De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018
De wandeling in PDF formaat

Trouwens de keus en ligging van ’t heele garnizoen Tjimahi is een failure, die ’t leger dankt aan den generaal Rost die concentreeren wilde in de Preanger en afging op ’t advies van een vorigen resident, die liever geen garnizoen te Bandoeng had, omdat de zedelijkheid te Bandoeng er door achteruit zou gaan !
Kassian de ‘zedelijke’ Bandoengsche meisjes. Gelukkig toch maar, dat die resident zoo goed voor ze gezorgd heeft. [De Locomotief 18 October 1910] 

De garnizoensplaats Tjimahi bestond in de vooroorlogse jaren vrijwel geheel uit militaire kampementen en bijbehorende terreinen. Aan de noordoost kant lag een klein plaatsje met een pasar en winkels.


Begin van de wandeling: het busstation Terminal Pasar Antri Baru aan de Jl Sriwijaya.

Deel A:

Ga de Jl Sriwijaya in noordelijke richting en ga schuin links: Jl Gandawijaya (Pasar Antri (weg).

ILW Cimahi Pasar AntriMijn leven was, vooral in de tweede helft van dien diensttijd, draaglijk genoeg. Het werd doorgebracht op een militair kantoor, geheel buiten alle militairisme om. Ik had vaak veel werk en ik werkte op alle tijden van den dag. Dan ging ik na afloop van den arbeid naar de straat, die Passer Antri heet, en at daar iets in een warong van een Chinees of een Inlander, waarna ik koffie dronk bij Itih. Het was eigenlijk een goed leven, want in al dien tijd ben ik geen enkele maal boos geworden. Er was niets, dat mij boos kon maken, want ik leefde niet.
[Walraven – Op de grens, 27-28] 


Steek de Jl Raya Cimahi over [andere namen: Jl Machmud, Jl Nasional 3].
Ga de Alun-Alun over (Aloon-aloon) en houd de moskee aan de linkerhand.

ILW Cimahi Aloon aloonTjimahi was eens een grote desa, of een verzameling van desa’s, met een nog bestaande aloen-aloen, waaraan een missigit ligt en tegenwoordig ook een nieuwe, stenen bioscoop. De bomen van de aloen-aloen worden mager en kaal, ook zijn er minder dan voorheen. Buiten de grote wegen, waaraan de kazernes liggen en de officierswoningen, en tegenwoordig ook de onderofficierswoningen, is het mij opgevallen, hoe weinig er is veranderd. Geen particulier schijnt fiducie te hebben in Tjimahi. Behalve de nieuwe bioscoop, een chemicaliënhandel, een fotozaak en een winkel van auto-onderdelen en benzine, zag ik niets nieuws.
[Walraven – Eendagsvliegen, 105] 


Ga rechtsaf: Jl Kaum.
Rechts: zicht op Rio (Rio Theatre).

ILW Cimahi Rio TheatreWij zijn hier maar zo’n zielig zootje,
gerekend op de grote hoop,
van heel- en half- en onbeschaafden.
En dat voel je in de bioscoop.

Zodra ’t een beetje interessant wordt,
dan blijkt de film gemutileerd,
want, schaadt het ons al niet, het kón toch dat de Batak slechte dingen leert.

..........
Soms lees je het in droeve ogen
als ’t pauze is ... en ’t licht weer straalt,
hoe duur de blanke man als ridder
en felle vrouwenschoon-aanbidder
zijn tol aan’t broedervolk betaalt.

[Melis Stoke – Ik kijk de kat uit de klapperboom, 77-78] 


ILW Cimahi Hollandsch Indische SchoolGa rechtdoor: Jl Kaum [Jl Ria].
Ga rechtsaf: Jl Babakan [Jl Wiganda Sasmita].
Steek over en ga linksaf: Jl Raya Cimahi [Jl Machmud, Jl Nasional 3].

Ga rechtsaf: Jl SMP [Jl Artawijaya] (HIS-straat).
Rechts: SMP 1 (Hollandsch Indische School). →
Volg de weg naar links.

Ga rechtsaf: Jl Gatot Sobroto (Cantineweg).
Rechts: nr. 24 Gereja Kristen Pasundan (Protestantsche Kerk).

Rechts: op de zuidelijke hoek met de Jl Lurah: lag het Protestants Militair Tehuis.


Links: nr. 248 Kodim 0609 (Onderofficiers Sociëteit).


Ga met de weg, in de slappe s-bocht, naar links en naar rechts.
Links: Gedung Siliwangi (Militaire Cantine, Sociëteit voor korporaals en soldaten).

ILW Cimahi Gedung SiliwangiIn de grote sociëteit, waarvan het beste deel vroeger de bibliotheek was, hangt nog als vanouds de jeneverlucht. Toch wordt er niet veel meer gedronken, niet zoveel als vroeger. Het jongste type van soldaat drinkt geen jenever meer, ook al kan de soldaat van heden het beter betalen dan zijn vorige generatie. Vroeger zou het ondenkbaar zijn geweest, dat soldaten in particuliere zaken bier dronken, tenzij er iets bizonders was gebeurd, zoals bijtekenen b.v. of een onverwacht buitenkansje.
[Walraven – Eendagsvliegen, 106a] 

 

 
Waar brengt de soldaat in zulk een reuzengarnizoen als Tjimahi, zijn vrije avonden door? Het is een vraag, die niet gemakkelijk is te beantwoorden. Er is ‘de pijp’, zijnde dit de inrichting, die in officiële stukken ‘de Militaire Sociëteit voor Korporaals en Soldaten’ heet. Persoonlijk weet ik van die ‘pijp’ weinig af. Het was destijds een bepaald soort mensen, dat daar zijn vertier zocht, niet altijd om zich te bedrinken natuurlijk, maar toch wel om zich te vermeien in de ruwere en meer luidruchtige zijden van het militaire gezelschapsleven.
[Walraven – Eendagsvliegen, 110-111] 


Vervolg de Jl Gatot Subroto (heette na de s-bocht: Kampementsweg).
Rechts: 1ste derde deel van militair kampement (Kampement Genie).


Rechts: Rest, ⅔ deel, van het kampement (resp. het 9de en het 4de Bataljon (Infanterie).
Interneringskamp tijdens W.O.II. – De dysenteriebarak lag in de no-hoek van het 9de Bat.

 

Tijdens WO II waren de meeste, van de in deze legerplaats gelegen kampementen, krijgsgevangenenkamp; namelijk: Kampement 4de en 9de Bataljon, Kampement Bergartillerie, Treinkampement, 6de Depot Bataljon en Depot Mobiele Artillerie. Tjimahi was daarmee het grootste verzamel- en doorgangskamp voor krijgsgevangenen en telde medio ’42 10½ duizend militairen. Eind januari ’44 gingen de laatste transporten naar werkkampen op Java of over zee naar Batavia. Tot het einde van de oorlog waren hier mannen en jongens kampen voor12½ duizend gevangenen. Daarna bleven het, tot juni ’46, vluchtelingen- en evacuatiekampen.

 
Rechts: Ingang kampement.


Ga linksaf: Jl Pasir Kumeli (Magazijnweg).
Rechts: een woonwijk (Kampement Bergartillerie) – Interneringskamp tijdens W.O.II.

Een dag. In Magelang ben ik toen opgeleid voor de oude Bergartillerie (Ik wil bijna ‘artjirih’ opschrijven, dat zeggen wij toch altijd vroeger, niemand kan het woord uitspreken zoals het moet, nu ook heb ik eerst in de Van Dale gekeken, want die heb ik hier nog steeds hoor.) Laag geschut. Maar in Tjimahi namen ze de stukken over van de Engelsen die betere wapens hadden, en hun kanonnen hadden een schild en werden bediend door vijf mensen. Kali Djati. Overvallen door al die vliegtuigen. We keerden onverrichter zake terug. Overste De Vries nam toen studenten mee naar het front. Een week later was de capitulatie.
[Bloem – Vaders van betekenis, 74-76] 


Ga linksaf: Jl Poncol.
Rechts: Pusat Lembaga Militer – “1886” (Militaire Strafgevangenis tevens Huis van Detentie).


ILW Cimahi MunitiemagazijnGa terug en linksaf: Jl Pasir Kumeli.

Ga na de brug rechtsaf: Jl Pasir Kumeli.

Ga linksaf: Jl Munajan [Jl Pasir Kumeli].

Rechts: gebouwen en sportterrein achter muur.

(Treinkampement: de barakken van de afdeling die belast was met het militair vervoer.)


Ga rechtsaf: Jl Pusdikpal.
Volg de grote S-bocht naar links en rechts en steek de spoorlijn over.
Recht vooruit: Militair kampement (6de Depot Bataljon Inheemsche Militie – Kamp Baros).

Van april 1942 tot oktober 1943 dienden de gebouwen als krijgsgevangenen kamp. Vanaf oktober 1943 was het interneringskamp voor mannen en jongens. In oktober 1944 werden in Baros de leidende figuren uit het bedrijfsleven en bij de overheid verzameld. Zij werden door de Japanners beschouwd als mogelijke gijzelaars. De bezetting was ruim 5000.
Het complex had 27 barakken. Barak 1: jongens van 18 jaar en ouder, ‘Boystown’; barak 4: jongens tot 18 jaar, ‘Kidstown’; barak 13: Vrijmetselaars en Joden in ‘Tel Aviv’ en barak 18: katholieke geestelijken, ‘Vaticaanstad’.

 


Midden in het kamp Baros lag het ‘oebiveld’.

Degenen, die nog tot werken in staat waren, konden gaan corveeën op het oebiland. Daar werden – de naam zegt het al – oebi’s verplant, een zoetsmakend soort aardappel, waarvan de consumptie een matige buikloop ten gevolge had.
[Alberts – Namen noemen, 149-150] 


Ga rechtsaf: Jl Bapak Ampi (Gang Doger).
Rechts: de spoorlijn en aan de overkant het voormalige Treinkampement.

Toen de trein van half 5 naar Bandoeng voorbij zien komen en Ol zien staan op 't balkonnetje. Niet gezwaaid, omdat 't niet mocht!
[Kan – Burma dagboek, 60-61] 

Gisteren om 12 uur Ol in de trein naar Tjimahi zien zitten. Had Schotse jasje met rode ruiten aan. Aardig gezicht. Stond met 'Vader Bril' ruim een kwartier te wachten op de aankomst. Ten slotte stormde de trein in volle vaart voorbij. Wuiven mocht niet. Hij zag z'n vrouw niet eens en zij zagen ons geloof ik ook niet. Ol keek te ver vooruit. Om half 5 kwam de terugtrein – Daar waren ze geen van beiden met zekerheid in te herkennen. Maar anderen beweerden hen pertinent te hebben gezien. Enfin, dat zijn den de kleine vreugden van dit leven.
[Kan – Burma dagboek, 64a] 


Ga, na de brug, linksaf: Jl Bapak Ampi (Gang Leupen).

ILW Cimahi Gang LeupenNa een verblijf van twee maanden op Batavia verhuisden zij naar Tjimahi, waarheen Linda’s vader was overgeplaatst.
In de jaren dat de familie daar woonde, stond de onderofficierswoning die Linda’s vader toegewezen kreeg, aan het Rembrandtsplein achter de tangsi van het Militair Hospitaal Personeel. Daar woonden ze de langste tijd. Maar tevoren woonden ze nog in Gang Leupen, in een bilikhuis op neuten. In die tijd zag Linda voor het eerst het adu-dombak of de rammen-gevechten in de kampong achter hun huis.
[Scholte – Anak kompenie, 69-71] 


De straat komt uit bij de Katholieke kerk aan de Jl Baros.
Voor een bezoek aan het Ereveld Leuwigajah, 4½ km v.v. kan hier een afspraak met een ‘ocek’ (brommer-taxi) gemaakt worden.

Deel B:

Volg de Jl Raya Baros in zuidelijke richting.
Ga het viaduct over de Jl Tol Pasteur over.
Volg de weg naar links en ga scherp rechtsaf: Jl Raya Nanjung.
Ga het viaduct over de Jl Tol over.
Ga rechtsaf: Jl Kerkof (Kerkhofweg).
Ga linksaf: oprit naar Ereveld. Leuwigajah.

ILW Cimahi ereveld LeuwigajahHet ereveld Leuwigajah werd op 20 december 1949 ingewijd. Als gevolg van de vele herbegravingen, die hier sedert 1960 hebben plaatsgevonden, is Leuwigajah uitgegroeid tot het ereveld met het grootste aantal graven, ruim 5000. [OGS-40, 56] 

Clandestiene briefjes uit de kampen in Tjimahi melden vele gevallen van bacillaire dysenterie onder de jongeren. De ouderen, die over nog wat binnengesmokkeld geld beschikken, gooien n.l. vaak het thans werkelijk oneetbare voedsel weg. De vliegen zwermen er op neer. Stiekem wordt dit weggeworpen voedsel, dat inmiddels door de vliegen is besmet, door de jongeren die veel meer door de honger worden gekweld, opgegeten en de gevolgen blijven dan niet uit. Elf sterfgevallen per dag zijn in de kampen te Tjimahi geen uitzondering meer.
[Bouwer – Het vermoorde land, 233a] 

Er is niet alleen een schril contrast tussen die 3 % [Nederlandse militairen als krijgsgevangenen in Duitsland] en de 19,4% die in Japanse krijgsgevangenschap is bezweken, maar bovendien hebben veruit de meesten die er als krijgsgevangenen der Japanners het leven afbrachten, traumatische ervaringen gekend die aan vrijwel alle krijgsgevangenen der Duitsers bespaard zijn gebleven. Dat is een opmerkelijk verschil tussen de bezettingsgeschiedenis van Nederland en die van Nederlands-Indië. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 732-733] 

 

ILW Cimahi H Th KarstenH.Th. Karsten – V 361
In ± 1930-1931 maakte Karsten zijn tweede en laatste verlofreis naar Europa. Hierbij reisde het gezin via Amerika, alwaar Karsten lezingen hield. Na deze reis vestigde Karsten zich in Bandoeng en leidde enige tijd met Schijfsma een buro.
In 1933 begon hij voor zichzelf, met als belangrijkste medewerkers Soesilo en Abikoesno.
Per 1 september 1941 werd Karsten aangesteld tot buitengewoon lektor in de nieuwe studierichting planologie aan de Technische Hoogeschool te Bandoeng. Wegens ziekte en internering kon hij dit slechts een half jaar volhouden. In 1942 moest hij een kamp in, te Tjimahi, alwaar hij stierf eind april 1945. [Bogaers – Karsten, 50-53] 

 

ILW Cimahi ereveld Leuwigajah 2Op het ereveld Leuwigajah werd op 21 september [1984] een gedenksteen onthuld, die geschonken is door de Stichting Herdenking Junyo Maru – Sumatra.
Deze gedenksteen wil de nagedachtenis in ere houden van alle slachtoffers van de zee-transporten uit de jaren 1942-1945 in Zuid-Oost Azië, in het bijzonder van diegenen,die in september 1944 omkwamen bij de scheepsramp van het Japanse transportschip “Junyo Maru”. Dit schip werd nabij Benkulen aan Sumata’s Westkust getorpedeerd en tot zinken gebracht, waarbij ruim 5800 mensen in zee omkwamen. Onder hen bevonden zich duizenden inheemse dwangarbeiders en geallieerde krijgsgevangenen, waaronder ca. 2500 militairen van het Koninklijk Nederlands Indische Leger. [OGS-84, 15, 17] 

Het schip had voor zijn bemanning en ruim zesduizendvijfhonderd andere opvarenden geen reddingsmiddelen van betekenis aan boord: twee oude sloepen hingen in de davits en op dek lagen vlotten van houten raamwerk, maar geen van de romoesja’s of krijgsgevangenen had een reddingsgordel – de Japanners daarentegen droegen allen een zwemvest. Een Japans vliegtuig begeleidde het schip: het diende Geallieerde duikboten op afstand te houden.
Twee dagen na het vertrek, 18 september dus, in de namiddag, was dat vliegtuig verdwenen en ter hoogte van Benkoelen, ca. 20 km uit de kust, werd de ‘Joenio Maroe’ even voor half zes (Japanse tijd! het werd pas na half acht donker) door twee torpedo’s getroffen, waarvan een in een van de ruimen talrijke slachtoffers maakte. Het schip zonk langzaam en begon toen te hellen. Paniek brak uit, ‘eerst in het ruim’, aldus Von Fuchs, ‘waar de een de ander met stukken hout en ijzer neersloeg om het eerste boven te kunnen zijn, later ook aan dek.’ [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 660-663] 


Ga terug: Jl Kerkof en Jl Raya Baros
tot: 500 meter na de 2de overgang over een tolweg
en 400 meter voor de katholieke kerk.

Links: een apotheek aan de Jl Samratulangi (Willemstraat).
Aan de rechterkant van deze straat lag het kampement van de Mobile Artillerie.
Daar was tijdens WO II het Centraal Kampziekenhuis ondergebracht.

Steeds meer doden. Waar gingen ze dood? In het kamphospitaal zelf of in het hospitaal van Tjimahi (Cimahi)? In het kamp als het onverwacht ging. Ik zelf heb steeds magerder wordend, de paar laatste maanden in het kamphospitaal gelegen. Dat was net zo’n barak als de andere, met net zulke beroerde slaapplaatsen. We lagen wel iets verder uit elkaar.
[Alberts – Een kolonie, 102-104] 

Enfin, de zieken, die uit het kamp gingen om dood te gaan, moesten worden weggedragen. Ze waren tamelijk zwaar als ze aan waterzucht leden en zeer licht, als ze alleen maar waren uitgehongerd. Maar zwaar of licht, de brancards werden door twee geïnterneerden gedragen. Vrijwilligers.
[Alberts – Een kolonie, 106-108] 


Deel C:

Ga linksaf: Jl Sudirman.
Rechts: Santo Ignasius (R.k. kerk).
Rechts: Lap Tenis (Wilhelminapark ?)

ILW Cimahi WilhelminaparkDe ongeregelde troepen, die later het leger van de republiek Indonesië zouden vormen, hadden ons kamp helemaal omsingeld en hoe gaat het, wanneer men in een belegerd dorp zit? De dorpsbewoners vormen dan een burgerwacht, een eigen legertje. Als ik zeg dorp, dan bedoel ik daarmee niet het stadje Tjimahi, want daarvan konden we maar een deel tot ons grondgebied rekenen: het deel van de villawijk, dat ten zuiden van het kamp lag. En met die burgerwacht begon het pas goed te gaan toen het duidelijk werd, dat ook de Japanse bewaking zou worden teruggenomen, terwijl het Engelse opperbevel niet voor voldoende vervanging kon zorgen.
[Alberts – Namen noemen, 155-156] 


Links: ‘half rond’ plein (Rembrandtplein).
In het midden van plein Jl Kebonrumput.
Links: G 95-96, G 98 en G 102.

ILW Cimahi RembrandtpleinAan het Rembrandtsplein waar ze later woonden, rijgen de onderofficierswoningen zich U-vormig om het plein, dat kruislings werd gevierendeeld door twee wandelwegen. De langste die op de grote weg uitkwam enerzijds, ging aan de andere zijde op de bodem van de ‘U’ over in een breed pad, dat door kampong Bèdèng leidde naar Kebon Djukut, de graslanden behorende aan de afdeling Cavalerie van het KNIL.
[Scholte – Anak kompenie, 71] 

Een ander voordeel was gelegen in de omstandigheid, dat de mortieren moeilijk in het kamp konden worden opgesteld. Daarom werden wij met onze stukken gestationeerd in twee kleine villa’tjes, die nog net precies in het door ons beheerste deel van Tjimahi lagen. Ze lagen aan een halvemaanvormig gazonnetje en ze bevatten per stuk een kamer of drie, vier.
[Alberts – Namen noemen, 157-158] 


Volg de weg, bij de moskee, naar rechts.
Ga, na de brug, de 4de weg linksaf: Jl Lapangan Tembak.

Standplaatsen van ‘oceks’ zijn in de Jl Warung Contong, dat is de straat rechts.

Deel D:

Ga de brug over de Ci Sangkan over.
Links: Lapangan Tempak Gunung Bohong (schietbanen).

ILW Cimahi schietbanenDe halfautomatische Johnsonkarabijn was een wapen, waarin een houder met acht patronen kon worden geplaatst en die patronen konden achter elkaar worden afgeschoten door alleen maar telkens de trekker over te halen. Het was ook mogelijk door het verschuiven van het een of ander palletje alle kogels in één keer uit de loop te laten vliegen. Dat gaf een wonderlijk effect aan de schouder en op de schietschijf. Het geweer had verder een lange loop en het was verstoken van enig houtwerk. We mochten de Johnson zomaar helemaal mee naar huis nemen, dat wil zeggen naar onze barak in het kamp. Ik heb het ding voorzichtig in een hoek gezet,
[Alberts – Namen noemen, 157-158] 


De weg heet hier: Jl Sukasari.
Houd rechts aan; recht vooruit heuveltop, rechts huizen.
Ga rechtsaf: Pad naar Makam Gunung Bohong – Kelurehan Padasuka; de begraafplaats.

ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 3ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 1ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 2

 


Ga in noordoostelijke richting en steek de bergraafplaats over.
Ga rechtsaf: Jl Panembakan – heet later: Jl Warung Contong.

Vervolg deel C:

Ga rechtsaf bij de spoorwegovergang.
En ga daarna meteen linksaf: Jl Rumah Sakit Yudustira (Hospitaalweg).
Rechts: R.S. Dustira (Militair Hospitaal).


Ga linksaf: Jl Raya Baros.
Ga de spoorbaan over.
Ga linksaf: Jl Stasiun.

Rechts: Mess Perwira (Officierssociëteit).

ILW Cimahi Mess Perwira OfficierssocieteitVoor de ambtenaren, officieren, is de indeling van de dag, na acht uur ’s morgens, aldus: sleur-werk tot elf, twaalf, een uur – soos – rijsttafel, middag-slapen, avondwandeling – soos – diner of wat er voor moet doorgaan, en weer – soos met of zonder kletstafel. Getrouwden offeren er de na-avond aan op, gewoonlijk. Kooplui kennen gemeenlijk enkel de soos in haar vóór- en ná-avond-momenten en een groot deel is niet eens trouw soos-bezoekend. Er zijn kooplui, die maar hoogst zelden in de soos komen. Iemand komt ‘nieuw’ op een plaats. Het hotel verveelt hem; hij gaat naar de soos. Voor hem is de soos een uitkomst in de Indische eenzaamheid.
[Veth – Het leven in Nederlandsch-Indië, 138-140] 


Links: Stasiun (Het station is uit 1904 en nog redelijk intact.)

ILW Cimahi stationILW Cimahi Stasiun“732 m.”                                                            2005→

In Tjimahi waren de corvees over het algemeen niet zwaar: fourageren, zoals brandhout van het station halen en zakken rijst uit de wagons tillen en ze in karretjes overbrengen soms een paar gebouwen ontruimen of een Nippon-kazerne schoonmaken. Het voornaamste corvee was het werken in de groentetuin die een paar kilometer van Tjimahi verwijderd was. We waren dan met honderd of meer. Meestal werd je aangewezen, maar soms ook gaf ik me ervoor op om weer eens buiten de kampmuren en het prikkeldraad te zijn. [Nieuwenhuys – Een beetje oorlog, 93] 


Ga rechtsaf: Jl Sriwijaya (Gedong Delapan).

ILW Cimahi Gedong DelapanDe oudere geïnterneerden werden daar ondergebracht in een rij huizen aan de Gedong Delapan-weg: ik kreeg er een kamertje met een prettig jongmens, een sympathieke kamergenoot. Eerlijk, hartelijk en hulpvaardig, en ik heb veel hulp van hem ondervonden. Daar lag ik een middag om half zes op mijn bultzak, in een ellendige stemming en met het gevoel dat me iets ernstigs boven het hoofd hing. Plotseling zag ik het gezicht van mijn vrouw, die me enige seconden strak aankeek. Het was op 10 September 1944. Ik vreesde het ergste: verschijningen had ik meer gezien en ze bleken, evenals sterke sombere voorgevoelens, meermalen op realiteit te berusten.
[Koch - Verantwoording, 243-244] 

We rijden de weg op naar Tjimahi, het licht is van zwart naar grijs gegaan, er komt steeds meer wit in, het is vroeg daglicht als ik de huizen herken van de garnizoensplaats Tjimahi, de woningen van soldaten en onderofficieren die er in 1930 al waren liggen er nog net zo. Een rustig en ordelijk militair kampement, lage crème-achtige huizen met donkere daken, kalmpjes bochtende straten.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 180]