De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018
De wandeling in PDF formaat

Begin van de wandeling: kruispunt Jl Parapatan / Jl Senen Raya.

Over dit kruispunt loopt een viaduct vanuit het noorden, Jl Pasar Senen, naar het zuiden, Jl Kramat Raya.
Daaronder loopt in noordoostelijke richting de Jl Kramat-Bunder (Kramatplein).

’t Was al donker, maar het Kramatplein lokte ons aan. Aan een boekenstalletje hing het Octobernummer van De Fakkel en de man vroeg er 60 cent voor, die ik betaalde, want mijn novelle stond er in. Iemand was dat nummer al bij hem wezen verpatsen, zooals hij zei. Midden op het verbazend gezellige avondpleintje, onder die groene boompjes, had een Indo-Europeaan stoelen en tafeltjes neergezet en verkocht daar limoen en stroop en koffie-ijs en goedkoop eten.
[Walraven – Brieven, 856-857] 

Na zo’n maaltijd kan je alleen nog half scheef in je stoel gezakt lodderig rondkijken, Korea, kabinet en alle zorgen van de wereld lijken je alleen nog maar wazig ver en [h?]eerlijk ridicuul. Je overweegt de mogelijkheid van een verbroedering van Truman en Stalin bij een nasi-tjampoer of van een kabinetssamenstelling op Kramatplein of Pasar Rumput.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 37-38] 


Links: Jl Pasar Senen.

Pasar Senen

De aanleg van den Grooten Zuiderweg is veel ouder. Anno 1678 werd op last der Regeering een weg “gerooijt ende gecapt” lijnrecht van het zeestrand tot “Mr. Cornelis eijlandt”, derhalve van den tegenwoordigen Priokweg naar Goenoengsari, Senèn, Kramatbrug enz., eene flinke onderneming voor dien tijd, waarbij de Compagnie echter alleen het ruwe werk deed, terwijl zij de voltooiing en het onderhoud van den weg op degenen schoof, wier grond daaraan grensde. [Oud Batavia I, 443-444] 


Ga in westelijke richting: Jl Prapatan (Parapatan).
Rechts: 10 – Dharma Wanita.

Dienst Volksgezondheid

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Dienst Volksgezondheid

Achter het moderne gebouw ligt een koloniaal gebouw; vroeger het Hoofdkantoor DVG: Dienst Volksgezondheid, voordien BGD: Burgerlijken Geneeskundige Dienst (1927, Landsgebouwendienst.)
Verder is er ook de Burgerlijk Geneeskundige Dienst, of eigenlijk heet dat tegenwoordig de Dienst voor Volksgezondheid. Een enorme ambtelijke tak, waarbij veel plaats is. In dit reusachtige land is op geen stukken na voldoende medische hulp voor de bevolking, voornamelijk ook, omdat de bevolking te arm is om die hulp te kunnen betalen en ook te dom en te achterlijk in vele gevallen. Een Inlander sterft liever in zijn kampong, dan naar een Europeeschen dokter te gaan, en meestal moet het bestuur hun dwingen, of opvoeden.
[Walraven – Brieven, 343] 


Ga terug en ga rechtsaf – steek de Jl Prapatan en de Jl Kwitang over.
In vroeger tijd lag hier ‘de brug van Kramat’ over de gracht van de Defensie-lijn.

Kramatbrug

Het was een vreemde straat, waar we doorheen reden. Ik wist het: dit was Kramat en daar begon Senen en toch was dit alles anders dan gewoonlijk. In het felle namiddaglicht leek de stad onbekend, door verlatenheid vervreemd van de werkelijkheid. Het was alsof door de hitte de verwaarlozing nog meer aan de dag kwam. Een enkele passerende Europeaan nam zijn hoed af. Ik moest me de eerste keer geweld aandoen niet terug te knikken. We reden door treurige straten. Het werd benauwd en er was maar één wens die ons alleen beheerste: dat dit alles voorbij zou zijn en allereerst deze tergend langzame rit.
[Breton de Nijs – Vergeelde portretten, 13-14] 


Links: Grand Theater. (Rex Theater; in 1948 “Grand” bioscoop).

Rex theater

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Grand bioscoop Rex theater

Men gaf daar de eerste komische franse films en Pathé-Color met bloemballetten en vizioenen van afgrijselijke groengekleurde duivels met vlekkerige vuurrode tongen, daarna, geweldige overgang, de eerste lange films die een hele avond duurden: Zigomar, de Koning der Bandieten, De Roman van een Arm Jongmeisje, en later nog veel mooier, de romeinse reconstructies, Quo Vadis, Spartacus, Cleopatra, met een inlands orkest rijk aan blaasinstrumenten, dat het zelfde opgewekte en sentimentele wijsje speelde uit het circus en met volkomen ernst Ach, du lieber Augustin bij het afscheid tussen de romeinse veldheer en de egyptische vorstin.
[Du Perron – Het land van herkomst, 242-243] 

Het duurde maar even voor het voor de bioscoop en op het Senenplein stil werd. Een paar betja’s waren achtergebleven, een omgeworpen blik met pinda’s die overal verspreid lagen, de tafel en de lege pan van een pisanggorengverkoper, het nog brandende vuur in een anglo. De winkels werden gehaast gesloten en de lampen gedoofd. Ook het geluid van het schieten verdween. De stilte op het Senenplein werd even later verstoord door de sirenes van de jeeps van de Nederlandse militaire politie en van twee vrachtauto’s vol soldaten van de militaire politie. Hun witte helmen lichtten als doodshoofden op in het duister van de nacht.
[Lubis in Bersiap, 49-54] 

 

[1919] Van het Waterlooplein voert een zeer breede verkeersweg langs Senèn, Kramat en Salemba naar het landelijke Meester-Cornelis. Langzamerhand wordt deze vroeger zeer rustieke, hoewel druk gebruikte, weg ‘gemoderniseerd’ in een bijna volgebouwde straat. [Indië geïllustreerd weekblad-3, 159] 

Hoegeng Iman Santoso: Toen de Japanners in maart 1942 binnentrokken, ging ik naar Kramat, een punt in de stad waar zij langs zouden komen. lk keek naar hun binnenkomst alsof het een film was, alsof ik er zelf geen deel van uitmaakte. Het kon de Indonesiërs weinig schelen dat de Hollanders verslagen waren. Bij velen heerste zelfs een reactie van: Nah, rasain sekarang, modar kamoe, wat zoveel wil zeggen als: Zo, ondervind het zelf nu maar, crepeer! [Verboden voor honden, 136-137] 


Ga rechtdoor: Jl Kramat Raya.
Links: 11 – Panti Asuhan Muslimin – Lembaga Rumah Piatu Muslim. (Protestantsch weeshuis, het Djati-gesticht).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Protestantsch weeshuis Djati gesticht... het Protestantsch weeshuis, het Djatigesticht, rechts. Laatstgenoemde dateert reeds van 1854. Er bestaan hier nog meer instellingen op het gebied van armenzorg en liefdadigheid, zoodat men met voldoening kan getuigen, dat ook Indië zijn armen en weezen niet vergeet.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 191-193] 

In 1854 werd het z.g. Djati-gesticht ter verzorging en opleiding van verwaarloosde Europeesche kinderen te Batavia opgericht; in 1887 constitueerde zich de Vereeniging Soeria Soemirat te Semarang, terwijl in het zelfde jaar het St. Vincentiusgesticht te Buitenzorg werd geopend. De bekende vereeniging van Pa van der Steur te Magelang kwam in 1896 tot stand. [Nederlandsch Indië oud & nieuw-1, 295] 


“Ze woonden namelijk op Kramat ...”

Dat het niet tjotjokte tussen mevrouw De la Fosse en mevrouw Bergamin kwam niet omdat ze elkaar niet mochten lijden. Daarvoor is het immers nodig dat men elkaar kent, zij het slechts van aanzien. Vrouwen kunnen dan een directe intuïtieve afkeer van elkaar opvatten, die nadere kennismaking overbodig maakt. Later komen dan altijd geruchten bewijzen dat juist was wat beiden altijd wel van elkaar gedacht hadden. Maar mevrouw De la Fosse en mevrouw Bergamin kenden elkaar ternauwernood van aanzien, ook al woonden ze sinds jaren naast elkaar.
Dat kwam eensdeels door de grote stoffelijke afstand die hen scheidde. Ze woonden namelijk op Kramat in oude Indische huizen met grote erven. Op de grenslijn tussen die erven stond een pagger, die overigens nauwelijks opviel door de dichte begroeiing van beide tuinen.
[Mahieu – Verzameld werk, 87-88] 


Links: 21.                                                                                (Bataviasche Verkeers Maatschappij.)

ILW Bandung 3 Gedung Sate Tjihapit ILW Jakarta 10 Kramat Salemba tramwaymaatschappij

 

Bataviasche Verkeers Maatschappij

In mijn gaan naar de stad is onlangs eene kleine verandering gekomen; niet wat de dagen of uren, maar wat het vervoermiddel betreft. Sedert verleden week namelijk loopen de wagens der tramwaymaatschappij voorbij onze woning, en ik profiteer daarvan. De uitgaaf is gering, te gering bijna om te kunnen duren: 10 centen heen en 10 centen terug. Niemand begrijpt, hoe de Maatschappij, tegen zulk een laag tarief, met voordeel werken kan; doch zij moet wel, schijnt het, omdat anders de konkurrentie met de kleine inlandsche voertuigen niet vol te houden is. Velen gelooven (met mij), dat die worsteling haar ondergang ten gevolge zal hebben; doch van harte hoop ik het tegendeel.
[Huet – Brieven II, 147-148] 


Rechts: 106 – Museum Sumpah Pemuda. (Bloemenhandel Hersia.)  Open: di – do, za, zo: 8 – 16, vr: 8 – 16.30.

Eed van de Jongeren

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Museum Sumpah PemudaILW Jakarta 10 Kramat Salemba Eed van de JongerenAls symbool van dit alles werd op de slotzitting (met verlof van de chef van de centrale recherche die persoonlijk aanwezig was) door de journalist Soepratman eerst op de viool, begeleid door een guitaar, de melodie gespeeld van een door hem gecomponeerd lied, Indonesia Raya (‘Groot-Indonesië’), en werden vervolgens, terwijl de rood-witte vlag gehesen werd, met guitaarbegeleiding de woorden gezongen die een verheerlijking van land en volk van de Indische archipel inhielden. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 329-330] 


Rechts: 132 – Badan Penelitian dan Pengembangan.
(Gouvernements Accountantskantoor Batavia, Centraal Kantoor voor Dactyloscopie (Dept. v. Just.) en Kantoor Pharmaceutische Fabriek D.V.G. – voordien Civiele Pensioenfondsen.)

Pensioenfondsen

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Pensioenfondsen

[1926] De overheid wil een begin maken en stelt een “overgangsfonds’ in. Niet voor álle 140 000 “Inlandsche burgerlijke landsdienaren”, maar in eerste instantie voor de 30 000 die een maandelijks salaris van f 50. of meer hebben. Het wordt bovendien “opgezet op de basis van den monogamen huwelijksvorm. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-29, 144, 149] 

Volgens het tamelijk ingewikkelde systeem van berekening dier pensioenen ontvangt de weduwe van een landsdienaar een pensioen, ten bedrage van een zeker percentage van het laatste door haren echtgenoot genoten salaris, met een maximum van f 160 per maand. [Het Indische Leven-1-45, 884-885] 


Rechts: 134 – Vincentius Putera. (Batavia’s Vincentius Vereeniging, Jongensinternaat, Pastorie H. Hartkerk 1916, Hulswit / Cuypers).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Vincentius PuteraDe Katholieken plegen die Gestichten onder de benaming en bescherming te stellen van den Heiligen Vincentius a Paulo, den grooten apostel der barmhartigheid, die eenmaal geheel zijn leven en geheel zijne kracht wijdde aan de verzorging der armen.
Door aankoop kwam de Vincentius-Vereeniging te Batavia ten jare 1910 in bezit van een groot heerenhuis, met kolossaal voor- en achtererf, op Kramat. Het bood een zoo grandioze ruimte dat er plaats was in overvloed niet slechts voor één maar zelfs voor twee Gestichten. Dienvolgens werd, om gewichtige redenen, besloten, de eertijds op Weltevreden en op Parapattan afzonderlijk gelegen inrichtingen voor meisjes en jongens daarheen over te brengen. Co-educatie bleef, ten gevolge van de énorme uitgestrektheid van het erf, buitengesloten; doch, om slechts dit ééne te zeggen: één inwonend Directeur – en welk een voordeel was daarin gelegen! – zou gemakkelijk de beide Gestichten kunnen besturen. [Nederlandsch Indië oud & nieuw-1, 301-303] 

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Bat Vincentius vereeniging

[Juni 1920] Op het terrein van de Bat. Vincentius-vereeniging te Kramat is de eerste steen gelegd voor eene nieuwe Kath. Kerk door den Pro-vicaris van Batavia den H. Eerw. Heer A. Th. van Hoof, in tegenwoordigheid van het Kerkbestuur der Bat. Vincentius-vereeniging en de architecten en aannemers van dezen bouw. [Het Indische Leven-1-44, 878] 

[1942] Naast deze oude inrichtingen zijn vooral in de laatste vijf en twintig jaar vele andere gekomen; in het bijzonder van Katholieke zijde werd aan de weezenverzorging veel aandacht besteed. Op talrijke plaatsen vindt men door de missie opgerichte Sint Vincentiusgestichten. [Insulinde, 146] 


Het interneringskamp Kramat.

Kramatkamp

Het interneringskamp Kramat (1942-1945) werd aan de noordkant begrensd door Jl Kramat IV (de ‘Vincentiuslaan’). Aan de oostkant was de grens de Jl Kramat Raya / Salemba Raya, aan de zuidkant de Jl Kramat VIII (Gang Obat) en westelijk de Kali Ciliwung. Het kamp was door de Jl Raden Saleh verdeeld in “Kramat Noord” en “Kramat Zuid”. Na de oorlog, in de bersiap-tijd, was het een beschermings- en opvangkamp.

‘De slag is gevallen' voor de Europeesche vrouwen in Batavia. Iedereen die geen man heeft ter bescherming moet verhuizen naar 2 kleine wijken, een achter Tjideng en een op Kramat. Het heeft nog 6 weken de tijd. Er moet eerst weer geregistreerd worden. Ieder gezin zou één kamer krijgen. Meubilair kan en mag natuurlijk niet meegenomen worden.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 37-38] 


Ga linksaf: de voetbrug op.

De loopbruggen over de autobanen, ook alweer een idee van de inventieve Ali Sadikin, waar twaalf jaar eerder nog weinig gebruik van werd gemaakt maar waar wel veel mopjes over werden getapt (‘Sumatra heeft rivieren zonder bruggen en Jakarta bruggen zonder rivieren’), functioneerden nu wel.
[Vuyk – Reis naar het vaderland, 8-10] 


Vanaf de voetbrug zicht op Jl Kramat Sentiong. (Gang Sentiong).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Gang SentiongZaterdagavond naar tante Noes, Gang Sentiong. God, wat een rotgang! Slapend, vervallen huis achter vermoeide palmen in half verrotte tonnen met scheefgezakte verroeste hoepels.
Scheefgezakte kree, scheefgezakte hoedenkapstok met wezenloos spiegeloog. Versleten djatihouten zitje, stoelen gegeneerd tegen de tafel-met-marmeren-blad getrokken. Lamp van 25 kaars huilerig in paarszijden lampekap met aangevreten franje. Verdomme, wat een ordinair cavalje! ‘Spádaa!!!’ […]

Dan snel nader klikkende voetstapjes in de gang, een bonte werveling recht op me af, die plotseling stilhoudt vlak voor me, een gretige hand die mijn aarzelende hand vangt. En: ‘Adoeh, Si Peng! Zo groot! Zo lief!’ Snelle afcheckende zakdoek voor een opeens verschrikt interrumperende lach. Nerveus praten, giechelen, vragen, lachen.
[Mahieu – Verzameld werk, 21-23] 

De regen bereikte hem plotseling en kletterde met zulk een geweld stortbuien van dikke droppels op hem neer, dat meneer Martherus overhaast op de vlucht sloeg. Er was zelfs geen tijd meer om een der nabij liggende woonhuizen te bereiken om met een beleefd excuus beschutting te vragen onder de emper. Meneer Martherus holde met krakende benen Gang Sentiong binnen en schoot het eerste het beste waroenkje binnen, een wrak geval van bamboe, oude blikken en goeniezakken, dat tegen een erfmuur was aangebouwd. Op dat moment was meneer Martherus tegelijk doof en blind. Blind omdat het in het hol - want meer was het werkelijk niet - stikdonker was. En doof omdat de op het zink- en blikplaten dak neerdonderende regen zulk een geraas veroorzaakte, dat geen enkel ander geluid te vernemen was.
[Mahieu – Verzameld werk, 281-282] 


Ga de voetbrug terug en ga de Jl Kramat Raya terug.
Ga linksaf: Jl Kramat V (Kramatlaan). 

Hollandsche

Eerst in de latere jaren der 19e eeuw en daarna toenemend kreeg men hier en daar bepaalde Europeesche wijken na ontruiming der daarvoor noodige terreinen door de inlandsche bevolking. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-26, 125] 

Mogelijke architect van deze woningen: Moojen (1910).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Kramatlaan 1 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Kramatlaan 5 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Kramatlaan 7 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Kramatlaan 16
Nr 1 – Dr. J. Schouten, Rector van het Bataviaasch Lyceum der C.A.S.  Nr 5 – J. Verboom, voorzitter Volksraadfractie De Vaderlandsche Club.  Nr 7 – C. Keehnen, Jacobson van Berg & Co.  Nr 16 – Residence of Yokohama Specie Bank.


Nr 11 – Dr. Ir. F. Kramer, Voorzitter van het Algemeen Landbouw Syndicaat.
Midden ’42 nu was de behoefte aan hulp als gevolg van de voortgezette verarming en doordat talrijke mannen waren opgepakt, nog groter dan ze in maart en april al was geweest. Er werd nu een nieuwe opzet voor gemaakt: eind juni wist een afvaardiging van de Europese bewoners van Batavia (Nederlanders èn Indische Nederlanders dus) in een gesprek met de Japanse burgemeester te bereiken dat een Gemeentelijk Europees Steun-Comité, het GESC, mocht worden opgericht met als leider (de Japanners wensten steeds dat één persoon jegens hen verantwoordelijk zou zijn) de man die ook de delegatie had geleid: dr. ir. Frans Kramer. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 366-368] 

Herman [Salomonson] huurde daarop een huis met een boven- en benedenverdieping aan de Kramatlaan op nummer 13. In dat laantje woonden mensen uit de toplaag van Batavia: artsen, juristen en wetenschappers. De onderlinge sfeer was gemoedelijk. Annie schreef erover in een brief van 2 mei 1924: “t Verdere laantje zijn allemaal vrienden en leenen alles van elkaar, ze hebben allemaal dezelfde waschman, groenteboer enz. enz.; de meubelen en kinderen gaan heen en weer.’ Het wonen in het laantje beviel zo goed, dat Salomonson in 1924 een huis aan het einde daarvan kocht: Kramatlaan 24. [Nieuw Letterkundig Magazijn] 

Nr 22... of de zeldzame étagewoning in de Kramatlaan , waar wij ‘net als in Holland’ een trap op moesten naar de slaapkamers. Vanaf het balkon kon men over het dichte groen van struiken en heggen kijken tot ver in de tuinen van zij- en overburen; de laan liep dood aan de oever van de kali, daarachter lag een van de grootste kampoengs van de stad onder hoog geboomte.
[Haasse – Zelfportret als legkaart, 116-117] 


Ga bij de Kali Ciliwung linksaf: Jl Inspeksi Ciliwung.
Links: Jl Kramat VII (Laan Wiechert).

Laan Wiechert

No 35. – Ir E.A. Voorneman; woonde op nr. 35 voordat hij in de burgemeesterswoning aan het Burgemeester Bisschopplein ging wonen. (Wandeling Jakarta 12.) →

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Laan Wiechert

[...] de aansluiting aan de waterleiding te bevorderen. Deze laatste zaak, is in de groote Europeesche steden sinds jaar en dag geregeld, tot gerief van de inwoners, is hier nog een nieuwtje. Er is wel reeds een begin mede gemaakt; zoo is hier bijna een geheele straat, de jeugdige Laan Wiechert, een zijstraat van den Kramatweg, van een waterleiding voorzien. En het is een genot om daar in de huizen rond te gaan en overal de bekende Hollandsche kraantjes te zien blinken en in de keuken een kanjer van een kraan boven de aanrecht te ontdekken. [De Locomotief, 14 Maart 1910] 

Vrouwen en kinderen blijven voorloopig nog in 't Kramatkamp, omdat er in Tjideng zelfs naar Japansche opvattingen geen plaats meer is. Ook zieke mannen worden nu eindelijk aangepakt en naar ’t Kramatkamp gebracht.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 259-260] 


Rechts: Jl Raden Saleh 30, Mesjid Ap – Makmur (Moskee Tjikini, ca.1850).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Moskee TjikiniGodsdienst is bedoeld als een zegen voor de menschheid, om een band te vormen tusschen alle schepselen Gods. Allen zijn we broers en zusters, niet omdat wij dezelfde menschelijke ouders hebben, maar omdat wij allen kinderen zijn van een Vader, van Hem, die daarboven in de hemelen troont. Broers en zusters, moeten elkaar liefhebben, helpen, sterken, steunen. O, God, soms zou ik wenschen, dat er nooit een godsdienst had bestaan. Want deze, die juist alle menschen tot één vereenigen moest, is door alle eeuwen heen oorzaak geweest van strijd en verdeeldheid, van de bloedigste en gruwelijkste moordtooneelen. Menschen van dezelfde ouders staan dreigend tegenover elkaar, omdat de wijze, waarop zij één en denzelfden God dienen, van elkaar verschilt. Menschen, wier harten door de teederste liefde met elkaar verbonden zijn, keeren zich diep ongelukkig van elkaar af. Verschil van kerk, waarin toch dezelfde God wordt aangeroepen, richt een scheidsmuur voor beider voor elkaar luid kloppende harten.
Is godsdienst wel een zegen voor de menschheid? vraag ik me zelf dikwijls twijfelend af. Godsdienst, die ons voor zonden bewaren moet, hoevele zonden juist worden niet onder Uw naam bedreven!
[Kartini – Door duisternis tot licht, 18-19] 

Binnen de schemer van melaatse muren, / de simpele, sierloze armoê der moskee,
die ‘k, voete’ ontschoeid, eerbiedig binnentreê, / liggen de vromen in hun biddens-ure:
[Ter Haghe in: Indië – Indonesië, 37] 


Rechts: een brug in de Jl Raden Saleh (Raden Salehlaan).

Tjiliwoeng

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Raden Salehlaan

[1920] Er is te Batavia een weg, de Radhen Saleh-laan, eerst betrekkelijk kort geleden werd aangelegd, – ik meen zoo iets van 15 jaar geleden, – en die nu reeds véél te smal blijkt te zijn. De weg werd nog gemaakt in de periode dat er geen gemeenteraden waren, door de B.O.W., en dùs ligt de as van de brug, welke zich in dien weg bevindt, scheef op de as van de weg. Dat is nu eenmaal B.O.W.-gebruik. Waarmede ik geenszins wil zeggen, dat er, wanneer de weg door de Gemeente ware aangelegd, beter werk zou zijn geleverd. Volstrekt niet! Als er, op het oogenblik dat de weg moest worden bebouwd, reeds gemeenten geweest waren, was de weg er vermoedelijk nòg niet. Enfin, de weg is er wel, maar hij is erg smal, en bij de scheve brug maakt hij een rare draai. De brug zal dus worden verbreed; een werk waarmede wellicht f 15 à f 20.000 gemoeid zal zijn. [Het Indische Leven-1- 44, 876-877] 


Ga linksaf: Jl Raden Saleh (Raden Salehlaan)
Rechts: Jl Raden Saleh I – behuizing ‘Troostmeisjes’.

Het aantal vrouwen dat echt tot prostitutie gedwongen werd lag lager. Hun wachtte meestal een leven vol schaamte, trauma en sigaretten, véél sigaretten. Hoeveel kinderen er uit die betrekkingen zijn geboren, is onbekend; vermoedelijk enkele duizenden. Naar schatting kwamen ook twee- à driehonderd vrouwen van Europese afkomst in de militaire prostitutie terecht, de meesten onder dwang. Daarnaast werd gebruik gemaakt van professionele sekswerkers.
[Reybrouck – Revolusi, 210-212] 

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Troostmeisjes[...] uit Tokio kwam eind april [1944] het bevel binnen dat alle bordelen waarin Nederlandse en Indisch-Nederlandse vrouwen en meisjes werkzaam waren, gesloten moesten worden. Begin mei kwam het tot die sluiting – de betrokken vrouwen en meisjes werden allen eerst in de speciale wijk van de Nippon-werkers in Buitenzorg geïnterneerd, later in een afgesloten gedeelte van het Kramat-kamp te Batavia. ‘Er werd’, aldus een der in Semarang aangewezen meisjes, ‘in het geheel geen verschil gemaakt tussen de vrijwilligsters en de gedwongen meisjes. Wij werden door de dames, die buiten het voor ons gereserveerde gedeelte zaten, verschrikkelijk behandeld, uitgescholden, bespuwd enz., omdat zij niet wilden geloven dat er tussen de vrijwillige prostituees ook gedwongen meisjes zaten. Het leven was daar voor ons een hel.’ [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 778-779] 


Links: 29. (Secretariaat van De Indische Douanebond).

Waardering vond de [De Indische] courant in de kringen der ambtenaren, in het bijzonder der georganiseerde ambtenaren, en in die der Indonesische intellectuelen. De afdelingen van de Spoorbond, de Postbond en de Douanebond in Oost-Java maakten tot het laatste toe propaganda voor De Indische Courant. De ambtenaren voelden de gevolgen van het regiem-Fock, dat uitgesproken koloniaal-kapitalistisch was en er naar streefde op de landsuitgaven te bezuinigen door de salarissen te drukken, aan den lijve. De regering had de Salariscommissie-Damme ingesteld, die een nieuwe bezoldigingsregeling moest ontwerpen, zodanig dat de totale personeelsuitgaven van f 260 millioen tot f 180 millioen teruggebracht zouden kunnen worden.
[Koch - Verantwoording, 151] 

 

In het tempo, dat u van den Amerikaanschen filmthriller kent, reden we nu door een aantal straten, die door een omineuze verlatenheid gekenmerkt werden, en halverwege Tjikini sloegen wij links af, langs het Tjikini-hospitaal tot we bij het Kramat-kamp aankwamen. [...]Toen wij weer instapten om er heen te rijden, riep een Hollandsch majoor uit het kamp ons toe, dat wij in geen geval den directen weg naar Pasar Senèn moesten nemen, en hij wees ons daarbij op een paar stilstaande tramwagons, ’n tweehonderd meter verder, waarachter, zooals hij zei, pemoeda’s met karabijnen verscholen zaten.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 89-91] 


Op het eind van de straat woonde voor WO II op nr. 54 de arts Daamen.

De opvoeding van de kinderen bracht veel teleurstelling en ergernissen. Het gebeurde maar zelden dat ze dankbaar gestemd was en dat was dan alleen jegens de oudste die opgroeide tot een forse jonge vrouw, met iets statigs in haar lopen. Helemaal Europees! Tante sprak over haar als over ‘de kroon van de familie’, maar met des te meer minachting kon ze van beide andere kinderen zeggen: ‘Moet je die heupen toch zien en die buik... een echt Inlandse bouw, ja?’ De jongste, Deetje, zo zei Tante Sophie, kon soms zo ruiken alsof ze altijd petéh at, zo’n vreemde, doordringende lucht. Ze had het kind elke maand laten purgeren – één lepel Engels zout – maar die eigenaardige transpiratielucht was gebleven. Ten einde raad was ze toen maar voor die ‘echt Inlandse lucht’ naar Van Braam gegaan, de vrouwenarts die op de hoek van Raden Saleh woonde.
[Breton de Nijs – Vergeelde portretten, 162-163] 


Ga terug naar de brug en ga voor de brug linksaf.
Volg de weg langs de Kali Ciliwung: Jl Inspeksi / Jl Cikini XI.

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Jl InspeksiHet achterste leven van zulke huizen dan is even obscuur en onbekend als achtersten behoren te zijn. Je ziet daar van de kali af alleen strakke, bevuilde en bestofte achtermuren van de bijgebouwen, met starre ronde ogen van ventilatieopeningen, met gemene glasscherven op muurtjes, met soms toch nog wel een verveloos en half vermolmd deurtje, waarvan het slot vastgeroest is en het gangetje erachter zó volgepropt met weggegooide rommel, dat een indringer er toch niet binnenkomen kon, ook al zou hij het deurtje forceren. Van die achtermuren af tot aan de oeverkant toe waren soms nog wel brokkelige stukjes grond, waarop onkruid een verwaarloosd leven leidde tussen gebroken flessen, aardewerk en roestend blik, eens over de muur gegooid in een moment van wrevel.
De enige mensen die deze brokjes grond wel eens betraden, waren vissers die hun werpnetten kwamen uitmesten. Maar het zat er te vol doornen, scherven en vuil om er met plezier te vertoeven. Ook waren er vaak slangen.
[Mahieu – Verzameld werk, 52-53] 

 

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Tjiliwoeng 1 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Tjiliwoeng 2 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Tjiliwoeng 3 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Tjiliwoeng 4


Er waren brede lanen en heel speciale plekjes aan de rivier de Tjiliwoeng, die je overal onverwachts tegenkwam, omdat hij op zo'n wonderlijke manier door de stad kronkelde.

[Zikken – Gisteren gaat niet voorbij, 17-18] 

De vriendin van arme mensen
de opeenstapeling van boeiend verlangen
geen bloem, maar toch een bloem
Zo zingt de kali terwijl zij zich in bochten kronkelt
en langs Djakarta met haar billen strijkt.
[Rendra in: Indië – Indonesië, 100] 


Links: Jl Jambrut (Nieuwe laan).

Vóór de Jl Jambrut lag links: de achterkant van Hoofdbureau van de Pandhuisdienst, een afdeling van het Dept. van Financiën.
G.G. Van Limburg Stirum eiste stipte rechtvaardigheid ten aanzien van de kleinste der 'kleyne luyden'. Te Grissee waren twee Indonesische pandhuisbedienden ontslagen. Zij zonden een rekest aan de landvoogd, die een onderzoek gelastte.
[Koch – Batig slot, 20-21] 


Na de Jl Jambrut maakt de Ciliwung een scherpe bocht naar rechts.
Op deze hoogte ligt links aan de Jl Salemba Raya het ziekenhuis Moh. Ridwan Meuraksa.
Op de plaats van dit ziekenhuis stond in 1872 de woning van de familie Busken Huet:

Ons nieuwe huis

Dit is mijn eerste briefje aan U uit ons nieuwe huis; ons eigen huis, mag ik er bijvoegen, want daar het niet te huur was, zijn wij te rade geworden, het (op zijn Indisch) te koopen. Weder wonen wij nu op Kramat, evenals gedurende de twee eerste jaren, maar aan de andere zijde van den weg; en als gij onze woning zaagt, zoudt gij ons hoop ik gelijk geven, dat wij ons ter wille van zulk een huis met zulk een tuin voor eene poos sommige ontberingen getroosten. Niet-alleen zijn de vertrekken ruim en overvloedig, zoodat èn mijne vrouw, èn Gideon, èn ik, behalve eene gemeenschappelijke voor- en eene gemeenschappelijke achtergaanderij, elk twee vrije kamers kunnen hebben, maar de tuin, die met dubbele rijen boomen uitkomt aan eene kromming in de rivier, gelijkt zoo waar een buitenplaatsje.
[Huet – Brieven III, 39-40] 

 

En buiten was het plotseling volslagen donker. Maar uit dat duister klonk allengs het koor der duizenden insecten op, en van de tallooze kikkers die aan onze bocht in de rivier huizen. En ze zongen daar hun lied dat, de eeuwen door, in de tropische nachten geklonken heeft, en dat precies zoo geklonken moet hebben in den tijd dat Coenraad Busken Huet woonde onder deze oude boomen die, éénmaal per jaar, prijken met bloedroode bloesemschermen ... bij Kramat, aan eene kromming in de rivier... [Melis Stoke – Ik kijk de kat, 12-15]  


Links: Jl Kenari III – Ongeveer 50 meter verder ligt de spoorbrug van de lijn naar o.a. de voormalige opiumfabriek.

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba spoorbrugDaar lag een grote ijzeren spoorbrug met grote bogen over de rivier. We waren compleet stupefait, want voor zover wij wisten ging in de stad de trein maar op één plaats over een ijzeren spoorbrug, op Antjol. We werden ongerust: zou de rivier ons stiekum uit de stad gevoerd hebben? Dus werd direct aangelegd bij de eerstvolgende wilde stam aan de rivier en aan een inboorling gevraagd waar dit stukje oer-natuur ergens lag op Gods aardbodem. De man, die tot aan z’n knieën stond te trappen in een mand tempeh-beslag en daarbij alsmaar om zijn as draaide, legde uit waar we waren: daarzo, in het westen, lag Pegangsaän, wees de linkerarm die de ene helft van de aardbol afdraaide, en daarzo, wees de voortbewegende rechterarm langs de rest van de horizon lag de opiumfabriek.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 16-17] 


Ga linksaf Jl Kenari III en volg de weg naar rechts.
Ga op T-kruising linksaf: Jl Kenari II.
Rechts: nr. 51: gedeelten van het voormalige spoorwegstation: Halte Salemba.

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba HalteILW Jakarta 10 Kramat Salemba spoorwegstationHet station had lijnen naar het noorden en het zuiden en tevens een lijn naar de opiumfabriek. De Opiumfabriek lag oostelijk, links achter deze huisjes.

Voor het voltooien van den bouw en de verdere inrichting van de fabriek ter bereiding en verpakking van tjandoe [opium] voor de opiumregie, waarvoor, ongerekend den aanleg van een zijspoor van de halte Pengangsaän naar het emplacement van bedoelde fabriek, oorspronkelijk geraamd was f 278.080, is boven dit bedrag toegestaan de door den chef van den dienst der opiumregie nog noodig geraamde som van f 133.200, zoodat de kosten in Nederlandsch-Indië van den bouw en de inrichting der fabriek in het geheel nader zijn begroot op f 411.280. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-2, 118] 


Links: 15 – Museum M.H. Thamrin.

Thamrin

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba PARINDRA

Thamrin was wethouder van de gemeente Batavia, zie diorama.
De geëxposeerde foto 25 is gemaakt in dit gebouw en betreft een bijeenkomst van de PARINDRA in 1935. Op de foto zijn functionarissen van de politieke inlichtingendienst te zien.

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba spionnen“Wij hebben niets te verbergen, en wenschen geen geweld! Stuur ons betrouwbare intellectueelen, en geen verklikkers, die de dingen half begrijpen en verkeerd overbrengen!” – Maar daarop gaf de Toewan mij geen antwoord! – En nu vraag ik U, soedara’s, hoe lang nog zullen wij worden geplaagd door die ellendige spionnen, dat duivelsch ongedierte?"
“Totdat jij je bek houdt!” valt eensklaps Beylings hem in de rede. “Ik sommeer den spreker onmiddellijk te zwijgen!”
Maar Halim hervat zijn toespraak met tergende kalmte.
“De vergadering wordt geschorst! Weg, de zaal uit, allemaal!” schreeuwt de commissaris, paars van kwaadheid.
“Blijven!” stookt de leider, nog steeds op het podium staande.
Daar wenkt de politieman, en zijn agenten trekken met flikkerende zwaai hun sabels. Voor die bedreiging vlucht de demagoog de houten verhooging af en verdwijnt in de menigte.
[Ter Haghe – Iboe Indonesia, 36-37] 


Ga rechtsaf: Jl Salemba Raya (Salemba).
Bij Jl Raden Saleh verandert deze weg van naam, van Jl Kramat Raya in Jl Salemba Raya.
Vóór WO II was de naamsverandering, van Kramat in Salemba op dit punt.

Toen op een dag: plotseling de mededeling, dat Oom Tjen weg zou gaan; gelukkig niet uit Batavia, maar hij zou op zichzelf gaan wonen. Mijn moeder was al enige dagen met hem op stap geweest om naar een geschikt paviljoen te zoeken. Er werd er een op Kramat gevonden, dicht bij Salemba. De buurt was zeer geschikt, want nu kon Oom Tjen van de stoomtram gebruik maken om naar kantoor te gaan. De inrichting van de nieuwe woning werd als vanzelfsprekend door mijn ouders geleverd en het was natuurlijk ook mijn moeder die voor de bedienden zorgde. We kwamen er later dikwijls.
[Breton de Nijs – Vergeelde portretten, 38-39] 


Rechts: Pasar Ruko, de plaats van de voormalige Opiumfabriek.

Opiumfabriek

Bij wijze van proef werd toen in 1894 de Opiumregie op Madoera ingevoerd; de daar verkochte opium was het product van een kleine fabriek in de buurt van Batavia. Tien jaar later (de proef was geslaagd) werd de regie tot heel Indië uitgebreid en verrees elders bij Batavia een grote fabriek. De regie bleek voor het gouvernement zeer profijtelijk te zijn. Zo waren in 1916 de kosten van de opiumproductie en –distributie f 7 mln. en boekte de regie in dat jaar f 35 mln. aan ontvangsten. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, noot 171-172]

Integendeel, het is een humane daad. Verkoopt het gouvernement het niet, dan hebben wij kans dat vreemde landen het binnenbrengen. De smokkelhandel zal bloeien en de bevolking wordt uitgezogen. [...]
Maag’re menschen gaan er velen
Opwaarts naar het schuifpaleis,
Niets kan meer hun wonden helen
Jong nog, zijn ze al oud en grijs.
Duizend tuben gaan naar binnen
Maken hart en longen ziek,
Maar heel lustig rookt de schoorsteen
Van de Opium-fabriek.
[Kooij-van Zeggelen – De Hollandsche Vrouw in Indië, 184-188] 


Het voormalige Huis van Bewaring in de Struiswijkstraat ligt van hier op 1½ km naar het oosten.
Om dat te bereiken:
Ga de voetbrug over en ga aan de oostkant van de Jl Salemba Raya in zuidelijke richting.
Ga linksaf: Jl Salemba Tengah en houd linksaan de Jl Percetakan Negara (Struiswijkstraat, resp. Drukkerijweg).
Na de spoorwegovergang ligt links: Kawasan Perjetakan Negara (Landsdrukkerij) en
rechts LPK Klas I (Huis van Bewaring ‘Struyswijk’ – 1929, Landsgebouwendienst).

Struyswijk

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Struyswijk

De Kadt werd dus als ‘gevaarlijk revolutionnair’ een dag of tien na aankomst te Batavia opgesloten in de gevangenis op Struiswijk. Toch werd hij kort daarna, onder aandrang van de Nederlandse regering in Londen, op vrije voeten gesteld. Toelatingspapieren kreeg hij evenwel niet, maar er werd een formule gevonden: De Kadt was niet ‘toegelaten’, maar ‘binnengelaten’...
Toen in Maart of April1941 de burgerlijke dienstplicht werd ingevoerd, meldde De Kadt zich plichtmatig aan. Hij kreeg de uitnodiging deel te nemen aan de telefoon-censuur, het afluisteren van gesprekken van politiek verdachte telefoonabonné’s. De ‘gevaarlijke revolutionnair’!...
[Koch - Verantwoording, 223-224] 

25-12-42 Gisterennacht en vannacht stonden honderden vrouwen al om 3 en 4 uur voor de gevangenispoorten: de eerste dag voor de gewone halfmaandelijksche pakjes (deze keer veel kleine handwerkjes versierd met kerstmotieven) en de volgende dag voor iets extra's: een kerstkoek, waarvan de maten waren opgegeven. Honderden vrouwen voor 'n gevangenis, waaruit geen ander geluid kwam dan ’t slaan van de wachten op de ijzeren rails, die in de uitkijkposten hangen.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 99-100] 


Ga weer terug naar de Jl Salemba Raya en steek over.

Vervolg Jl Salemba Raya.
Na rechts Pasar Ruko, de plaats van de voormalige Opiumfabriek:
Rechts: Universitas Indonesia – Fak. Kedoktoran.
(GHS: Geneeskundige Hoogeschool; voordien STOVIA II: School tot opleiding van inlandsche [later Indische] artsen – 1914-’20, Von Essen / Andriesse).

Geneeskundige Hoogeschool

Dit plan kon de goedkeuring der Regeering wegdragen en een geheel medisch gebouwencomplex werd ontworpen door den bouwkundig ingenieur H. von Essen en volgens diens ontwerpen door de B.O.W. uitgevoerd. In November 1919 kon het nieuwe ziekenhuis, op 5 Juli 1920 het nieuwe Stoviagebouw in gebruik worden genomen. De inrichting van deze gebouwen komt tegemoet aan de aan den Hospitaalweg ondervonden bezwaren. [Indië, geïllustreerd weekblad-7, 89-90] 

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Geneeskundige Hoogeschool STOVIA II

Een eenvoudige opleiding van inheemse medici begon, gelijk eerder vermeld, al in 1851 aan de Dokter-Djawa-school te Batavia; zij werd in het begin van de twintigste eeuw omgezet tot de School tot opleiding van Indische artsen, de Stovia, waaraan korte tijd later te Soerabaja nog een Nederlands-Indische Artsenschool, de Nias, werd toegevoegd. Indië kreeg dus een zeker aantal, aanvankelijk simpel, later degelijk opgeleide inheemse artsen, ‘gouvernements-Indische artsen’, zoals zij heetten; er waren er in '40 ca. tweehonderdvijftig (ruim twintig van die artsen waren van Chinese of Europese afkomst). Daarnaast waren er ook ruim zestig inheemsen onder de in totaal ruim honderdvijftig academisch opgeleiden die ‘gouvernementsarts’ heetten. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 168-170] 

Door al deze veranderingen waren de gebouwen [aan de Hospitaalweg – zie Wandeling Jakarta 9] weer te klein geworden en zoo werd naar aanwijzingen van den in 1915 overleden directeur Dr. Noordhoek Hegt een geheel nieuw gebouwencomplex ontworpen voor school, geneeskundig laboratorium en Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting op Salemba. In 1919 en ’20 konden de gebouwen aan den Hospitaalweg voor de nieuwe worden verwisseld. Een nieuw internaat voor 300 internen is daarna nog gebouwd aan de overzijde der Tji Liwoeng en zoo is nu in 1923 een ware model-inrichting ontstaan. Het aantal leerlingen bedroeg eind 1920: 251, w.o. 17 Europeanen en 5 Chineezen. Onder de 229 Inlanders waren 5 meisjes; 200 jongens woonden in het Internaat. [Indië geïllustreerd weekblad-7, 390] 

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Directeur STOVIATer herinnering aan Dr Joh. Noordhoek Hegt
geboren op 10 Mrt. 1868 Batavia – overleden 30 Sept. 1915 Den Haag
Directeur de S.T.O.V.I.A. van 9 Nov. 1908 tot 28 Febr. 1915
Wd. Hoofdinspecteur van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst
van 1 Maart 1915 tot 5 Augustus 1915
aan wiens initiatief en groote toewijding
deze geneeskundig-onderwijsgebouwen,
welke 5 juli 1920 in gebruik werden genomen, te danken zijn.

 

NB: Glas in lood ramen in het trappenhuis.


Ga rechtsaf Jl Diponegoro (Oranje Boulevard).
Rechts: Rumah Sakit Cipto Mangunkosomo (CBZ: Centraal Burgerlijke Ziekeninrichting – 1914-’20, Von Essen / Andriesse).

CBZ

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Centraal Burgerlijke Ziekeninrichting

Wij hebben onlangs reeds gemeld, dat besloten is tot krachtige voortzetting van den door ongunstige tijdsomstandigheden tijdelijk zeer langzaam gevorderden bouw van de centrale burgerlijke ziekeninrichting te Salemba te Batavia, welke vermoedelijk in het begin van het volgende jaar reeds gedeeltelijk in gebruik zou worden genomen. [De Locomotief, 27 April 1917] 

Zondagmorgen j.l. [20 December 1919] had hier ter stede de officieele opening plaats van de Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting te Salemba. De dag der opening: De vele auto’s getuigen van de overgroote belangstelling. [Het Indische Leven-1-18, 354-355] 

In 1902 vond wederom een groote verbetering plaats. De school verhuisde toen van het militair hospitaal en kreeg als S(chool) t(ot) O(pleiding) v(an) I(ndische) A(rtsen) een eigen gebouw, dat in 1920 werd verruild voor het in alle opzichten modern en doeltreffend ingericht gebouw op Salemba, dat daar in de nabijheid ligt van de groote C(entrale) B(urgerlijke) Z(iekeninrichting) te Batavia, een modern hospitaal van den lande met duizend bedden, waar behalve de docenten aan de school een vijf en twintig artsen werkzaam zijn. Deze ziekeninrichting geeft den studeerenden een prachtige gelegenheid de practijk van hun tak van wetenschap te leeren. [Insulinde, 84-85] 


Rechts: Lembaga Eijkman – Akademi Keperawatan.
(Eykman Instituut, Centraal-laboratorium van den Dienst der Volksgezondheid, Instituut voor Volksvoeding – 1914-’20, Von Essen / Andriesse).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Centraal laboratorium Dienst VolksgezondheidJava Bode 1919: schrijver wist dat er in vorige jaren belangrijke gebouwen van het complex reeds waren voltooid, zoals het frontgebouw der Zieken-inrichting en het nieuwe Geneeskundig Laboratorium; wel hadden wij in den loop van 18–19 het frontgebouw der S.T.O.V.I.A. uit den grond zien verrijzen; maar dat achter die gebouwen reeds als het ware een geheele stad was opgetrokken, daarvan hadden wij niet het minste vermoeden. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-22, 75] 

Het was van wezenlijk belang, ook voor de gestage bevolkingsgroei, dat volksziekten die de eeuwen door de inheemse bevolking hadden geteisterd, effectief bestreden werden: pokken, cholera, typhus, dysenterie, mijnwormziekte, lepra, framboesia, pest. Onderzoek van de beri-beri leidde tot de ontdekking van de vitale rol van de vitaminen – het waren Nederlandse medici die in Indië bij hun onderzoek naar de gevolgen van het eten van geslepen rijst de grondslag legden voor de vitamine-leer. De medische voorzieningen, bevorderd door twee wetenschappelijke instituten, een in Batavia, een in Bandoeng, stonden onder controle van de Dienst der volksgezondheid die tot in verafgelegen streken zijn waarnemers en helpers had. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 168-170] 

Het was in die dagen, dat de berri-beri een waren heksen sabbat onder de gevangenen vierde. Intusschen had professor Eykman ontdekt, dat de berri-berri veroorzaakt werd door de eenzijdige voeding, en wel rijstvoeding; het gebrek aan zilvervlies zou daaraan de grootste schuld hebben. [De Locomotief, 16 Maart 1917] 

En niet alleen, dat de beri-beri als ziekte zoo gevaarlijk is, zij is evenals de malaria funest door de gevolgen, welke een ondervoedingstoestand kan hebben. Lijders aan latente beri-beri verkeren in een labiel evenwicht. Een kleine ongesteldheid tengevolge van weersveranderingen of een dag van zware inspanning kan het evenwicht verstoren, kan plotselingen dood tengevolge hebben van menschen, die oogenschijnlijk niet ziek waren. [Indië geïllustreerd weekblad-4, 315-319] 

Men controleert er blikken melk,
men proeft er vitamien.
Naast analisten kweekt men er
óók ratten bovendien.
Die beestjes gaan, van kleins af aan
in hokjes, elk apart,
en worden daar op zemelen,
op rijst en maïs gehard.
[Melis Stoke – Ik kijk de kat, 45-47] 


Ga terug naar de Jl Salemba Raya.
Rechts: 80 – SMA – PSKD 1.
Rechts: 82-86 – Universitas Kristen – Fakultas Ilmu Sosial dan Ilmu Politik.
(Salemba Scholencomplex van de Vereniging van Christelijke Scholen: Chr. H.B.S. 5 j.c. Afd. A en B; Chr. A.M.S. Afd. B; Chr. P.A.M.S. (Kweekschool).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Vereniging Christelijke ScholenILW Jakarta 10 Kramat Salemba Vereeniging Christelijke Scholen(1930, AIA: Ghijsels – Asselbergs – Burhoven Jaspers en de Landsgebouwendienst).

Opening Christelijke Scholen. Groep van leeraren, leerlingen en belangstellenden voor het Jongedames-Instituut Salemba bij de opening van de Christelijke Alg. Middelb. School en de Paedagogische Alg. Middelb. School (Kweekschool) voor onderwijzers, op Donderdag 30 Juni [1927] door de Vereeniging voor Christelijke Scholen te Batavia. →
[Het Indische Leven-8, 1169] 

Vertel jij aan Moedertje, dat wij reeds met de Oudjes hebben gesproken over dat gaan naar Batavia en die school op Meester Cornelis of Salemba. Ze hebben heelemaal geen bezwaar. Heerlijk hè, broer? Ze zijn verrukt, dat wij op Java blijven. “Ik zou ’t vreeselijk vinden, als je ging, zei Vader. Ik moet je altijd kunnen zien." Arme lieverd! Nu is het goed. Ze zijn je Vader zoo dankbaar. Wij moesten Mama beloven altijd bij elkaar te blijven en samen te werken. Kan 't mooier? dat is juist wat wij willen.
[Kartini – Door duisternis tot licht, 297-298] 

Abdul Haris Nasution: Het laatste jaar in Bandoeng begon ik me steeds meer te concentreren op mijn werkelijke ideaal, zonder dat met iemand behalve Artawi over te praten. In de krant las ik dat Indonesische jongens die het AMS-diploma haalden, in aanmerking konden komen voor Breda. Per jaar mocht er zegge en schrijven één kandidaat worden toegelaten. lk moest voor het AMS-diploma bepaalde vakken extra bijleren in mijn vrije tijd en deed het examen als extraneus. Daarvoor moest ik naar Batavia naar de christelijke AMS in het scholencomplex aan Salemba, tegenover het ziekenhuis. [Verboden voor honden, 44-45] 

Tussen de bedrijven door vertelt Mimi mij haar levensgeschiedenis. Zij is voor de oorlog op de Christelijke Kweekschool geweest. Ze noemt me langzaam en nadrukkelijk, mij met haar doordringende ogen strak aankijkend haar eindexamencijfers: 'voor geschiedenis had ik een 9, voor aardrijkskunde een 9, voor Nederlands een 9.' Ik: ‘Je had eigenlijk verder moeten studeren’. Zij: 'Nadat ik weduwe was geworden (in 1946 is haar man, waarnemend burgemeester van Buitenzorg, immers doodgeschoten) heb ik vijf jaar alleen gestaan en moest zorgen voor mijzelf en mijn dochtertje.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 237-238] 


Ga rechtsaf: Jl Salemba Raya (Salemba).
Links: Rumah Sakit St Carolus (Sint Carolus Ziekenhuis – 1919 / 1931 - Hulswit-Fermont / Taen).

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Sint Carolus Ziekenhuis 1 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Sint Carolus Ziekenhuis 3 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Sint Carolus Ziekenhuis 4 ILW Jakarta 10 Kramat Salemba Sint Carolus Ziekenhuis 2


En rechts, schuin daar tegenover staat het R.K. ziekenhuis Sint Carolus, dat een uitmuntende up to date inrichting mag genoemd worden.

[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 191-193] 

[1919] En ziet U nu eens de operatietafels. t Is het nieuwste op dit gebied.” En met een lichte-voetbeweging rijst en daalt de tafel naar verkiezing, wordt hoofd- en voetstuk verlengd, verkort, naar boven, naar beneden gedrukt, dat ik in bewondering sta over zulk een technisch-fijn stuk werk. . En zoo gebeurt mij dat telkens en telkens, als mij de irrigators getoond worden en de steriliseer-trommels en de wasch-inrichting en de inrichting der steriliseerkamers. [...] En het doet mij werkelijk genoegen te hooren, dat de doktoren uitstekend tevreden zijn en ook de zusters, en dat het operatie-gebouw ook in Holland geen kwaad figuur zou maken! ’t Is alles wel niet even fijn afgewerkt, maar ... dat kan moeilijk anders hier in Indië, waar de werkkrachten nog niet zoo goed geschoold zijn als in Europa. [Het Indische Leven-1-11, 214-215] 

Het Carolus Ziekenhuis is ontruimd. Vooraf moesten de zusters bij een quasi operatie van een Australische krijgsgevangene, (met dokters in uniform etc.) fungeeren en dit geval werd gefilmd (De opname was bedoeld voor ‘Australia Calling’) 'n Typisch Japansche propagandatruc.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 244] 


Rechts: lag ergrens “het huis op Salemba”.

Huis op Salemba

Het lag diep in. Nog een eind van de grote straatweg af, aan die kant van de weg, waar een dubbele rij kanariebomen stond. Tussen de hoge stammen lagen de tramrails. De tram zelf – de onvergetelijke oude stoomtram! – reed er al bellend doorheen als door een tunnel van groen. Het had bepaald iets landelijks. Op dezelfde wijze als de trein in het binnenland soms dicht langs huizen en kampongs kon rijden. Dit landelijke werd nog versterkt door een hobbelig pad en een bruine sloot die langs het voorerf stroomde.
[Breton de Nijs – Vergeelde portretten, 55-56] 

Dan komt mij haar beeld in herinnering, het meermalen terugkerend tafereel van de laatste maanden: de voorgalerij van het huis op Salemba tegen het vallen van de avond en daarna bij donker. We hadden bijna altijd onze vaste plaatsen. Tante Sophie met haar rug naar het verkeer toe en ik meestal tegenover haar. Het was ook de gewoonte dat er geen lampen ontstoken werden. Daardoor was het buiten altijd lichter dan binnen. Van Tante Sophie kreeg ik bijna altijd een halfverlicht silhouet te zien, een gezicht in het donker. Ik kan het natuurlijk gemakkelijk voor de geest halen zoals het in de laatste maanden vóór haar dood was, maar op zulke avonden zag ik het niet dan heel vaag.
[Breton de Nijs – Vergeelde portretten, 180-181] 


Rechts: 28 – Perpustakaan (Bibliotheek) Nasional. (Koning Willem III School, openbare H.B.S.).

Meer informatie

In 1860 was de slavernij in Nederlandsch-Indië juist afgeschaft, en had te Semarang de opstand der Zwitsersche huurlingen in de Wittenburgsche kazerne plaats, terwijl te Batavia de eerste school voor middelbaar onderwijs, het gymnasium Willem III, waar ook bestuursambtenaren konden worden opgeleid, werd opgericht. Dat waren nagenoeg de voornaamste gebeurtenissen, welke in de Europeesche maatschappij een min of meer sterke reactie te weeg brachten.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd I, 2] 

Toen er in Indië meer Nederlandse gezinnen kwamen, ontstond er de behoefte aan voortgezet onderwijs en om daaraan tegemoet te komen, werd in 1860 in Batavia het Koning Willem III-gymnasium opgericht dat twee afdelingen kende: de ene kon gelijkgesteld worden aan een hogere burgerschool (hbs)-b in Nederland (een vorm van voorbereidend hoger onderwijs), de andere was een opleiding voor de Indische bestuursdienst. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 136-137

Het jaar ook, waarin de jonge bestuursambtenaren nog werden afgeleverd door het Gymnasium Willem III te Batavia, dat een afzonderlijke afdeeling voor hun opleiding bezat.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 68] 

Nog altijd draagt de school den naam van gymnasium, ofschoon ze al sedert lang haar gymnasiaal karakter heeft verloren en in een zuiver middelbare school is omgezet. In 1867 reeds werden de klassieke talen als leervakken van het programma geschrapt en ging men over tot de ook nu nog steeds volgehouden splitsing in de beide afdeelingen A en B, waarvan de eerste in overeenstemming met de moederlandsche wet op ’t middelbaar onderwijs (van ’63) geheel en al werd ingericht op den voet eener H.B.S. met vijfjarigen cursus, en derhalve dezelfde leervakken op haar programma kreeg als in art. 17 van de zooeven genoemde wet zijn voorgeschreven. [De Locomotief, 12 September 1910] 

De heer Geselschap, – een Duitscher van geboorte (Dusseldorfer), hoogleeraar geweest te Gent en kollega van uw aangenamen vriend den woordenboekenschrijver aldaar, daarna aan eene in Italië verbonden, en eindelijk bij de oprigting van het gymnasium Willem III naar Indië gekomen, waar hij sedert twaalf of dertien jaren als docent voor twee der nieuwe talen werkzaam is, – leest op dit oogenblik Dante met Gideons vader en moeder en geeft Gideon zelf onderwijs in het Engelsch.
[Huet – Brieven III, 187] 

Ik heb U geloof ik nog niet verteld, dat Gideon sedert eene maand aan het latijn leeren is. Dat gaat hier tegenwoordig, sedert het Gymnasium geheel en al Hoogere Burgerschool enz. is geworden zoo gemakkelijk niet. Mijne keus heeft zich gevestigd op een Zwitser, indertijd als gouverneur der familie Gevers (die bij het faillissement van Van Eck en Co. alles verloor) hier gekomen, doch sedert werkzaam op een handelskantoor in de stad.
[Huet – Brieven III, 199] 

En we glijden verder.... Geheel Batavia door, in maneschijn. Historische herinneringen en jeugd-herinneringen, alweêr. Hier, Kramat.... daar, in het Gymnazium Willem III was ik een stoute jongen, die niet leeren wilde.
Hoe vol schimmen drijft het in het parelen, vochte manelicht! Van af den schedelkop van Peter Erberfeld, den verrader, gespiest op die poort, over Goenoeng Sari, Kramat tot aan het Gymnazium Willem III drijven de schimmen, de herinneringen.
[Couperus – Oostwaarts, 123] 

De dag van de uitslag, waarbij de geslaagden in de grote pendopo van de school door de directeur zouden worden toegesproken, bracht alweer een teleurstelling. ‘Oom’ had gemeend acte de présence te moeten geven aan de leraren, maar voor Tjen was de aanwezigheid van zijn vader genoeg om alle vreugde te bederven. Hij had zich gespitst op de gesprekken met zijn vrienden en misschien zelfs met enige ‘grote jongens’ over cijfers en de dingen die komen zouden: de blauwe pet met dikke gouden band en een dito ster erboven op, het begeerde teken van het H.B.S.-er-schap! Maar waar hij een paar zoekende ogen wist, was hij niet in staat zich daar ook maar even te laten gaan, hij zou zich geschaamd hebben van zijn glorie te doen blijken.
[Breton de Nijs – Vergeelde portretten, 33-34] 

Die pot was ongeloofelijk pleizierig. Op water en rijst heette het. Maar een omgekochte kettingganger onder de zeer omkoopbare gestraften, die het erf schoon moesten houden, smokkelde strootjes, lucifers en snoeperij naar binnen, die dan door een, voor den oningewijde niet te ontdekken gat in den muur broederlijk met de buren gedeeld werden. Geen lessen bij te wonen; den ganschen dag vrij om te lezen en te rooken! En 's avonds, nadat de suppoost van de wacht zijn ronde gedaan had, de sloten met een spijker opengedraaid, de deur zachtjes toegetrokken, in den middelsten pot bij elkander gekropen en gebankt of het om goudstukken ging.
[Valette – Indische jongens in Oost-Indische inkt, 95-97] 

Mien Soedarpo Sastrosatomo: In verband met mijn verdere studie verhuisden mijn moeder en ik naar Batavia. Mijn moeder was erin geslaagd hoofdonderwijzeres te worden van een meisjesschool in Meester Cornelis, toen een voorstad van Batavia, en ik werd toegelaten op de KW-III, waar ook mijn broer en zuster op school gingen. Het was de oudste HBS in Batavia, daterend uit 1860. Mijn zuster en ik gingen er elke dag heen op de fiets of met de tram. [Verboden voor honden, 15-16] 

Raden Mas Oesadarto Koesoema Oetojo: Omdat mijn vader regent van Djapara was en wij een bevoorrechte positie hadden, mocht ik Nederlands onderwijs volgen. Mijn vader werd na zijn pensionering lid van de Volksraad in Batavia. Daar ging ik in 1931 naar het lyceum en vervolgens naar de Koning Willem III-school. De KW-III was een middelbare school met overwegend Indische en Indonesische jongens. De school was het resultaat van een verlicht onderwijssysteem dat meer kans wilde bieden aan inheemse kinderen. [Verboden voor honden, 149] 
Zie ook [Verboden voor honden, 145-146] 

A. Sutrisno Mangundihardjo: Omdat ik een 9 voor Nederlands had op mijn eindrapport, mocht ik zonder toelatingsexamen naar de middelbare school KW-III, de populaire afkorting voor Koning Willem III-gymnasium in Batavia. Ook voor de andere vakken had ik goede cijfers, zodat in mijn gemiddelde hoog was. De KW III duurde tot de Jappen kwamen. Daarna volgden met allerlei onderbrekingen, zoals activiteiten in de revolutie, de jaren van technische opleidingen hier en in de Verenigde Staten, die me uiteindelijk deden belanden in de luchtvaart. [Verboden voor honden, 128] 

A. Sutrisno Mangundihardjo: Een van mijn vrienden op het KW-III was Soebianto Djojohadikoesoemo, een jongere broer van professor dr Soemitro die in Rotterdam is afgestudeerd en nu het respect van de natie geniet als 'nestor van de Indonesische economie'. Soebianto, toen eenentwintig jaar, en zijn broer Soejono van zestien maakten deel uit van een groep jongeren die in Tangerang op de Militaire Academie zat. Om zich te kunnen verzetten tegen de Britse en Nederlandse troepen met het doel de jonge onafhankelijke republiek te verdedigen, hadden deze jeugdige revolutionairen wapens nodig. Die konden ze alleen op de Japanse troepen veroveren en daartoe werd op 25 januari 1946 in Serpong een aanval op de Japanners gedaan, waarbij meer dan dertig jongeren, order wie Soebianto en Soejono, sneuvelden. [Verboden voor honden, 129] 

Om half zes in den morgen moesten wij in het zoogenaamde ‘Gymnasium Willem III’ op Salemba zijn, waarin een Britsch-Indisch regiment was ondergebracht. Ik had er als veertienjarige jongen nog m’n wiskundeaxioma’s en Engelsche grammatica ingestampt gekregen en deed wat u ook gedaan zou hebben: ik wierp even een blik in mijn vroeger klaslokaal waar de banken nu vervangen waren door soldatenbritsen, omhangen met muskietennetten.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 158-159] 

Er waren verscheidene in onze troep, die hen beiden voor de oorlog gekend hadden. Zij zaten toen in de derde klas van de K.W.III. Tjalie was een bekend Bataviaans athleet, Didi de beste linksbuiten van Vios. Ze waren bij dezelfde oude nicht in de kost en werden veel samen gezien in koffiewarongs en op krontjongconcoursen. Waar ze in de Japanse tijd gezeten hebben kon niemand vertellen.
[Vuyk – Gerucht en geweld, 79-81] 

 

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba gezelschapHet verkeer glijdt rusteloos af en aan over het asfalt van Salemba, het begin van de Postweg van Daendels. Verderop aan de Pasarstraat heeft Du Perron gewoond, de andere kant uit, op Kramat, Busken Huet en nog verder weg op Goenoeng Sahari, Multatuli. Ik ben aan deze weg dus in goed gezelschap, wat me niet zal weerhouden spoedig weer te verhuizen... als ik er de kans toe krijg.
[Duncan Elias – Voyage autour de ma chambre in Om nooit te vergeten, 78-80] 

 

Naar de Vogelmarkt;
Ga terug naar de loopbrug ter hoogte van het St. Carolus Hospital.
Steek over en ga Jl Salemba Raya weer in zuidelijke richting.

Bij het kruispunt rechtdoor ligt de Jl Matraman Raya (Matramanweg).

Oey Tjoe Tat: Het was op 5 maart aan Matraman steeds drukker en warmer geworden toen wij omstreeks elf uur de eerste Japanners in de verte zagen naderen. Het waren korte mensen, kleiner dan wij ons hadden voorgesteld. Ze zagen er ook heel slordig en armoedig uit, vol vuiligheid, onder de modder, met katoenen petjes waaruit in de nek reepjes stof staken. En die geweren ... Deze dwergjes waren te klein voor die geweren. Ook de fietsen waarop ze binnenreden, leken wel kinderfietsjes. [Verboden voor honden, 29-30] 

 

Johanna (‘Jos’) Masdani-Toemboean: Wij vertrokken gepakt en gezakt aan boord van een KPM-schip via Makasar naar Batavia, een reis van enkele dagen. Moeder moest en zou weten waar ik terechtkwam, en wilde mij persoonlijk afleveren. Dat was bij het christelijk meisjesinternaat aan Matraman 13 dat nu het Menteng-hotel is geworden. [Verboden voor honden, 33] 

 

Ga linksaf: Jl Pramuka.
Steek over via de loopbrug.
Achter Pasar Pramuka ligt Pasar Burung (vogelmarkt).

Vogelmarkt

ILW Jakarta 10 Kramat Salemba vogelmarkt

Na het Dachau van de groenten lijkt de vogelpasser een Dachau van vogels. De traliehuisjes staan er opeengestapeld even compact als blikjes corned beef in een toko-rak. Daaruit klinkt een duizendvoudig gekoer, gefluit, gesjirp en gekwinkeleer alsof vogels geen verdriet hebben. Even dik als de kooien op elkaar staan, even dik zitten de vogels op elkaar in de kooien. Je hebt er smookgrijze glatiks van de rijstvelden achter Tjimanoek en pauwblauwe mandars uit de rawa’s achter Bekasie, Van Gogh-gele kapodangs van Tjibeët en bronsgroene doans van achter Dramaga.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper II, 91-92]