tenslotte het voorstel tot aankoop aangenomen.
De Locomotief, 3 April 1917
[Slot van het verslag van een nieuwe protestvergadering:] Laten we hopen, dat in den vervolge elke belangrijke beslissing van den raad de belangstelling van het publiek wakker roept. Ongetwijfeld zal dat het werk van den raad ten goede komen. En laten wij ook de woorden van den heer ’s Jacob goed in de ooren knoopen, dat er veel goeds tot stand gebracht kan worden, wanneer de wil en de energie daartoe aanwezig zijn. Wil en energie […] ja, daaraan ontbrak het bij onze gemeentelijke politiek maar al te zeer! Het is goed, dat ons dit door een man als ’s Jacob gezegd werd.
Moge in dat opzicht de ‘Petodjo-affaire’ een revolutie zijn geweest.
De Locomotief, 4 Mei 1917
Land Petodjo te hoog grondwater voor functie als begraafplaats
De Locomotief, 9 Juni 1917
De inlander staat geheel anders tegenover den Petodjo-aankoop dan de Europeaan. Vraagt deze laatste zich in de eerste plaats af, of hij waar krijgt voor zijn geld, onze bruine broeder redeneert: “liever vandaag dan morgen verlost van het knellende juk, ons opgelegd door den landeigenaar.”
Op Petodjo is het gewoonte, dat de landeigenaar de huur vier, vijf maanden laat oploopen, om dan plotseling het geheele bedrag op te eischen en bij wanbetaling den rechter in den arm te nemen. Het eind van het liedje is dan, dat de inlander zijn woning werd uitgezet en de landeigenaar weer gelegenheid krijgt tot het bouwen van een steenen huis, dat zoo veel waarde heeft in deze tijd.
Ware in Batavia een karachtige S.I. afdeeling gevestigd, zij zou zich in de Petodjo-affaire zeer zeker danig geroerd hebben.
Indië, geïllustreerd weekblad-1, 434
Met het oog op onteigening van het landgoed Petodjo heeft de burgemeester van Batavia voorgesteld een leening te sluiten van f 4.500.000araan ontbrak het bij onze gemeentelijke politiek maar al te zeer! Het is goed, dat ons dit door een man als ’s Jacob gezegd werd.
Moge in dat opzicht de ‘Petodjo-affaire’ een revolutie zijn geweest.

De Locomotief, 26 Maart 1917

[Bandung – Homann]

Jacoba Homann – van Hogezand (een naam, die steeds onafscheidelijk zal blijven verbonden aan het welbekende hotel Homann te Bandoeng) is op den 18den Maart 1838 te Batavia geboren en trad op 18-jarigen leeftijd in het huwelijk met wijlen den heer van Gent, kapitein der inf. van het Indische leger.
Na een vijftienjarig huwelijk, uit welk 2 zonen werden geboren, stierf kapitein van Gent te Semarang en keerde zijn echtgenoote te Batavia terug, waarop zij kort daarna naar Bandoeng vertrok, om zich aldaar metterwoon te vestigen.
De jonge weduwe met slechts een gering pensioen en bovendien nog bezwaard met de zorgen harer beide kinderen, trachtte toen naar ruimere middelen van bestaan om te zien.
't Was toen in die dagen, dat Bandoeng pas werd verkoren tot hoofdplaats der Preanger-Regentschappen. De weduwe van Gent zag toen terecht in, dat in verband daarmede op het gebied van het logement- en hotelwezen een groot arbeidsveld braak lag.
Met geringe middelen richtte zij toen eerst op bescheiden voet een commensalen-huis op, in de buurt van Katja-Katja Wetan [een deel van de Postweg]. Reeds in korten tijd mocht zij – dank haar noesten vlijt, doortastendheid de grootste tevredenheid harer gasten verwerven. Door haar energie oogstte zij geen geringe voordeelen van hare onderneming.
Het commensalenhuis moest reeds ettelijke malen eenige uitbreiding ondergaan.
Intusschen kwam zij in kennis met den heer Homann, die toen ter tijd te Padalarang [west van Cimahi] een onderneming had en zelf eenigszins gefortuneerd was. Het gevolg was, dat zij ten tweeden male in het huwelijk trad, nu met genoemden heer Homann. Deze combinatie bleek zeer goed te zijn. Man en vrouw toch waren zeer ondernemende menschen en zochten nu met vereende krachten hun fortuin in het hotelbedrijf. Er werd nu naar een grooter perceel, meer in het centrum der stad gelegen, gezocht en ook spoedig gevonden en dra verrees toen als eerste hotel van Bandoeng het Hotel Homann, dat zich onder de kundige leiding van zijn eigenaar en diens echtgenoote in den loop der jaren heeft ontwikkeld tot wat het nu is.
Intusschen stierf de heer Homann, doch met onverdroten ijver en uitstekende kennis, verkregen door jarenlange ervaringen, bleef zijn echtgenoote tot haren bijna 70-jarigen ouderdom, de zaken behoorlijk beheeren. Mevrouw Homann ging toen, nadat zij van de zaak een vennootschap had gemaakt en een voortdurend werkzaam leven achter de rug had, zich op het stille maar uiterst gezonde Lembang vestigen, alwaar zij een door haar aangekochte villa betrok. Haar verblijf te Lembang had tengevolge, dat aldaar het tegenwoordige Hotel 'Montagne' tot stand kwam, thans beheerd door haar zoon, den heer C.N.J. van Gent, tevens eigenaar.
Het leven van mevr. Homann typeert zich door het veelvuldige reizen en wel in de eerste plaats in het belang van de zaak, n.l. om meer kennis op te doen in zake het buitenlandsche hotelwezen en in de tweede plaats voor de recreatie, die zij voor zichzelf noodig achtte.
Ook zelfs op vrij hoogen leeftijd, toog zij, zoo kras als zij was, nog ettelijke malen naar Europa.
Helaas de reis, die zij in het begin van vorig jaar ondernam, ondanks veler waarschuwingen in verband met de benarde tijdsomstandigheden [Eerste Wereldoorlog] en met haren hoogen ouderdom zelve, blijkt nu haar laatste reis te zijn; zoals gezegd, overleed zij aan boord van de Wilis, terwijl nadere bijzonderheden over haren dood nog niet zijn ontvangen.

De Locomotief, 26 Maart 1917a

[Semarang – Indische Lloyd] 

Indische Lloyd – Algemeene Verzekering Maatschappij.
In de ‘Jav. Crt.’ Zijn de statuten gepubliceerd van bovenstaande naamlooze vennootschap, waarvan wij ’t volgende memoreeren:
De vennootschap is gevestigd te Semarang en kan elders bijkantoren of agentschappen oprichten.
De vennootschap, bereids aangevangen op den eersten September 1916, is aangegaan voor35 achtereenvolgende jaren en eindigt 31 Augustus 1950.
Uiterlijk in de maand December 1950 zal in een algemeene vergadering van aandeelhouders worden beslist omtrent de al dan niet verlenging der vennootschap.
Het doel der vennootschap is om overal, waar zij gevestigd of vertegenwoordigd is of zal zijn, alleen dan wel in combinatie met anderen overeenkomsten van verzekering en herverzekering aan te gaan:
1e Tegen alle gevaren op alle zeeën, rivieren en kanalen en op allerlei waren en belangen.
2e Tegen transportgevaar te land.
3e Tegen brand- en ontploffingsschade en alle gevolgen daarvan op allerlei waren en belangen.
4e Tegen alle schade ontstaan door stilstand van bedrijf als gevolg van brand.
5e Tegen diefstal, alsmede tegen schade door binnen- of buitenbraak, ook als die niet met diefstal is gepaard gegaan.
6e Tegen beschadiging van en door automobielen en motorfietsen (brand, explosie, zelfontbranding, ongevallen, wettelijke aansprakelijkheid jegens derden, persoonlijke ongevallen van den chauffeur en berijder).
7e Tegen breukschade van glasruiten van woon- en winkelhuizen.
Het kapitaal der maatschappij bedraagt f 5.000.000, verdeeld in 2000 aandelen, elk van f 2500.
Van die aandeelen [zijn van de eerste 400] genomen door [o.a.]:
de Bankvereeniging Oei Tiong Ham 40, Christiaan Hendrik van Dorp 40, Oei Tjoe 40, Cornelis Horsman 40, Comparant van Doornewaard 20, Goei Ing Hong 20, The Toeang Ing 20, Tan Siok Poo 20, Tjoen Hway The 20 […]

De Locomotief, 27 Maart 1917

[Semarang – Locomotief]

Naar aanleiding van het doodsbericht van den oud-hoofdredacteur van de Loc., C.E. van Kesteren, bracht ‘Mataram’ o.m. het volgende in herinnering: In z’n tijd stond de heer van Kesteren, als journalist, verbazend hoog aangeschreven en hij was het, die de vrij nietige Semarangsche Courant herdoopte in De Loc., toen de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij de eerste spade in de grond zou steken voor den aanleg van de lijn Semarang – Solo – Jogja.
Bij wijze van reclame, niet voor het dagblad De Loc., maar voor de N.I.S., ging er gedurende weken een locomotief van bamboe met gekleurd papier beplakt en voortbewogen door Javanen, die er in liepen, langs den Bodjongschen weg en toen had iedereen zijn mond vol over die locomotief. Daar toen juist het dagblad De Loc. was verschenen, werd er ‘en passant’ zoo’n dagblad op die reclame-locomotief gehecht.
Als bizonderheid zij ook nog vermeld, dat de heer van Kesteren de eerste redacteur in Indië was, die er een zit-redacteur op na hield. Toen de Justitie dàt merkte, maakte men het den heer van Kesteren lang zoo lastig niet meer, alhoewel zijn pen even scherp bleef.
In april 1873 verscheen in ‘De Loc.’ een heftig artikel tegen den gouverneur generaal Loudon, over diens beleid. De Loc. noemde het wanbeleid, inzake de Atjeh-expeditie. Algemeen dacht men toen, dat de drukkerij van ‘De Loc.’ (de firma de Groot, Kolff & Co) gesloten zou worden, doch de regeering bepaalde er zich toe om den schrijver van dat stuk, mr. Winckel, uit Indië te verbannen.

De Locomotief, 27 Maart 1917a

[Semarang – Technische School]

De burgemeester stelt den raad voor hem te machtigen met de regeering in overleg te treden omtrent een hervorming over de Semarangsche Ambachtsschool in dezen geest:
De Semarangsche Ambachtsschool blijft zich wijden aan de opleiding zoowel van bouwkundigen als van werktuigkundigen. Zij zal haar leerplan zoodanig inrichten en zich onderwerpen aan zoodanig toezicht, dat gelijkstelling kan worden verkregen, voor wat betreft de rechten aan het door haar uit te reiken einddiploma te ontleenen met de gouvernements Technische scholen. Teneinde dit te kunnen bereiken, zal het noodig zijn een nieuwe school te stichten op ruimer grondslag dan de bestaande.
De verhoogde kosten, welke een gevolg zullen zijn van de uitvoering van dit plan, zullen in hoofdzaak gedragen moeten worden door het land en de gemeente, als volgt:
50 pCt. der kosten wordt door het Land gedragen, 25 pCt. der kosten door de gemeente, terwijl het overige uit andere bronnen zal moeten worden gevonden.
Het bestuur der Ambachtsschool is met deze plannen accoord gegaan.

De Locomotief, 28 Maart 1917

[Jakarta 1 – Chartered Bank Building] 

De Bataviasche correspondent van het Soer. Hbl. vernam, dat de firma Maclaine Watson telegrafisch bericht heeft gekregen geen zgn. througtickets meer voor dames naar Hongkong, Engeland of Nederland te boeken, daar voor vrouwen en kinderen geen passen meer worden afgegeven voor de overvaart over den Atlantischen Oceaan.
Dit geldt niet alleen voor Engelsche, doch ook voor neutrale vrouwelijke passagiers.
Het is onmogelijk met zekerheid te zeggen, welken invloed dat zal hebben op de overvaart van echtgenooten van Indische ambtenaren. Misschien dat de Holland-Amerika-lijn dezen met toestemming van de Amerikaansche autoriteiten toch vervoert, maar het blijft zeer waarschijnlijk, dat de overvaart bezwaren zal opleveren.

De Locomotief, 3 April 1917

[Semarang – Secretaris] 

Er is tot heden nog geen vast vergaderlokaal verkregen [voor de Gereformeerde Gemeente]. ’t Is een kegelen van den eenen naar den anderen hoek, althans sinds October 1916 werd door hoogergenoemden kring Zondags vergaderd eerst in de Fröbelschool te Bodjong, daarna ten huize van den heer Bruyn, ex-heilofficier, Oosterwalstraat; toen in een der lokalen van de Handelsvereeniging, Westerwalstraat, en dezer dagen in de School met den Bijbel, Karrenweg.

De Locomotief, 4 April 1917

[Jakarta 5 – Klooster] 
[Jakarta 6 – Prinses Julianaschool]
 
[Jakarta 7 – CAS] 
[Surabaya 2 – Meisjes] 

Er bestaan thans op Java 4 particuliere hoogere burgerscholen voor meisjes, waarvan 3 te Batavia, n.l. de Prinses-Julianaschool van het gesticht der zusters Ursulinen te Weltevreden; de Koningin-Emmaschool van het gesticht der zusters Ursulinen te Noordwijk en de H.B.S. voor meisjes aan het Koningsplein en voorts 1 te Soerabaja van de Vereeniging De Meisjesschool.
Al deze inrichtingen ontvangen een subsidie van gouvernementswege, waarvan het bedrag echter, althans voor alle, niet toereikend is om het bestaan dezer nuttige scholen te verzekeren. Om die reden bestaat het plan, die subsidie te verhoogen,

De Locomotief, 7 April 1917

[Bandung – Aloon-aloon]

De Pr. Bode hoorde dat er een ontwerp in voorbereiding is om te Bandoeng speciale maatregelen in het belang der openbare zedelijkheid te nemen.
Indien men er daardoor in slagen kan de schaamtelooze en stuitende avondmarkt op de aloon-aloon en in de omgeving, waar het tegenwoordig krioelt van opdringerige vrouwen, te verdrijven, dan is een goed werk gedaan.

De Locomotief, 7 April 1917

[Semarang 2 – Trammaatschappijen] 

In verband met de gelijkstelling van inlanders en Europeanen bij de N.I.S., wordt ons er op gewezen, dat reeds een paar jaar bij de vier tramwegmaatschappijen met goed gevolg hetzelfde systeem gevolgd wordt. Zoo is onlangs een inlander tot klerk 1e klasse bevorderd.
In studie is op ‘t oogenblik bij de tramwegmijen de regeling der pensioenkwestie voor de inlanders, wellicht gaat de directie voor het eigen personeel een burgerlijken stand aanleggen.

De Locomotief, 12 April 1917

[Surabaya – Gevangenis] 

De gevangenis-werkplaatsen te Soerabaja, welke tot heden met winst gewerkt hebben, boekten in de afgeloopen maand een verlies van f 2000. Daar de salarissen van het gevangenis-personeel verre van schitterend zijn en dat personeel een zeker percentage van de winst als toeslag op zijn tractement werd toegekend, heerscht nu groote ontevredenheid wegens het derven van deze inkomsten, zegt de N. Soer. Crt.
Het verlies is een gevolg van het stijgen der prijzen van de grondstoffen met meer dan 100 procent.
De meeste bestellingen werden uitgevoerd voor het gouvernement. Zoo worden bij voorbeeld een groot aantal schoolbanken aangemaakt, waarvoor veel hout benoodigd is. Al dit hout wordt van particuliere houthandelaren tegen zeer hooge prijzen gekocht, terwijl het hout afkomstig is van de gouvernements-djatie-bosschen.
Indien het gouvernement genoeg hout reserveerde voor de verschillende gouvernements-ateliers, zou er niet zulk een groot verlies geleden zijn, terwijl de kostprijs der schoolbanken en andere houtwerken op veel minder zou te staan komen.

De Locomotief, 13 April 1917

[Malang – Palace Hotel]

Te Malang heeft zich heeft zich dezer dagen volgens het Soer. Nieuwsblad een drama afgespeeld, waarin de hoofdrollen vervuld werden door den plaatselijk militairen commandant aldaar en een kok van het Palace-hotel te genoemder plaats. De kok hield nogal van een stevigen dronk, die hij op den bewusten morgen nuttigde in het gezelschap van een gegradueerd militair. De overste zag het tweetal gezellig bij elkaar zitten en ook dat de kok 'm nogal lustte, wat volgens de ijzervreter een nadeligen invloed moest uitoefenen op den onderofficier. Het verantwoordelijkheidsgevoel kwam bij den superieur boven en zoo geschiedde het, dat de onderofficier, tot zijn groote verbazing, last kreeg om onmiddellijk het gezelschap van den kok te vermijden.
De kok, die al verre boven zijn theewater was, vond het allesbehalve leuk, dat de overste hem zoo ineens beroofde van een goede sobat en dies besloot hij zich te wreken. Hij stevende zoo goed en zoo kwaad als het ging naar de woning van den plaatselijk militair commandant, drong de voorgalerij binnen, trapte de deur in en bedreef nog meerdere ongerechtigheden. De overste deed wat hij kon om de man met zoete woordjes te overreden hem en zijn huisgenooten met rust te laten. De kok was echter te ver heen dan dat hij voor de vermanende woorden van den overste vatbaar was en ging door met razen en tieren. De overste greep toen, ten einde raad, maar zijn revolver die hij, niet op zijn onwelkomen bezoeker, doch tot vier maal achtereen, in de lucht afschoot tengevolge waarvan heel Malang in minder dan geen tijd in rep en roer was.
De kok bleek intusschen heilig respect te hebben voor het vuurwapen van de overste en maakte zich zoo vlug hem dit mogelijk was, uit de voeten. Dit verhinderde echter niet, dat hij een poosje later toch bij zijn kraag werd gepakt en ter beschikking werd gesteld van den officier van justitie alhier.
Zoo eindigde dit Malangsche drama op een voor den fuiflustigen kok minder aangename manier.

De Locomotief, 13 April 1917

[Semarang 2 – Burgerschool] 

Voor het toelatingsexamen H.B.S. hebben zich 255 candidaten aangemeld, onder wie 100 meisjes; onder die 255 candidaten zijn 19 Javanen en 38 Chineezen.

De Locomotief, 3 Mei 1917

[Bandung – ABC]

De 'Pertimbangan'. Dit te Bandoeng verschijnende blad, deelt in zijn nummer van 28 April mede, dat het A B C syndicaat (Arabieren Boemipoetra Chineezen – syndicaat) besloten heeft zijn kantoor van de Pertimbangan naar Batavia te verplaatsen, waardoor de uitgifte gedurende de maand Mei gestaakt zal worden.

De Locomotief, 3 Mei 1917

[Semarang – Koepelkerk]

Zondag 13 Mei a.s. zal in de Protestantsche kerk alhier een kerkconcert gegeven worden ten bate van het orgelfonds door mevrouw Engelhart, sopraan-zangeres, mr. Jongejan piano, G. Seelig cello, Smabers viool, P.J. v.d. Bilt bariton, A. v.d. Bilt tenor en H. Seelig orgel. Op het programma komen o.m. voor een trio van L. v. Beethoven, twee Bachliederen voor sopraan, een duet, Avé Maria van Beltjens. Bij mevrouw Brink zijn kaarten voor dit concert verkrijgbaar.

De Locomotief, 7 Mei 1917

[Semarang – Politiekazerne] 

De heer A. Hoorweg, de ambtenaar voor de reorganisatie der algemeene politie, heeft Semarang reeds weer verlaten.
De heer Hoorweg heeft hier te stede o.m. de in aanbouw zijnde politie-kazerne (het oude arsenaal) bezocht. Deze kazerne kan onmogelijk voor Februari, Maart 1918 gereed komen, mede als gevolg van de instorting, welke daar onlangs plaats had. En de kosten worden van dien aard, dat men o.i. heel wat beter had gedaan een gansch nieuwe kazerne te bouwen.

De Locomotief, 7 Mei 1917

[Semarang 2 – Doewet] 

Reeds meermalen is in ons blad de klacht geuit, dat des avonds de verkeersagenten niet te onderscheiden zijn. Thans zal, naar wij vernemen, op het donkere kruispunt Bodjong-Doewet des avonds – voorloopig bij wijze van proef – een agent geposteerd worden, voorzien van ’n stok, waaraan een electrische lamp hangt. Men ziet dan den verkeersregelaar en kan aan zijn aanwijzingen gevolg geven.

De Locomotief, 7 Mei 1917a

[Semarang 2 – Autohandel] 

Wij vernemen, dat van politiewege binnenkort een boekje met verkeerswenken zal worden uitgegeven, waarin aangegeven staat hoe men wèl en hoe men niet moet rijden, enz. In Europa zijn dergelijke gidsjes welbekend, ook hier kunnen ze zeker veel nut stichten.

De Locomotief, 11 Mei 1917

[Jakarta 5 – Pasar-Baroe-School] 

Onze Bataviasche correspondent schrijft ons:
Het toedienen van rotanslagen is een ongeoorloofd middel bij de toepassing van het tuchtrecht van den onderwijzer voor de school. Men kan twisten over het al dan niet wenselijk van het recht voor den onderwijzer om al te recalcitrante leerlingen middels een oorvijg “tot de orde” te roepen; het toedienen van rotanslagen op dat deel van het lichaam, waar de rug een andere vorm aanneemt, is een blijft een ongeoorloofd tuchtmiddel. Op de bijbelschool in Gang Pasar Baroe nu heeft een onderwijzer gemeend een jongen van elf jaar ter moeten straffen door hem op de bank te leggen, zijn broek glad te strijken en hem tien harde rotanslagen toe te dienen.
De slagen moeten nogal zijn aangekomen; naar mijn mij vertelt, is het kind onder behandeling van een dokter, die den ouders den raad gaf een klacht in te dienen bij den inspecteur.
Het hoofd der school, de heer de Groot, voor wien het geval niet bijster aangenaam is, heeft nog getracht de ouders te bewegen den inspecteur er buiten te houden, maar – vergeefs!
Voor den betrokken onderwijzer kan het zaakje wel eens zeer onwelkome gevolgen met zich dragen.

De Locomotief, 11 Mei 1917

[Jakarta 7 – CAS] 

Met den nieuwen cursus zal aan de H.B.S. voor meisjes, Batavia, Koningsplein – naar wij in Het M.O. in Ned. Ind. lezen – een vervolgcursus worden verbonden voor jongedames, die na afgelegd eindexamen van een driejarigen cursus nog verder willen studeeren en voor haar, die zonder een bepaald diploma te bezitten, naar ’t oordeel van de directrice en van de leeraressen voldoende ontwikkeling bezitten om de lessen te volgen. De bedoeling is aan die meisjes het zelfde onderwijs te geven in de literatuur van ’t Nederlandsch en de moderne talen, die aan de beide hoogste klassen eener meisjes-H.B.S. met vijfjarigen cursus worden gegeven, terwijl ook de vakken geschiedenis en kunstgeschiedenis zullen worden gedoceerd.
Dit meer ontwikkelend onderwijs zal worden gegeven door alleszins bevoegde leeraressen; in een der lokalen van de H.B.S. dat tot een gezellig vertrek zal worden ingericht, waardoor het onderwijs zijn schoolsch karakter verliest en meer dan indruk maakt van college-onderwijs.
Deze literatuurklasse zal worden gehouden 4 dagen in de week des morgens van 9 tot 12½ uur, voorloopig op Dinsdag tot en met Vrijdag.

De Locomotief, 15 Mei 1917

[Jakarta 1 – Tiedeman & Van Kerchem] 

De besturen van de Koloniale Zee- en Brandassurantiemij., van de Tweede Koloniale Zee- en Brandassurantiemij., van de Brandassurantiemij. de Oosterling en van de Brandassurantiemij. Insulinde zullen in de op 30 dezer te houden algemeene vergadering van aandeelhouders voorstellen over 1916 respectievelijk 13, 10, 14.2 en 25 pct. dividend uit te keeren.

De Locomotief, 17 Mei 1917

[Semarang – Locomotief]

De redactie van De Locomotief is van 8 uur v.m. tot 5½ uur n.m. op haar bureau aan de Hoogendorpstroomstraat Semarang, telefoon 88, te bereiken. Behalve voor dringende gevallen, schelle men de redactie niet op van 12 uur tot 2 uur n.m.

De Locomotief, 18 Mei 1917

[Surabaya – Pröttel] 

Darmo Kondo schrijft, dat door toko Pröttel te Soerabaia onder vrienden en bekenden portretten worden verspreid van den sultan van Turkije en de Duitsche en Oostenrijksche keizers.
Enkele inlandsche kennissen van den heer Pröttel te Solo, die eveneens de portretten hadden ontvangen, zagen deze evenwel weer door de politie op last van hoogerhand in beslag genomen.

De Locomotief 18 Mei 1917

[Jakarta 5 – KPM] 

In weinig landen wordt zooveel verhuisd van de eene plaats naar de andere als in Nederlandsch-Indië, een gevolg van de voortdurende overplaatsingen. Het is regel – vooral bij gouvernements-dienaren – dat een familie slechts enkele jaren op dezelfde plaats blijft. Betreft de overplaatsing een van de Buitenbezittingen naar Java, dan wordt als regel vóór vertrek vendutie gehouden, aangezien deze in de Buitenbezittingen gewoonlijk goed geld opbrengt. Ingeval van overplaatsing van Java naar de buitenbezittingen daarentegen, wordt in de meeste gevallen de geheele inboedel mede genomen. De inboedel wordt dan echter niet behoorlijk verpakt, zooals zulks in Europa gebruikelijk is, doch hoogstens worden de grootere stukken met kadjangmatten omwonden. […]
Daarom wil de K.P.M. het publiek tegemoet komen door het tegen zelfkosten beschikbaar stellen van speciaal voor dit doel voor rekening der K.P.M. aangebouwde verhuiswagen. […]
Deze verhuiswagen is zoodanig geconstrueerd, dat de wagen voor de woning van den overgeplaatste kan worden beladen, per spoor tot langszijde van het stoomschip der K.P.M. kan worden gebracht, aan boord gehieuwd en op de bestemmingsplaats weer op een platten wagen der S.S. dan wel op zijn eigen wielen kan worden geplaatst.[…]
De wagen is lang 4 M., breed 2 M. en hoog 2M., zoodat hij ruimte biedt voor ca. 18 M³ verhuisboedel. Hij is gegarneerd met jutte gevuld met cocosvezel, terwijl achter de balken – zoodat het meubilair daardoor niet kan worden beschadigd – overal ijzeren ringen zijn aangebracht voor het vastsjorren. […]
De wagen is gebouwd door de Rijtuig en Auto Carrosserie L.J. Voaden, Sawah Besar; de energieke eigenaar dezer onderneming heeft eer van zijn werk.
De verhuiswagen dient te worden aangevraagd bij het hoofdkantoor der Koninklijke Paketvaart Maatschappij, Sluisbrug, Weltevreden.

De Locomotief, 21 Mei 1917

[Bandung – Insulinde]

De eerste steenlegging voor het kantoorgebouw van de naamlooze vennootschap Oliefabrieken Insulinde had gisterochtend aan den Bragaweg plaats.
Het gebouw zal f 86.000 kosten en in Januari van het volgend jaar gereed moeten zijn.

De Locomotief, 23 Mei 1917

[Jakarta 6 – Muloschool] 

De volgende kennisgeving werd vanwege het departement van Onderwijs en Eeredienst aan de ouders en verzorgers van de leerlingen der openbare Europeesche lagere, Hollandsch-Chineesche en Muloscholen verzonden:
Tengevolge van de onderbreking van het scheepvaartverkeer met Nederland is aanvulling van den gouvernements voorraad van leermiddelen voor de openbare scholen onmogelijk geworden.
Ten einde voor het volgend schooljaar het onderwijs ongestoord te kunnen doen voortgaan, is derhalve een noodmaatregel noodig, hierin bestaande, dat door de scholen de beschikking worde verkregen over de leermiddelen, welke de leerlingen thans bezitten, zonder die voor zichzelf nog verder noodig te hebben.
Alleen indien de ouders en verzorgers hun volle medewerking verleenen om alle leermiddelen, die het hoofd der school voor het volgend leerjaar noodig blijkt te hebben, aan hem af te staan, zal het onderwijs van den toestand zoo min mogelijk nadeel ondervinden.
De schoolhoofden zijn gemachtigd om die artikelen tegen den vollen catalogusprijs over te nemen.
Wel is waar zullen de leerlingen in het volgend leerjaar grootendeels zich moeten behelpen met reeds gebruikte boeken en zullen slechts enkelen uitsluitend of voor het meerendeel nieuwe boeken ontvangen, maar een andere regeling is onder de bestaande omstandigheden niet mogelijk.
Zoowel de nieuwe als de gebruikte boeken zullen voor het schooljaar 1917-1918 voorshands niet in eigendom, maar slechts in bruikleen worden afgestaan. Daar staat tegenover, dat de anders verschuldigde vergoeding voor leermiddelen voor dat schooljaar met de helft wordt verminderd.
Op de ouders en verzorgers van leerlingen der openbare scholen wordt een krachtig beroep gedaan om, ook al mochten hun eigen kinderen daarbij niet meer rechtstreeks gebaat zijn, in het belang van de schooljeugd in het algemeen mede te werken om deze noodmaatregel te doen slagen.

De Locomotief, 29 Mei 1917

[Surabaya – Bestuur] 

In kringen van het binnenlandsch bestuur wordt nog dit jaar de instelling verwacht van een gouvernement Oost-Java met Soerabaia als hoofdzetel.
Deze verwachting is gebaseerd op de voor die instelling gunstige constellatie, daar … […] Hiermede komen alle residentszetels in Oost-Java te vaceeren. Daarmede wordt in verband gebracht het uitblijven der mutaties, waardoor de omstandigheden gunstiger worden voor de instelling van een gouvernement in Oost-Java dan in West-Java, welke verondersteld werd vooraf te zullen gaan.
De ontwikkeling van den toestand wordt natuurlijk met spanning verbeid.

De Locomotief, 30 Mei 1917

[Bandung 2 – Krijgsgevangenen] 

Telegram uit Bandoeng: Met den aanleg der electrische geleiding voor het kampement van het vijftiende bataljon alhier werd een aanvang gemaakt. Eind Juni zal deze aanleg gereed zijn.

De Locomotief, 31 Mei 1917

[Bandung 2 – H.B.S.] 

De nieuwe cursus van de Bandoengsche Hoogere Burgerschool vangt met 2 Juli aan, waarvoor zich 270 leerlingen hebben aangemeld.
Het nieuwe gebouw kon niet eerder klaar zijn.

De Locomotief, 11 Juni 1917

[Semarang – Mac Neill]

Naar men ons uit Batavia bericht en naar wij hier uit handelskringen bevestigd kregen, werd door de fa. Mac Neill en Co, en dan waarschijnlijk voor rekening der Engelsche regeering, thans een belangrijk kwantum suiker ingekocht tot prijzen tusschen de f 11 en f 12. Op meerdere belangrijk grootere kwantums werden door dezelfde firma biedingen uitgebracht, doch verkoopers bleken weigerachtig tot dien prijs meer af te geven. Schepen uit Singapore zullen waarschijnlijk de suiker komen weghalen.
Het persagentschap seint ons uit Cheribon, dat door de crisis in de suikerprijzen, daar ter plaatse onder de Chineeschen groothandel verscheidene slachtoffers verwacht worden. De verliezen bedragen vele millioenen.
De algemene depressie is duidelijk merkbaar.
De Locomotief, 16 Juni 1917
De firma Mac Neill en Co. kocht weder 1.000.000 picols suiker tegen den prijs van f 11, hetgeen in suikerkringen de overtuiging wekt, dat zeer spoedig afscheepgelegenheid voor dit product zal komen.

De Locomotief, 12 Juni 1917

[Semarang 2 – Aniem] 

Op het ogenblik vertoeft alhier de controleur van de Aniem uit Bandoeng, de heer H. Krüsemann, om te controleren of de bepalingen bij het aangaan van een contract met genoemde maatschappij niet worden overtreden en de uitkomsten zijn verrassend. Uit de contrôle is gebleken, dat voor een kapitaal aan electriciteit van de Aniem wordt gestolen. Europeanen, inlanders en Vreemde Oosterlingen passen op de meest brutale wijze trucs toe om de maatschappij te bestelen.
De heer Krüsemann heeft woningen ontdekt, welke door de bewoners op eigen gelegenheid waren aangesloten met de hoofdleiding, terwijl in weer anderen met behulp van haarspelden of ijzerdraad omschakelaars waren verbonden om zoodoende dubbel licht te hebben. Ook tallooze lampen zijn in beslag genomen, die niet van de voorgeschreven lichtsterkte waren.
Het was dus hoognoodig, dat de maatschappij hier eens een strenge côntrole heeft laten uitoefenen. Deze pleit echter niet voor de eerlijkheid der Semarangers, velen schijnen het niet al te nauw te nemen met het mijn en dijn.

De Locomotief, 14 Juni 1917

[Surabaya 2 – Ketabang] 

Aan den gemeenteraad van Soerabaja wordt voorgesteld een brug over de Soerabaja-rivier nabij Kebondalem te bouwen.
Deze brug zal dan Ketabang verbinden met Simpang, waar Kebondalem, anders genoemd het Binnenhof, gelegen is.
De kosten voor den bouw worden begroot op f 47.000.
De bouw zal niet monumentaal zijn, althans voorloopig niet, daar de bandjirs nog door de Soerabaja-rivier afgeleid worden.
Eerst wanneer de verbeteringen aan het Wonokromokanaal en de sluiswerken zijn aangebracht, kan daartoe worden overgegaan, wijl in het andere geval de Binnenhofbrug veel grootere afmetingen zou krijgen en belangrijk duurder worden.
Tevens wordt voorgesteld f 50.000 uit te trekken voor een gedeeltelijke ophooging van het land Ketabang.

De Locomotief, 15 juni 1917

[Pasuruan – Gemeentehuis] 

De Javabode verneemt, dat in beginsel besloten werd in 1918 nieuwe gemeenteraden in te stellen te Pasoeroean, Probolingo, Modjokerto en Madioen.

De Locomotief, 15 Juni 1917

[Surabaya – Suikersyndicaat] 
[Architecten – J.J. Job] 

Dezer dagen zal te Soerabaja worden aanbesteed de bouw van een nieuw kantoor voor het Algemeen Syndicaat van Suikerfabrikanten in Ned.-Indië.
Van deze bouwplannen was reeds geruimen tijd sprake, zegt het Soer. Hbl., maar met een begin van uitvoering werd gewacht op een beslissing in zake het overbrengen van het suikerproefstation naar Semarang dan wel naar Soerabaia. Zooals men weet, zal het proefstation thans definitief van Pekalongan naar Semarang verhuizen.
Het oude gebouw in de Heerenstraat te Soerabaia zal worden afgebroken en op dezelfde plaats zal een nieuw gebouw verrijzen, thans meer overeenkomstig de standing van het Syndicaat, met ruime kantoorkamers, een groote vergaderzaal, etc.
De architect is de fa. Pinedo en Job, aldaar.
De Locomotief,19 Juni 1917
Advertentie – Architectenbureau Pinedo & Job Jr.
Openbare Aanbesteding […] van den bouw van een kantoorgebouw met verdieping op een perceel, gelegen aan de Heerenstraat te Soerabaia […]

De Locomotief, 16 Juni 1917

[Surabaya 2 – Dijkermanstraat] 

We lezen in het Soer. Hbl.: Zeer velen zien ongetwijfeld verlangend uit naar den aanleg van de nieuwe stadswijk door de gemeente Soerabaja op het land Ketabang.
Het voorstel, dat in den gemeenteraad is goedgekeurd, om f 50.000 beschikbaar te stellen voor een gedeeltelijke ophooging van het land Ketabang, wijst er op, dat de gemeente thans uitvoering gaat geven aan de taak, welke zij zich verleden jaar September heeft opgelegd. [...]
Het zeer groote complex landerijen wordt oostelijk begrensd door de spoorbaan der S.S. en westelijk door den weg Ngemplak en verder. De natuurlijke grens zuidelijk is de Soerabajarivier, loopende van de Goebengbrug langs [de wijk] Simpang, terwijl de noordelijke grens wordt gevormd door Kalianjar.
Al het daartusschen liggende land is, met uitzondering van een strook gronds ter breedte van ongeveer 150 meter aan de zijde van Ngemplak, bestemd tot Europeesche woonwijk bebouwd te worden, waarbij dan een zeker deel, noordelijk [en oostelijk] van de Kaliondoleiding [Jl Kusuma Bangsa – Jl Anggrek], gereserveerd wordt voor den bouw van inlandsche woningen, zoowel voor den kleinen- als gegoeden Javaan.
Willen we ons de indeeling en ligging van de nieuwe stadswijk juist voorstellen, dan moeten we die bezien van Simpang af, d.i. op het punt, waar de Palmenlaan zal doorgetrokken worden langs de sociëteit naar de Soerabajarivier. Dit wordt de voornaamste hoofdweg als ’t ware, die tegelijk verbinding legt tusschen de goede woonbuurt der vele Embongs en het te bebouwen land Ketabang.
Bedoelde verbinding komt tot stand door een brug over genoemde rivier, waarvoor de gemeenteraad eveneens een bedrag toestond. Deze brug krijgt aan weerszijden van het horizontale vlak een helling van 1:40 en zal rusten op 5 schroefpaaljukken. De draagwijdte is 54 meter. Zij wordt opgebouwd uit ijzeren liggers en een houten dek met leuningen. De breedte tusschen de leuningen zal 15 meter worden en die van het zijvlak 11 meter, zoodat aan beide kanten een trottoir van 2 meter breedte gelegd kan worden, gelijk het plan is. De uiteinden van de brug zullen rusten op gemetselde landhoofden.
In het verlengde van deze brug valt dan zuidelijk de nieuwe straat, die Raadhuisstraat [Dijkermanstraat – Jl Yos Sudarso] gedoopt zal worden en Simpang kruist, en noordelijk de hoofdweg naar het land Ketabang. Deze laatste weg krijgt een breedte van 40 M. en splitst zich naar het westen en oosten in twee wegen van 25 M. breedte elk, die parallel op loopen naar het noorden, tot zij op een dwarsverbinding stuiten, die haar uiteinde vindt op Ngemplak.
Op het punt der splitsing van den hoofdweg komt het nieuwe raadhuis, dat opnieuw geprojecteerd zal worden. Men is dus geheel afgestapt van het plan een stadhuis in den stadstuin te bouwen en ook zullen opzet en omvang minder grootsch en kostbaar zijn.
Het terrein waarop het stadhuis met inbegrip van gebouwen en plantsoenen komt te staan, wordt 12.000 M² groot.
Achter het stadhuis sluiten zich de huizengroepen aan, waarvan de frontlijnen deels gevormd worden door de evengenoemde 25 meter breede wegen, anderdeels door de dwarswegen, welke allen een breedte van 15 meter krijgen. [...]
Het is intusschen niet onmogelijk, dat de Kaliondoleiding verdwijnt, in de plaats waarvan dan een breede boulevard wordt aangelegd [Jl Kusuma Bangsa – Jl Anggrek], welke Ketabang in zijn geheele lengte naar het noorden doorsnijdt.
Hiermede is dan vrijwel de Europeesche woonwijk afgebakend.
Want aan de andere zijde van de Kaliondoleiding, dus oostelijk tegen de S.S.-wijk aan, komen de inlandsche woningen, die op zichzelf weer een nieuw complex vormen, met als middelpunt de regentswoning. Bij deze bebouwing wordt een verdeeling van terrein gemaakt voor woningen van de meer gegoeden en anderen voor den kleineren inlander. De ophooging, waarvoor gisteren f 50.000 is gevoteerd, betreft dit laatste stuk land.
Op het huidige Ketabang wonen circa 3500 inlanders, die allen daarvan verwijderd moeten worden, wil men het terrein voor de nieuwe stadswijk ontginnen.
Deze lieden nu dienen te verhuizen naar beoosten de Kaliondoleiding [Jl Kusuma Bangsa – Jl Anggrek], waar men thans voor hen het terrein gaat ophoogen en bebouwen.[...]
De breede wegen, welke van Goebeng Podjok en Simpang naar Kalianjar en Ngemplak zullen loopen, beteekenen tevens een groote ontlasting van het verkeer over Simpang en Toendjoengan.
Maar bovenal zal eerlang een goede uitkomst van den grooten woningnood gevonden zijn, terwijl Soerabaja naast Goebeng en Kepoetran een fraaie stadswijk rijker is.

De Locomotief, 19 Juni 1917

[Jakarta 5 – Harmonieplein] 

Telegram - Uit de gemeenteraad:
De voorzitter deelde mede, dat een nieuw project ontworpen wordt voor de overkluizing der kali bij de Harmonie, wat 30 mille meer kost, waartegen de raad echter geen bedenkingen opperde.

De Locomotief, 19 Juni 1917

[Semarang 2 – Doewet] 

Het is ons herhaaldelijk opgevallen, dat de verkeersagenten hier ter stede over ’t algemeen nog weinig voor hun taak berekend zijn. Zij zwaaien met hun witte stokken in ’t ronde, zonder dat valt uit te maken, van welke zijde gevaar dreigt, zonder dat men weten kan wèlke voertuigen moeten stoppen. Neem het kruispunt Doewet – Bodjong. Als de agent daar niet verdiept is in eenigerlei studie, welke met het verkeer gansch en al niets te maken heeft, kan men uit zijn knotsoefeningen allerminst afleiden, of er voertuigen van Doewet, dan wel van Bodjong naderen, zoodat men zijn voertuig maar op goed geluk door laat rijden, waaruit niet zelden gevaarlijke toestanden ontstaan.
Blijven de verkeersagenten misschien te lang achtereen op post en wordt dan het werk hun te moeilijk, of ontbreekt er zooveel aan hun opleiding? Hoe het zij, de verkeerspolitie is nog niet voor haar taak berekends en ’t wordt tijd, dat zij beter onderricht en tot praktisch werk in staat op den weg verschijnt !

De Locomotief, 22 Juni 1917

[Jakarta 3 – Petak Sembilan] 

Door den Bataviaschen gemeente-veearts, dr J. Hellemans zijn ingediend ‘Voorstellen tot organisatie van den handel in versche levensmiddelen in de gemeente Batavia’. Het is – volgens de Javabode – een belangwekkende studie geworden, welke den schrijver tot eer strekt.
Zijn voorstellen zijn van veel belang voor de gezondmaking van Batavia, – de meest ongezonde stad van Indië genoemd – en verdienen ernstige aandacht.
In zijn inleiding geeft hij een algemeen overzicht van de organisatie van het marktwezen voor levensmiddelen.
Hij begint met te wijzen op de groote onreinheid van onze pasars, welke voor den vreemdeling zeer interessant zijn, maar voor den hygiënist pijnlijk om aan te zien.
Onderwerpt de hygiënist de markttoestanden aan een nader onderzoek, dan komt hij tot de ontdekking dat de artikelen, welke de kern van de ‘pasar’ uitmaken, zijnde versche levensmiddelen, de slechtste plaatsen innemen. Hij vindt deze maar al te dikwijls in de grenszône van het marktterrein, terwijl kramerijen en katoentjes midden op de beste plaats, in een loods zijn uitgestald. De verkoopwijze van vleesch, visch, groenten en vruchten, onderwerpt hij aan een vernietigende critiek, terwijl ook inrichting, bouw, enz. van de markt zijn goedkeuring niet kunnen wegdragen.

De Locomotief, 25 Juni 1917

[Bandung – Post- en Telegraafkantoor]

Uit Bandoeng schrijft onze correspondent;
Indo's kunnen geen assistent bij de post meer worden ! klonk kort geleên de noodkreet. Wèl waar, kwam het van andere zijde en een forsche tegenspraak werd rondgekabeld. 't Kan wel wezen, aldus de vader van het alarmbericht, dat men 'an allerhöchster Stelle' zulks beweert, maar de feiten liegen niet. Aan het postkantoor te X. en te Z. worden alleen inlanders als assistent aangenomen ! – Wat is er nu van dit alles aan? zoo informeerde uw correspondent bij den postchef van Bandoeng.
– Wel, kijk 'ns hier. De kantoorchefs hebben tegenwoordig de bevoegdheid, het lagere personeel aan te nemen, omdat ze de menschen dan persoonlijk beoordeelen kunnen en per slot van rekening er mee moeten werken. Dat we geen Indo's mogen aannemen is beslist gelogen. Maar met mij zullen vele chefs aan inlanders de voorkeur geven, om verschillende redenen. De inlander is nimmer brutaal tegen het publiek, de Indische jongen heel vaak wèl. Tegen standjes kan de laatste niet en lokt ie ze door slordig werken uit, dan vraagt-ie ontslag of blijft weg. Zoo is het te Bandoeng gebeurd, dat in één jaar tijds 30 (dertig) Indo's ontslag namen. En telkens moet men de nieuwe weer van voren af aan opleiden. Begrijpt ge nu onze voorkeur voor bescheiden inlandsche jongens, die dikwerf nog meer kennis bezitten ook ?

De Locomotief, 25 Juni 1917

[Semarang – Artesische put]

Men schrijft ons: Kunt u mij inlichten om welke technische redenen de afsluiter van het reservoir der arthesische waterleiding op het Paradeplein moet lekken ?
Maandenlang stroomt daar gemiddeld per secunde ½ Liter water nutteloos weg, d.w.z. per jaar een hoeveelheid van + 16.000, zegge zestien duizend kubieke meters zuiver water.

De Locomotief, 26 Juni 1917

[Architecten – Hoytema] 

Onze correspondent schrijft ons van daar [Soekaboemi]:
In vroegere correspondenties heb ik wel eens gewezen op de urgentie van den bouw van een nieuwe eerste Eur. School. In den laatsten westmoeson was de gezondheidstoestand der schoolbevolking van dien aard, dat ernstig overwogen werd de school te sluiten. Dit is niet gebeurd, maar men heeft de lokalen extra ontsmet. Het gouvernement heeft vroeger al de hand kunnen leggen op zeer geschikt en zeer gunstig gelegen terrein, had keuze zelfs. De toen te koop geboden grond kostte f 1.50 per M², wat, in aanmerking genomen de ligging, goedkoop was. Ingenieur Hoytema vond het te duur.
Men zocht verder naar grond en de aandacht viel op een stuk sawah aan den Boenoetweg, precies op de grens der kotta, dus zeer ongunstig gelegen. Maar ook uit hygiënisch oogpunt werden verschillende bezwaren geopperd. Het is nl. een vlak gedeelte, waar het meestal tocht en hinderlijk waait.
Natuurlijk werd dit terrein afgekeurd.
De zaak bleef eenigen tijd rusten, tot hier onverwacht het besluit ontvangen werd, waarbij f 4000 was gevoteerd tot aankoop voor een schoolterrein. Meer hield het besluit niet in en niemand vermoedde – wellicht B.O.W. ambtenaren uitgezonderd – welke grond bedoeld werd, men dacht nog steeds aan den bovenbedoelden grond à f 1.50, maar zekerheid had niemand.
Het besluit kwam hier aan toen er een tijdelijk hoofd van plaatselijk bestuur was, die het stuk begrijpelijker wijze deponeerde. Toen kort daarop de nieuwe assistent-resident, de heer Neys, arriveerde, dacht deze, dat de schoolcommissie reeds kennis van het bouwplan droeg en niet met de plaatselijke toestanden op de hoogte begreep hij niet, dat ingrijpen hoog noodzakelijk was. Toen hij korten tijd later toevallig met een lid der schoolcommissie sprak, bleek hem, dat die commissie terzake geheel onkundig was. De commissie is door B.O.W. totaal genegeerd – wat meer gebeurd.
Er werd direct vergaderd, in die commissievergadering werden tal van bezwaren geopperd en er werd zeer terecht gesproken tegen de houding van B.O.W.
Ter bevoegder plaatse werd door de commissie haar gevoelen kenbaar gemaakt, de assistent-resident gaf ongunstig advies en verzocht uitstel van betaling der koopsom. Maar alles was tevergeefs – het terrein was al afgebakend, de koopsom voldaan. Aan wien den schuld? In de eerste plaats aan B.O.W., die eigenmachtig een terrein kiest, dat n.b. vroeger beslist was afgekeurd en dat op paedagogische en hygiënische gronden niet alleen door de schoolcommissie, maar door ieder ingezetene ten eenen male ongeschikt gevonden wordt.
Er is bij wijze van spreken geen ondoelmatiger plaats te vinden in heel de kotta. Misschien dat een krachtig protest der ouders den willekeur van B.O.W. nog breidelen kan.
En goedkoop dat men nu uit is! Men betaalt nu f 1. Per M² voor sawahgrond, maar het terrein is zeer ongelijk, er zal heel wat grondverzet noodig zijn en het zal 1 à 1½ M. moeten worden opgehoogd.
En dan zit men nog midden in de sawah, op een zeer winderig terrein; veel kinderen zullen een half uur van de school verwijderd zijn. En dat, waar men vroeger een prachtstuk grond kon krijgen à f 1.50 per M² ongeveer in het centrum der gemeente.

De Locomotief, 26 Juni 1917

[Semarang 2 – Officier van Justitie] 

Tot onze spijt vernemen we, dat de kans op de totstandkoming van een nieuwen schouwburg op het voormalig residentserf tot een minimum teruggebracht is. De oorzaak valt te zoeken in de omstandigheid, dat een onzer Chineesche medeburgers, die een hypotheek van 3 ton op het bouwwerk zou verstrekken, tengevolge van de suikercrisis hiervan zal moeten afzien, terwijl de tijd voor het uitschrijven eener obligatieleening ten bate van den nieuwbouw door het bestuur der Schouwburgvereeniging niet gunstig wordt geacht.

De Locomotief 26 Juni 1917a

[Semarang – Van Dorp]

Het verslag van den dienst der gemeentelijke woningverbetering over Mei vermeldt o.m. het volgende: […]
Op verzoek van de firma G.C.T. van Dorp & Co. werden door ondergetekende (den hoofdopzichter) de noodige aanwijzingen tot verbeteren, in de gebouwen harer drukkerij, gedaan. Deze verbeteringen, hoofdzakelijk in de kappen, zijn zeer lastig; men is daar direct begonnen en reeds flink opgeschoten. Het is te hopen, dat ook andere groote firma’s het voorbeeld van van Dorp zullen volgen en aanwijzingen vragen vóór dat de officiëele pest-gevaarlijk-verklaring (met bord) plaats heeft. Ook werden nog aanwijzingen gedaan in de in verbetering zijnde gebouwen van den kapitein der Mooren in kampong Melajoe.

De Locomotief, 26 Juni 1917b

[Semarang – Djoernatan] 

Het verslag van den dienst der gemeentelijke woningverbetering over Mei vermeldt o.m. het volgende: […]
Het complex, waarin thans de woningverbetering (door eigenaren uit eigen middelen) en de pest-gevaarlijk-verklaringen plaats vinden, is vrijwel het vuilste deel der stad en wordt begrensd:
ten Noorden door den grooten weg Djoernatan.
ten Zuiden door den grooten weg Petoedoengan en den gang Waroeng.
ten Oosten door den grooten weg Ambarawa Semarang.
ten Westen door den grooten weg Pedamaran.
In dit complex liggen ruim honderd goedangs (en gebouwen, welke als zoodanig dienst doen), waarin rattenlokkende artikelen worden bewaard. Tot ultimo werden reeds 65 van die goedangs (van 29 eigenaren) pestgevaarlijk verklaard en aan het meerendeel reeds met de bevolen verbeteringen begonnen. Het totaal vloeroppervlak dezer goedangs, waaraan zware reparaties zijn voorgeschreven, bedraagt rond 29000 M². Als men nu weet, dat voor het grootste gedeelte de bestaande vloeren in die goedangs door stampbetonvloeren (1 : 3 : 6) moeten worden vervangen, waartoe eerst de goedangs geheel moeten worden leeg gehaald, daarna de planken (balken) vloeren moeten worden opgeruimd en den grond daaronder tot op minstens 25 c.M. moet worden weggegraven, om daarna weder tot op 10 c.M. na, met zand te worden ingewasschen, zal een aanname van f 3 per M² kosten aan ‘verbetering’ zeker niet te hoog zijn. (Ondergetekende kreeg bij controle van enkele der goedangs van den heer Tan Siauw Lip, zelfs f 3.25 per M² aan onkosten), hetgeen dan nu reeds voor de aan eigenaren gelaste verbeteringen (alleen aan vloeren) een uitgave vertegenwoordigt van rond f 87000.

De Locomotief, 30 Juni 1917

[Semarang – Vereenigde] 

De N.I. Houtaankapmij en de Javasche Bosch Exploitatiemij. zijn – gelijk we indertijd reeds gemeld hebben – samengesmolten tot één maatschappij, onderverdeeld in de Javasche Houthandelmij. voor zaken op Java en de Vereenigde Indische Bosch-exploitatiemij. voor de zaken op de Buitenbezittingen. […]
Wij vernemen, dat in Juli de kantoren der voormalige Houtaankapmij. mede in het gemeenschappelijk eigendom geworden gebouw der voormalige Javaboschmij. ondergebracht zullen worden.

De Locomotief, 9 Juli 1917

[Bogor – Telefoon] 

Het Nieuwsblad verneemt, dat het plaatselijk telefoonnet te Buitenzorg met 1 Juli is overgegaan aan het gouvernement voor een bedrag van f 15.000.

De Locomotief, 9 Juli 1917

[Jakarta 6 – K.W.S.] 

Zooals wij vroeger vermeld hebben, zou met 1 dezer te Batavia worden opgericht een z.g.n. hoogere technische cursus, d.w.z. een vervolgcursus, te verbinden aan de K.W.S., aanvankelijk bestemd voor de verdere opleiding van practisch ervaren opzichters der burgerlijke openbare werken tot architect.
Ofschoon bij de begrooting van dit jaar met dat plan rekening is gehouden, is van de oprichting van den cursus niets gekomen en is het volgens de Javabode zelfs niet zeker, wanneer dit zal geschieden.

De Locomotief, 10 Juli 1917

[Semarang – Technische School]

Moet nu deze school ter voldoening aan plaatselijke eerzucht en ter afwering van een nog niet dreigend gevaar worden opgevoerd tot het peil der Bataviasche K.W.S. of Soerabaiasche B.A.S., opdat zij met dezen en de nieuwe Technische School te Jogja, welke Semarang ontging, kunne concurreeren?
Het streven lijkt op het oog aantrekkelijk. Doch uit het raadsdebat werd opnieuw duidelijk dat aan deze z.g. ‘middelbaar’-technische scholen juist datgene ontbreekt, wat de Semarangsche school van haar oprichting af loffelijk onderscheidde: de persoonlijke africhting op de praktijk.[…]
De S.A.S. zou dan blijven een Semarangsche S.A.S., in Semarang gegroeid en uitgegroeid – en niet zou ze ontaarden in den werktuigelijken namaak van een standaard-model, buiten en tegenover de praktijk.

De Locomotief, 11 Juli 1917

[Malang – Palace hotel]

Het Palacehotel, waarvan ik reeds vroeger melding maakte, is thans geheel gereed gekomen en mag een sieraad voor Malang worden genoemd. Tijdens het bouwen is het bedrijf van het oude hotel Jensen geen oogenblik onderbroken geweest, totdat nu het geheele nieuwe gebouw in gebruik genomen is. Wie na een jaar afwezig te zijn geweest hier terugkeert, zal de plek, waarop het oude hotel stond, niet meer herkennen, alles wat daaraan herinnerde is verdwenen, zelfs de boom en op de plaats waar nu electrische lampen staan.
Zoals ik reeds vertelde is het hotel een uitspanningsplaats geworden voor het Malangsch publiek en de vele Soerabajanen, die per auto hier komen. Een aangenaam strijkje en speciaal een verdienstelijke pianist zorgen voor meerdere aantrekkelijkheid.
De vrees, dat deze onderneming voor Malang te grootscheeps was ingericht, blijkt ongegrond te zijn geweest.

De Locomotief, 12 Januari 1927 (1.1)

[Surabaya 2 – Dienstwoning] 

Onze correspondent te Soerabaia meldt: Eindelijk is het regeringsbesluit afgekomen, waarbij het bedrag is toegestaan noodig voor den bouw van een dienstwoning voor den marine-commandant alhier in de betere wijken der stad. De gebouwen aan den Oedjoeng zijn voor de huisvesting van dezen hoogen marine-officier ter stede niet meer geschikt, om nog maar te zwijgen van de omgeving aldaar.
Toegestaan is thans een bedrag van f 75.450 en de dienstwoning zal komen op een mooi punt van Ketabang in de nabijheid van het monumentale gemeenteraadshuis op een stuk grond, maanden geleden reeds door het gemeentebestuur aangeboden.”

De Locomotief, 14 Januari 1927 (1.4)

[Surabaya 2 – Meisjes] 

Advertentie
Particuliere Meisjesschool – Genteng 46 Soerabaia.
1. Afdeeling Fröbelschool voor jongens en meisjes.
2. Afdeeling Lagere School voor jongens en meisjes.
3. Afdeeling H.B.S. met 3-jarigen cursus voor meisjes (A en B).
4. Afdeeling Cursus tot opleiding van onderwijzeressen.
5. Afdeeling Cursus tot opleiding van fröbelonderwijzeressen.
6. Afdeeling Internaat, waar ook meisjes van andere Onderwijsinrichtingen worden opgenomen.
7. Afdeeling Zweedsche gymnastiek (middag-cursus).
Prospectus op aanvraag bij de directrice.
[Er is ook een Fröbel- en lagere school in de Speelmanstraat {Jl Thamrin} [Nieuw Soerabaia, 334]

De Locomotief, 18 Januari 1927 (3,1)

[Bogor – Ursulinenklooster] 

Zondag 30 Januari a.s. zal door den Kath. Soc. Bond te Buitenzorg aan de Zusters Ursulinen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Klooster en de Kloosterschool aldaar, een feestavond worden aangeboden.

De Locomotief, 20 Januari 1927 (3,2) 

[Semarang – Aloon-Aloon] 

Semarang is niet in het bezit van een fraaie aloon-aloon, welke zoo vele Indische steden en binnenplaatsen siert en welke voorheen het aantrekkelijke kenmerk was van vrijwel iedere Indische plaats – het wijde groene grasveld, met op de hoeken de hooge waringins. De aloon-aloon gaf en geeft aan Indische steden iets eigens, dat men liefheeft en ongaarne zou missen.
In Semarang is men aan dit gemis reeds lang gewend; talrijke vaak leelijke bouwsels hebben elk op hun beurt een grot stuk van de aloon-aloon afgenomen, de tramlijn snijdt er schuin doorheen, totdat er nu eigenlijk nog maar een paar grasvelden en, naast den Pasar Djohar, een kaal terrein over is. Het zou ondoenlijk en te kostbaar zijn daarin nu nog verandering te brengen.
Maar men zou er althans naar kunnen streven van het overblijvende te maken wat er van te maken is. Dat een deel als voetbalveld voor de jeugd wordt gebezigd kan geen kwaad. Op de tenten en kramen zou meer toezicht kunnen worden uitgeoefend. Kale terreinplekken zou men met graszoden kunnen doen beleggen. Tijdelijke gebruikers zou men orde en netheid kunnen bijbrengen.
Zoo staat er op dit oogenblik een groote stamboeltent, zóó slordig en onooglijk als wij nog zelden zagen; de flarden en lappen hangen er bij. Ook de stamboel-exploitanten, die hier behoorlijke bedragen verdienen, zou men kunnen beduiden, dat de aloon-aloon stellig niet verder ontsierd behoeft te worden. In Bandoeng is de gemeente er in samenwerking met den regent in geslaagd de ook daar vroeger zeer rommelige aloon-aloon geheel te herstellen. Dit is hier niet meer mogelijk, hoe gaarne de gemeente het zou wenschen. Maar in gevallen als dat van de uitermate vervallen en verwaarloosde stamboeltent zou men toch de verdere ontsiering kunnen beletten.

De Locomotief, 22 Januari 1927 (3,1)

[Bandung – Katholieke kerk]

Een onzer correspondenten seint ons, dat de Paters Kruisheeren, die voor Bandoeng zijn bestemd, 7 Februari te Priok zullen arriveeren. De Paters Jezuïeten, wier missiegebied aan de Kruisheeren wordt overgedragen, zullen 6 Februari een afscheidsreceptie houden.

De Locomotief, 26 Januari 1927 (3,2)

[Semarang 2 – Katholieke Kerk] 

Er zijn n.l., wanneer wij wel zijn ingelicht, onderhandelingen gaande over den verkoop van het Randoesaripark, waartoe behalve de gebouwen van de D.V.G. ook een aantal particuliere woningen behooren. Het zou het voornemen zijn om dit terrein te benutten voor den bouw eener kerk en eener school.
De Locomotief, 28 Januari 1927 (3,2)
[...] kunnen wij thans melden, dat Randoesari-park, t.w. het hoofdgebouw en de verdere woningen en goedangs welke daarop staan is verkocht aan de Roomsch Katholieke Kerk. De koopsom bedraagt totaal f 126.000. Het ligt in de bedoeling het hoofdgebouw in te richten voor kerkdiensten. Van den bouw van een nieuwe kerk is voorloopig afgezien. Een der woningen op het erf zal worden ingericht als pastorie.

De Locomotief, 1 Februari 1927 (1, 2)

[Jakarta 7 – CAS] 

Het bestuur van de Carpentier Alting Stichting, steeds met nieuwe plannen bezield om het onderwijs hier ter stede op zoodanig peil te houden, dat de aansluiting met Hollandsche scholen zonder verlies voor de leerlingen tot stand komt, heeft in zijn laatste vergadering besloten, over te gaan tot het omzetten van den bestaanden twee-jarigen Normaalcursus voor onderwijzeressen per 1 Juli 1927 in een drie jarige Kweekschool. De onderbouw blijft zooals die nu al sinds bijna 25 jaar (het stichtingsjaar is 1902) uitstekend voldoet, de drie-jarige H.B.S. voor meisjes. Ook leerlingen met M.U.L.O.-diploma zullen onder zekere voorwaarden toegang kunnen krijgen, o.a. deze, dat ze in de drie vreemde talen, Fransch, Duitsch en Engelsch ongeveer gelijke vorderingen gemaakt zullen hebben, als de abituriënten, afkomstig van de driejarige H.B.S. en voor Nederlandsch en Rekenen minstens 6 (voldoende) behaald hebben. Inrichting van de school en indeeling van het leerplan zullen pas bekend gemaakt worden na vaststelling door het gouvernement van het officieele leerplan voor de nieuwe Kweekschool. De nieuwe Kweekschool wordt 1 Juli a.s. geopend. Dan zal tevens gelegenheid bestaan mee te delen, in welk jaar de school zich voorstelt candidaten voor het examen Nieuwen Stijl te kunnen afleveren.”

De Locomotief, 15 Februari 1927 (1,1)

[Jakarta 7 – Jl Thamrin] 

Naar het N.v.d.D. verneemt, is het plan tot doorbraak in het verlengde van Koningsplein West (Kebon Sirih) te Batavia in de Raadscommissies uitvoerig besproken en afgewezen.
Naar men zich herinnert, werd eind Nov. Jl. door de gemeente Batavia het pand Kebon Sirih 58 voor de som van f 100.000 aangekocht, als voorbereidende maatregel tot het aanleggen van den grooten verkeersweg Koningsplein-West – Nieuw Gondangdia – Nieuw-Menteng – Menteng-boulevard – Stoviaweg – Salemba.
In de daarop volgende Gemeenteraadszitting werd er van vele zijden critiek op dezen aankoop en op het geheele plan geoefend. Men besloot de zaak nog eens commissoriaal te behandelen.
Dit is thans geschied, met als resultaat dat het plan niet verder wordt uitgevoerd.
De Locomotief, 21 Februari 1927 (1,2).
De verwerping van het voorstel, tot het ruilen op bepaalde voorwaarden van het perceel Koningsplein Z. no. 19 met een Mentengperceel van gelijke grootte, heeft een inwoner van Batavia die voorloopig onbekend wenscht te blijven, er toe geleid, om een oplossing te zoeken, waarbij aan de bezwaren van sommige raadsleden wordt tegemoet gekomen zonder dat de voordeelen, welke aan den voorgetelden ruil verbonden waren, voor de Gemeente verloren behoeven te gaan.
Deze oplossing komt op het volgende neer:
a. De Gemeente ruilt den grond van het perceel Koningsplein Zuid no. 19 met een stuk grond van gelijke grootte aan het Burgemeester Bisschop-plein.
b. De heer X. koopt van de firma Wellenstein en Krause den opstal van het perceel Koningsplein Zuid 19 tegen een som van f 70.000, waardoor genoemde firma in staat zal zijn op haar Mentengperceel een huis te bouwen geheel naar eigen inzicht.
c. De heer X krijgt van de Gemeente de grond van het perceel Koninsplein Z. 19 in huur voor f 1.- per jaar.
d. Na 4, uiterlijk 5 jaar wordt opnieuw de urgentie van de doorbraak onder de oogen gezien. De Raad wordt dan in de gelegenheid gesteld, het huis Koningsplein Zuid 19 voor f 70.000 aan te koopen. Wenscht de raad alsdan daartoe niet over te gaan, dan koopt de heer X den grond van het perceel Koningsplein Zuid 19 voor een ronde som van f 100.000.
e. Gedurende den onder d. genoemde termijn betaalt de heer X geen straatbelasting voor het besproken perceel – omdat als equivalent wel straatbelasting van het geruilde Mentengperceel wordt verkregen – terwijl de betaling van de verpondingsbelasting [grondbelasting] voor het Koningspleinperceel onderling zoodanig geregeld wordt, dat de Gemeente niet méér verpondingsbelasting behoeft te betalen dan zij normaliter verschuldigd zou zijn geweest voor het afgestane Mentengperceel.
Met deze oplossing gaat de firma Wellenstein Krause accoord.
Het college van B.en W. te Btavia stelt deze van goede burgerzin getuigende daad op hoogen prijs en stelt diensvolgens den Raad voor, overeenkomstig het genereuze aanbod te besluiten.
De Locomotief, 23 Februari 1927 (3,1).
Aneta meldt uit Batavia, dat de gemeenteraad aldaar heeft aanvaard het aanbod van de heer van Zalinge tot belangeloozen aankoop van het perceel-Koningsplein […].

De Locomotief, 15 Februari 1927 (1,2)

[Malang – Ziekenhuis]

Naar wij vernemen zijn de militaire hospitalen en ziekenzalen als volgt in klassen gerangschikt:
Hospitalen 1ste klasse te: Weltevreden, Magelang en Tjimahi.
Hospitalen 2de klasse te: Koetaradja.
Hospitalen 3de klasse te: Malang
Hospitalen 4de klasse te: Padang en Makasser.
Hospitalen 5de klasse te: Semarang, Poerworedjo, Gombong, Palembang, Djambi, Koepang, Amboina en Sigli.
Hospitalen 6de klasse te: Buitenzorg, Jogjakarta, Salatiga, Soerakarta, Lho Seumawe, Fort de Kock, Pontianak en Bandjermasin. [...]

De Locomotief, 15 Februari 1927 (3,1)

[Malang – Vrijmetselaarsloge]

Onze Malangsche correspondent schrijft:
Heden 15 Februari 1927 herdenkt de Maçonnieke Loge 'Malang' haar 25-jarig bestaan.
De Loge 'Malang' bekleedde en bekleedt nog steeds in het Malangsche leven een belangrijke plaats.
Aanvankelijk bestond te Malang een Maçonnieke kring, die langzamerhand zoodanig uitgroeide, dat overgegaan kon worden tot de oprichting van een Loge, welke 15 Februari 1902 plechtig werd ingewijd.
Vermeldenswaard is dat een drietal leden, dat thans nog actief aan het maçonnieke leven te Malang deelneemt, tot de oprichters der Loge 'Malang' behoort; voor deze leden is deze dag daarom dubbel gedenkwaardig.
In den beginnen kwam men bijeen in het voormalig Militair Tehuis op Kajoetangan, daarna hielden de leden hun bijeenkomsten in een huis op Taloon, totdat in 1913 kon worden overgegaan tot aankoop van het terrein op Klodjen Kidoel, waar de Loge thans is gevestigd.
Het nieuwe gebouw werd plechtig ingewijd op 1 April 1914, en is thans het centrum van veel arbeid van maçonnieken en maatschappelijken aard.
De oudste Loge-instelling is de Malangsche Fröbelschool. Ter oprichting van deze school werd op 16 Juni 1900 een afzonderlijke vereeniging geconstitueerd, welke 24 Augustus d.a.v. rechtspersoonlijkheid verkreeg.
In October 1902 kwam de Volksbibliotheek tot tand. Van de 5000 boeken wordt geregeld een druk gebruik gemaakt. De bibliotheek werd kortgeleden aangeboden aan de gemeente Malang; het gemeentebestuur heeft deze aanbieding aanvaard en zoo zal de bibliotheek een plaats vinden in het gemeentehuis, zodra dit gereed is.
Op onderwijsgebied werd nog op andere wijze gearbeid.
In Mei 1915 kwam de Neutrale Normaalschool tot stand, welke thans een onderdeel vormt van de Schoolvereeniging. Deze laatste vereeniging werd opgericht in 1918, weer op initiatief van leden der Loge.
Voorts staat te openen de Montesorieschool, waarvan het gebouw nagenoeg gereed is. Mede op initiatief van Loge-leden kwamen tot stand het Schoolkinder-kleerenfonds, een kinder-pension voor kinderen van cultuur-employé's, die minder met aardsche goederen zijn bedeeld, en de Comenius-vereeniging, welke ten doel heeft geestelijke leiding te geven aan jongelieden van beiderlei kunne.
Ook het Neutraal Militair Tehuis werd door samenwerking van maçons met niet- maçons opgericht. [...]"

De Locomotief, 19 Februari 1927 (3,1) 

[Jakarta 3 – Pantjoeran] 

In aansluiting op het telegrafisch bericht betreffende de demonstratie te Batavia, namen wij uit het N.v.d.D. het volgende:
Naar het blad verneemt, heeft Woensdagavond op Pantjoran tijdens de viering van Tsap-gomeh een voorval plaatsgevonden van een optocht van Chineezen met de vlag van de Canton-regeering en eenige opruiende opschriften, hetgeen in die geweldige volksmenigte bijna tot een ernstig incident had aanleiding gegeven.
Er waren gedurende de jongste Chineesche feesten reeds sporadisch enkele Cantonneesche vlaggen uitgestoken. Verboden is dit niet, zoodat er niet tegen behoefde te worden opgetreden. Woensdagavond werd echter gerapporteerd dat op Pantjoran (nabij Glodok) een groep van ongeveer veertig demonstranten rondtrok. Het waren allemaal niet-hier geboren Chineezen (z.g. singkehs), kleermakers, met een grote Cantonneesche vlag, voorzien van op witte vanen geschilderde opschriften in Chineesche karakter, waarvan de inhoud in vertaling ongeveer luidt: ‘De menschen uit het volk moeten zich vereenigen en gezamenlijk opmarcheeren! Thans moet men actief zijn!’
Deze teksten waren ontleend aan het befaamde politieke testament van wijlen dr. Soen Yat Sen aan ‘zijn volk’.
Toen de politie-autoriteiten, die onmiddellijk met het voorval in kennis waren gesteld, zich hadden laten overtuigen dat het overigens rustig was en de demonstranten geen wanordelijkheden veroorzaakten, besloot men niet direct tot ingrijpen. Vooral wijl geenszins vaststond dat de optocht zich had schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dat kras optreden te midden van die dichte feestvierende volksmassa (met vele vrouwen en kinderen) rechtvaardigde.
Het ontstaan van paniek moest worden voorkomen.
Toen de politie later in den na-avond, nadat de grootste drukte voorbij was, de straten afzocht, waren de demonstranten, mitsgaders de vlag en de opschriften spoorloos verdwenen.
Intusschen zijn de namen van de leiders bekend. Toen de politie Donderdag morgen hen opzocht, waren zij nog niet thuis; vermoedelijk houden zij zich nog schuil.

De Locomotief, 25 Februari 1927 (1,1)]

[Semarang 2 – Karangasem] 

Wij ontvingen van Javaansche zijde het volgende ingezonden stuk over het kampongvraagstuk te Semarang:
M. d. R.
Korten tijd geleden waren wij, kampongbewoners, getuige van het bezoek van een aantal ambtenaren en leden van den gemeenteraad die eens kwamen kijken naar de kampongtoestanden. Nu, wij gelooven niet dat zij er erg mee ingenomen waren en misschien was er geen één van de bezoekers, die niet overtuigd werd van onzen toestand.
Nu is dus de slechte toestand van vele kampongs aan de leden van den gemeenteraad bekend. Toen de heeren bezoekers kwamen dacht men in de kampongs eerst dat zij voor de belasting kwamen. Maar toen het doel bekend was werd men verheugd en meende, dat er nu wel verandering zou komen. De kampongbewoner in de steden heeft het vaak moeilijk, omdat zijn kampong eigenlijk nergens toe schijnt te behooren en wie zorgt er dan dat er verbetering komt?
Maar thans vernemen wij, dat dit jaar van de verandering nog niets zal komen, omdat er geen voorstel is aangenomen. Dit stelt de kampongbewoners teleur. Zij hadden al gedacht, dat de verbetering nu zeker was. Niet iedereen kan in een gemeentekampong wonen en soms kan men in het geheel niet verhuizen. Maar de toestand blijft in vele kampongs zeer slecht vooral als weer regens komen.
Is het waar, dat dus dit jaar niets meer aan de kampongs wordt gedaan dan andere jaren en is dit wel toelaatbaar te achten van de gemeente waaraan ook de kampongbewoners belasting moeten betalen?
Wongsodihardjo
Tot zoover de inzender.
‘Toelaatbaar’ is de houding van de gemeente stellig wel. Formeel juist eveneens. De gemeente Semarang heeft tegenover het kampongvraagstuk van stonde af aan de houding aangenomen, principieel volkomen verdedigbaar, welke de volle verantwoordelijkheid legt waar zij behoort, namelijk bij de regeering, die jarenlang náláát een behoorlijke regeling te treffen. Het gevolg was, dat de kampongs der gemeenten in slechten staat raakten – maar de oorzaak daarvan is uitsluitend het staal van slordige wetgeving, dat zoo geruimen tijd heeft nagelaten de wet aan te passen aan den werkelijken toestand.
De overweging eenerzijds, dat een behoorlijke regeling en overdracht van bevoegdheden nu wel aanstaande zal zijn en anderzijds, dat toch de kampongbevolking onder deze dingen niet langer mag blijven lijden, leidt er toe toch de gemeentezorg voor de kampong uit te breiden.

De Locomotief, 2 Maart 1927 (1,1)

[Surabaya – Koloniale Bank] 

Er worden in den laatsten tijd in Soerabaia heel wat nieuwe groote kantoorgebouwen opgezet. Wij wijzen alleen maar op de gebouwen van de H.V.A. en van de Chartered Bank en op de bijbouwing van de Aniem. Er zijn er echter veel meer, aldus de N.S.Ct.
Twee groote bankinstellingen ter stede namelijk de Handelsbank en de Koloniale Bank hebben eveneens het plan opgevat, om binnen afzienbaren tijd een paar nieuwe gebouwen te doen opzetten. Wij zullen omtrent deze plannen het een en ander mededeelen en beginnen met de Handelsbank.
Zooals men wet, bestond het voornemen, dat deze bankinstelling een deel van het terrein, waarop thans het residentiekantoor staat, van het gouvernement zou koopen. Deze koop is nu zoo goed als beklonken. Het wachten is nog alleen maar op het teekenen van het desbetreffende contract door ... de regeering.
De regeering zal hoogstwaarschijnlijk nog wel even geduld doen uitoefenen en wel, omdat in het contract de bepaling is opgenomen, dat het residentiekantoor binnen twee jaar tijd, na dagteekening, voor afbraak gereed moet zijn.
Wil de regeering zich aan deze bepaling houden – en natuurlijk doet zij dat – dan moet binnen genoemden tijd gezorgd worden voor een onderdak voor de ambtenaren, die thans in het gebouw van het residentiekantoor werkzaam zijn.
Nu hebben wij indertijd uitvoerig de plannen, betreffende den bouw van het gouverneurskantoor op Pasar Besar, uiteengezet. Deze plannen zijn echter nog niet alle goedgekeurd, zoodat men ook nog niet met het bouwen in aanvang kon maken.
Hoogstwaarschijnlijk wacht de regeering met het teekenen van bedoeld contract met de Handelsbank op de goedkeuring van de plannen, betreffende den bouw van het gouverneurskantoor. Is deze goedkeuring eenmaal afgekomen – en men hoopt, dat dit niet al te veel tijd meer in beslag zal nemen – dan kan door de B.O.W. ter plaatse ook wel gegarandeerd worden, dat men in twee jaar tijd met den bouw van het kantoor zoover gevorderd zal zijn, dat het personeel van het residentiekantoor een onderdak heeft.
Op de plaats, waar nu het residentiekantoor staat, zal het eerst door de Handelsbank worden gebouwd. Is men met dat gedeelte gereed, dan zal daarin het geheele bankpersoneel zijn intrek nemen, waarna het oude bankkantoor zal worden afgebroken en weer geheel opnieuw zal worden opgetrokken.
Zoodoende zal de Handelsbank aan de Willemskade een groot nieuw bankgebouw krijgen met een totale fontbreedte van 80 [?] Meter. Het Algemeen Indisch Architectenbureau te Weltevreden is de ontwerper van het monumentale bankgebouw. [...]
Niet minder monumentaal zal het nieuwe bankgebouw worden, hetwelk de Koloniale Bank van plan is, om iets verder op, aan de Willemskade te doen optrekken. Daartoe werden de perceelen, welke gelegen zijn tusschen de gebouwen van de Gemeente Spaarbank en van de Koloniale Bank door laatstgenoemde bankinstelling opgekocht.
Op deze grond zal het eerst met den nieuwbouw worden aangevangen. Het ontwerp wordt opgesteld door prof. C.P. Wolff Schoemaker te Bandoeng. In drie maanden tijd zal met den bouw begonnen kunnen worden. Het nieuwe kantoorgebouw zal een frontbreedte krijgen van 50 Meter en zal komen te staan op een betonnen paalfundeering.
De meerdere ruimte, welke door dezen nieuwbouw zal worden verkregen, heeft men hoognoodig, zulks o.a. in verband met de groote toename der cultuurbelangen der bankinstelling.

De Locomotief, Nieuwjaarsnummer 1932

[Semarang 2 – Residentiekantoor] 

Bouwkunst en stedenbouw – Ir N.E. Burhoven Jaspers […] De na de Napoleontische oorlogen herwonnen zelfstandigheid en vrijheid der volkeren en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van wetenschap en handel vroeg om gebouwen voor gansch nieuwe doeleinden. De oude ruimten voldeden niet meer, nieuwe materialen vormden betere mogelijkheden en ofschoon niet gesproken of geschreven, ontstond in de bouwkunst het begrip der functionaliteit. En hierdoor bevatten de gebouwen uit dit tijdvak de kiemen voor onze hedendaagsche moderne bouwkunst. De kubusvorm, naar toenmalig begrip de meest logisch-functioneele vorm eener ruimte, ontstond, daarnaast meer licht en lucht. Het departement van Financiën te Batavia, het ‘Groote Huis’ te Semarang zijn voorbeelden daarvan. Zoover zelfs dreef men die beginselen door, dat men van het aanbrengen van elementen die het fel inschijnen der zon in die gebouwen verhoeden moeten, afzag.
Eerst eenige jaren geleden loste B.O.W. dat vraagstuk op met onzegbaar leelijke luifeltjes van gegolfd plaatijzer.