De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018
De wandeling in PDF formaat.

Begin van de wandeling Jl Medan Merdeka Barat (Koningsplein West) hoek Jl Budi Kemuliaan (Scottweg).

Rechts:
Op de hoek van Koningsplein West lag op nr. 21 Hotel Andreas v/h Benvenuto en op Scottweg 2 woonde tandarts T. Gude.


Volg de Jl Budi Kemuliaan in westelijke richting.
Links: Komplek Bank Indonesia.
Rechts: zijstraat Budi Kemuliaan II (Gang Museum – voordien Spruitje Menteng).

ILW Jakarta 8 Tjideng Spruitje MentengRobert Scott was in 1814 havenmeester van Semarang, ging in 1820 naar Batavia en bouwde daar de huizen in gang Scott en gang Batoe. [Verlaat Rapport Indië, 2-5] 

In 1820 vertrok Scott naar Batavia, waar hij de zoogenaamde kampong Scott bouwde, aan weerskanten van Gang Scott en Gang Boentoe, tot aan de spruit Menteng; zijn eigen huis stond aan den noordoosthoek van Gang Scott. In 1827 is die gang doorgetrokken tot Tanahabang. [Oud Batavia I, 444a] 

De loop van het riviertje Menteng is te herkennen aan de bochten in de weg.


Rechts lag, op voormalig nr. 8, het Hoofdkantoor van de Oudheidkundige Dienst.

Hij was zelfs te knap om het niet te brengen tot assistent-resident; daar hij toen al verschillende javaanse kronieken had vertaald en archeologische studies had gepubliceerd van betekenis, gaf men hem een erepost bij de Oudheidkundige Dienst; gedurende elf jaar reisde hij toen heel de archipel af, alle beelden beschrijvend die hij vinden kon.
[Du Perron – Het land van herkomst, 324-326] 


Vervolgens lag rechts op voormalig nr. 14, Pension Irene.


Aan de overkant lag Hotel van Zanen, later Hotel Taruma geheten.

Het hotel, Taruma in de Jalan Budi Kemulian, is van het vooroorlogse type, een enorme voorgalerij met de bekende pilaren en een grote marmeren trap naar beneden. Binnen in de lounge is het koel en stil. Wij zijn de enige blanken, de rest van het hotel wordt bewoond door Indonesische zakenlieden en ambtenaren die 's ochtends in een drom het hotel verlaten, aktentasje onder de arm.
[Vervoort – Vanonder de koperen ploert, 202-203] 


Links: Rumah Sakit Budi Kemuliaan (Verloskundige kliniek Boedie-Kemoeliaän).


Ga de brug over de kali Tanah Abang over.


Ga rechtsaf: Jl Abdul Muis (Tanah Abang West).

Ruytenburg bezat eene uitstekend welingerichte woning op Tanabang. Hij buigt zich naar Henriëtte, om haar te berichten, dat hij thuis is – het rijtuig rolt krakend over paden van kiezelgruis in een keurig onderhouden tropischen tuin en staat eindelijk stil bij de voorgaanderij eener aanzienlijke, bataviasche heerenhuizinge. De jongen met den pajong springt ijlings tevoorschijn. Ruytenburgs gelaat plooit zich wat deftiger, schoon hij de nieuwe goevernante met voorkomende beleefdheid het rijtuig helpt uitstijgen.
[Ten Brink – Oost-Indische dames en heeren I, 179-180] 


Links: Jl Tanah Abang II (Laan Trivelli).
Links van de linker hoek van deze zijstraat.

ILW Jakarta 8 Tjideng Tanah Abang IIIk deed wat u ook gedaan zou hebben: de plaats van het oude huis opzoeken. Voor mij was dat Tanah Abang, even voorbij Laan Trivelli, die later toegang zou vormen tot het Japanse vrouwenkamp Tjideng onzaliger nagedachtenis. Het huis stond er niet meer; de koningspalmen die de gezamenlijke oprijlaan van vijf aaneengrenzende huizen omzoomden, waren verdwenen; het was een rommelig buurtje geworden zoals alle oudere woonwijken. Maar als men het zich in zo’n rommelig buurtje nu behaaglijk weet te maken? Flarden radiomuziek”gamelang met gezang van een hoge Javaanse vrouwenstem.
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 20-21] 


Rechts van de rechter hoek van de zijstraat.

De Overseas Broadcasting Service begon haar activiteiten in een kantoor op Kebon Sirih 24 te Djakarta. Na verloop van tijd werden binnen deze dienst twee afdelingen zichtbaar, een monitor- of luisterdienst die berichten van buitenlandse tenders opving en redigeerde en een programma-afdeling waar uitzendingen werden voorbereid. De laatste afdeling werd nog in 1942 geleidelijk overgeplaatst van Kebon Sirih 24 naar Tanah Abang West 24.
[Jansen – In deze halve gevangenis, xx-xxi] 

Toen ik naar kantoor fietste werd ik aangehouden door 3 soldaten, die me op Tanah Abang tegemoet kwamen gefietst. Ze bekeken mijn band [om de arm], vroegen waarom ik Japansch gestudeerd had en lieten me wat aarzelend weer doorrijden, nadat ik hun toegezegd had, dat ik me in den loop van de dag op het politiebureau zou gaan melden. Op kantoor is groote zenuwachtigheid, want vaders en broers waren links en rechts opgepikt en meegenomen.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 12] 


Ga linksaf de zijstraat in: Jl Tanah Abang II (Laan Trivelli).
Rechts: In het begin van de 20ste eeuw werd het hier gelegen schietterrein bebouwd en kwam hier het zogenaamde ‘Artillerie Kamp’. Vóór de Jl Kesehatan stonden rechts onderofficiers-woningen.


Rechts: Militair terrein.

Over Tanah Abang naar Laan Trivelli. Aan de rechterkant is een soort militair kampement (van vroeger), verspreide huizen over een veld, verderop herken ik een heel klein paviljoentje: daar woonde ‘een meisje waarmee je niet mag omgaan’. Ze was mooi, en dik, met blonde krulletjes en een porseleinen huid en porseleinblauwe ogen, en ze kreeg al een orgasme, en langdurig en luidruchtig ook, vertelden haar eigenlijk niet zo aardige vrienden, als je een pink op haar schouder legde.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 53] 


Links en rechts: Jl Kesehatan (Laan Canne).
Bij deze zijstraat stond in de periode augustus ’42 tot augustus ’43 de eerste buitenpoort van het interneringskamp Tjideng.
In de loop der tijd is het kamp naar het westen toe verkleind. Bij de Japanse capitulatie stond de buitenpoort op de brug over de kali Cideng.

 

Aan de andere kant van Laan Trivelli herkende ik het huis waar in de de eerste jaren van de internering mevrouw Willinge, als kamphoofd, haar moedige strijd voerde tegen de beruchte kampcommandant Sonei. En tegen de kampbewoonsters, in het begin nog uitermate verwende dames die moord en brand schreeuwden toen het aantal baboes dat de wijk mocht binnenkomen drastisch werd verminderd. Als Europese vrouw kon je toch niet zelf je huishouding doen! Daar was het klimaat niet op berekend!
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 53-54] 

[1945] Door Laan Trivelli (die naar Tjideng leidt) patrouilleerden ’s avonds gewapende Nederlandsche ex-gevangenen om te verhinderen, dat huiswaarts keerende vrouwen werden lastig gevallen, en om de bewoonde buurt rond het kamp tegen rampokkers te beveiligen.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 199] 


Ga de brug over de Kali Cideng (Tjidengkanaal) over. Op deze brug stond vanaf augustus ’43 de buitenpoort van het kamp.

ILW Jakarta 8 Tjideng Tjidengweg kanaalMet een blokje om komen we op de Tjidengweg langs het kanaal, die weg heet nog steeds zo, er zijn tussen de vroegere huizen nieuwe, goedverzorgde woningen bijgebouwd. Maar toch zie ik nog de bougainville in de voortuin van het huis waarin we ook een tijd gewoond hebben. Mirjam (voor haar tweede jaar al elf keer van adres veranderd) lag onder die heerlijke bougainville in haar box, en uit het huis naastaan (die onvergetelijke zin van de Indische-kitsj-schrijver Caesar Keidsjmir: in het huis naastaan klaagt altijd een grammofoon) rumoerden de jongetjes Joop en Philip van Tijn, jazeker, dezelfden die ook nu soms nog zo'n rumoer maken.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 55] 

 

Honderden jaren later, nu, de man is dood, trekken de pianotonen – klinken ze wel precies zoals die man ze heeft bedoeld? – onzichtbare sporen door de warme lucht boven de roerloze bomen in een kleine tuin, over het roerloze water van het Tjidengkanaal tot aan de overkant waar donkere mensen, Javanen, Soendanezen, Indo's en niet-Nederlandse blanken nog vrij rondlopen, of ligt ook daar het leven verlamd onder de steeds voelbaarder druk van de Japanse bezetting?
[Ferguson – Hollands-Indische verhalen, 57-59] 


Rechts: Jl Cideng Barat, 1ste gebouw (plaats van de woning van de Japanse kampcommandant).


Links: op de hoek, Maxx Coffee (Plaats van het kantoor van de Japanse kampcommandant).


Links: 2de pand (is ongeveer de plaats van het Poortgebouw en het Administratiekantoor).

De dag was begonnen met slagen op de kamp-tongtong en alle vrouwen dachten dat ze niet uit mochten. Maar er stond alleen een mededeeling op 't bord dat ze vooral moesten buigen en tabé toean zeggen tegen de 18-jarige Japansche jongen die de ingang bewaakt.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 249] 

De vader van F. kwam aan de poort afscheid nemen omdat hij zich vanmiddag om 5 uur voor interneering melden moest. Vader en dochter mochten niet met elkaar spreken. Hij vertrekt met 20 andere 'zieken’ naar Bandoeng onder geleide, moest eten meenemen. Batavia herbergt dus blijkbaar geen civiele geïnterneerden meer.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 294] 

Op 4 Mei 's morgens wikkelde mijn moeder, hardop huilend zoals ze huilde als ze werd geslagen, haar moeder in een rieten mat en tilde de slappe bundel op de strijkplank. Zij de strijkplank aan een touw achter zich aan trekkend, en mijn zus en ik ter weerszijden ervan het rijdende ding met beide handen overeind houdend, hebben we de grootmoeder voor het laatst door de straten gereden en haar afgeleverd bij het poortgebouw.
[Brouwers – Bezonken rood, 72-73] 


Vervolg de Jl Tanah Abang II (Verlengde Laan Trivelli).


Rechts 98, groot pand.

ILW Jakarta 8 Tjideng kampziekenhuisILW Jakarta 8 Tjideng kampziekenhuis2Opeens was mijn moeder ook haar enige dochtertje kwijt: die kreeg dysenterie en werd vanwege het besmettingsgevaar van deze ziekte opgeborgen in wat werd genoemd 'het kampziekenhuis', waar het omtrent ieder die er werd binnengebracht zekerder was dat zij er niet levend meer uit zou komen dan dat zij er zou genezen. (Mijn zus genas. Toen zij in 1945 acht jaar oud was, paste zij nog altijd in hetzelfde jurkje dat zij al droeg toen zij vier was.)
[Brouwers – Bezonken rood, 22-23] 


Ga rechtsaf: Jl Musi (Moesiweg).

De kinderen speelden de hele dag op straat. Wij hinkelden, rolschaatsten en knikkerden op het brede asfalt van Laan Trivelli. We maakten hutten in de bomen en speelden indiaantje met zelfgemaakte pijl-en-boog. Van de onderstellen van oude kinderwagens maakten we karretjes, waarmee we op de Moesiweg races of behendigheidswedstrijden hielden. Ruimte genoeg.
[Lanzing in: Omstreden Paradijs, 221 -223] 


Ga de 2de straat linksaf: Jl Batanghari (Batangharieweg) de noordgrens van het kamp.

Fietsend langs het Batanghariveld zag ik dat men pakjes over het gedek gooide en daarmee via heiho’s ruilde. De hele ochtend was reeds, o.a. door de assistent-blokleidster, hiertegen gewaarschuwd. Ook daags tevoren was het al uitdrukkelijk verboden, echter zonder resultaat.
[Omstreden Paradijs, 238-240] 


Ga linklsaf: Jl Kampar (Kamparweg).

ILW Jakarta 8 Tjideng KamparwegRechts: nr. 10 Voorbeeld volkswoningbouw.→
‘Personen die in nood verkeren’ (d.w.z. ‘personen voor wie het moeilijk is, in hun levensonderhoud te voorzien’), ‘dienen onderworpen te worden aan internering en bewaking, groepsgewijs, op een aangegeven plaats.’
‘Heel Batavia in rep en roer’, schreef een Nederlandse vrouw na het verschijnen van verordening no. 33 in haar dagboek en dit sloeg niet alleen op allen die in de beschermde wijken hun intrek zouden moeten nemen maar ook op diegenen, ‘meest kleine lieden met nòg minder geld ’, die zonder dat iets bepaald was ten aanzien van hun opvang, die wijken op stel en sprong moesten verlaten. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 346-347] 


Ga rechtsaf: Jl Kapuas.
Ga linksaf: Jl Kuantan.
Ga op het eind rechtsaf: Taman Bawang.
Ga linksaf: Jl Citarum (Tjitaroemweg).

ILW Jakarta 8 Tjideng Tjidengkamp... ook in het Tjidengkamp waar avond aan avond de gamelanmuziek opklonk vanuit de kampongs over de spoordijk.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 31] 

De kampongjeugd aan de overzijde van de spoorweg joelde en jouwde ons uit en verrijkte ons repertoire van scabreuze scheldwoorden en uitdrukkingen, die ik helaas allemaal vergeten ben.
[Lanzing in: Omstreden Paradijs, 221 -223] 

 

Toen wij er woonden zaten we elke middag in lichte stoeltjes op het grasveld aan de voorkant, en keken naar de dijk, en de lucht waar de zonsondergang zich even grandioos en rood-oranje voltrok als in de Nederlandse tijd. We dronken thee, lazen een goed boek, gaven elkaar Engelse conversatie-les; over de dijk rolden soms vele treinen van waaruit gele gezichten onder groene helmen nieuwsgierig naar ons keken. [...] Maar wat volkomen veranderd was, dat was de overkant. Die is nu helemaal volgebouwd met een weliswaar schilderachtige, doch hoogst rommelig verzameling bilik-huizen. Er is, tussen de weg en de spoordijk, gewoon een grote kampong bijgekomen. En als je op de weg staat zie je helemaal niets meer, noch van de dijk, noch van de lucht. Ik krijg het benauwder dan in de Jappentijd! 
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 54-55] 

 

 

ILW Jakarta 8 Tjideng Tjidengkamp 11ILW Jakarta 8 Tjideng Tjidengkamp 16In september 1942, nog voor het hier officieel beschermde wijk werd, kregen we op deze weg een huis aangewezen. We woonden er eerst met ons vijven, toen met ons elven (dat kon eigenlijk niet), toen met ons vijftienen, in de tussentijd was Mirjam geboren, en aan het eind van de oorlog, toen wij al naar een ander kamp waren overgebracht, verbleven honderdvijftig vrouwen en kinderen in datzelfde huis.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 54-55] 


Ga linksaf: Jl Brantas (Brantasweg).
Rechts: was een plantsoentje.

In 't Kramatkamp is de avondklok ingesteld om 't gescharrel van jonge getrouwde vrouwen – de barmeisjes etc. – met jongens van 16 te voorkomen. In 't Tjidengkamp worden daar 's avonds plantsoentjes voor gebruikt. Enkele vrouwen zijn daar zwanger van Japanners.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 238a] 


Halverwege de Jl Brantas liep de grens van het kamp naar het noorden.

[Oktober1942] Het getto voor Europese vrouwen in Batavia – het Tjidengkamp – wordt van prikkeldraad voorzien, vanwege de ‘speciale bescherming', die de vrouwen van de bezetters zullen genieten.
[Bouwer – Het vermoorde land, 135b] 

De bamboe-pagger om het kamp hield een voortdurende verleiding in. Maleische vruchten- en eierenverkoopers zwierven er hardnekkig omheen, tuk op het in het kamp verborgen geld – hoe dat na tal van huiszoekingen en visitaties-aan-den-lijve soms nog steeds uit de handen der Japanners kon blijven, schijnt achteraf een raadsel. Kleeren werden gretig in ruil aangenomen.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 30-31] 


Ga bij de Kali Cideng linksaf: Jl Cideng Barat.(Tjidengweg West).

[1945] Ik was het kamp nog niet binnen, of ik had al ’n dozijn dreumesen achter me aan, die bij den ingang uitkijk hielden naar sensaties. Twee pakten me dadelijk stevig bij de hand en wilden weten bij wie ik zijn moest. ‘Ben jij ’n pappie?’ vroeg een klein meisje me, trouwhartig naar me opkijkend met heel lichtblauwe oogen. En toen ik ‘ja’ knikte, wilden ze allemaal tegelijk weten ‘’Wiens pappie ben jij dan?’
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 26-28] 

Ze reden, staande op vrachtauto’s tot voor een van de toegangen. Ze stonden stil. En nog voor ze naar beneden konden springen, stroomde een bende schreeuwende kinderen op hen af. Wat schreeuwden ze? Pappies, jongens, pappies! Er zijn weer pappies aangekomen!
[Alberts – Een kolonie, 111-113]

Ook kwam het omstreeks 10 september [1945] tot een nachtelijke dreiging tegen het grote interneringskamp Tjideng; ca. dertig ex-krijgsgevangenen die voor het verrichten van het zware werk enige tijd eerder in dat vrouwen- en kinderkamp waren ondergebracht, joegen in samenwerking met Japanse militairen, die hen onmiddellijk bewapend hadden, de aanvallers op de vlucht. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11c, 575-579a] 

 

ILW Jakarta 8 Tjideng Westerpark 30ILW Jakarta 8 Tjideng Westerpark 6Ga rechtsaf de brug over de Kali Cideng over.

Ga linksaf: Jl Cideng Timur. (Tjidengweg Oost).
Ga rechtsaf: Jl Tanah Abang IV (Laan de Bruin Kops).
Ga bij de 3de zijstraat linksaf: Taman Tanah Abang III.
Ga rechtsaf: Plein met vooroorlogse woningen (Westerpark).

De verhuizing van de voor internering in aanmerking komende Europese vrouwen naar de speciale wijk in Batavia zal tussen 1 en 28 oktober a.s. plaatsvinden. Volgens het officiële programma zullen 4 vrouwen in een kamer worden ingedeeld. Inofficieel denken de Japanners aan 10 tot 15 personen in een kamer. Er is ook geen keuze met wie de vrouwen willen samenwonen. Zij krijgen eenvoudig een plaats toegewezen. Zij mogen vrijwel geen meubilair meenemen. Waar zouden ze het ook moeten neerzetten? Wat zij in hun huidige woningen moeten achterlaten, vervalt aan het keizerlijke Japanse lager. Officieel zullen de vrouwen 10% van de getaxeerde waarde uitbetaald krijgen, als vergoeding. Onder de Europese vrouwen van Batavia heerst begrijpelijke paniek. Allen proberen meubilair bij anderen onder te brengen. Het surplus is echter in zo'n korte tijd niet te verwerken. Velen willen ook nog zien uit Batavia weg te komen.
[Bouwer – Het vermoorde land, 125]