Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 1986

Kan – Burma dagboek, 15

[Bandung 2 – Krijgsgevangenen] 

Zondag 31 mei
Verhuizing van 's Landsopvoedingsgesticht naar Tjimahi-treinkampement. Reuze rotzooi. Tocht met zwaar opgeladen kar dwars door de stad. Vele vrouwen krijgen klappen. Corry presteert het om in toko's, warongs en zelfs in een huis in Tjimahi voor de ramen te zitten met allerlei inlanders. 17 km sjouwen. Toch niet bijzonder ruw. In Tjimahi op open grasveld aangetreden in de gloeiende zon. 't Beroeps kankert meer dan de reserve. 's Morgens het af en toe, met huilende vrouwen langs de weg, te kwaad gekregen. Aankomst in 't treinkampement. Hans Pluygers en Nol Belmonte ontdekt. Een lichtpunt in de nacht! Vreselijke verhalen! De beul enz.! Eerst reine grote slaapzaal zonder plaats. Toen weer een mooie koele open kamer. Met Marius en Lindeblad (de K.L.M.).

Kan – Burma dagboek, 18

[Bandung 2 – Ol] 

Zondag 7 juni [...]
De verveling begint voor 't eerst een hartig woordje mee te praten. Ik kan zonder Jap. toestemming geen voorstelling geven en de tolken schijnen het ogenblik nog niet gunstig te vinden om die toestemming te vragen. Verder schrijf ik dus niets dan dit onschuldige dagboek. Ik wil ook de schijn niet op me laden en vermijd dus ander geschrijf. Geen briefjes – geen verdere aantekeningen. Het geheel maakt het leven echter saai. En dan geen enkel bericht over Ol. Ja gisteren iets vaags. Van iemand die haar vrijdag nog gesproken zou hebben. Maar hoe gaat het haar en hoe draagt ze dit allemaal. Eet ze goed en slaapt ze normaal. Doet ze geen domme dingen of blijft ze rustig in haar huisje in Bandoeng. Als ik de wekker opwind dan denk ik aan haar. Vannacht sliep ik voor het eerst met de wekker in mijn klamboe. Gezellig idee. Net of Olle nu de wekker is geworden. Ik denk dat ik haar en mijn mooie stenen drinkbeker overal mee naar toe zal slepen. Ik ben er sentimenteel aan gehecht. De koffer trouwens en haast alles wat er in zit is door Ol destijds op 12 maart ingepakt. Ach wie had dat kunnen denken. Toen we de capitulatie die zondag door de radio hoorden gaf Corry me een zoen, feliciteerde me en zei: je bent nu geen soldaat meer! God, had je me gistermorgen op het veld buiten moeten zien exerceren. Net echt!

Kan – Burma dagboek, 50

[Bandung 2 – Kan] 

Donderdag 20 augustus, 12.30
Repetitie net ten einde. Vermoeide stem. Dominee heeft zondag gepreekt over 'steuntje in de rug'. Haalde mijn liedje aan. Aardig idee. Morgen Van Selms over magie. Heb sokjes van Ol aan. Gezellig idee. Wekker tikt. Foto's op het plankje staan vriendelijk te kijken. Vandaag broodjes aangekomen. Ben dolblij met mijn mooie boek.
Dit dagboek is al weer vol.
De mogelijke adressen van Corry zijn: Dagoweg 47 en Riouwstraat 51 Bandoeng.
Gelieve het daarheen te brengen als ik het zelf niet zou kunnen doen!

Kan – Burma dagboek, 51

[Bandung – Sociëteit 'Concordia']
[Bandung – Homann]

'k Wil hier niet weg!
.... (Melodie: Dirk Witte's 'En toch')
Als je 'n poosje in het kamp bent,
word je zoetjes aan al wijs:
dan begin je te beseffen,
buiten was 't geen paradijs!
Vroeger moest.je tafeldekken,
borden, glazen – klein en groot,
en nou neem je doodeenvoudig
je pannetje op schoot!
En zo eet je 't klein dineetje
en slaat de vliegen dood.
.... Refrein
Daarom zou ik voorlopig niet willen verhuizen.
Het is zo eenzaam zonder sIaapplank, zonder luizen.
Dat eten halen met je etenspan – da's zó man!
In Hotel Homann komt daar niks van!
En als ik ooit weer in zo'n donzig bed moet slapen
dan zaag ik allereerst de poten er van af.
'k Ga van de spiegelkast een luizig zitje maken
en 'k haal twee planken eruit, waarop ik maf.

Heb je hier soms moeilijkheden,
dreigt er bij de poort gevaar,
donderwolken – knappe tolken
brengen 't zaakje voor elkaar!
Gratis kan je hier talen leren,
gratis de vakantiesfeer,
gratis zonnebrand, plus dokter,
stralend zomerweer!
Niets te klagen, niets te vragen
mens, wat wil je meer?
.... Refrein
Daarom zou ik voorlopig niet willen verdwijnen,
'k voel me zo eenzaam zonder katten, tekkel en zwijnen.
Je krijgt, hier 'n rijstbuik van de rijst – je lijkt wel zwanger.
Hotel Preanger bereikt dat nooit!
En als ik ooit in Concordia ga eten,
neem ik m'n etensblikje mee, dat smaakt bekend!
En ja – 't voornaamste zou ik bijna vergeten:
onze eigen kok hier uit het kampement.
[...]

Kan – Burma dagboek, 64

[Bandung 2 – Kan] 

Zondagmorgen 9.30, 13 september 1942
Vandaag een halfjaar geleden dat ik – nagewuifd door Corry – met koffie achter op de Riouwstraat 53 verliet! 'Als er niks bijzonders is, kom je toch wel meteen naar huis,' riep Ol toen nog. Hahaha! Nou is 't een half jaar geleden – en nog niet thuis

Kan – Burma dagboek, 76-77

[Jakarta 7 – Station] 

11 oktober ’42. Zaterdagnacht halfeen
Bel. Hancho's. Rillerig. Nerveus. Afvoeren maar Batavia. R. en ik beiden erbij. Snel inpakken + 600 man. Afscheid. Zes uur ‘s morgens vertrek in 't donker. R. en ik samen piekelen. Ontilbare last. Harmonica. ‘lijken' langs de weg links en rechts. Toch volgehouden. Station aangekomen. Om half 5 in Batavia (10e Bat). Gekkenhuis. Kiotski. Kerei. Naurei. Jasmei. Slecht vreten. ’Johnny' de kampcommandant. Groot circus! Eten bedelen keuken. Aussies Kempi. Pianospel!
Dinsdag 13 oktober
Alles aantreden. Vriesman: mededeling van zeer onaangename aard: klaarmaken voor vertrek maar Siam! Begin v. dysenterie bij de Amerikanen enz. Jap. faeces onderzoek (enveloppe met inhoud). Geruchten – wel weg – niet weg. Timor wegens ziekte door Jap. verlaten (in Aussie's krant). Stortregens. Generale staf en G.G. ook in 10de Bat. Heden allen voor het eerst kaal geknipt.
Woensdag 14 okt. ‘42
Afscheid genomen van alle beroepsoff. Alle brieven van Olle verbrand in de keuken in de huilerige stortregen. Tranen in de ogen. Grote koffer achtergelaten... met vele dierbaarheden. Rugzak bemachtigd.
Donderdag 15 okt.
Om 4 uur reveille. Vertrek in de nacht naar station Koningsplein. Versierd met vlaggen. Met overste Hubach in zelfde wagon. Op Priok-kade alles leeg en dood. Wachten tot 10 uur. Dan aan boord s.s. Tacoma Maru. Met stokken de ruimen ingeslagen! Sloeg net op mijn stoeltje. Luik 3. Achterdek. ± 1m³ per persoon. 3 x ½ uur aan dek. Flauw vallen op 't voorschip.
Vrijdag 16 okt.
Vertrek v. Priok. Eerste dysenterie gevallen. Overste Hubach + 60 anderen.
Maandag 19 okt.
s Avonds 6 uur Singapore. Eindelijk.
Woensdag 21 okt.
60 zieken van boord. Onverwacht faeces onderzoek midden in de nacht (poppenkast).
Vrijdag 23 okt.
Pap – pap – pap! Vertrek uit Singapore. Direct wéér dysenterie. Sommigen zéér ernstig – Gissingen omtrent doel v.d. reis. Dank zij Anton meer eten (stiekem in de keuken). Zweterig – rooie hondachtig enz.
Zondag 25 okt.
Passeren Pinang. Terstond daarop duikbootaanval. ± 2 uur. Pannetje eerst netjes neergezet. Zwemvest en verkeerde veldfles gehaald – 1 schip getroffen – Gevlucht naar Pinang. 8 uur 's avonds aankomst.
Dinsdag 27 okt.
Wachten in Pinang. Afschuwelijk veel zieken. Veel regen. R. slaapt aan dek. wc's besmet. Luit. Eif 's avonds overleden in de regen.

Kan – Burma dagboek, 90

[Bandung 2 – Ol] 

Zondag 13 december, ± 5.30
Heden 9 maanden geleden ik per fiets Riouwstraat verlaten voor krijsgevangenschap. 'Ais je kunt, kom je toch weer direct thuis?' riep Ol. Ja, maar ik kan niet en misschien zal je wel tot de eeuwigheid op me moeten wachten. Hier gisteravond weer 7 doden. Ankerman ook erg slecht. s Morgens en 's nachts ontzettend koud. Vele nieuwe zieken met uitscheurende mondhoeken, gevoelloze onderbuiken en benen waar de haren uitgetrokken kunnen worden (berri-berri?). Grote ruzies in de keuken ('t vredespaleis). Al het Europese personeel hedenmiddag eruit gestapt. Scheldpartijen enz. Las prettig in mijn boek van de Nederlandse literatuur: ‘eeuwig gaat voor ogenblik' (Vondel: 'Konstantijntje’. Goed te bedenken hoe nederig niets wij zijn). Dc kruisen op onze graven worden gejat. De grafheuvels staan nu al vol onkruid. Onvindbaar liggen ze daar. Onze vrienden, met plannen en al, met hun ruzie, met hun ideeën over de toekomst...
Zojuist algemene consternatie – 500 man gaan de 19de met de boot naar Moulmein [Birma] en 500 per trein en gedeeltelijk lopen (60 km). Wat daar van terecht moet komen, weet alleen God...