Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2007
Haast hebben in september (1975) – 1945-1940 of het verloren gaan van een terugkerende zoon, blz. 324-327.

Alberts – Romans en verhalen, 326-327

[Jakarta 4 – Des Indes] 

Die nederlaag was voor ons gekomen. Alleen voor ons, zoals we daar woonden en deden. Toen we een beetje erg snel veroverd waren, zeiden we niet, denkend aan Holland: We zijn er ook bij. We zeiden alleen maar: We zijn erbij.
Maar toen we nog buiten de herrie zaten hebben we aan Holland gedacht. In december ’41 bijvoorbeeld toen ze ten behoeve van ons in Londen de oorlog hadden verklaard. We hebben dat heel rustig opgenomen. In de tijd daarvoor trouwens ook. Inzamelingen gehouden voor het aankopen van Spitfires en een gekostumeerd bal voor hulp aan Finland. En we merkten, dat Australië ten zuidoosten van ons lag en dat we daar nauwere betrekkingen mee moesten aanknopen. Dat was nog heel wat, want die Australiërs begonnen altijd hun gesprekken met een opmerking over dat arme Holland, dat door de Duitsers was bezet en dan dachten we: O ja. Dat dachten we in 1940 ook nog wel op eigen kracht, toen we er nog niet aan gewend waren geen brieven meer uit Holland te krijgen. Toen we er nog niet aan waren gewend niet te weten hoe het daarginds met die anderen van ons ging. Hoe die ineens in een leegte waren verdwenen op een dag, toen we hoorden, dat Nederland had gecapituleerd. Toen de assistent-resident en ik vanuit zijn huis, vanuit zijn voorgalerij, waar de radio stond, naar kantoor waren teruggelopen, terwijl we elkaar niet durfden aankijken omdat we elkaars bevende lippen niet wilden zien. Toen ik zo nodig even weg moest gaan om iets te vragen in de kazerne van de veldpolitie en toen mijn voeten over de houten brug bij de weg klotsten, het geluid, waardoor ik ineens de bomen en de huizen en de mensen lijfelijk voor me zag in een land, vanwaar ik een paar dagen tevoren door de een of andere kortegolfzender de laatste klanken had gehoord: Parachutisten geland ...parachutisten geland ...