De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018.
De wandelingen in PDF formaat

Begin van de wandeling: Jl Rachman Hakim / brug over de Ciliwung.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard brugWat is er reeds lang veranderd en wat is bezig te veranderen? Er zijn nieuwe, dure hotels aan het oude Molenvliet verrezen en bij de Berlagebrug op Kwitang wonen bedelaars als holbewoners. Er zijn onofficiële asylen in loods A van Pasar Senen, onder de bruggen van Tanah Abang en in de voorgalerij van de Harmonie.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 21-22] 

Alzoo werd Vinck in 1735 Landdrost. Hetzelfde jaar kreeg hij van de Regeering vergunning om pasars aan te leggen op zijne landen Tanahabang en Weltevreden, en deze met elkaar te verbinden door een weg en eene brug over de kali, namelijk den tegenwoordigen weg Kampong Lima [Jl Wahid Hasyim], de Parapatanbrug en den weg van hier tot de Kramatbrug, waar hij den Grooten Zuiderweg bereikte (Goenoengsari, Pasar Senen, Kramat enz.). Vandaar dat Pasar Senen later wel de Vinkepasser heet. [Oud Batavia I, 405-406] 

Een weg waarvan het jaartal vaststaat, is nog die van Tanahabang door Kamponglima over de Parapatanbrug naar Senèn, die in 1735 samen met die brug en de beide pasar’s aan zijne uiteinden werd ontworpen door Justinus Vinck, wiens naam daaraan echter nooit verbonden is gebleven. [...] De Parapatanbrug schijnt in 1818 de “brug van Panjerang” te heeten. De kampong Parapatan namelijk heette ook Pangarangan of Pangeragan of Pangarengan. [Oud Batavia I, 444] 


Ga Jl Rachman Hakim in zuidwestelijke richting (Engelsche Kerkweg).

Links: Taman Milik – Tugu Tani (Badan Meteorologi – Koninklijk Magnetisch en Meteorologisch Observatorium).


Links: 5 – All Saints Anglican Church. – Luikje in de gesloten poort openschuiven.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Britsche Protestantsche GemeenteKerk van de Britsche Protestantsche Gemeente.

Anno 1832 werd door de bemoeiing van den zendeling W.H. Medhurst het Parapatangesticht opgericht uit particuliere giften. Dit stond op het erf der Engelsche kerk en was zoozeer onder Engelschen invloed, dat de kinderen les kregen in het Engelsch en bij feestelijke gelegenheden Engelsche liederen zongen. Het is in 1846 naar Rijswijk verhuisd. [wandeling Jakarta 6.] Uit de Jav. Cour. van 25 Nov. 1846 blijkt, dat het niet mogelijk was het Parapatangesticht te verbouwen “wegens de opgeworpen verdedigingswerken.” Bedoeld wordt de Defensielijn. [Oud Batavia I, 322] 


Rechts: Patung Pahlawan, Monument voor de Boerenbevolking.


Ga linksaf: Jl Menteng Raya (Menteng).

Menteng, thans eene aanzienlijke buurt, heette nog in 1859 “de tweede westerweg” (naar Buitenzorg). De aanleg van deze en dergelijke wijken van het nieuwe Batavia verschilt echter in aanleiding en uitvoering heel weinig van dien der karakterlooze buitenwijken van elke stad in Europa. [Oud Batavia I, 445-446] 


Rechts: nr. 56 en nr. 72: Indische huizen.


Rechts: 64 – Kolese Kanisius. (Canisius College, R.K. H.B.S. 5 j. c. en R.K. A.M.S. afd. B. – Centraal Missiebureau.)
Rechts van het hoofdgebouw: kapel – 1940, Taen en Dicke.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Canisius CollegeNog eens het R.K. Gymnasium te Batavia. Trots de tegenspraak van het ‘Bataviaasch Handelsblad’ kan ‘ ’t Onderwijs’ mededelen dat de stichting van een R.K. Gymnasium te Batavia vast staat. De provinciaal der Jezuïeten is opzettelijk voor deze zaak uit Nederland overgekomen. Behalve het reeds aangekochte huis en erf wordt nog onderhandeld over den aankoop van 55.000 M² bouwterrein in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Voorbarig was inderdaad ons bericht dat reeds 4 leeraren onderweg zijn, zegt het blad. Het personeel voor de wis- en natuurkundige vakken benevens dat voor oude talen is evenwel reeds gevonden en zal geleverd worden door het Canisius-college te Nijmegen; leeraren voor de moderne talen schijnen nog niet beschikbaar te zijn. In de bedoeling ligt aan de inrichting een beperkt internaat op beslist Katholieken grondslag te verbinden. Het onderwijs op de school zal neutraal zijn. [De Locomotief, 6 September 1911] 

Ter behartiging van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van Roomsch-Katholieke Missies in Ned.-Indië is op 1 November 1931 het Centraal Missiebureau opgericht. Het is gevestigd te Batavia (Menteng 40). Het Missiebureau treedt in opdracht van de Kerkvoogden op als vertegenwoordiger der R.K. Missies voor de behandeling van alle missie-aangelegenheden met de Regeering in Indië en met andere instellingen zowel in Indië als in Nederland of elders. Het is voorlopig verdeeld in twee afdeelingen, n.l. afdeeling A. “Algemeene Zaken” en afdeeling B “Onderwijs en Opvoeding”. [Geïllustreerde Encyclopaedie van N-I., 855-860] 


Links: nr. 31 – Gedung Joang ’45. (Menteng Hotel, voordien Hotel Schlomper.)

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Museum VrijheidsstrijdMuseum van de Vrijheidsstrijd in 1945, open: di-zo, 8-4 uur.

De volgende informatie betreft een aantal van de in het museum getoonde foto’s en een aantal van de genoemde vrijheidsstrijders.

We waren dus toen al in het stadium van het tolereren der Republiek, al was bijna niemand daar gelukkig mee. Want wie in die dagen republiek zei, moest ook Sukarno zeggen. Dat kon niet anders sinds deze eerste Indonesische president het had gewaagd ongenodigd aanwezig te zijn op een bespreking van Indonesische voormannen met het hoofd van de Nederland-Indische regering.
[Alberts – Een kolonie, 122-125] 

Het was in zekere zin een kansspel, maar iemand als Hatta bijvoorbeeld begreep, dat als zijn land een Japanse erkenning in een of andere vorm zou kunnen krijgen, de Geallieerden naderhand moeilijk een dergelijk gebaar – nog wel van een totalitaire regering – zouden kunnen negeren door het land terug te brengen tot zijn vooroorlogse koloniale status. Het risico van meedoen met de Japanners was voor de Indonesiërs dus niet zeer groot.
[Alberts – Het einde van een verhouding, 35-39] 

De socialist Soetan Sjahrir, banneling onder de Hollanders, een der weinige leiders van het ondergrondse verzet in de Japanse tijd, werpt op dit revolutionaire moment een brochure de wereld in, waarin hij de terroristen kapittelt, de fascistische jeugdbeweging terecht wijst, maar vooral ook de weg aangeeft om op de op sentiment berustende, voor het land schadelijke anti-Westerse revolutie om te zetten in een voor het volk heilzame revolutie tegen de feodale adel. En hij begint met datgene dat voorwaarde is voor iedere vooruitgang: zuivering. Hij weet toegang te krijgen tot het werkcomité van het Comité Nasional. Hij mag zijn eigen medewerkers kiezen. Binnen enkele weken na de totstandkoming van dit werkcomité, op 1 november, wordt door de Republiek een regeringsverklaring uitgegeven, grotendeels door hem opgesteld, waarin Nederland en de Nederlanders de hand wordt toegestoken, mits zij niet terugkeren als regeerders, als kolonisatoren. ..’
Wat er gebeurde is bekend: onze regering verzuimde de gelegenheid aan te grijpen: de Indonesiërs die nog iets van de Nederlanders verwachtten werden opnieuw teleurgesteld.
‘Maar Sjahrir weet wat hij wil en laat zich niet door sentiment of bijkomstigheden van zijn plan afbrengen. Hij weet het ministerie van Japans maaksel ten val te brengen en een nieuw ministerie van eerlijke, betrekkelijk bekwame, betrekkelijk democratisch en sociaal denkende mannen onder zijn leiding te vormen. Men beseffe wat dat wil zeggen in een revolutionaire situatie, bij een onmondig volk...’
De Nederlandse reactie is, als vanouds, too little en too late. Als onze regering in die periode de visie en de durf had gehad om Sjahrir zonder restricties te steunen, zou de geschiedenis misschien een ander verloop hebben gehad (de mensen en instanties die het hebben verhinderd zou ik alsnog met liefde de nek omdraaien).
[Kousbroek – Oostindisch kampsyndroom, 205-207] 


Het eerste deel van de teksten komt overeen met de looprichting in het museum.

Sukarni 1916-1971.


Adam Malik 1917-1984.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Adam Malik.... en in de groep die er in latere jaren de lessen volgde (een groep waartoe vooral ook oud-studenten van de opgeheven Rechtshogeschool behoorden), waren vooral twee jongeren: Chaeroel Saleh en Soekami, naar voren gekomen. De groep had belangrijke connecties met Indonesiërs die in de jaren '20 en '30 een rol hadden gespeeld in de Indonesische jeugdbeweging op Java; enkelen dezer waren journalist geworden en konden van die functie uit inlichtingen aan de groep doorgeven; vooral gold dat voor Adam Malik, die werkzaam was bij de Indonesische afdeling van het Japanse persbureau Domei; van wat daar op de telexapparaten binnenkwam, werd door Domei maar een klein deel aan de pers op Java doorgegeven – Malik kon méér meedelen. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 977-978] 

Op 19 september [1945] organiseerden de pemoeda’s een reusachtige manifestatie in Jakarta. Initiatiefnemers waren figuren als Chaerul Saleh en Adam Malik, dezelfde radicale elementen die een maand eerder betrokken waren bij de ontvoering van Soekarno en Hatta.
[Reybrouck – Revolusi, 303-304] 


Landing Nederlandse troepen in Yogya.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Landing Nederlandse troepenHet kernpunt van de Tweede Politionele Actie werd dan ook niet gevormd door het algemene offensief van de Nederlandse troepen maar door een aanval van parachutisten en luchtlandingstroepen op Djokjakarta.
Boven het ca. 8 km ten oosten van die stad gelegen vliegveld verschenen op zondag 19 december [1948] bij het aanbreken van de dag, omstreeks zes uur, Nederlandse jagers die van het vliegveld bij Semarang waren opgestegen – zij schakelden de verkeerstoren en de mitrailleur-opstellingen uit. Om kwart voor zeven kwamen transporttoestellen aanvliegen, waaruit circa driehonderdvijftig parachutisten sprongen, voor de helft militairen van het Korps Speciale Troepen. Van de Republikeinse verdedigers van het vliegveld: omstreeks honderd cadetten van de kleine Republikeinse luchtmacht en vijfhonderd man van de Siliwangi divisie, was een deel door de jagers uitgeschakeld – de overigen boden hardnekkig tegenstand (veertig cadetten en honderddertig militairen van de Siliwangi-divisie sneuvelden) maar om half acht was het vliegveld in Nederlandse handen. Om acht uur begonnen er transporttoestellen te landen met de resterende militairen van het Korps Speciale Troepen en met twee bataljons, tezamen ca. drie-en-twintig honderd man. Er werden volgens plan twee colonnes gevormd die om elf uur in de richting van Djokjakarta trokken. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 12, 941-944] 


Soedirman 1916-1950.


Soekarno gevangen.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Soekarno gevangenDaarom zal het altijd een raadsel blijven welke gedachte van Soekarno wordt afgebroken als luitenant-kolonel Van Beek op hem afstapt, salueert en zegt: ‘U staat onder huisarrest.’ Nog geen minuut later stormt een tiental KNIL-soldaten Istana binnen en sluit ogenblikkelijk alle deuren en ramen.
Wat te doen met Soekarno?
Hij zit in een open jeep en is gekleed in een lichtbruin militair tenue. Op zijn hoofd draagt hij een zwarte pitji. Het bovenste knoopje van zijn witte overhemd is los. Hij is dodelijk vermoeid en heeft wallen onder zijn ogen. Lacht hij?
Luitenant Vosveld, in camouflagepak met korte mouwen en met vechtpetje op, komt aanlopen, neemt plaats achter het stuur van de jeep, lacht breeduit zonder Soekarno aan te kijken en steekt het sleuteltje in het contact. Soekarno laat zijn handen op zijn bovenbeen rusten. Nu lacht hij in Vosvelds richting. Vanuit zijn linkerooghoek ziet hij dat een Ambonese soldaat met een stengun achter hem in de jeep gaat zitten. Het is een zeer ongemakkelijke lach.
[Boomsma in Bersiap, 97-102] 


Tekst Proklamasi.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Proklamasi... vervolgens trokken die twee zich met Maeda, Nisjijima, een tweede Japanse medewerker van Maeda, Soebardjo en Mijosji (deze was als waarnemer ten behoeve van het militair bestuur naar Maeda’s huis meegegaan) in de werkkamer van de Japanse schout-bij-nacht terug teneinde een onafhankelijkheidsproclamatie op te stellen. De jongerenleiders hadden er een concept voor meegebracht, waarin de zin stond: ‘Alle instellingen die nog in handen zijn van vreemdelingen, moeten hun ontrukt worden.’ Nu, het gezelschap in Maeda’s werkkamer (vier Japanners, drie Indonesiërs) had geen behoefte om aan dat concept aandacht te besteden. Niet dat het simpel was, een goede tekst op te stellen: enerzijds moest er niets uit blijken van een juridische gezagsoverdracht, anderzijds moest hij duidelijk genoeg zijn om de jongeren tevreden te stellen. Soekarno vond de juiste formulering: ‘Wij, het volk van Indonesië, verklaren hierbij dat Indonesië onafhankelijk is. Zaken met betrekking tot de overdracht van de macht en andere zaken zullen op een ordelijke wijze en in de kortst mogelijke tijd worden uitgevoerd’ – ‘overdracht van de macht’ stond er in het Indonesisch duidelijk, maar de Japanse tekst die de generaals te zien kregen, gebruikte een term die eerder ‘administratief toezicht’ betekende.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Tekst Proklamasi

Met die tekst voegden Soekarno, Hatta en Soebardjo zich weer bij de overige leden van de voorbereidingscommissie en de andere aanwezigen, onder wie de jongerenleiders. Die laatsten vonden het een slap stuk – zij weigerden, het samen met de leden van de voorbereidingscommissie (dat waren allemaal ‘door de Kenpeitai benoemden’, zei Chaeroel Saleh) te ondertekenen, wèl konden zij, zeiden zij, er accoord mee gaan als zes hunner de proclamatie zouden ondertekenen maar dan louter samen met Soekarno en Hatta. Zij hadden voorzien dat dat geweigerd zou worden – het werd dan ook geweigerd, waarna de jongerenleiders konden verklaren dat zij voor deze onafhankelijkheidsverklaring geen enkele verantwoordelijkheid wilden dragen. Onder de proclamatie, in Soekarno’s handschrift geschreven op door Maeda verschaft blanco papier, kwamen slechts twee namen te staan: die van Soekarno en Hatta, voorafgegaan door de woorden: ‘Uit naam van het Indonesische volk’. Plaats en datum werden naar behoren vermeld – als plaats ‘Djakarta’, als datum ‘17 augustus 2605’ (in de Japanse jaartelling dus). [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1011-1012] 


Proklamasi.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard proclamatieWeer kwam Maeda de Indonesiërs te hulp: de tekst van de proclamatie werd op zijn bureau vermenigvuldigd – exemplaren werden in de ochtend van de 17de met gebruikmaking van door hem ter beschikking gestelde auto’s in Djakarta rondgedeeld en daar werd bij gezegd dat de Republiek later in de ochtend voor Soekarno’s huis zou worden uitgeroepen. Er verzamelde zich daar een niet zo grote menigte. De plechtigheid begon om half twaalf (Japanse tijd). Een jeugdleider uit de jaren '20, die in '44 een van de hoogste kaderleden van de Barisan Pelopor was geworden, las eerst de enkele weken eerder opgestelde inleiding tot het Handvest van Djakarta voor, zulks met weglating van alle passages waarin Japan werd geprezen, toen liet Soekarno de tekst van de proclamatie horen en vervolgens hees de ondercommandant van het bataljon-Djakarta van de Peta de rood-witte vlag en zongen alle aanwezigen het Indonesia Raya.ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Soekarnos huisLater op die dag werd gebruik gemaakt van de internationale en interinsulaire telefoon- en telegraaflijnen om althans aan het telefoon- en telegraafpersoneel in de Nanjo en in Indië door te geven dat de Republiek Indonesië was uitgeroepen; voorts liet Adam Malik, achter de rug van de Japanse censuur om, de tekst van de proclamatie verspreiden door Domei en tenslotte bood schout-bij-nacht Maeda ’s avonds de leden van de voorbereidingscommissie een banket aan, waar hij, aldus dr. Ratoe Langie (een van de twee afgevaardigden voor Celebes), verklaarde, ‘dat onafhankelijkheid een nationaal recht is voor ieder volk. Volk van Indonesië, vecht door!’ [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1012] 


19 september manifestatie.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard 19 september manifestatieOp 19 september [1945] organiseerden de pemoeda’s een reusachtige manifestatie in Jakarta. Initiatiefnemers waren figuren als Chaerul Saleh en Adam Malik, dezelfde radicale elementen die een maand eerder betrokken waren bij de ontvoering van Soekarno en Hatta. Mogelijk meer dan 200.000 jongeren uit de volksbuurten beantwoordden hun oproep en togen naar het centrum van de stad om hun onvrede over de Britse troepenlandingen te laten blijken. De jeugd bleek dus wel degelijk tot een kolossale mobilisatie in staat, iets wat daarvoor enkel onder Japans staatsgezag was gelukt. Bij Soekarno wekte het initiatief ergernis en voorzichtigheid. In eerste instantie had hij de bijeenkomst verboden, maar toen de massa’s toch toestroomden liet hij zich overhalen tot een korte, sussende toespraak. De Japanse troepen stonden stand-by met mitrailleurs en tanks. Andermaal bleek hoe briljant hij als redenaar was. Hij begon met een klassiek captatio benevolantiae: ‘Broeders en zusters, we nemen van onze onafhankelijkheidsproclamatie geen woord terug en zullen de Republiek tot onze laatste ademtocht verdedigen!’ Duizenden kelen juichten uitzinnig! Dat was precies wat ze wilden horen. Daarna stelde hij subtiel de verwachtingen bij: ‘Ik weet dat jullie hierheen zijn gekomen om jullie president te zien en zijn bevelen te horen.’ Nee, eigenlijk niet, ze waren gekomen om de Engelsen de laan uit te flikkeren. Ingris kita linggis, Soekarno had het zo vaak gezegd: de Engelsen hakken we in de pan! Maar die leus hanteerde hij dit keer uitdrukkelijk niet. Hij stelde een vraag: ‘Hebben jullie vertrouwen in jullie president?’ Duizenden kelen brulden ja. ‘Welnu, ga dan allemaal rustig naar huis en wacht onze bevelen af.’ Eén man tegenover bijna een kwart miljoen schreeuwende pubers: er zijn niet veel politici uit de twintigste eeuw die in zo’n gespannen situatie met zoveel koelbloedigheid een kolkende massa wisten te bespelen. Soekarno deed het meesterlijk.
[Reybrouck – Revolusi, 303-304] 


Soedirman.


Soekarno-Hatta.


Soekarno, Hatta en Sjahrir.


Vijf bekende Indonesische vrijheidsstrijders:
Agus Salim 1884-1954.


Prof. dr. Soepomo 1903-1958.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard SoepomoGeneraal Jamamoto maakte op die dag de namen bekend van de leden van de voorbereidingscommissie. Soekarno was tot voorzitter, Hatta tot vice-voorzitter benoemd en tot de overige leden voor Java behoorden dr. Radjiman, Wachid Hasjim, Soetardjo (resident van Djakarta), prof. Soepomo, een bataljonscommandant van de Peta, een vertegenwoordiger van de Javaanse vorsten en een vertegenwoordiger van de Chinese bevolkingsgroep. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1003].

Er kwam verdeeldheid in de leiding van de Republiek. Soekarno, Hatta en prof. Soepomo, minister van justitie, wilden de bijeenkomst afgelasten en kregen steun van een meerderheid in het kabinet. Zij wijzigden evenwel hun houding toen Adam Malik namens de jongerengroepen in de middag van 19 september was komen meedelen dat bij afgelasting grotere moeilijkheden te verwachten waren dan indien men de bijeenkomst, waartoe reeds grote stoeten demonstranten onderweg waren, liet doorgaan. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11c, 598-600] 


Soepriyadi 1923 –

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard SoepriyadiDe Japanse voorlichtingsdienst is voor de dag gekomen met een uitvoerige verklaring over de opstand in Blitar, op 14 februari j.l. Leider was een zekere Soeprijadi, gewoon soldaat, die was gebelgd over het feit, dat hij bij de keuze voor officier was gepasseerd. Hij stookte de manschappen op tegen de Japanners en wees hen op de moeilijke levensomstandigheden, waarin de bevolking ten gevolge van de bezetting was gekomen, op de schaarste van de levensmiddelen, de algemene duurte, het tekort aan kleding enz. Openlijk verklaarde hij tegenover de soldaten, dat het Japanse gezag op Java 'niet deugde'. [...] De verklaring zegt verder, dat een groot deel van de opstandelingen bij de verschijning van de Japanners al spoedig de wapens neerlegde, zodat ‘de opstand zonder veel bloedvergieten kon worden bedwongen’. Soepriadi zelf hebben de Japanners niet te pakken kunnen krijgen.
[Bouwer – Het vermoorde land, 332-333] 

Als zo vaak bij opstanden op Java het geval was geweest, werd ook in Blitar een belangrijke rol gespeeld door een Indonesiër die beweerde, in een periode van askese de beschikking te hebben gekregen over bovennatuurlijke gaven: een jeugdig onderofficier van de Peta, Soepriadi. [...]Wat met Soeprijadi is geschied, staat niet vast – het is mogelijk dat hij door de Kenpetai uit de weg is geruimd. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 950-951] 

Eén ministerspost, defensie, werd niet vervuld: zij werd gereserveerd voor Soeprijadi die als onderofficier van de Peta de opstand in Blitar had geleid en die spoorloos verdwenen was. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1017-1018] 


Wahid Hasyim 1914-1953.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Wahid HasyimWachid Hasjim was een van de twee leiders van de Masjoemi. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 981] 

... hun toesprekend gaf Soekarno te verstaan dat een onafhankelijk Indonesië nu niet lang meer op zich zou laten wachten, Inderdaad , generaal Jamamoto maakte op die dag de namen bekend van de leden van de voorbereidingscommissie. Soekarno was tot voorzitter, Hatta tot vice-voorzitter benoemd en tot de overige leden voor Java behoorden dr. Radjiman, Wachid Hasjim, Soetardjo (resident van Djakarta), prof. Soepomo, een bataljonscommandant van de Peta, een vertegenwoordiger van de Javaanse vorsten en een vertegenwoordiger van de Chinese bevolkingsgroep. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1003] 

Op 4 september werd een eerste kabinet gevormd. Van de Indonesische voormannen die wij in het voorafgaande noemden, kreeg Soebardjo Buitenlandse Zaken, Wiranatakoesoema Binnenlandse Zaken, prof. Soepomo Justitie, dr. Boentaran Gezondheidszorg, Dewantoro Onderwijs en Abikoesno Verkeer en Openbare Werken – ministers zonder portefeuille werden o.a. Wachid Hasjim, Sartono en Oto Iskandardinata. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1017-1018] 


Prof. Muhammad Yamin 1903-1962.


Ga, na het verlaten van het museum, linksaf: Jl Menteng Raya.
Ga 2de straat linksaf: Jl Kali Pasir (Gang Pengarengang).

Reeds onder het bestuur van assistent-resident Altmann gingen in den gemeenteraad stemmen op om het particuliere land Kali Pasir, behoorende aan de familie Kamerling, aan te koopen, teneinde over dit terrein een directen verbindingsweg aan te leggen van Menteng met Kramat, terwijl bovendien de weg Tjikini, die voor het drukke verkeer te smal is geworden, verbreed zou worden. [De Locomotief, 13 Juni 1917] 

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard PengarengangWaar zijn we intussen? We hebben net de halte op het van Heutszplein verlaten en rijden Gang Pengarengan in. Apa boleh boewat, de volgende halte eruit. Achter me staat een kereltje met een modeltronie uit een politie-dossier. Hij kijkt me hard aan, terwijl hij ‘Ten thousend miles’ fluit. Het handje dat mijn achterzak aftast, zal wel niet van hem zijn. Ik heb m’n geld trouwens in m’n voorbroekzak zitten met een zakdoekprop er bovenop. Als we bij de halte zijn en er veel gedrang begint, merk ik opeens dat m’n ballpoint weg is. Het is maar een ouwe ballpoint, maar ik ben toch opeens spinnijdig, wervel me bliksemsnel naar de Flierefluiter toe en bijt hem toe: “Geef op dat ding !” Het kereltje is zó geschrokken van m’n boze gezicht dat hij zich niet verweert als mijn handen snel zijn zakken aftasten. Niets. Maar ik heb meer ervaring in deze zaken. Direct begin ik de kerel daarachter te fouilleren, sissend: “Als ik die pen niet terugkrijg maak ik amok.” Beiden beginnen jammerend te betuigen dat ze niets hebben, maar op dat moment valt de pen uit de plooien van de groenrood geblokte plekat van het tweede kereltje.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 154-156] 


Ga de 3de zijstraat schuin links: Gang Eretan.
Loop door tot aan de rivier, de Ciliwung. Op het eind van de Gang lag een ‘overzetvlot’.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Gang EretanEn toch zijn er verrukkelijke plekjes bij. B.v. op Kali Pasir, dat is Gang Pengarengan in (op de ‘Spinnekop’, tegenover het oude van Heutszplein) met de trambaan mee. Maar waar deze rechtsaf gaat, moet U doorlopen. Dan komt U aan de kali. Alleen, pasir is er niet (meer) bij. Daar hangt een oude waroe over het water heen en begint de kabel naar de overkant voor de èrètan (het overzetvlot). U komt dan in kampong Kwitang bij de misigit uit en een eindje verder weer op het kakelende Kramat. Daar in de schaduw bij die èrètan met een boek is het aangenaam zitten. Maar je moet er van houden, natuurlijk.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 68-69] 


Ga rechtsaf langs de Ciliwung tot de brug. Aan de overkant van de brug loopt Jl Kramat IV (Gang Kernolong).

Het overzetvlot was nodig omdat de brug alleen een overgang voor de tram was; de brug was niet geschikt voor ander verkeer.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Gang Kernolong
ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Ciliwung

Tjieta is een negerjongen,
Ogen zwart als teer.
Tjieta moet naar school toe gaan,
Hij moet leren meer en meer.
Hij eet rijijijijijijst met sambal
Zijn broek nog niet getambal,
Hij breng zijn hoof op hol.

Tjieta’s vader heet Kertono,
Hij werk bij de trem.
En zijn zusjes en zijn broertjes
Isternietmetchem
Hij woon in Gáááng Kernolong
Ister veel dief jang njolong
Hij breng zijn hoof op hol .....
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 156-157] 


Ga rechtsaf en terug naar de Jl Menteng Raya.
Ga linksaf: Jl Cikini Raya (Tjikini).
Links: Jl Cikini 1-5 – Kantor Pos (Postkantoor – Job en Sprey ?) NB: versiering.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Kantor PosHet is hier erg onveilig, waarschuwde iedereen. Je kunt bijna niet meer alleen op straat lopen. [...] Helaas zitten de bussen vol met zakkenrollers en ook de pasars (markten) zijn onveilig. Je kunt in je eentje niet meer naar de pasar gaan. Talrijk waren de waarschuwingen. Toen we vertelden dat we met onze Nederlandse girokaarten geld van de postgiro moesten halen, kregen we te horen dat het hoofdpostkantoor in de oude stad levensgevaarlijk was. Gelukkig hoorden we, voor we ons daaraan hadden gewaagd, dat je ook op het kleine bijkantoor in de buurt geld op je girokaart kon halen. We werden met de auto van onze gastheer gebracht, later ging mijn man er lopend heen en gingen we ook inkopen doen op de pasar.
[Vuyk – Reis naar het vaderland, 10] 


Rechts, op de hoek van de straat: ‘Menteng Huis’, restaurant op de bovenste etage.
Ga rechtdoor: Jl Cikini (Tjikini).
Links: 7-47 – Winkelcomplex. NB: details deuren etc. (Job en Sprey?)


Links: Taman Ismail Marzuki, TIM / CIPTA. (Planten- en Dierentuin, Bioscoop Maxim en een Biljartzaal.)

Het cultureel centrum TIM is een complex bestaande uit een kunstacademie, zes theaters, een gehoorzaal, expositieruimtes, een planetarium en – ’s avonds – veel eethuisjes aan de linker zijde van het complex.

 


Linksaf: Ibis Budget Hotel.
Achter het hotel ligt het zwembad (zwembad Cikini – 1923, AIA / Ghijsels).


Ga verder langs de Jl Cikini.
Links: 87 – SMP 1. (Europeesche School – 1909, Snuyf).


Ga linksaf: Jl Raden Saleh (Raden Salehlaan).

In 1904 werd gemeld dat 'Machtiging is verleend tot de uitvoering van de volgende werken: [...] Het maken van een nieuwen verbindingsweg tusschen de buurten Tjikini en Kramat-Salemba afdeeling Meester-Cornelis (Batavia), waarvan de kosten zijn geraamd op f 30960. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-7,195] 
[Dit betreft de Jl. Raden Saleh met een brug over de Ciliwung. Toentertijd was er namelijk geen brug over de Ciliwung tussen, in het noorden, Jl Kwitang / Prapatan en, in het zuiden, Jl Proklamasi / Matraman.]


Rechts: 49 RSCM Kintani (Cultuur Mij Balapoelang, Cultuur Mij. Goenoeng Malang, Cultuur Mij. Pasir Malang, Cultuur Mij. Pasir Nangka en Preanger Landbouw Mij).

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard RSCM KintaniDe Europeesche cultures op Java zijn vooral suikerriet, koffie, thee, cassave, vezels, kina, rubber en tabak. De suiker-, cassave- en tabakscultuur wordt in hoofdzaak gedreven op van de Inlandsche bevolking gehuurde gronden, de andere cultures zijn de z.g. bergcultures, die op door het Gouvernement afgestane erfpachtsperceelen worden gedreven. Vezels worden op ondernemingsgrond en in het laagland aangeplant. Op de particuliere landerijen op Java vindt men zoowel aanplantingen van de bevolking als van particulieren ondernemers. [Geïllustreerde Encyclopaedie, 525] Voor den grooten landbouw zijn door de regeering een drietal commissies ingesteld, die de belangen der groote cultures bij haar, en bij de hoofden der departementen en die der gewesten kunnen voorbrengen. [Geïllustreerde Encyclopaedie, 721] 


Rechts: 47 – Upnormal, voordien Restaurant Oasis. (Huis van de familie Van Brandenburg – 1936, Deppe).

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Restaurant OasisIn Batavia is mevr. Brandenburg van Oltsende, weduwe van de Nederlands-Indische N.S.B-leider, die kort voor het uitbreken van de Pacific-oorlog in een interneringskamp overleed, in het huwelijk getreden met een Japanner, wiens naam Sawada heet te zijn. Zij woont nog in haar sprookjesachtige villa aan de Raden-Salehlaan, die een rendez-vous is voor hoge Japanse funktionarissen, verraders en Indonesische nationalisten. De 'Indische Mussert' werd overigens bijgenaamd 'Brandpunt van Ellende'.
[Bouwer – Het vermoorde land, 139a] 

Uit Buitenzorg kreeg ik bericht, dat de Deense arts dr. Olaf Munck in december j.l. in Batavia is gefusilleerd. Hij had een geheime zender. Hij zou zijn verraden door een vriendin van eerdergenoemde mevr. Sawada-geb. Brandenburg van Oltsende, de weduwe van de vroegere N.S.B.-chef in Indië.
[Bouwer – Het vermoorde land, 157-158] 

Het Bataviase blad 'Asia Raya' meldt, dat mevr. de wed. Brandenburg van Oltsende ter waarde van f 247, – aan diamanten gratis aan de bezetters heeft afgestaan.
[Bouwer – Het vermoorde land, 317-318] 


Ga linksaf: Parkeerterrein, met daarachter R.S. Cikini. (Tjikini Ziekenhuis “Koningin Emma”).


Ga de Jl Raden Saleh terug en ga de 3de straat linksaf: Jl Cimandiri (Alataslaan).
Rechts: 4 (Alataslaan 4, W. Haasse); het huis waar haar ouders en haar broer woonden, na haar vertrek naar Nederland.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Alataslaan 4Mijn ouders hielden veel van Indië en voelden zich er thuis, maar zoals de meeste Europeanen, die niet in de tropen geboren zijn, er pas op latere leeftijd komen en er niet door familiebanden of om andere redenen een werkelijke vaste achtergrond hebben, werden zij nooit één met het land. Zij hadden sedert hun komst geweten dat hun verblijf maar tijdelijk zou zijn: twintig, vijfentwintig jaar, langer niet. Voor mijn broer en mij zagen zij toch in ieder geval een toekomst in Nederland. Onze opvoeding was daar dan ook min of meer bewust op gericht; door de leefwijze en de sfeer thuis kregen wij weinig kansen te ‘verindischen’. Een belangrijke factor bij dit alles was ongetwijfeld het feit, dat mijn ouders opgingen in hun gezin; zij hielden niet van uitgaan en van de gebruikelijke mondaine vermaken als bridgen en dansen in de soos, en zij deden niet aan sport.
[Haasse – Zelfportret als legkaart, 92] 


Tussen links Jl Ciasem en de volgende straat links, Jl Cidurian, lag vroeger het Vios-terrein.


Ga, op het eind van de straat, rechtsaf: Jl Cilosari (Rivierlaan).
Ga linksaf: Jl Cikini.

Links: Jl Cikini Kramat: Pasar Kembang Cikini – Bloemenmarkt.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Pasar Kembang CikiniDe Nederlandse reisgroepen worden in Jakarta – Jakarta is het nu: de d voor de j wordt overal weggelaten – rondgeleid door 'Celly', een beminnelijke Javaanse, die bij onze ambassade als receptioniste werkt en voorbeeldig Nederlands spreekt met dat lieve ja? achter elke zin dat iedere oud-Indischgast zich met vertedering herinneren zal. Zij bracht ons naar de Oude Stad, naar Pasar Ikan, naar de bloemenmarkt van Tjikini, naar de nieuwe wijken.
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 25] 

Vanochtend ben ik tweemaal, al wandelend, op zoek geweest naar pasar Tjikini, (Cikini in moderne spelling). Mijn omweg was te groot zodat ik het opgaf, uitgeput door hitte maar vooral door drukte en lawaai op de straten waarover ik vroeger zo dromerig rondfietste. Ik kwam een man tegen met aan de pikolan, de draagstok over zijn schouder, twee manden vol vruchten, een vertrouwd beeld van vroeger. Ik kocht een grote papaya van hem. Ik betaalde tweehonderd rupiah, dat is anderhalve gulden, ik wilde niet afdingen. Hij bond de grote, zeker meer dan een kilo wegende vrucht, netjes in een uit plantenvezels gevlochten netje zodat ik het aan mijn pink kon hangen.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 18] 


Ga de Jl Cikini even terug en daarna linksaf, tussen de plantsoentjes door en onder het spoorwegviaduct door.
Schuin rechts: Jl Sutan Syahrir (Grisseeweg), naast de spoordijk stond een flatgebouw.

Ik loop naar huis, over de spoorwegovergang (nu een andere) de voormalige Grisseeweg op. De Grisseeflat staat er nog. Ik heb daar een tijdje gewoond, na de evacuatie uit Makassar, in de laatste periode van de oorlog en de eerste periode van de Jappentijd, toen we ons nog vrij konden bewegen. Ik werkte als helpster van het Rode Kruis in het Tjikini-ziekenhuis. Uitgestorven was het in de stad, die eerste dagen na de capitulatie van 8 maart 1942.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 196] 

Het is zondagmorgen; ik wandel naar de Grisseeflat waar Lea woont, leuk om mijn huisvesting van 1942 nog eens van binnen te zien. Comfortabele koele woonruimte, Europees-efficiënt keukentje, badkamer een slaapkamer aan de achterkant. Beknopt, maar toch zo dat het niet benauwd is.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 218] 


Ga rechtdoor: Jl Cilacap (Tjilatjapweg).
Links: Jl Surabaya – ‘antiek’-markt.
Links: Hotel The Hermitage (Departement van Onderwijs en Eeredienst).


Ga de 2de straat linksaf: Jl Cik Ditiro (Mampangweg).
Links: ‘Zomaar een huis’.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard MampangwegVanavond wordt een bekendmaking in de radio voorgelezen, dat de autoriteiten uit bezorgdheid voor het lot van de Europeesche bevolking, die leven moet te midden van een vijandige bevolking, beschermende maatregelen gaan nemen en die bevolking een woonplaats aan gaan wijzen. Wie het valsche gerucht zou verspreiden, dat de overheid andere dan bezorgde gevoelens heeft bij het nemen van deze maatregel, zal volgens het slot van de bekendmaking zwaar worden gestraft.
Op de Mampangweg werd huis aan huis een korte huiszoeking gedaan en tot op de zolder gekropen. Volgens een begeleidende tolk werd naar wapens gezocht. Geruchtenmakerij van Inheemsche kant en Oostersch aangedikt en vergroot, dat Europeanen bepaalde plannen hebben, kan een van de motieven zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat dit 't hoofdmotief is. Dat zit dieper en is van politiek-psychologische aard.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 12a] 


Ga linksaf Jl Pangeran Diponegoro (Oranje Boulevard).


Links: 39. Woonhuis (Residentie) van de Nederlandse Ambassadeur.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Nederlandse AmbassadeurWij vinden onze ambassadeur in de Jalan Diponegoro. een voor zijn hoge functie jong uitziende man, deze heer Scheltema, enthousiast voor zijn toch altijd nog wat precaire taak in dit land. Een mooi groot huis met zware statige gordijnen, objects d’art, een concertvleugel. Als de Javaanse bediende er niet was, die op een wenk van de gastvrouw air jeruk en zuurzak voor ons neerzet, zou men zich in een Amsterdamse patriciërswoning wanen.
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 18-20] 

‘Dan gaan we nu zorgeloos zuipen bij de ambassadeur!' riep een van de kindsblije kooplieden. Gejoel in de bus. ‘Nee echt, geneer je niet, jongelui! Die borrels betalen we uiteindelijk zelf, van onze eigenste belastingcenten!' Op het overdekte terras van de ambtswoning wachtten bedienden in witte uniformen, presenteerbladen in de aanslag. Vroege Indonesische gasten drentelden rond, zorgzaam omgeven door leden van de ambassadestaf die, na binnenkomst van Vilders' groep onmiddellijk in de weer gingen om ieder missielid bij de juiste tegenspeler te brengen.
[Springer – Bandoeng-Bandung, 50-51] 


Steek de Jl Surabaya over.
Ga onder het spoorwegviaduct door.

‘Tot ziens,' zeiden we. Aan de achterkant verlieten we het huis, de deur werd onmiddellijk achter ons gesloten.
Op straat was het warm en zonnig. Overal stonden Indonesiërs, ze keken ons aan, ik was doodsbang, maar ik kon me toch niet weerhouden om, onverschillig langs hen heen kijkend, nonchalant te lachen en te praten terwijl we hen rakelings voorbij gingen.
‘Als we maar eenmaal over de spoorlijn zijn, daar is het veel drukker en dan durven ze ons niets te doen,' zei mijn moeder. 'We zijn er bijna.' Nog vóór de spoorwegovergang werden we ingehaald door een Engelse truck. We kregen een lift. Ingrid zette een keel op toen een soldaat haar de wagen in tilde, wij zuchtten van verlichting.
[Ferguson – Hollands-Indische verhalen, 108-109] 


Steek de Jl Panataran over.
Schuin links: Metropole (bioscoop Metropole (?).

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard bioscoop MetropoleMaar aan Djakarta is de laatste kwart eeuw te veel geflikt en geflooid en getèmbèld. Soms op een onvergeeflijk wrede manier.
Dat heerlijke oud-Indische huis op de hoek van Oranjeboulevard / Pengangsaán bij voorbeeld. Met z’n wijde, glooiende gazons en het ruime, gastvrije Indische huis daarachter. Nou hebben ze midden op die gazons een knoest van een bioscoop gezet met ingebouwde tokotjes en uitgebouwde tierlantijntjes en een restaurant op het dak. Daarachter staat nog platgedrukt en verfomfaaid dat dierbare oude huis, niet lakoe meer en afgedankt
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 23-24] 


Ga rechtsaf: Jl Proklamasi (Pegangsaän Oost).
Ga rechts: Taman Monumen – Pal. Proklamasi Kemerdekaan Soekarno-Hatta.

Iedere Indonesiër weet waar ‘17 augustus 1945’ voor staat: de Proklamasi, het uitroepen van de onafhankelijkheid door Soekarno en Mohammad Hatta, twee dagen na de Japanse capitulatie. In Nederland zijn die datum en de erop volgende oorlog minder bekend. De oorlog die tot ver in 1949 voortduurde werd hier gepresenteerd als een tweetal korte ‘politionele acties’; een misleidende en achterhaalde benaming. Die framing werd ingezet om de internationale opinie te overtuigen dat Nederland geen koloniale oorlog voerde, maar binnenlandse onrust onderdrukte terwijl aan de onderhandelingstafel werd gewerkt aan de overdracht van de soevereiniteit.
De Proklamasi werd indertijd in Nederland niet begrepen als een mijlpaal in de koloniale en daarmee nationale geschiedenis. [Wereldgeschiedenis, 558-563] 


Links / rechts achter: De witte tegels geven de omtrek van de woning van Soekarno aan.

De tuin rond Soekarno’s villa was enorm. Als je er aan de voorkant langs liep was er een groot voorerf, en heel in de verte zag je zijn huis met een platje en rieten stoelen. Daar kwam niemand zomaar binnen, overal liepen mannen met zwarte kopiah. De enigen wie het lukte om de tuin in te komen, waren de kwajongens van Adek. We klommen over het gedek, de brandgang in en dan over de muur van zijn achtererf. Daar zagen we papaja- en djamboebomen (guave). Voor we de djamboes konden jatten, werden we bepekt en meegenomen naar het voorhuis. Soekarno zelf heb ik toen niet gezien, maar het was wel eng. [Vindplaatsen, 95] 

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Monumen ProklamasiWeer kwam Maeda de Indonesiërs te hulp: de tekst van de proclamatie werd op zijn bureau vermenigvuldigd – exemplaren werden in de ochtend van de 17de met gebruikmaking van door hem ter beschikking gestelde auto’s in Djakarta rondgedeeld en daar werd bij gezegd dat de Republiek later in de ochtend voor Soekarno’s huis zou worden uitgeroepen. Er verzamelde zich daar een niet zo grote menigte. De plechtigheid begon om half twaalf (Japanse tijd). Een jeugdleider uit de jaren '20, die in '44 een van de hoogste kaderleden van de Barisan Pelopor was geworden, las eerst de enkele weken eerder opgestelde inleiding tot het Handvest van Djakarta voor, zulks met weglating van alle passages waarin Japan werd geprezen, toen liet Soekarno de tekst van de proclamatie horen en vervolgens hees de ondercommandant van het bataljon-Djakarta van de Peta de rood-witte vlag en zongen alle aanwezigen het Indonesia Raya. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1012] 


Het eerste monument...


Na het Taman Monumen: Rechts: Jl Bonang (Van der Houtlaan).

Daarna heeft ze geprobeerd vanaf het achterbalkon van een huis in de Van der Houtlaan iets te zien. Dat huis wordt dagelijks bestormd door tientallen vrouwen, maar de afstand is te groot en er is weinig te zien. Maar toen had ze 'geluk'. Aan de achterkant van het ADEK-gebouw waren tien geïnterneerden bezig iets te planten en prikkeldraad te spannen met een jonge Japansche soldaat op wacht. Daar heeft ze toen met andere vrouwen de rest van de ochtend doorgebracht, kijkend naar de halfnaakte mannen, die hard genoeg praatten om verstaan te kunnen worden.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 63] 


Ga rechtsaf: Jl Tambak (Sluisweg).

Rechts: Jl Tambak II, het terrein van het ADEK, het Algemeen Delisch Emigratiekantoor, dat zich bezighield met de werving van arbeiders voor de tabaksplantages in Deli op Sumatra. Het grootste gedeelte van de barakken is in 1989 door brand verwoest. Tijdens WO II was het een interneringskamp.


Ga desgewenst Jl Tambak (450 m.) in zuidelijke richting. Houd rechts aan. Voor het spoorwegviaduct de weg naar links volgen: Pintu Air Manggarai.

ILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Hoofdsluizen MatramanILW Jakarta 11 Tjikini Oranje Boulevard Pintu Air ManggaraiHoofdsluizen ‘Matraman’.
Als De Vier Zwarte Duivels er dan zwommen, kwamen zelfs oude tjangs uit hun huizen om te griezelen of te genieten van jeugdige audaciteit. Wie kan dat ooit vergeten? Het gebrul van de neerstortende tienduizenden kubieke meters water, twintig meter diep, zodat zelfs de enorme betonbouw van de sluis ervan trilde, de gigantische koffiebruine watervallen, waarin boomstammen en takken grotesk kantelend omlaagvielen, de schuimende, kokende, erupterende watermassa's beneden. En daarin De Vier Duivels als schaterende, duikelende en harlekijnende kobolden – ja, het waren grote, sterke knapen, maar bij het sluiswerk waren ze dwergachtig klein.
[Mahieu – Verzameld werk, 208] 

Met Miel, Wawak, Osman en Tikoes dan, kwamen we op een schone vacantiemorgen aan de sluizen van Manggarai en zakten af naar de tweede sluis, meer achteraf, waar de echte Tjiliwoeng zich voortzet. Aan de voet dezer sluis vonden wij vele pisangstammen, waaronder enkele zo dik als een goeling. Ogenblikkelijk werd een comité van actie gevormd en een vlot gemaakt, niet alleen met bamboevastprikkers, maar zelfs met windsels van pisangvezel.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 11-15]