De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018
De wandeling in PDF formaat

Trouwens de keus en ligging van ’t heele garnizoen Tjimahi is een failure, die ’t leger dankt aan den generaal Rost die concentreeren wilde in de Preanger en afging op ’t advies van een vorigen resident, die liever geen garnizoen te Bandoeng had, omdat de zedelijkheid te Bandoeng er door achteruit zou gaan !
Kassian de ‘zedelijke’ Bandoengsche meisjes. Gelukkig toch maar, dat die resident zoo goed voor ze gezorgd heeft. [De Locomotief, 18 October 1910] 

De garnizoensplaats Tjimahi bestond in de vooroorlogse jaren vrijwel geheel uit militaire kampementen en bijbehorende terreinen. Aan de noordoost kant lag een klein plaatsje met een pasar en winkels.


Begin van de wandeling: het busstation Terminal Pasar Antri Baru aan de Jl Sriwijaya.

Deel A:

Ga de Jl Sriwijaya in noordelijke richting en ga schuin links: Jl Gandawijaya (Pasar Antri (weg).

ILW Cimahi Pasar AntriMijn leven was, vooral in de tweede helft van dien diensttijd, draaglijk genoeg. Het werd doorgebracht op een militair kantoor, geheel buiten alle militairisme om. Ik had vaak veel werk en ik werkte op alle tijden van den dag. Dan ging ik na afloop van den arbeid naar de straat, die Passer Antri heet, en at daar iets in een warong van een Chinees of een Inlander, waarna ik koffie dronk bij Itih. Het was eigenlijk een goed leven, want in al dien tijd ben ik geen enkele maal boos geworden. Er was niets, dat mij boos kon maken, want ik leefde niet. Ik wachtte, totdat ik mijn leven zou kunnen hervatten. Ik was niet verliefd, dus ging alles langs mij heen, rustig en eentonig. Pas later, begreep ik het geluk van die dagen...
[Walraven – Op de grens, 27-28] 


Steek de Jl Raya Cimahi over [andere namen: Jl Machmud, Jl Nasional 3].
Ga de Alun-Alun over (Aloon-aloon) en houd de moskee aan de linkerhand. 

ILW Cimahi Aloon aloonTjimahi was eens een grote desa, of een verzameling van desa’s, met een nog bestaande aloen-aloen, waaraan een missigit ligt en tegenwoordig ook een nieuwe, stenen bioscoop. De bomen van de aloen-aloen worden mager en kaal, ook zijn er minder dan voorheen. Buiten de grote wegen, waaraan de kazernes liggen en de officierswoningen, en tegenwoordig ook de onderofficierswoningen, is het mij opgevallen, hoe weinig er is veranderd. Geen particulier schijnt fiducie te hebben in Tjimahi. Behalve de nieuwe bioscoop, een chemicaliënhandel, een fotozaak en een winkel van auto-onderdelen en benzine, zag ik niets nieuws.
[Walraven – Eendagsvliegen, 105] 


Ga rechtsaf: Jl Kaum.
Rechts: zicht op Rio (Rio Theatre).

ILW Cimahi Rio TheatreWij zijn hier maar zo’n zielig zootje,
gerekend op de grote hoop,
van heel- en half- en onbeschaafden.
En dat voel je in de bioscoop.

Zodra ’t een beetje interessant wordt,
dan blijkt de film gemutileerd,
want, schaadt het ons al niet, het kón toch dat de Batak slechte dingen leert.

 




Soms lees je het in droeve ogen
als ’t pauze is ... en ’t licht weer straalt,
hoe duur de blanke man als ridder
en felle vrouwenschoon-aanbidder
zijn tol aan’t broedervolk betaalt.

[Melis Stoke – Ik kijk de kat uit de klapperboom, 77-78] 


Ga rechtdoor: Jl Kaum [Jl Ria].
Ga rechtsaf: Jl Babakan [Jl Wiganda Sasmita].
Steek over en ga linksaf: Jl Raya Cimahi [Jl Machmud, Jl Nasional 3].
Ga rechtsaf: Jl SMP [Jl Artawijaya] (HIS-straat).
Rechts: SMP 1 (Hollandsch Indische School).

ILW Cimahi Hollandsch Indische SchoolSpeciaal deze Hollands-Inlandse scholen genoten de belangstelling van inheemse ouders: bij kinderen die die scholen bezochten, bestond niet het gevaar dat zij in de schooljaren van het inheemse milieu zouden vervreemden en bovendien werd het einddiploma van de Hollands-Inlandse scholen in '21 gelijkgesteld aan het z.g. klein-ambtenaarsdiploma, hetgeen betekende dat wie zulk een school met succes doorlopen had, benoembaar was in (zij het lage) betrekkingen bij de overheid. Veelal waren er veel meer candidaat-leerlingen dan er plaatsen waren op de scholen. Het onderwijs gold er overigens als moeilijk en was ook nogal duur. Er was veel leerlingenverloop: gemiddeld vielen er van elke honderd leerlingen zestig af. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 141-142] 


Volg de weg
naar links.
Ga rechtsaf: Jl Gatot Sobroto (Cantineweg).
Rechts: nr. 24 Gereja Kristen Pasundan (Protestantsche Kerk).
Rechts: op de zuidelijke hoek met de Jl Lurah: lag het Protestants Militair Tehuis.

Militair tehuis

Er was eens een tehuis, waar op zekere dag een nieuwe beheerder kwam, een man, zelf voortgekomen uit de Hollandse volksklasse en die lang geen slecht karakter had. Maar hij was vroeger sergeant-majoor geweest en was dus gewoon te werken ‘volgens de reglementen’. Welnu, hij schakelde zijn gezond verstand uit en begon te werken volgens de reglementen, die hij zichzelf misschien wel had geschapen, en waarin o.a. stond, dat de beheerder van het tehuis elke avond een hoofdstuk uit de Bijbel zou lezen, zo nodig daaraan nog enige beschouwingen zou vastknopen om dan deze plechtigheid te besluiten met een gebed, volgens het orthodoxe recept, vooral wat de lengte ervan betrof.
[Walraven – Eendagsvliegen, 98-99] 


Links: nr. 248 Kodim 0609 (Onderofficiers Sociëteit).

Onderofficiers-sociëteit

ILW Cimahi Onderofficiers SocieteitDat dit verbod een voor Indië enorm groot belang zal zijn, kan blijken uit de douane-statistieken, die wijzen op een geregelde sterke toename van den invoer van bier, wijn, likeuren en jenever in Indië, terwijl het drankgebruik onder de Europeesche militairen ontzaggelijk is verminderd, tengevolge van de verbetering hunner maatschappelijke positie, waardoor het meerendeel der onderofficieren een vroeg huwelijk sluit. Dit resultaat van de door de Christelijke zoowel als door de sociaal-democratische groepen gevoerde ethische politiek, mag in het voorbijgaan wel even worden vastgelegd. Maar aan de andere zijde werd geconstateerd, dat in tegenstelling met 20 jaren terug, thans in de Preanger, de grootste en mooiste residentie van Java, in elke desa wijn en jenever is te verkrijgen, terwijl in de kleinste waroeng zelfs bier verkocht wordt. Dit zijn sprekende feiten. [Indië, geïllustreerd weekblad, 7, 232-234] 


Ga met de weg, in de slappe s-bocht, naar links en naar rechts.
Links: Gedung Siliwangi (Militaire Cantine, Sociëteit voor korporaals en soldaten).

ILW Cimahi Gedung SiliwangiIn de grote sociëteit, waarvan het beste deel vroeger de bibliotheek was, hangt nog als vanouds de jeneverlucht. Toch wordt er niet veel meer gedronken, niet zoveel als vroeger. Het jongste type van soldaat drinkt geen jenever meer, ook al kan de soldaat van heden het beter betalen dan zijn vorige generatie. Vroeger zou het ondenkbaar zijn geweest, dat soldaten in particuliere zaken bier dronken, tenzij er iets bizonders was gebeurd, zoals bijtekenen b.v. of een onverwacht buitenkansje.
Maar ik stapte op Antri een Chinees restaurant binnen, waar ik ruwe stemmen hoorde dazen, en ik vond vier soldaten, zonder een enkele streep op hun kraag, bijeen rondom een tafeltje vol flessen.

[Walraven – Eendagsvliegen, 106a] 

Waar brengt de soldaat in zulk een reuzengarnizoen als Tjimahi, zijn vrije avonden door? Het is een vraag, die niet gemakkelijk is te beantwoorden. Er is ‘de pijp’, zijnde dit de inrichting, die in officiële stukken ‘de Militaire Sociëteit voor Korporaals en Soldaten’ heet. Persoonlijk weet ik van die ‘pijp’ weinig af. Het was destijds een bepaald soort mensen, dat daar zijn vertier zocht, niet altijd om zich te bedrinken natuurlijk, maar toch wel om zich te vermeien in de ruwere en meer luidruchtige zijden van het militaire gezelschapsleven.
[Walraven – Eendagsvliegen, 110-111] 


Vervolg de Jl Gatot Subroto (heette na de s-bocht: Kampementsweg).
Rechts: 1ste derde deel van militair kampement (Kampement Genie).

Genie

Begin 1900 lag het Corps genietroepen in Tjimahi. Dat betrof toen de staf, drie compagnieën en de ‘spoorweg- en telegraafcompagnie’. De genie was belast ‘met alle bouw-technische aangelegenheden, het leger betreffende, in het bijzonder, zoowel in vredes- als in oorlogstijd, met het ontwerpen, den bouw en het onderhoud van ’s lands verdedigingswerken, en van de gebouwen en verdere inrichtingen, zoo voor het personeel als het materiaal van het legeren met het beheer der genie-voorraden. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-16, 195] 

Echter, bij een corps als de Genie, waar men elkander kende en altijd bij elkaar bleef, ging alles vanzelf, en vooral bij de telegraaf-afdeling (de studentencompagnie, zooals de mannen van schop en pikhouweel afgunstig zeiden) was het een ware familie, waar zelden een dissonant werd gehoord. Moeilijke karakters werden eenvoudig verwijderd door den kapitein, want een telegrafist werd bij oefeningen en manoeuvres aan zichzelf overgelaten, ingedeeld bij andere legerafdeelingen of bij den Generale Staf,
[Walraven – Op de grens, 171-172] 


Rechts: Rest, ⅔ deel, van het kampement (resp. het 9de en het 4de Bataljon (Infanterie).
Interneringskamp tijdens W.O.II. – De dysenteriebarak lag in de no-hoek van het 9de Bat.

Dysenteriebarak

ILW Cimahi dysenteriebarakEr waren in het kamp altijd wel gevallen van dysenterie, maar door snel maatregelen te nemen bleven ze meestal beperkt tot een tien- of twintigtal. Maar deze keer brak er een epidemie uit die niet te stuiten leek. Er waren al honderden patiënten. De ziekenzaal was spoedig overvol en het buitenhospitaal wilde niemand meer opnemen. Er moesten barakken worden ontruimd die met prikkeldraad omgeven werden. Bovendien waren er ernstige gevallen bij. De patiënten hadden vaak hoge koorts, ze begonnen te ijlen en liepen als in trance naar de overbezette latrines. Overal op de grond zag je druppels bloed.
[Nieuwenhuys – Een beetje oorlog, 94] 

Op de foto: zou de barak boven het woord Subroto gelegen hebben.

 

Tijdens WO II waren de meeste, van de in deze legerplaats gelegen kampementen, krijgsgevangenenkamp; namelijk: Kampement 4de en 9de Bataljon, Kampement Bergartillerie, Treinkampement, 6de Depot Bataljon en Depot Mobiele Artillerie. Tjimahi was daarmee het grootste verzamel- en doorgangskamp voor krijgsgevangenen en telde medio ’42 10½ duizend militairen. Eind januari ’44 gingen de laatste transporten naar werkkampen op Java of over zee naar Batavia. Tot het einde van de oorlog waren hier mannen en jongens kampen voor12½ duizend gevangenen. Daarna bleven het, tot juni ’46, vluchtelingen- en evacuatiekampen.

 
Rechts: Ingang kampement.

4e en 9e Bat.

ILW Cimahi Ingang kampement

De Japanners hadden namelijk besloten in Tjimahi, even te noorden van Bandoeng, een grote vergaarbak te maken. Een kamp van tienduizend man. Op een middag, na een maand of vijf, werden we erheen gereden. Ditmaal ging het transport bijzonder snel. En toen we er aankwamen was het kamp – de kazerne van het tiende bataljon infanterie – nog bijna leeg.
[Alberts – Namen noemen, 148-149] 

Een aantal burgergeïnterneerden is uit het L.O.G. overgebracht naar kampen in Tjimahi, waar door de voortdurende afvoer van krijgsgevangenen naar bestemmingen buiten Java nu voldoende plaats is. Ik hoorde, dat het de bedoeling van de Japanners is om van het plaatsje Tjimahi een groot interneringskamp voor burgers te maken. De geïnterneerden uit de vijf kampen in de stad zullen geleidelijk op transport worden gesteld, terwijl ook nog zoveel mogelijk burgers uit andere steden naar Tjimahi zullen worden overgebracht.
[Bouwer – Het vermoorde land, 184] 


Ga linksaf: Jl Pasir Kumeli (Magazijnweg).
Rechts: een woonwijk (Kampement Bergartillerie) – Interneringskamp tijdens W.O.II.

In Magelang ben ik toen opgeleid voor de oude Bergartillerie (Ik wil bijna ‘artjirih’ opschrijven, dat zeggen wij toch altijd vroeger, niemand kan het woord uitspreken zoals het moet, nu ook heb ik eerst in de Van Dale gekeken, want die heb ik hier nog steeds hoor.) Laag geschut. Maar in Tjimahi namen ze de stukken over van de Engelsen die betere wapens hadden, en hun kanonnen hadden een schild en werden bediend door vijf mensen. Kali Djati. Overvallen door al die vliegtuigen. We keerden onverrichter zake terug. Overste De Vries nam toen studenten mee naar het front. Een week later was de capitulatie.
[Bloem – Vaders van betekenis, 74-76] 


Ga linksaf: Jl Poncol.
Rechts: Pusat Lembaga Militer – “1886” (Militaire Strafgevangenis tevens Huis van Detentie).

Strafgevangenis

ILW Cimahi Militaire Strafgevangenis

Toen ik in dienst was, of kwam, toen was daar commandant van het Korps Genietroepen de heer De Gaay Fortman, die nu nog burgemeester van Dordt is. Een vroom man, die je met een psalm op de lippen in de nor draaide voor een onbeteekenend vergrijp. Hij leefde volgens het stelsel van ‘de straffende hand van den slaanden God’. God zal er hem wel rekenschap van vragen hiernamaals, als God tenminste zulke dingen doet. Na een jaar vertrok deze vrome man en werd vervangen door ‘de neus’. Dat was kapitein Kramers, die alleen maar kapitein kon worden en nooit majoor, omdat hij wel eens dronk, en een Inlandsche vrouw had, en meer van die eigenaardigheden.
[Walraven – Brieven, 181-182] 


ILW Cimahi MunitiemagazijnGa terug en linksaf: Jl Pasir Kumeli.

Ga na de brug rechtsaf: Jl Pasir Kumeli.

Ga linksaf: Jl Munajan [Jl Pasir Kumeli].

Rechts: gebouwen en sportterrein achter muur.

(De plaats van het voormalige Treinkampement: de barakken van de afdeling die belast was met het militair vervoer.)

Treinkampement

In de nabijgelegen garnizoensplaats Tjimahi zijn de totok-vrouwen al in kampen ondergebracht en wel in de kazernes van het z.g. Treinkampement. Er zijn daar ook al grote vorderingen gemaakt bij de internering van Indo-Europese vrouwen, die in de kazernes van het 6e Bataljon zullen worden ondergebracht. De ruimte in het Treinkampement is veel te klein. De toestanden zijn schandalig.
[Bouwer – Het vermoorde land, 143] 

Verhuizing van 's Landsopvoedingsgesticht naar Tjimahi-treinkampement. Reuze rotzooi. Tocht met zwaar opgeladen kar dwars door de stad. Vele vrouwen krijgen klappen. Corry presteert het om in toko's, warongs en zelfs in een huis in Tjimahi voor de ramen te zitten met allerlei inlanders. 17 km sjouwen. Toch niet bijzonder ruw. In Tjimahi op open grasveld aangetreden in de gloeiende zon.
[Kan – Burma dagboek, 15] 


Ga rechtsaf: Jl Pusdikpal.
Volg de grote S-bocht naar links en rechts en steek de spoorlijn over.
Recht vooruit: Militair kampement (6de Depot Bataljon Inheemsche Militie – Kamp Baros).

Van april 1942 tot oktober 1943 dienden de gebouwen als krijgsgevangenen kamp. Vanaf oktober 1943 was het interneringskamp voor mannen en jongens. In oktober 1944 werden in Baros de leidende figuren uit het bedrijfsleven en bij de overheid verzameld. Zij werden door de Japanners beschouwd als mogelijke gijzelaars. De bezetting was ruim 5000.
Het complex had 27 barakken. Barak 1: jongens van 18 jaar en ouder, ‘Boystown’; barak 4: jongens tot 18 jaar, ‘Kidstown’; barak 13: Vrijmetselaars en Joden in ‘Tel Aviv’ en barak 18: katholieke geestelijken, ‘Vaticaanstad’.

 

Kamp Baros

ILW Cimahi 6de Depot Bataljon Inheemsche Militie Kamp Baros

Gisteren (maandag) met zijn allen naar 't 'zesde' geweest om daar een speech van een Jap. generaal te horen. Het werd ten slotte een overste, die vertelde dat we maar vooral heel zoet en gehoorzaam moesten zijn en nog een heleboel wat natuurlijk niemand kon verstaan. Toen 't uit was kwam de tolk Baumgarten en vertaalde het een en ander. Zei o.a. dat we in de toekomst volgens de Conventie van Genève behandeld zouden worden, maar dat werd door andere tolken en door de commandant van 't 6de direct tegengesproken, zodat we ± 3 uur onderweg zijn geweest terwijl nu niemand het juiste schijnt te weten.
[Kan – Burma dagboek, 64-65] 

 

In de kampen in Tjimahi zitten vrijwel alle hoge Nederlands-Indische ambtenaren, die ondanks jarenlange moedwillige uithongering, zeker nog wel bij machte zijn om voorlopig het bewind over te nemen. Plannen zijn uitgewerkt, maatregelen zijn ontworpen, taken zijn vastgesteld.
[Bouwer – Het vermoorde land, 374-375] 


Midden in het kamp Baros lag het ‘oebiveld’.

Degenen, die nog tot werken in staat waren, konden gaan corveeën op het oebiland. Daar werden – de naam zegt het al – oebi’s verplant, een zoetsmakend soort aardappel, waarvan de consumptie een matige buikloop ten gevolge had.
[Alberts – Namen noemen, 149-150] 


Ga rechtsaf: Jl Bapak Ampi (Gang Doger).
Rechts: de spoorlijn en aan de overkant het voormalige Treinkampement.

Toen de trein van half 5 naar Bandoeng voorbij zien komen en Ol zien staan op 't balkonnetje. Niet gezwaaid, omdat 't niet mocht!
[Kan – Burma dagboek, 60-61] 

Gisteren om 12 uur Ol in de trein naar Tjimahi zien zitten. Had Schotse jasje met rode ruiten aan. Aardig gezicht. Stond met 'Vader Bril' ruim een kwartier te wachten op de aankomst. Ten slotte stormde de trein in volle vaart voorbij. Wuiven mocht niet. Hij zag z'n vrouw niet eens en zij zagen ons geloof ik ook niet. Ol keek te ver vooruit. Om half 5 kwam de terugtrein – Daar waren ze geen van beiden met zekerheid in te herkennen. Maar anderen beweerden hen pertinent te hebben gezien. Enfin, dat zijn den de kleine vreugden van dit leven.
[Kan – Burma dagboek, 64a] 


Ga, na de brug, linksaf: Jl Bapak Ampi (Gang Leupen).

ILW Cimahi Gang LeupenNa een verblijf van twee maanden op Batavia verhuisden zij naar Tjimahi, waarheen Linda’s vader was overgeplaatst.
In de jaren dat de familie daar woonde, stond de onderofficierswoning die Linda’s vader toegewezen kreeg, aan het Rembrandtsplein achter de tangsi van het Militair Hospitaal Personeel. Daar woonden ze de langste tijd. Maar tevoren woonden ze nog in Gang Leupen, in een bilikhuis op neuten. In die tijd zag Linda voor het eerst het adu-dombak of de rammen-gevechten in de kampong achter hun huis. Iedere zondagmorgen vroeg klonk de dringende cadans van de trommen, die de lucht deed trillen en Linda in opwinding bracht. In de schaduw van hoog oprijzende bamboestoelen rondom een wijde open ruimte, had zich de arena gevormd, waar de opgehitste rammen met diepgebogen koppen op elkaar instormden met hevig geweld. 
[Scholte – Anak kompenie, 69-71] 


De straat komt uit bij de Katholieke kerk aan de Jl Baros.
Voor een bezoek aan het Ereveld Leuwigajah, 4½ km v.v. kan hier een afspraak met een ‘ocek’ (brommer-taxi) gemaakt worden.

Deel B:

Volg de Jl Raya Baros in zuidelijke richting.
Ga het viaduct over de Jl Tol Pasteur over.
Volg de weg naar links en ga scherp rechtsaf: Jl Raya Nanjung.
Ga het viaduct over de Jl Tol over.
Ga rechtsaf: Jl Kerkof (Kerkhofweg).
Ga linksaf: oprit naar Ereveld. Leuwigajah.

ILW Cimahi ereveld LeuwigajahHet ereveld Leuwigajah werd op 20 december 1949 ingewijd. Als gevolg van de vele herbegravingen, die hier sedert 1960 hebben plaatsgevonden, is Leuwigajah uitgegroeid tot het ereveld met het grootste aantal graven, ruim 5000. [OGS-40 jaar, 56] 

Clandestiene briefjes uit de kampen in Tjimahi melden vele gevallen van bacillaire dysenterie onder de jongeren. De ouderen, die over nog wat binnengesmokkeld geld beschikken, gooien n.l. vaak het thans werkelijk oneetbare voedsel weg. De vliegen zwermen er op neer. Stiekem wordt dit weggeworpen voedsel, dat inmiddels door de vliegen is besmet, door de jongeren die veel meer door de honger worden gekweld, opgegeten en de gevolgen blijven dan niet uit. Elf sterfgevallen per dag zijn in de kampen te Tjimahi geen uitzondering meer.
[Bouwer – Het vermoorde land, 233a] 

Er is niet alleen een schril contrast tussen die 3 % [Nederlandse militairen als krijgsgevangenen in Duitsland] en de 19,4% die in Japanse krijgsgevangenschap is bezweken, maar bovendien hebben veruit de meesten die er als krijgsgevangenen der Japanners het leven afbrachten, traumatische ervaringen gekend die aan vrijwel alle krijgsgevangenen der Duitsers bespaard zijn gebleven. Dat is een opmerkelijk verschil tussen de bezettingsgeschiedenis van Nederland en die van Nederlands-Indië. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 732-733] 

 

ILW Cimahi H Th KarstenH.Th. Karsten – V 361
In ± 1930-1931 maakte Karsten zijn tweede en laatste verlofreis naar Europa. Hierbij reisde het gezin via Amerika, alwaar Karsten lezingen hield. Na deze reis vestigde Karsten zich in Bandoeng en leidde enige tijd met Schijfsma een buro.
In 1933 begon hij voor zichzelf, met als belangrijkste medewerkers Soesilo en Abikoesno.
Per 1 september 1941 werd Karsten aangesteld tot buitengewoon lektor in de nieuwe studierichting planologie aan de Technische Hoogeschool te Bandoeng. Wegens ziekte en internering kon hij dit slechts een half jaar volhouden. In 1942 moest hij een kamp in, te Tjimahi, alwaar hij stierf eind april 1945. [Bogaers – Karsten, 50-53] 

 

ILW Cimahi ereveld Leuwigajah 2Op het ereveld Leuwigajah werd op 21 september [1984] een gedenksteen onthuld, die geschonken is door de Stichting Herdenking Junyo Maru – Sumatra.
Deze gedenksteen wil de nagedachtenis in ere houden van alle slachtoffers van de zee-transporten uit de jaren 1942-1945 in Zuid-Oost Azië, in het bijzonder van diegenen,die in september 1944 omkwamen bij de scheepsramp van het Japanse transportschip “Junyo Maru”. Dit schip werd nabij Benkulen aan Sumata’s Westkust getorpedeerd en tot zinken gebracht, waarbij ruim 5800 mensen in zee omkwamen. Onder hen bevonden zich duizenden inheemse dwangarbeiders en geallieerde krijgsgevangenen, waaronder ca. 2500 militairen van het Koninklijk Nederlands Indische Leger. [OGS-1984, 15, 17] 

Het schip had voor zijn bemanning en ruim zesduizendvijfhonderd andere opvarenden geen reddingsmiddelen van betekenis aan boord: twee oude sloepen hingen in de davits en op dek lagen vlotten van houten raamwerk, maar geen van de romoesja’s of krijgsgevangenen had een reddingsgordel – de Japanners daarentegen droegen allen een zwemvest. Een Japans vliegtuig begeleidde het schip: het diende Geallieerde duikboten op afstand te houden.
Twee dagen na het vertrek, 18 september dus, in de namiddag, was dat vliegtuig verdwenen en ter hoogte van Benkoelen, ca. 20 km uit de kust, werd de ‘Joenio Maroe’ even voor half zes (Japanse tijd! het werd pas na half acht donker) door twee torpedo’s getroffen, waarvan een in een van de ruimen talrijke slachtoffers maakte. Het schip zonk langzaam en begon toen te hellen. Paniek brak uit, ‘eerst in het ruim’, aldus Von Fuchs, ‘waar de een de ander met stukken hout en ijzer neersloeg om het eerste boven te kunnen zijn, later ook aan dek.’ [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 660-663] 


Ga terug: Jl Kerkof en Jl Raya Baros
tot: 500 meter na de 2de overgang over een tolweg
en 400 meter voor de katholieke kerk.

Links: een apotheek aan de Jl Samratulangi (Willemstraat).
Aan de rechterkant van deze straat lag het kampement van de Mobile Artillerie.
Daar was tijdens WO II het Centraal Kampziekenhuis ondergebracht.

Steeds meer doden. Waar gingen ze dood? In het kamphospitaal zelf of in het hospitaal van Tjimahi (Cimahi)? In het kamp als het onverwacht ging. Ik zelf heb steeds magerder wordend, de paar laatste maanden in het kamphospitaal gelegen. Dat was net zo’n barak als de andere, met net zulke beroerde slaapplaatsen. We lagen wel iets verder uit elkaar.
[Alberts – Een kolonie, 102-104] 

Enfin, de zieken, die uit het kamp gingen om dood te gaan, moesten worden weggedragen. Ze waren tamelijk zwaar als ze aan waterzucht leden en zeer licht, als ze alleen maar waren uitgehongerd. Maar zwaar of licht, de brancards werden door twee geïnterneerden gedragen. Vrijwilligers.
[Alberts – Een kolonie, 106-108] 


Deel C:

Ga linksaf: Jl Sudirman.
Rechts: Santo Ignasius (R.k. kerk).
Rechts: Lap Tenis (Wilhelminapark ?)

ILW Cimahi WilhelminaparkDe ongeregelde troepen, die later het leger van de republiek Indonesië zouden vormen, hadden ons kamp helemaal omsingeld en hoe gaat het, wanneer men in een belegerd dorp zit? De dorpsbewoners vormen dan een burgerwacht, een eigen legertje. Als ik zeg dorp, dan bedoel ik daarmee niet het stadje Tjimahi, want daarvan konden we maar een deel tot ons grondgebied rekenen: het deel van de villawijk, dat ten zuiden van het kamp lag. En met die burgerwacht begon het pas goed te gaan toen het duidelijk werd, dat ook de Japanse bewaking zou worden teruggenomen, terwijl het Engelse opperbevel niet voor voldoende vervanging kon zorgen. Dat was natuurlijk het vreemde van de toestand. Twee maanden na de overgave werd het een beetje gek nog langer gebruik te maken van de Japanse troepen.
[Alberts – Namen noemen, 155-156] 


Links: ‘half rond’ plein (Rembrandtplein).
In het midden van plein Jl Kebonrumput.
Links: G 95-96, G 98 en G 102.

ILW Cimahi RembrandtpleinAan het Rembrandtsplein waar ze later woonden, rijgen de onderofficierswoningen zich U-vormig om het plein, dat kruislings werd gevierendeeld door twee wandelwegen. De langste die op de grote weg uitkwam enerzijds, ging aan de andere zijde op de bodem van de ‘U’ over in een breed pad, dat door kampong Bèdèng leidde naar Kebon Djukut, de graslanden behorende aan de afdeling Cavalerie van het KNIL.
[Scholte – Anak kompenie, 71] 

Een ander voordeel was gelegen in de omstandigheid, dat de mortieren moeilijk in het kamp konden worden opgesteld. Daarom werden wij met onze stukken gestationeerd in twee kleine villa’tjes, die nog net precies in het door ons beheerste deel van Tjimahi lagen. Ze lagen aan een halvemaanvormig gazonnetje en ze bevatten per stuk een kamer of drie, vier.
[Alberts – Namen noemen, 157-158] 


Volg de weg, bij de moskee, naar rechts.
Ga, na de brug, de 4de weg linksaf: Jl Lapangan Tembak.

Standplaatsen van ‘oceks’ zijn in de Jl Warung Contong, dat is de straat rechts.

Deel D:

Ga de brug over de Ci Sangkan over.
Links: Lapangan Tempak Gunung Bohong (schietbanen).

ILW Cimahi schietbanenDe halfautomatische Johnsonkarabijn was een wapen, waarin een houder met acht patronen kon worden geplaatst en die patronen konden achter elkaar worden afgeschoten door alleen maar telkens de trekker over te halen. Het was ook mogelijk door het verschuiven van het een of ander palletje alle kogels in één keer uit de loop te laten vliegen. Dat gaf een wonderlijk effect aan de schouder en op de schietschijf. Het geweer had verder een lange loop en het was verstoken van enig houtwerk. We mochten de Johnson zomaar helemaal mee naar huis nemen, dat wil zeggen naar onze barak in het kamp. Ik heb het ding voorzichtig in een hoek gezet, maar de meeste anderen, die hun jachtgeweer al jarenlang niet meer in hun liefkozende handen hadden gevoeld, begonnen hun aanwinst meteen uit elkaar te halen, te poetsen en in te vetten, terwijl ze zelf een tevreden gebrom lieten horen. 
[Alberts – Namen noemen, 157-158] 


De weg heet hier: Jl Sukasari.
Houd rechts aan; recht vooruit heuveltop, rechts huizen.
Ga rechtsaf: Pad naar Makam Gunung Bohong – Kelurehan Padasuka; de begraafplaats.

ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 3ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 1ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 2

 

Gunung Bohong

ILW Cimahi Makam Gunung Bohong Kelurehan Padasuka begraafplaats 4

De dood kwam soms in de gelederen grijpen langs den weg van typhus en dysenterie, de echte ziekten van Bandoeng en ommelanden, althans destijds. Speciaal na een oefening of een manoeuvre druppelden de patiënten elke minuut het hospitaal binnen, en wie kwam te liggen achter het scherm op zaal I, die kwam er gewoonlijk niet meer levend vandaan, een enkele uitzondering daargelaten. Dan werd ik dikwijls geroepen, als trouw bezoeker van het Militair Tehuis, door den sergeant-ziekenverpleger Post, en zat ik soms langen tijd achter dat scherm, op een stoeltje bij het bed van een kameraad, hopende dat die zijn ogen nog eens zou openen en mij zien en misschien iets zou zeggen. Maar in de meeste gevallen liep het uit op een langzamen marsch, met een tamboer en een hoornblazer voorop, naar het kerkhof aan den voet van den Leugenaarsberg (Goenoeng Bohong), waar de ruwe kist, als een trog, in de natten grond werd neergelaten.
[Walraven – Op de grens, 174-175] 


Ga in noordoostelijke richting en steek de bergraafplaats over.
Ga rechtsaf: Jl Panembakan – heet later: Jl Warung Contong.

Vervolg deel C:

Ga rechtsaf bij de spoorwegovergang.
En ga daarna meteen linksaf: Jl Rumah Sakit Yudustira (Hospitaalweg).
Rechts: R.S. Dustira (Militair Hospitaal).

Meer informatie

Bandoeng mag van geluk spreken dat het in zijn nabijheid een inrichting heeft die bij het totaal gemis van een gelegenheid tot verpleging van ernstige zieken – welk gemis zich in den laatsten tijd sterk deed gevoelen [cholera] – in deze behoefte voorziet. Ik bedoel het militair hospitaal te Tjimahi. Behalve militairen, worden daar ook particulieren en ambtenaren opgenomen, tegen een tarief van f 2 tot f 7.50 daags, waaronder begrepen voeding en verpleging, geneeskundige behandeling en operatie, genees- en verbandmiddelen. Voor gepensioneerden wordt niet meer dan hoogstens de helft van zijn pensioen per maand berekend. Sedert de oprichting van het hospitaal in 1897 werd reeds een groot aantal niet-militaire patiënten daar verpleegd en, op een zeldzame uitzondering na, mochten zij zich in een herstelde gezondheid verheugen. [De Locomotief, 14 Juni 1910] 

... maar hij had toch al de ziekte te pakken, die 90 procent van de kolonialen hebben, n.l. venerische ziekte.
[Walraven – Brieven, 141] 

De dood kwam soms in de gelederen grijpen langs den weg van typhus en dysenterie, de echte ziekten van Bandoeng en ommelanden, althans destijds. Speciaal na een oefening of een manoeuvre druppelden de patiënten elke minuut het hospitaal binnen, en wie kwam te liggen achter het scherm op zaal I, die kwam er gewoonlijk niet meer levend vandaan, een enkele uitzondering daargelaten. Dan werd ik dikwijls geroepen, als trouw bezoeker van het Militair Tehuis, door den sergeant-ziekenverpleger Post, en zat ik soms langen tijd achter dat scherm, op een stoeltje bij het bed van een kameraad, hopende dat die zijn ogen nog eens zou openen en mij zien en misschien iets zou zeggen.
[Walraven – Op de grens, 174-175] 

Het echte ziekenhuis lag een eindje verderop en we kregen daar allemaal een groflinnen Japanse kimono aan, en onze kleren werden ontluisd. Mijn ingewanden pasten zich voortreffelijk aan de nieuwe toestand aan en begonnen weer te spoken van belang. De dokter kwam zijn ronde langs de bedden maken terwijl wij zaten te eten. Hij vroeg mij wat ik at en ik zei: Bruine bonen. Hij zei: Een uitstekende kost voor iemand met chronische enteritis.
[Alberts – Namen noemen, 154] 

Het transport naar het hospitaal buiten het kamp ging gewoon door. Maar voortaan was er meer kans op overleven, omdat er meer eten kwam. Niet voor allemaal, maar de kans was er. Aangezien ik er zelf ook werd heengebracht, kon ik het zien en ondervinden. We lagen nu op bedden, ongewend hoog en we moesten oppassen om er niet uit te vallen.
[Alberts – Een kolonie, 108-109] 

Ik zag in de verte, uit de richting van het dorp een tamelijk groot aantal mensen komen. Indonesiërs, toen ik ze van wat dichterbij kon zien. Ze leken me nogal rumoerig en ze waren op de een of andere manier gewapend, maar bijzonder weinig militair. Ze kwamen nog dichterbij en ze werden wat stiller. De Japanse schildwacht, onze bewaker, stond op en liep naar voren.
[Alberts – Een kolonie, 114-117] 


Ga linksaf: Jl Raya Baros.
Ga de spoorbaan over.
Ga linksaf: Jl Stasiun.

Rechts: Mess Perwira (Officierssociëteit).

ILW Cimahi Mess Perwira OfficierssocieteitVoor de ambtenaren, officieren, is de indeling van de dag, na acht uur ’s morgens, aldus: sleur-werk tot elf, twaalf, een uur – soos – rijsttafel, middag-slapen, avondwandeling – soos – diner of wat er voor moet doorgaan, en weer – soos met of zonder kletstafel. Getrouwden offeren er de na-avond aan op, gewoonlijk. Kooplui kennen gemeenlijk enkel de soos in haar vóór- en ná-avond-momenten en een groot deel is niet eens trouw soos-bezoekend. Er zijn kooplui, die maar hoogst zelden in de soos komen. Iemand komt ‘nieuw’ op een plaats. Het hotel verveelt hem; hij gaat naar de soos. Voor hem is de soos een uitkomst in de Indische eenzaamheid. Iemand zoekt banale verstrooiing, hij gaat naar de kletstafel van de soos in de vooravond. De soos in Indië is als een romeins keizer met het devies ‘panem et circenses’ (geef het volk brood en spelen).
[Veth – Het leven in Nederlandsch-Indië, 138-140] 


Links: Stasiun (Het station is uit 1904 en nog redelijk intact.)

ILW Cimahi stationILW Cimahi Stasiun“732 m.”                                                            2005→

In Tjimahi waren de corvees over het algemeen niet zwaar: fourageren, zoals brandhout van het station halen en zakken rijst uit de wagons tillen en ze in karretjes overbrengen soms een paar gebouwen ontruimen of een Nippon-kazerne schoonmaken. Het voornaamste corvee was het werken in de groentetuin die een paar kilometer van Tjimahi verwijderd was. We waren dan met honderd of meer. Meestal werd je aangewezen, maar soms ook gaf ik me ervoor op om weer eens buiten de kampmuren en het prikkeldraad te zijn. [Nieuwenhuys – Een beetje oorlog, 93] 


Ga rechtsaf: Jl Sriwijaya (Gedong Delapan).

ILW Cimahi Gedong DelapanDe oudere geïnterneerden werden daar ondergebracht in een rij huizen aan de Gedong Delapan-weg: ik kreeg er een kamertje met een prettig jongmens, een sympathieke kamergenoot. Eerlijk, hartelijk en hulpvaardig, en ik heb veel hulp van hem ondervonden. Daar lag ik een middag om half zes op mijn bultzak, in een ellendige stemming en met het gevoel dat me iets ernstigs boven het hoofd hing. Plotseling zag ik het gezicht van mijn vrouw, die me enige seconden strak aankeek. Het was op 10 September 1944. Ik vreesde het ergste: verschijningen had ik meer gezien en ze bleken, evenals sterke sombere voorgevoelens, meermalen op realiteit te berusten.
[Koch - Verantwoording, 243-244] 

We rijden de weg op naar Tjimahi, het licht is van zwart naar grijs gegaan, er komt steeds meer wit in, het is vroeg daglicht als ik de huizen herken van de garnizoensplaats Tjimahi, de woningen van soldaten en onderofficieren die er in 1930 al waren liggen er nog net zo. Een rustig en ordelijk militair kampement, lage crème-achtige huizen met donkere daken, kalmpjes bochtende straten.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 180]