Nederlands Architectuur instituut, Rotterdam

Aalbers

Toen in 1936 in Bandung de Denis Bank verrees, moet dat een grote sensatie zijn geweest, zowel door de modernistische architectuur als door de omvang van het gebouw. Met dit gebouw was Aalbers' naam als architect in Bandung definitief gevestigd. Voor ondernemers die internationaal mee wilden tellen, werd Aalbers de architect bij uitstek. Er volgden veel nieuwe opdrachten. Naast Savoy Homann Hotel, uit 1939, bouwde hij villa's, hotels en bioscopen. Ook had hij het plan om in Lembang, een voorstad van Bandung, een ontwerpinstituut te vestigen. Door het uitbreken van de oorlog heeft dat plan nooit doorgang gevonden.
In de periode 1930-1942 groeide Aalbers' architectenbureau uit tot het meest vooraanstaande van de stad Bandung. Met tientallen opvallende villa's en met grote bouwwerken als de al genoemde Denis Bank, het Grand Hotel Savoy Homann en het filmtheater Braga legde hij een stempel op de ontwikkeling van de stad, die juist in deze tijd een periode van bloei doormaakte. De eigenaar van het hotel Savoy Homann, dat in april 1939 gereedkwam, afficheerde het nieuwe gebouw trots als 'the modernest hotel in the Netherlands East Indies'. Met balkons die in een golvende beweging langs de open gevel vloeien, met de asymmetrisch geplaatste lifttoren en met details als ronde vensters en stalen hekwerken, straalt het gebouw een elegant en sierlijk modernisme uit. De grandeur van de bovenlaag van de koloniale samenleving, die het hotel vertier moest bieden, komt tot uiting in de rijke art deco detaillering van het interieur, dat ook vrijwel volledig door Aalbers werd ontworpen. Van de tweeënhalf miljoen gulden, die het gebouw destijds kostte, werd een groot deel aan het interieur besteed.
Aalbers' werk onderscheidt zich van dat van zijn modernistische collega's in Nederland tussen de wereldoorlogen. Hier ging de introductie van het modernisme veelal gepaard met een vernieuwingsstreven op sociaal, medisch-hygiënisch en geestelijk terrein, dat vaak tot uiting komt in een zekere ingetogenheid van de architectuur. Aalbers voelde zich in de eerste plaats een kunstenaar die iets moois en bruikbaars wilde maken voor zijn opdrachtgevers. Die opdrachtgevers, vooral zakenlieden, waren gesteld op wooncomfort, uitgaan, het ontvangen van gasten en het uitdragen van een zekere status. Met zijn elegante en expressieve exterieurs en zijn knappe plattegronden kwam Aalbers aan hun wensen tegemoet. In de vormentaal die hij in zijn werk toepaste, toonde Aalbers zich ondogmatisch. Hij was goed op de hoogte van het werk van Frank Lloyd Wright, van het Europese expressionisme en van de modernistische architectuur. Al deze stromingen blijven in zijn werk terugkeren, waarbij hij vooral in zijn hotels en luxueuze villa's art deco motieven gebruikt om tot een decoratieve uitstraling te komen. Maar welke vormentaal hij ook toepaste, alles moest altijd open en strak zijn, zo herinneren zijn dochters zich. Bij alle vormvariaties is Aalbers' architectuur in opzet onveranderlijk modern; zijn gebouwen kenmerken zich door een opvallende ruimtelijke dynamiek en in elkaar overvloeiende binnen- en buitenruimten. In zijn beste werken wist Aalbers een bijzondere klasse te bereiken. Villa's als de 'drie locomotieven' aan de Dagoweg in Bandung kunnen met hun uitwaaierende balkons in 'beton brut' met het werk van Le Corbusier worden vergeleken.

Gmelig Meyling

Architect Albertus Wilhelm Gmelig Meyling wordt in 1909 in Amsterdam geboren. Hij slaagt in 1931 voor zijn examens bouwkunde aan de Middelbare Technische School in Amsterdam en vervolgt zijn opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, eveneens in Amsterdam. Tijdens zijn studie werkt hij als tekenaar-opzichter bij de architecten A. Ingwersen en P. Verhave en als hoofdopzichter bij de architecten J. Roodenburgh en W. Ouëndag.
Na het behalen van zijn diploma in 1936 krijgt hij een aanstelling bij het IBIV, het Ingenieurs Bureau Ingenegeren-Vrijburg in voormalig Nederlands-Indië. In dienst van het bureau ontwerpt Gmelig Meyling een grote variëteit aan gebouwen: uitbreiding van het rooms-katholieke Marine-tehuis te Surabaya (1937); het christelijke Marine-tehuis in Surabaya (1938); de papierfabriek 'Padalarang' met bijbehorende kantoren en woningen in Padalarang (1939); hangars voor de militaire luchtvaart (1939); de boekhandel en drukkerij 'Visser & Co.' te Bandung (1940); de woonhuizen voor Resident Ter Laag en Generaal Statius Muller, beide te Ciumbuluit bij Bandung (1941). Het Zendingsziekenhuis te Magelang kan niet worden afgemaakt wegens de Japanse bezetting in 1942. Gmelig Meyling brengt zelf een groot deel van de oorlogstijd door in Japanse interneringskampen te Bandung en Tjimahi. Uit deze kampperiode dateren vele schetsontwerpen van met name (land-) huizen.
Na de capitulatie van Japan en de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië in 1945 volgt een chaotische periode. Gmelig Meyling vertrekt in januari 1946 mede om gezondheidsredenen naar Nederland, waar hij enige tijd in dienst van architect J. Roodenburgh werkt aan de wederopbouw van Nederland. In februari 1947 keert hij terug naar Bandung in Indonesië om zijn werkzaamheden bij het IBIV te hervatten. Hij ontwerpt onder meer de erevelden, die in de periode 1947-1951 gerealiseerd worden in Bandung, Surabaya, Semarang en Tjimahi. Het eerste flatgebouw van zijn hand draagt de naam 'Nestlé' en wordt in 1951 in Surabaya gebouwd.
In april 1952 wordt hij door het IBIV aangesteld als architect-directeur voor de duur van 5 jaar. Op zijn eigen verzoek wordt het contract niet verlengd. Gmelig Meyling vindt dat de aandeelhouders onvoldoende bereid zijn tot aanpassingen van de bedrijfsvorm, zijns inziens noodzakelijk 'mede in verband met de ontwikkeling der gebeurtenissen hier te lande'. Hij vertrekt na afloop van zijn contract in april 1957 met de eerstvolgende boot naar Nederland. Niet veel later valt ook het doek voor het Ingenieurs Bureau Ingenegeren-Vrijburg.