De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018.
De wandeling in PDF formaat

Begin van de wandeling: Jl Dr. Sam Ratulangi (Nieuwe Tamarindelaan).
Sekolah Perkumpulan Mandiri– TK – SD – SLTP (Paul Krügerschool II).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Paul Krugerschool

In 1927 kwam er een tweede Paul-Krugerschool bij aan de Nieuwe Tamarindelaan. [Gereformeerde Kerken, 72-73] 

Die ‘lotrè’ is natuurlijk verboden, maar soms zie je ze toch ook wel opduiken waar je ze het minst verwacht. B.v. laatst bij de ingang van een school aan de Nieuwe Tamarindelaan: het verleidelijke uitstallinkje met rose en kanariegele potloden, spiegeltjes en zelfs een vulpen. Daar wordt in de pauze of na schooltijd even een gokje gewaagd ‘and a very, very long shot at that!’ Maar de straat voor de Indonesische en Chinese schooltjes is altijd een opwekkend beeld van bedrijvigheid, waar de jeugd volgens moderne psychologische begrippen naar hartelust kan ‘experimenteren met levenswaarden’. Want de voor het ontbijt bestemde halve pop of de gulden voor de betja (straks naar huis) opent wijde horizonnen. Is het geld verspeeld aan ballonnetjes of Tarzanplaatjes, wat dan nog: op een lege maag kan men scherper denken. [Robinson – Piekerans van een straatslijper, 45] 


Ga in noordoostelijke richting, naar het spoorwegviaduct.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng spoorwegviaduct Maar ineens zie ik weer zo'n perspectief: een vijfsprong van wegen, één ervan is de Jalan Teuku Umar waaraan 'mijn' guesthouse ligt, er staat een oud hoog wit gebouw dat ik ken, wat het toen was weet ik niet, wat het nu is weet ik niet, maar: daar heb je de spoorwegovergang, nu weet ik ineens hoe ik naar Menteng moet komen. Ontspannen slenter ik, vlak achter een ontspannen slenterende man met een rode vlag die hij in zijn neerhangende hand zo losjes vasthoudt of hij hem eigenlijk wil laten vallen, de rails over. Ik bots bijna tegen hem op want hij blijft ineens staan en keert zich om, hij slentert op zijn gemak naar de andere kant van de weg en heft, midden op de rails, met een loom gebaar de rode vlag op. Tot mijn verbazing komen ze allemaal tot stilstand, de zeker drie rijen aanstormende vervoersmiddelen met daartussen de voetgangers.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 193-194] 


Ga voor het spoorwegviaduct linksaf: Jl Srikaya I (Spoorweglaan).
Sinds 1873 loopt de spoorlijn naar Bogor door de stad; pas in 1992 is de spoorbaan verhoogd.
Ga rechtsaf, onder het spoorwegviaduct door.
Links: Spoorweghalte Gondangdia.

Overigens rijdt van alles in de betja. Ook de deftige meneer in tuxedo en black tie, die zich honderd meter vóór Hotel Des Indes af laat zetten en het laatste eindje nonchalant en hautain te voet aflegt. En de vruchtenkoopman die aan de halte Gondangdia van de trein uit Pasarminggu stapt en z’n volgetaste manden vol ramboetans op de betja stapelt om tenslotte zelf bovenop de toren te gaan zitten, een pruim zo groot als een vuist in z’n onderlip, en met de imposante houding van een Romeins wagenrenner door het verkeer snort, belangstellend neerkijkend op de spectaculaire verwikkelingen, die de Westerling levensgevaarlijke situaties noemt.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 125] 


Ga rechtdoor: Jl Cut Meutia (Van Heutsz plein).
Rechts: Majid Cut Meutia (Kantoorgebouw BOPLO: “De Bouwploeg” – 1912, Mooijen en Wolff Schoemaker).

BOPLO

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Kantoorgebouw BOPLO De Bouwploeg

Het Bat. Nieuwsblad verneemt dat het plan bestaat om het land Kondangdia te bebouwen. Dit zal door een op te richten maatschappij tot exploitatie van woningen geschieden. Het land is groot 2.900.000 M2. Er is plaats voor 1200 woningen met behoorlijke erven. Men zou echter besluiten tot den bouw van slechts 500 woningen in het centrum. De overige grond zal worden verkocht ver beneden de waarde. Architect Moojen heeft een ontwerp ingediend van een wegennet. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-13, 205] 

Het Batav. Nbld. deelt mede dat de woningmaatschappij in overleg met de maatschappij De Bouwploeg Kondangdia heeft gekocht, groot 2.900.000 M² voor den aanleg van een nieuwe stadswijk, doorsneden door een 25 M. breeden hoofdweg met boulevard en electrische tram met dubbel spoor, en verder een uitgebreid wegennet. [De Locomotief, 12 October 1910] 


Ga rechtdoor Jl Cut Meutia (‘Entree Gondangdia’ later Van Heutszplein).
Rechts: Middenberm: Beeld van Pemuda (Vrijheidsstrijders).

 Zult gy langer ons vertrappen, 
Uw hart vereelten door het geld,
En, doof voor de eis van recht en rede,
De zachtheid tergen tot geweld?
[Multatuli – Max Havelaar, 31, 37-38, 334-336] 
Dan zy de buffel ons ten voorbeeld,
Die sarrens moe de hoornen wet,
Den wreden dryver in de lucht werpt
En met zyn lompen poot verplet.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Pemuda VrijheidstrijdersStelt u eens voor – iets onmogelyks natuurlyk – 'n onzinnig minister trachtte eene wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen, zooals uw voorvaderen werden behandeld door ALVA. Het gevolg zou wezen dat die Javanen – niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer geduldig zyn, maar in 't eind zéker toch – zouden opstaan, en het Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u, dan uw voorouders waren tegen-over Spanje.Bovendien zouden zy hulp ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die 't van belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrekt vyandig gezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken worden ... neen, het zal meermalen verbroken worden, zoo-als alle evenwichten.
[Multatuli – Minnebrieven, 59-60] 


… de plaats van het voormalige Van Heutsz Monument (1932, Dudok en Van den Eynde).

Meer informatie

Er zijn wel honderd anekdotes over Van Heutsz in omloop, maar aardig is die van de eerste kennismaking van den tegenwwordigen Nederlandschen premier Colijn met Van Heutsz, onder wien hij heeft gediend.
Colijn was toen een piepjong luitenantje – Van Heutsz de reeds met roem omstraalde luitenant-kolonel.
In aanmerking gebracht voor een betrekking, waarbij Van Heutsz een beslissend woord te spreken had, luidde diens oordeel over luitenant Colijn: ‘Ik weet alleen van hem, dat hij bidt, maar niet dat hij ook vechten kan. En de laatsten heb ik noodig’. Toen hij er echter op gewezen werd, dat de jonge officier reeds op Lombok zijn sporen verdiend had, en toen Colijn enkele dagen later onder het persoonlijk bevel van Van Heutsz aan een actie tegen den vijand deelnam, werd met gelijke duidelijkheid van het veranderd inzicht blijk gegeven: ‘Nu ik zie, dat ge het werken met het bidden vereenigt, kan ik U gebruiken’.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd I, 108-110] 

Al bij al een groot man op een plaats waar hij een speciale opdracht naar beste weten en kunnen vervulde, doch vaak te kort schoot ten aanzien van wat er meer van hem als G.G. werd geëist. Zijn taak was geen sinecure en hij heeft haar niet als sinecure opgevat. Hij heeft grondslagen gelegd waarop zijn opvolger kon voortbouwen. Dat was zijn verdienste, groot in het licht van wat de naaste toekomst eiste. Nederlands-Indië heeft gouverneurs-generaal gekend die stellig groter waren dan hij, maar weinigen die zo sterk tot de publieke verbeelding spraken.
[Koch – Batig slot, 9] 

Aan Van Heutsz was het ter oore gekomen, dat hier en daar op Java zeer eenvoudige schooltje bestonden, die van de dorpsgemeenschappen uitgingen. Veel leerden de kinderen er wel niet, maar het hield ze van kattekwaad en doelloos rondslenteren af. Hierin zag hij een beter aangrijpingspunt voor de bestrijding van het analphabetisme dan eenerzijds de dure school der tweede klasse, anderzijds de godsdienstschooltjes met hun mechanisch opdreunen van onbegrepen Koranteksten waren. [Insulinde, 176-179] 

Gouverneur-generaal van Heutsz deelde dat inzicht: sterk onder invloed staande van zijn adviseur in de Atjeh-oorlog, Snouck Hurgronje, aan wie een in de moderne wereld geïntegreerd Indië als ideaal voor ogen stond, besloot hij in '07, voor een ontwikkeling in die richting in de dessa's een eerste grondslag te leggen door de oprichting van dessa- oftewel volksscholen te bevorderen: scholen waren dat waar de kinderen drie jaar onderwijs kregen; de eenvoudige schoolgebouwen werden door de dessa-bewoners zelf opgetrokken, de onderwijzers werden uit de dessa-kas bezoldigd, het gouvernement droeg zorg voor de leermiddelen (en nam in '22 de bezoldiging van de onderwijzers over). Dat initiatief sloeg aan, al waren er hier en daar weerstanden van Islamietische kant: Java telde in 1920 al bijna 5 000 volksscholen, in de Buitengewesten waren er toen ca. 1400. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 143-144] 

Omtrent de aankomst van den afgetreden gouverneur-generaal met zijne familie te Amsterdam lezen wij het volgende in het Amsterdams Handelsblad: Generaal Van Heutsz zag er eenigszins vermoeid uit. Wij hadden eenige moeite in hem de stoere figuur te herkennen met dien forschen kop en oogen vol schittering, zooals wij hem ruim vijf jaar geleden zagen, [De Locomotief, 22 Februari 1910] 

Mevrouw Idenburg klaagt nu reeds steen en been over de gouden kooi, waarin ‘t – wie zal ’t niet kunnen begrijpen – voor een bedrijvige dame dan ook alleronaangenaamst moet zijn. ‘Goddank, dat ik er uit ben’, zei mevrouw Van Heutsz bij ’t aanvaarden van de reis naar Nederland. [De Locomotief, 15 Maart 1910] 

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Dudok van den Eynde 2Onder de telegrammen wordt de benoeming van generaal Van Daalen tot legercommandant meegedeeld. Deze benoeming behoeft geen verwondering te geven, behoort tot den natuurlijken gang van zaken. De Kamerdebatten van 1908 over de min of meer beruchte Atjeh-rapporten hebben toen tot resultaat gehad, dat men Van Heutsz én Van Daalen wilde sauveeren; de een als bewindsman ondanks zijn persoonlijkheid, de ander als persoonlijkheid ondanks zijn bewind. [De Locomotief, 3 Augustus 1910] 

[1924] Het Indische comité voor de oprichting van een standbeeld voor Van Heutsz heeft den uitdrukkelijken wensch te kennen gegeven, dat het standbeeld in Indië opgericht zal worden. [Indië geïllustreerd weekblad-8, 160] 

[1925 Eerste Architectuur-Tentoonstelling te Batavia:] […] de beeldhouwer A. Maas, die verschillende zijner werken exposeert, waarvan wij o.a. noemen een maquette ontwerp standbeeld G.G. van Heutsz, dat ons maar matig kan bekoren. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-28, 275] 

Dinsdag 22 Mei [1928] werd in het Kunstkring-gebouw de tentoonstelling geopend van de ontwerp-maquettes voor het van Heutsz-Monument, dat opgericht zal worden nabij het Entrée Nieuw-Gondangdia.
Op bovenstaande foto ziet men het fraaie ontwerp van den Architect Dudok en den beeldhouwer van den Eynde, hetwelk uitmunt door zijn rustigen eenvoud en grootsche conceptie en om die redenen zeer gunstig beoordeeld werd. [Het Indische Leven-9, 1173, 1186] 

Op plechtige wijze had de onthulling plaats op 24 Augustus 1932. [Nederlandsch-Indië Oud & Nieuw-18, 311-318] 

Toen gouverneur-generaal de Jonge in augustus ’32 de uitnodiging ontving, in Batavia het woord te voeren bij de onthulling van het monument voor generaal J.B. van Heutsz, de onderwerper van Atjeh vóór hij de hoogste post in Indië aanvaardde, vond hij dat ‘niet plezierig. Van Heutsz is het symbool van de Nederlandse overheersing. Nu zag ik er volstrekt niet tegen op, als het nodig was, openlijk te belijden dat wij in Indië zijn als overheersers en als zodanig ook willen en zullen handelen, maar aan de andere kant hield ik er niet van to rub it in bij gelegenheden als zo’n plechtigheid, waarbij het aan bombast en grote woorden meestal niet ontbreekt. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 1, 168-169] 

Ook op andere wijzen werd getracht, de herinnering aan het Nederlands gezag uit te wissen. Nederlandse gedenktekenen werden verwijderd: in Batavia het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen en het monument van gouverneur-generaal van Heutsz. Deze monumenten waren voordien door een bekisting resp. met rieten matten aan het oog onttrokken. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 308] 

Over Van Heutsz waren de meningen verdeeld. De geschiedenisleraar gebruikte in verband met hem nooit het woord ‘held’, en hield zich op de vlakte wat betreft de krijgsverrichtingen in Atjeh en elders in de archipel.
Toen ik in 1952 terugkwam in Jakarta bestond het monument niet meer. In de eerste dagen van de Indonesische onaf-hankelijkheid was het met de grond gelijkgemaakt.
[Haasse – Sleuteloog, 73-74] 


Ga na het monument rechtsaf en terug: Jl Cut Meutia.
Ga na het spoorwegviaduct schuin links: Jl Teuku Umar (Van Heutsz Boulevard).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Heutsz Boulevard

De eerste naam van deze laan was Boengoerlaan, daarna ‘Boulevard Nieuw Gondangdia’ maar dat werd spoedig Van Heutzboulevard of Boulevard.

[Teuku Umar was vrijheidsstrijder en tegenstander van Van Heutsz.]
Vijf-en-twintig jaren geleden waren de gevolgen van het overloopen van Toekoe Oemar (zijn eigenlijke titel was Toekoe Djohan Pahalawan Panglima Prang Besar) nog sterk voelbaar, en hoewel hij tenslotte uit Groot-Atjeh verdreven was, bezorgde zijn optreden in de streken langs de Westkust van Atjeh ons nog veel last. Militaire operaties op vrij groote schaal waren voortdurend noodig om ons gezag te handhaven. [Het Indische Leven-5, 514-515] 


Links: Tugu Kunstkring Paleis.
(Nederlandsch Indische Kunstkring later genoemd de Bataviasche Kunstkring – 1913-‘14, Moojen).

Kunstkring

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Nederlandsch Indische Kunstkring

Bond van Ned.-Indische kunstkringen (1902) had tot doel het bevorderen van beeldende en versierende kunst d.m.v. tentoonstellingen, lezingen, muziekavonden, dans, toneel, film en tekenopleidingen. Alle belangrijke plaatsen hadden een kunstkring; uiteindelijk waren het er 26. [Indië geïllustreerd weekblad -4, 367] 

Bond van Ned.-Indische Kunstkringen.
De op een 30-tal plaatsen bestaande kunstkringen zijn vereenigd in voornoemden bond, die zich ten doel stelt het organiseeren van concert-tournées, de beeldende kunsten bevordert en overkomst van goede toneelgezelschappen aanmoedigt. De bond is Batavia gevestigd. [Geïllustreerde Encyclopaedie, 710-711] 

Het doel van de kunstkringen in Indië is, in de eerste plaats het scheppen van de anders geringe, mogelijkheid om het Indische publiek bepaalde uitingen van kunst te brengen, die het anders zou hebben moeten ontberen; dus niet in de eerste plaats om, waarvoor in Europa, en ook in Nederland, zich vele vereenigingen beijveren, aan een klasse, die het niet betalen kan, van tijd tot tijd van de aanwezige kunst te laten genieten. [De Locomotief, 14 April 1917] 

Batavia heeft op muzikaal gebied nog enkele goede dingen in het vooruitzicht.
Op 24 September treedt Mevrouw Haase Tienemann op in de ‘Kunstkring’ met een keurig programma, waarop o.m. de Zigeunerlieder van Brahms en de Brautlieder van Cornelius voorkomen. Voorts zullen, ten einde zooveel mogelijk afwisseling in den avond te brengen, ook een trio uit Fidelio (Beethoven) en enkele duetten van Mozart en Délibes ten gehoore worden gebracht. Mevrouw Olivier en de Heer Vos hebben hiertoe hunne medewerking toegezegd. [De Taak-1, 72] 

In de grote steden zetten de kunstkringen, organisatoren van het koloniaal zwakke kunstleven van de Nederlands-Indische samenleving met steun van de grote ondernemingen hun werk voort in een niet altijd overtuigd en overtuigend streven, om op de duur hun koloniaal karakter te verliezen en tot Indonesische kunstkringen te worden.
[Romein-Verschoor – Met eigen ogen, 63] 


Vervolg de wandeling over de Jl Teuku Umar.

Menteng werd gebouwd in de jaren twintig als woonwijk voor Europeanen. Niet dat het aan Indonesiërs verboden was zich daar te vestigen, maar de huur was voor hen te hoog, zo eenvoudig was dat. Wel woonde er een enkele Indonesische arts die het wel kon betalen. De huizen waren in oud-Hilversumse stijl, veel glas-in-lood en zonder de grote open voor- en achtergalerijen van de tempo-doeloe-tijd, die nog werd beïnvloed door de Javaanse bouwwijze. Nu wonen er uitsluitend Indonesische families en is de wijk veel dichter bevolkt. Niet slechts omdat hun kinderaantal groter is, maar omdat een Indonesisch gezin heel zelden uit alleen vader, moeder en nakroost bestaat. Studerende neefjes en nichtjes van het platteland, een arme oom of tante, oude vaders en moeders worden erin opgenomen.
[Vuyk – Reis naar het vaderland, 22-24] 

Zij ging over de moderne betonbruggen naar buitenwijken, langs Gondangdia het plan van Moojen, naar Menteng dat van Kubatz, waar de nieuwe, thans Van Heutsz-boulevard, met de aangrenzende wegen, nog op bebouwing wacht. [Mijn Indische Reis, 32-33] 


Links: nr. 5 en nr. 15 (Hier woonden voor de oorlog artsen).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng artsen Hier ergens moet die interessante dokter gewoond hebben – als hbs-meisje was ik eens even onder zijn behandeling, hij was erg knap, met doordringende lichtbruine ogen, een ladykiller zei men; hij vertelde me van alles over zichzelf, ik was zestien jaar en vond het machtig, hij zei, vergeet het maar, ik zei, daarvoor leef ik niet. Hij was gebiologeerd door een meisje van dertien jaar, die hem gewoon helemaal dol maakte met haar verhalen over liefdesavonturen. En deze bekende arts, die iedere week op de dansvloer van Des Indes verscheen met een andere Bataviase schone, de een echt nog mooier en fascinerender dan de ander, vroeg aan mij, stom kind: zou het wáár zijn wat Vera me vertelt? Zou het wáár zijn? Ik kon hem geen antwoord geven, want ik kende Vera alleen vanuit de verte, vanuit het zwembad: een ietwat aapachtig meisje, klein, mager, erg lenig en met brutale zwarte ogen, een deel van haar pikanterie ontleende ze misschien aan het feit dat haar vader een heel hoog ambtenaar was bij de rechterlijke macht en zij ‘toch zó stout’.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 11-12] 


Links: 17 – Persekutuan Gereja 2 di Indonesia.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Zendingsconsulaat

Mr. C. van Helsdingen, Vz. C.S.P., Lid Volksraad, Mej. D. van Velden.
In het Paviljoen: Zendingsconsulaat.

En hier zijn we dan op de Jalan Teuku Umar, we stoppen voor een hoog hek, we kunnen niet eens, zoals vroeger, gewoon de oprit in. Ver achter het hek ligt een oud Indisch huis, een huis dat wij voor 1940 ook al 'oud-Indisch' noemden, maar wat is er veranderd? Waarom is het zo ontoegankelijk? Wel brandt er een lampje onder de daklijst van het brede huis, maar er is geen gastvrije voorgalerij met rotan stoelen en palmen in potten zoals dat bij oud-Indische huizen hoort. Het is gewoon een potdicht huis. De chauffeur stapt uit en wringt wat aan de hekken, ze gaan toch open, maar hij wil niet binnenrijden. Hij helpt met het dragen van mijn reistassen. [Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 5, 6] 


Ga linksaf: Jl Jeruk (Djeroeklaan).
Rechts en links: Jl Jambu (Djamboelaan).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Djamboelaan

Uit de samenscholingen op de Djamboelaan steeg een dreigend gemor op. Een jongensstem schreeuwde. Vele schimmen keken in de schemering naar de voorgalerij, waar een oude heer een sigaar rookte, met twee kinderen bij zich.
[Jagt – Erven van Indië in Oost-Indische inkt, 346-347, 349-350] 

Ik heb het gevoel dat ik bij dit Jakarta niet wezenlijk betrokken ben. Maar misschien, al weet ik het niet of wil ik het niet weten omdat ik niet wil doorgaan voor zo’n heimweekoloniaal, heb ik diep verdriet – om de rotzooi, het lawaai, het verwesterste. En vanochtend, toen ik ook langs andere straten liep, hier in de buurt: Jalan Jeruk, Jalan Sawoh, Jalan Sumatera – toen zag ik toch vele en mooie huizen al waren ze vervallen, en die huizen lagen achter en tussen heel, heel veel groen. Daar is nog wel iets van de poëzie die ik in mijn jeugd gedeeltelijk onbewust, maar hoe hartstochtelijk weet ik nu, heb ondergaan.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 22] 

Een van die merkwaardige ‘blijvers' onder de Europeanen is de vierentachtigjarige, met oom en tante bevriende architect Han Groenewegen. In het voormalig Nederlands-Indië was hij wijd en zijd bekend, en hij heeft geen zin terug te gaan naar het huidige Nederland. Met zijn jongere vrouw woont hij in de Jalan Jambu, in een van die typische huizen die ik voor de oorlog nooit heb gezien. Dat wil zeggen het Is een vooroorlogs Indisch huis, maar het is op haast ondefinieerbare wijze gemoderniseerd. De grote ruimte in de vertrekken is behouden, maar die ruimte is beslotener geworden, lichter, de ramen zijn waarschijnlijk veranderd, het houtwerk is licht en glanzend geverfd, de muren zijn licht, de krees ook.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 221-222] 


Ga terug naar Jl Teuku Umar en vervolg de route langs die laan.
Links: 19 – Home Stay (eerder Pakistaanse Ambassade).

Voor de oorlog de woning van een artsen-echtpaar: Prof. Dr. B.J. van der Plaats en mevrouw Van der Plaats-Keijzer.

Ik moest een paar telefoontjes doen, de telefoon werkte niet, terwijl ook de elektriciteit en het water zijn uitgevallen. Anneke zei dat ik het maar moest proberen bij de buren, in de Pakistaanse ambassade. Ook een kolossaal huis met een kolossale voortuin, en in de kolossale nu wel open voorgalerij 1 schrijftafel met één Indonesisch meisje erachter, en ergens tegen een muur twee rechte stoelen. De telefoon deed het, het meisje hielp mij met nummers opzoeken en wilde voor het gebruik van de telefoon geen geld aannemen.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 38-39] 


Rechts: 40 – Museum Jenderal Abdul Haris Nasution – di-zo: 8 – 14; geen Engelse teksten.
(Voormalige woning van Generaal Nasution, voor de oorlog de woning van de arts Hogerzeil.)

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Generaal Nasution

In de nacht van 1 oktober 1965 bezetten procommunistische legereenheden een aantal strategische punten in de stad, vooral rondom het Merdekaplein (met name het zeer belangrijke gebouw van de telecommunicatie). Speciale commando’s lichtten de generaals van hun bed. Nasution wist op het nippertje te ontkomen. Suharto was niet thuis; het is overigens niet zeker, dat hij toen op de zwarte lijst stond. Enkelen werden ter plaatse neergeschoten, omdat zij tegenstand boden, de anderen zijn korte tijd later zonder vorm van proces, op het terrein van de buiten de stad gelegen kazerne Lubang Buaja, 'Krokodillenhol', door leden van communistische vrouwen- en jeugdorganisaties, op beestachtige wijze afgemaakt.
[Haasse – Krassen op een rots, 88-90] 

Nasoetion was in '42 cadet-vaandrig van het Knil – hij had de Militaire Academie te Bandoeng doorlopen. Nog voor de Japan-se bezetting kwam hij samen met andere Indonesische officieren tot de conclusie dat de opleiding te Bandoeng te beperkt was geweest – zij gingen het werk van de Duitse militaire theoreticus Clausewitz bestuderen alsook publikaties van de Gaulle en Liddell Hart en studies over de Japans-Chinese oorlog en de Spaanse burgeroorlog. Hun conclusie was dat een Indonesische vrijheidsstrijd het best de vorm kon aannemen van een guerrilla. [Het Koninkrijk der Nederlanden,12, 825-826] 


Vervolg de Jl Teuku Umar.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Jl Teuku Umar Wat weet ik hier al goed de weg! Tenminste hier vlak in de buurt. Als ik het hek uitloop en links afsla en dan, in de richting van de Jalan Sutan Sjahrir gaand, de fraaie round-about met spuitende fontein passeer is dat al net zo vertrouwd alledaags als thuis het boodschappenloopje naar de Frederik Hendriklaan. Maar in Den Haag zou ik dat niet tegenkomen: een magere, donkerbruine tamelijk jonge man met bloot bovenlijf, die op het middenpad zat, rechtop, en die streng-nadenkend, naar binnen gekeerd oplettend, wat dreigend voor zich uitkeek – nee, toch om zich heen keek, zonder een enkele beweging van het hoofd. Een mediterende wijze? Een door honger en drugs immobiel geworden dakloze? Een spion, of voor de communisten, of voor Suharto?
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 33-34] 


Ga rechtsaf: Jl Suwiryo (Palmenlaan).

Daarna liep ik terug over de bochtige Jalan Suwirjo en dacht ineens, verrek, dit moet de Palmenlaan zijn, dan is precies daar het huis van die vreemde vriendin: Linda, uit de gymnasium-afdeling van de Cas, een breedgeschouderd wat pathetisch meisje met heel lichtblauwe, mij altijd wat verwijtend aanziende, ogen in een hongerig gezicht, en piekharen. Ik kon mijn vijftienjarige oren niet geloven toen ze me op een middag – zo’n Indische middag ... alle gezagsdragers in huis rusten of slapen, half uitgekleed liggen we op bed in een donkergemaakte kamer – vertelde dat zij al op haar veertiende ontmaagd was en ‘het’ regelmatig deed. Maar tussen ons beiden, zei zij, bestond zó’n wonderlijke verstandhouding, vriendschap was eigenlijk veel grootser dan met jongens jeweetwel ... waarom liep ze met ontblote borsten door de slaapkamer als ik erbij was? Ik vond dat vreemd.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 14] 


Rechts: Jl Cendana (Tjendanalaan).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Tjendanalaan

[1930] Zeer vele huizen in Weltevreden staan in de brandende zon, vooral de bewoners der nieuwe wijken kunnen daarvan meepraten. Op welke manier krijgen we nu in de kortst mogelijken tijd schaduw? Door bomen te planten natuurlijk. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-33, 13] 

Op mijn vroege-ochtendwandeling, langs de Jalan Tandjong en de Jalan Tjendrala, waar prachtige huizen staan, werkelijk letterlijk ‘verscholen’ achter weer die verrukkelijke overdaad aan groen, struiken, bomen, met dikwijls nog op het voorerfje waarlangs sierlijk gebogen op- en afritpaden een kolossale boom in zijn eentje, zag ik in en om de tuin van een van die huizen nogal wat militairen. Het blijkt dat generaal Suharto daar woont.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 24-25] 

De tegenstelling tussen twee vormen van bestaan, dat van de gemiddelde man-in-the-street en van de gearriveerde toplaag, is, zegt men, niet meer zo schril als in de nadagen van Sukarno's regime. President Suharto en de gouverneur van de stad, Ali Sadikin, ijveren voor soberheid bij de verantwoordelijken: de president bij voorbeeld woont niet in het paleis op, het Merdekaplein, maar in zijn eigen huis in een smalle stille laan in Nieuw-Djakarta, het vroegere Weltevreden.
[Haasse – Krassen op een rots, 68] 


Rechts: 32 en 34.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Partijbureau Indische Katholieke Partij

32. Partijbureau Indische Katholieke Partij.
Katholieken in Indië waren, geloof ik, in staat en bereid zich te verenigen in iets dat op een partij leek, maar bij ons (op Madura) gebeurde dat niet, want de pastoor had wel wat anders te doen, namelijk het bekeren en onderwijzen van Chinezen. Een dominee waren we niet rijk.
[Alberts – Twee jaargetijden, 48-49] 

34. P. Kerstens, Voorz. van hoofdbestuur Indische Katholieke Partij en Red. van “de Nieuwe Tijd”, Lid van de Volksraad en v/h Coll. van Gedelegeerden.
Maar van regeringszijde is niets meer vernomen. Nimmer werd de moeite genomen om de volkomen verkeerde indruk van Thamrins optreden, die eenmaal gewekt was, te corrigeren. Onder mensen, ook Nederlanders, die hem persoonlijk kenden, vond hij warme vrienden. Een hunner was de heer P. J. Kerstens, leider van de Katholiek-Sociale Bond, later minister in het Londense kabinet, die hem na zijn dood huldigde als een goed mens, wiens beeld door enkele bladen opzettelijk met steeds scherper trekken vervalst was. 'In jarenlange omgang met hem, die dieper ging dan gewoon politiek verkeer', schreef de heer Kerstens, ’hebben wij hem leren kennen als een trouw kameraad niet alleen, maar ook als een man die nimmer ignobel handelde tegenover een eerlijk tegenstander.
[Koch – Batig slot, 159] 

Hoe werd Kerstens door van Starkenborgh gezien? In het aan het slot van hoofdstuk 3 aangehaald telegram aan Gerbrandy d.d. 15 oktober ’41 ontried de gouverneur-generaal, Kerstens tot minister van koloniën te benoemen (‘niet alleen inzake staatkundige hervormingen doch ook in andere opzichten met name sociale zaken heeft Kerstens nadrukkelijke inzichten verkondigd die van regeringsbeleid afwijken’), maar als opvolger van Steenberghe wilde hij hem wèl aanbevelen: ‘Kerstens heeft een knap verstand, werkt snel, spreekt en schrijft goed, heeft wijde belangstelling en zou, ofschoon niet in het bijzonder economisch getraind, in staat zijn als minister van economische zaken zich spoedig in te werken.’ [Het Koninkrijk der Nederlanden, 9, 345-347] 


Ga terug naar Jl Teuku Umar, steek die over en ga rechtsaf.
Ga de brug over.
Het kanaal is de scheiding tussen de wijk Gondangdia en de wijk Menteng, hoewel al sinds lange tijd het gehele gebied vaak Menteng wordt genoemd.

[1910] Om de uitbreiding van de stad in de hand te houden kocht de gemeente indertijd het particuliere land Menteng, het eenige goede hooge terrein, dat voor woningbouw bij uitstek geschikt is. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-13,34] 

Met het bebouwingsplan van Menteng is men druk bezig. De directeur van gemeentewerken diende een ontwerp-bebouwing in, dat door de verschillende commissies bestudeerd wordt. [De Locomotief, 16 Januari 1917] 

De heer Schotman weet als lid van de Gemeenteraad van Batavia mede te deelen, dat de Raad een protest heeft doen hooren bij den aankoop door de Regeering van woningen voor heeren Directeuren van Algemeen Bestuur. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-23, 415, 416] 

Deze buurt heb ik vroeger goed gekend. Ik fietste haast dagelijks door de groene lanen. Ik herinner mij bezoeken, feesten in een aantal van die witte villa’s-met-verdieping in de nieuwe ‘Indische’ bouwstijl van de jaren dertig.
[Haasse – Dieptelood, 421-422] 


Links: 51 Voormalige behuizing van de Vereeniging van Gezagvoerders en Stuurlieden (1940 – Jiskoot).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Vereeniging Gezagvoerders Stuurlieden De gewoonte om aan boord te komen bij vertrek of aankomst der schepen van de groote vaart, dateert reeds van 1632.
Als er een retourvloot aankwam of vertrok, werden de schepen bestormd door menschen, die zèlf hun brieven bezorgen en de overbrengers daarvan zèlf spreken wilden, om familie, vrienden of werkgevers in Holland nog mondelinge boodschappen mee te geven. De gezagvoerder van elk schip had dan de royaliteit al die bezoekers op een stevig glas wijn te onthalen, om op de goede reis of op de behouden aankomst te drinken. Het spreekt vanzelf, dat een groot deel van die instuivers géén brieven en géén boodschappen te ontvangen of af te geven hadden, en alleen maar verschenen waren terwille van den goeden wijn. Dan werd er ongelooflijk veel gepimpeld, ook door de dames. Ja, óók door de dames, want U moet weten, dat de menschen in dien tijd op advies der geneesheeren er heilig van overtuigd waren, dat alcohol een voorbehoedmiddel was tegen koorts en andere ziekten. Dies dronken ze als kameelen en verlieten vol zoeten wijns het schip, inwendig gewapend tegen wat men noemde ‘de slaande hand Gods’.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd I, 21-22] 


Ga rechtdoor: Jl Untung Suropati (Burgemeester Bisschopplein).
Houd op het plein links aan.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Mr G J Bisschop

[1919] Burgemeester van Batavia Mr. G.J. Bisschop. [Het Indische Leven-1-9, 161] →

Het voorstel is gedaan om de wegen op het land Menteng een naam te geven. Tot dusver waren ze slechts genummerd. Weg Oost I, Weg West II, Weg Noord West ten Westen III, enz. De Raad wil van de mathematisch aangeduide buurt een Archipelwijk maken, met een Bandoeng-straat, een Tegal-weg, een Depok-boulevard, een Gang Semarang.
De aanbevolen methode lijkt mij niet de juiste. Als wij nu onze straten en wegen eens doopten naar hen, die daarvoor eenige fondsen beschikbaar hebben? Waarom – niet waar? – alleen doode Europeanen te benoemen? Sam Koperberg schuift onverwijld een paar mille af voor een Kota Inten-Koperberg – what is in a name? – en misschien zal onze eerste Burgemeester alsnog willen dokken voor een Rawah Besar-Mr. Bisschop. [Het Indische Leven-2-35, 698-699] 


Links: 6, India House. (Italiaans Consulaat – 1934, Nix en Dikstaal).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Italiaans Consulaat

Veelal zijn die ‘harde werkers’ buitenlanders: Duitschers, Franschen of ook Italianen, die, polyglotten geworden, u soms een taaltje doen hooren, dat uit een allerzonderlingste vermenging van hun moedertaal, met Maleisch-Javaansch en Hollandsch bestaat en voor een gewone tòtòk dikwijls moeilijk te begrijpen is. Maar hoe krom ze ook praten, hun zaken marcheeren meestal rechtdoor en goed – dikwijls tot ergernis van anderen.
[Van Maurik – Indrukken van een Tòtòk, 193-194] 

Goed. We geven nog aan twee Europese naties een plaats in dit werelddeel: de Italianen in West-Java, het land van de kleurige Sundanezen en de vormelijke Spanjaarden in de Vorstenlanden van Surakarta en Djokjakarta.
[Alberts – Een kolonie, 48-50] 


Links: 7, Rumah Dinas Gubernur (Burgemeesterswoning – 1939, Blankenberg).

Burgemeesterswoning

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Burgemeesterswoning Voorneman kan inderdaad een zoon zijn van den Burgemeester van Batavia, ir. Voorneman, Een blanke Indo. Enkele jaren geleden was ir. Voorneman nog burgemeester van Malang, vanwaar hij werd overgeplaatst naar Batavia, denkelijk omdat hij de geschiktste candidaat van het heele stel was. Ir. Voorneman is een zakelijk ambtenaar, die zich goed in de vereischte vormen weet te houden en altijd aan zijn eigen belangen denkt natuurlijk. Dat zijn zoon met de NSB sympathiseert is begrijpelijk en komt overeen met den gemiddelden hiergeboren blanke. Die willen eigenlijk terug naar de 19de eeuw in plaats van vooruit. Autocraat in plaats van democraat. De Inlander in de laagte houden, maar zelf alle macht. Zuiver koloniale mentaliteit. Onbewust verlangen zij terug naar de slavernij.
[Walraven – Brieven, 435-436] 


Links: 10 (Woning van Ch. O. van der Plas, Lid v.d. Raad van Ned. Ind.).

Van der Plas

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Woning Ch O van der Plas

Van der Plas was in 1891 in Indië geboren en daar al op twintigjarige leeftijd BB-ambtenaar geworden. Nadien was hij in Leiden Arabisch gaan studeren en na de voltooiing van die studie was hij benoemd tot consul in Djeddah; hij had daar uiteraard veel te maken met de uit Indië afkomstige hadj-gangers. Na acht jaar verblijf in Saoedi-Arabië kreeg hij weer functies in het Indische bestuursapparaat. In '34 volgde zijn benoeming tot resident van Cheribon (provincie West-Java), in '36 werd hij tot gouverneur van de provincie Oost-Java benoemd. Hij ontpopte zich daar als een man van een nieuwe aanpak: zelf diep doordrongen van de gelijkwaardigheid van alle mensen, meende hij dat de tegenstellingen in de koloniale maatschappij konden worden verzacht. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 577-578] 

 

De gouverneur van Oost-Java, de heer Van der Plas, was een hoogst merkwaardige man. Hij was mager, hij droeg een baard en hij was een van de kwikzilverachtigste figuren, die het Indië van die dagen mocht bezitten. Hij zat niet achter zijn bureau, maar in een van de twee fauteuils aan een klein rond tafeltje en ik mocht me in de andere fauteuil verbergen. Hij bleef op zijn plaats, maar het leek alsof hij de kamer rondsprong tijdens ons gesprek. Gesprek? Hij was alleen aan het woord, wat in dit geval niet zo’n bijzonder moeilijke opgave moet zijn geweest.
[Alberts – Namen noemen, 24-26] 


Steek de Jl Pangeran Diponegoro (Oranje Boulevard) over en ga rechtsaf.
Links: 2 – Bappenas.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng De Ster in het Oosten

In 1934 kwam het nieuwe logegebouw van ‘De Ster in het Oosten’ gereed. Het was een ontwerp van ir. N.E. Burkoven Jaspers en kreeg de naam ‘Adhuc Stat’. Gelegen aan het Burgemeester Bisschopplein vormde het een markant punt in de villawijk Menteng. Over de architectonische kwaliteiten werd verschillend gedacht. ‘De Indische Courant’ verbaasde zich erover dat de schoonheidscommissie geen bezwaar maakte tegen een gebouw ‘van zoo’n groote ruimte uit zichtbaar, ja een flinke uitgestrektheid geheel domineerend, zoo prozaïsch van vormen, zoo volkomen gespeend van alle karakter, gevoel en inzicht in de verheven bestemming’. Tegenwoordig is het gebouw de zetel van het Indonesische Centraal Planbureau. [Vrijmetselarij, 123] 

[1961] Het buiten de wet stellen van de Indonesische Orde had intussen tot gevolg dat de bezittingen uiteindelijk toch in handen van de staat gekomen zijn. [Vrijmetselarij, 360-361] 


Links: Gereja Protestan Paulus. (Nassaukerk – 1936, AIA: Burhoven Jaspers).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Nassaukerk

Pogingen van Matsui om de Bataviasche dominees voor zijn microfoon te krijgen zijn met ruzie geëindigd. Nadat de bisschop zich een half jaar heeft laten gebruiken om Japansche propaganda te dienen in de Australia Broadcast, werd ik er op uitgestuurd om de dominees te strikken. De voorzitter van de Kerkeraad, ds. Kostelijk, was niet enthousiast, maar ik kon hem duidelijk maken dat een Japansch verzoek een bevel beteekent en dat er meer verloren is met 't sluiten van de kerken dan met ’t uitspreken van een strikt godsdienstig toespraakje in een Japansche radio-uitzending.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 119] 

 

Protestanten hebben katholieken geattakeerd etc. Kostelijk is afgetreden als voorzitter van 't kerkbestuur. Van Hewerden is hem opgevolgd. Om nieuwe interneeringen te voorkomen lijkt ‘t beste, dat 't contact met Matsui beperkt blijft tot Kostelijk. De bisschop vertelt me ook, dat de Japanners geen contactcomité van totoks meer willen zien en dus is de GESC van het toneel verdwenen De eenige die overbleef was Bogaardt, die nu door de Japanners erkend wordt als 'kapala' in Batavia van alle Europeanen.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 129] 


Ga rechtdoor: Jl Imam Bonjol (Nassau Boulevard).
Links: Museum Perumusan Naskah Proklamasi; di-zo: 8-4. (Tijdens WO II woning van de Japanse Admiraal Maeda).

Het bericht dat keizer Hirohito op de 15de persoonlijk in een radiotoespraak Japans capitulatie had bekendgemaakt, drong aanvankelijk in Batavia slechts tot weinigen door, maar uiteraard wel tot de autoriteiten van het Zestiende Leger die onmiddellijk deden weten dat de voor de 18de augustus beraamde inauguratie van de Commissie ter voorbereiding van de ‘onafhankelijkheid’ niet zou doorgaan. Zij boden evenwel geen duidelijk tegenspel toen Soekarno en Hatta na twee dagen van aarzeling en verwarring op 17 augustus de onafhankelijke Republiek Indonesië hadden uitgeroepen, zulks mede onder pressie van jongeren van wie verscheidenen door de Japanner Maeda waren opgeleid; trouwens, Maeda speelde bij die uitroeping persoonlijk een belangrijke rol. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 148-153] 

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Japanse Admiraal Maeda

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Japanse Admiraal Maeda 2

 

Degenen die vol wellust de schuld werpen op Sukarno weten meestal maar weinig van hem af, of willen weinig weten, willen niets weten van de Nederlandse sabotage van de onafhankelijkheidspolitiek, weten misschien helemaal niet dat Sukarno, toen hij en zijn medestanders de tijd zelf nog niet rijp achtten voor volledige onafhankelijkheid, door jonge vurige vrijheidsstrijders is ontvoerd om de uitroeping af te dwingen van de Souvereiniteit, 17 augustus 1945.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 237-238] 

Alvorens uit Djakarta weg te rijden, zond Soebardjo boodschappers naar de leden van de voorbereidingscommissie (die ’s morgens om tien uur bijeengekomen waren maar weer uiteen waren gegaan toen Soekarno en Hatta niet waren komen opdagen): zij moesten zich naar Maeda’s huis begeven. Laat op de avond arriveerden daar de twee ontvoerde leiders en korte tijd later waren ook alle leden van de voorbereidingscommissie aanwezig. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1008-1010] 

Diegenen die omstreeks drie uur aanwezig waren, kregen eerst van Soekarno en Hatta te horen dat alle moeilijkheden waren opgelost – vervolgens trokken die twee zich met Maeda, Nisjijima, een tweede Japanse medewerker van Maeda, Soebardjo en Mijosji in de werkkamer van de Japanse schout-bij-nacht terug teneinde een onafhankelijkheidsproclamatie op te stellen. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 1011-1012] 

Nog in de nacht op de 17e kwam de door de Japanners nog benoemde 'Commissie van Voorbereiding' bijeen, hetgeen in de vroege morgen leidde tot de uitroeping van de republiek, die – zoals foto's bewijzen – door vrijwel niemand werd bijgewoond.
[Bouwer – Het vermoorde land, 395] 

 

Ga terug, steek de Jl Imam Bonjol over en ga rechtdoor: Jl Untung Suropati.
Links: 3 – Woning van de ambassadeur van de Verenigde Staten. (Directeur Alg. Vert. der Ned. Kol. Petr. Mij, maar gebouwd als woning voor de directeur van Wellenstein en Krause – 1926, Blankenberg; verbouwd in 1960 door Groenewegen.)

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Wellenstein Krause De verwerping van het voorstel, tot het ruilen op bepaalde voorwaarden van het perceel Koningsplein Z. no. 19 met een Mentengperceel van gelijke grootte, heeft een inwoner van Batavia die voorloopig onbekend wenscht te blijven, er toe geleid, om een oplossing te zoeken, waarbij aan de bezwaren van sommige raadsleden wordt tegemoet gekomen zonder dat de voordeelen, welke aan den voorgestelden ruil verbonden waren, voor de Gemeente verloren behoeven te gaan.
Deze oplossing komt op het volgende neer:
a. De Gemeente ruilt den grond van het perceel Koningsplein Zuid no. 19 met een stuk grond van gelijke grootte aan het Burgemeester Bisschop-plein.
b. De heer X. koopt van de firma Wellenstein en Krause den opstal van het perceel Koningsplein Zuid 19 tegen een som van f 70.000, waardoor genoemde firma in staat zal zijn op haar Mentengperceel een huis te bouwen geheel naar eigen inzicht. [De Locomotief, 15 Februari 1927 (1,1)] 


Ga linksaf: Jl Besuki (Besoekiweg).
Bijna op het eind, links: 2 – SD Menteng 1 (Nassauschool van de Carpentier Alting Stichting).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Nassauschool Carpentier Alting StichtingILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Barack Obama“A young boy named Barry stayed with his mother Ann in Menteng area. He grew up to be the 44th president of the United States and Nobel Peace Prize winner. Barack Obama.”
Ann Dunham keerde met haar zoon terug naar Honolulu en hervatte in januari 1963 haar bacheloropleiding aan de Universiteit van Hawaï. In januari 1964 vroeg Dunham de scheiding aan, die niet werd betwist. Barack Obama Sr. studeerde later af aan de Harvard-universiteit met een A.M. in economie en keerde in 1965 terug naar Kenia.
Lolo Soetoro was een landmeter uit Indonesië, hij studeerde met een beurs in Hawaï en behaalde een M.A. geografie in 1964. Dunham en Soetoro trouwden op 15 maart 1965 op Molokai. In 1967 verhuisden Obama en zijn moeder naar Jakarta om zich weer bij zijn stiefvader te voegen. Het gezin woonde in Menteng. [Wikipedia]


Ga even terug en linksaf: Jl Kertosono.
Ga rechtsaf: Jl Situbondo (Sitoebondoweg).
Ga met de weg mee naar links.
Ga linksaf: Jl Bondowoso (Bondowosoweg).
Rechts: no. 11.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Bondowosoweg

Weer enige dagen later verwelkomde hij de komst van de baby bij ons thuis met een eigenhandig getekende oorkonde, compleet met rood lint en lakstempel. In het midden stond ons huis’ aen den Bondowosowege nr. 11' en om het huis heen, daarboven, daaronder en opzij, had Leo dieren getekend vreemde, niet bestaande dieren met niet bestaande namen, die de komst van het kind op aarde leken te begeleiden.
[Nieuwenhuys – Een beetje oorlog, 116-117] 

Je moet er het een en ander van publiceeren, als het mogelijk is. In elk geval zou ik ze eens sturen aan R. Nieuwenhuys, Bondowosoweg 11, Batavia-C. De oproerige verzen, zoowel als de stille, verlangende, melancholieke, en zelfs de paar kleine dingetjes, waar ik instemming bij heb betuigd met een enkel woordje. Nieuwenhuys was een groot vriend van Du Perron, is ook in Indië geboren (ouders totok en nonna). Hij is leeraar, en docent aan de litt. faculteit, dus ‘geslaagd’, maar verbazend hartelijk en eenvoudig in zijn brieven, en vooral: zonder jalouzie en zeer gul met waardeering.
[Walraven – Brieven, 657-658] 


Ga even linksaf en rechtsaf: Jl Sidoardjo (Sidoardjoweg).
Rechts: Taman Menteng: park met sportaccommodatie (Vios-stadion).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Vios stadionILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Vooruit Is Ons StrevenAch, dat waren tijden! Vios en het oude Sparta, het waren twee geduchte rivalen; scores van tegenwoordig als 7 – 1 of 8 – 0 bestonden toen bijna niet. We herinneren ons nog heel goed dat eens, bij een Passar Gambir-finale tusschen Vios en Sparta, de tribune voor een gedeelte instortte! Het is werkelijk met weemoed, dat we aan dien goeden, ouden tijd terugdenken. En hoe staat het nu met de jubilaris? Vios [Vooruit Is Ons Streven] heeft momenteel een schitterend voetbalveld, dat over een maand of zes het beste in Indië zal zijn. [Het Indische Leven-9, 295] 


Ga linksaf: Jl Cokroaminoto (Javaweg).

Je ziet deze vissers het regelmatigst op de Javaweg, de Theresiakerkweg en de Scotweg. Er zijn gewone snoervissers bij, heel gewoon gekleed zoals U en ik, die je amper als visser herkent. En je hebt er hengelaars bij in complete vissersuitrusting. Met volledige hengel met roe, snoer en lood, met de gevlochten bamboezen viskaar op de heup, ja zelfs met een breedgerande strohoed op. ’s Avonds om elf uur. Er is één ouweheer bij, die in de regentijd langs dezelfde wegen trekt, maar er dan de zijweggetjes bij neemt, en dan wat anders vangt: kikkers, die U ’s avonds als kodok goleng mentega special of als swie kie met taotjo en jonge bamboespruiten in dure Chinese restaurants consumeert.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 77-78] 


Links: Plaats van de voormalige Menteng bioscoop.

Pas na de oorlog kwam de mocca-ijs of mocca-kotjok op. Als u een meneer bent en dus niet bij koffieboeren op bezoek kunt komen, kunt u uw fatsoen bewaren en toch een goede mocca-kotjok savoureren op het terras van het Menteng-theater. Voor Meneer een mocca-kotjok en voor mevrouw een Glas de Pépé bijvoorbeeld. Verder voelt u zich net zo senang als op het Glodokplein of Kramat, zo met die bedelaars en straatmuzikanten.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper, 28] 

Djakarta had een bioscoop of twintig, waaronder redelijk goede. Menteng, annex een prettig Chinees restaurant, stond in een nette buurt en vertoonde nieuwe Amerikaanse films. [Nieuw!, 89] 


Ga rechtsaf: Jl Panarukan (Panaroekanweg).
Ga op het eind schuin links: Jl Pekalongan (Pekalonganweg).
Ga linksaf, steek de Jl Imam Bonjol (Nassau Boulevard) over en ga rechtsaf.
Rechts: Monumen Selamat Datang.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Monumen Selamat Datang Sukarno wilde een visioen van wat eens mogelijk zou zijn voortoveren aan de kleine mensen, de marhaens, als wier leider en beschermer hij zich beschouwde. Hen heeft hij dan ook centraal geplaatst op het circuit tussen de Djalan Thamrin en het verlengde daarvan, de Djalan Djendral Sudirman, op een torenhoog voetstuk, verheerlijkt in brons door een artiest uit de school van het sociaal-realisme: een even afschuwelijk als vertederend standbeeld, voorstellende de Vrije Indonesische Man en Vrouw, dat door de intelligentsia in Djakarta gewoonlijk wordt aangeduid als ‘Ot en Sien'. 'Het volk is nog te dom, te achterlijk, voor zulke huizen en gebouwen,' zei een taxichauffeur.
[Haasse – Krassen op een rots, 21] 


Links: Hotel Indonesia Kempinsky (1960, Sorensen).

Indonesia

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Hotel Indonesia Kempinsky

We moeten naar een reisbureau in hotel Indonesia, één van de pronkprojecten van Sukarno, gelegen aan de Jalan Thamrin. Het is een uiterst moderne straat vol wolkenkrabberhotels, en ook een belangrijke verkeersader, auto's rijden in dichte menigte heen en weer. Hotel Indonesia is zo'n superdeluxe hotel waar je je alleen kunt thuisvoelen als je stikt van de Amerikaanse dollars. Dure bars en nightclubs en restaurants tref je erin aan, ook enkele luxewinkeltjes, een bankfiliaal. travel agency, enzovoort.
[Vervoort – Vanonder de koperen ploert, 203] 

 

Laten we hopen dat het weer iets van de vroegere gezelligheid ademt – alsjeblieft niet nòg zo’n enorme pronkkast als het op Amerikaanse smaak – èn prijzen! – afgestemde Hotel Indonesia, waar ik later eens overnachtte. Niets herinnert de toerist er daar nog aan dat hij zich in vriendelijk zonnig Java bevindt; het is een luxueus doorgangshuis van gigantische afmetingen.
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 24] 


Volg het plein.
Links: Hotel Grand Hyatt.

Oey Tjoe Tat: Ik kwam eens tijdens een trouwreceptie in het Hyatt-hoteI Mohammad Roem tegen, drie maanden voor zijn dood. Ik herinnerde hem aan de bijeenkomsten van de Grondwetgevende Vergadering en de sfeer daarna, die merkwaardige tegenstelling. Hoe was dat toch mogelijk, vroeg ik hem. Pak Roem zei toen: ‘Pak Oei, dit blijft tussen ons, maar dat fenomeen is mogelijk omdat wij een Nederlandse opvoeding hebben gehad!' Ik wist precies waar hij op doelde en dat bevestigde hij later ook. Namelijk dat wij in die Hollandse tijd hadden geleerd tot helderheid of tot een conclusie te komen via discussies over principes; persoonlijke elementen of relaties werden buitengesloten. Het ging om de zaak, niet om de persoon. [Verboden voor honden, 30-31] 


Steek
bij het stoplicht de Jl Thamrin over.

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Jl Thamrin Men kan zich heel goed voorstellen wat Sukarno bezield heeft, toen hij de economie van zijn land op losse schroeven zette om deze doorbraak naar buiten uit het koloniale stadsbeeld, deze boulevard-van-de-toekomst (voorlopig nog de enige in de hele archipel) te kunnen verwezenlijken. Bij de viering van het 435-jarige bestaan van Djakarta in 1962 sprak hij over zijn voornemen de stad te maken tot een ‘trotse toren', van waaruit de roep van het miljoenenvolk-in-opkomst over het land zou schallen; hij noemde toen die kostbare onderneming even onmisbaar voor het geluk en het gevoel van eigenwaarde van de Indonesiër als het bezit van een broek.
[Haasse – Krassen op een rots, 21] 


Ga weer terug naar het plein en ga linksaf: (langs het kanaal): Jl Sutan Syahrir (Grisseeweg).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Grisseeweg Nu loop ik over de Jalan Sutan Sjahrir (soms zie je de spelling Djalan, soms Jalan, soms Djakarta, soms Jakarta, de laatste spelling is zuiverder) vroeger was dit de Grissee-weg. Er loopt een kali, een rivier of liever een kanaaltje beneden langs, en er is veel toeterend verkeer. Voor mij is Jakarta toch voornamelijk een vreemde stad, ook al herken ik deze buurt enigszins.
Hier 'ligt' dus het stormachtigste deel van mijn jeugd, van elf tot negentien. Op de Grisseeweg die ik net achter me heb woonde in een huis-met-verdieping, toen iets heel bijzonders, en met airconditioning wat in de jaren dertig net werd ingevoerd, een heel rijk vriendinnetje.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 12] 


Ga linksaf: Jl Haji Agus Salim (Theresiakerkweg).

Theresiakerkweg

De bedelaar liep de Kooa Minami Don (zoals de Theresiakerkweg in de Japanse tijd en korte tijd daarna nog heette) af in een tempo zoals hij al in geen maanden gewend was. Dat kwam door de wind in de rug, de gure, barse wind van de westmoesson. Bij de grote cementen vuilnisbak iets voorbij de kerk gekomen stopte hij zonder er eigenlijk erg in te hebben, maar zijn neus nam direct de zurige rotte lucht waar van bedervende etensresten en stuurde meteen zijn benen linksaf de smalle opening binnen tussen de drie voet hoge muren. Hij hurkte neer om het vuil aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. Met een krampachtige schrikstuip sprong een straatkat weg als een plotseling tot leven gekomen vuilfragment, maar bleef dan gemelijk op het muurtje toekijken.
[Mahieu – Verzameld werk, 114-115] 


Ga linksaf: Jl Irian.
Ga bij de 2de zijstraat rechtsaf: Jl Biliton.

Bilitonkamp

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Jl Biliton

[De Japanners gebruikten gevangenen] voor het opvangen en uitwerken van Geallieerde radio-uitzendingen en voor het opstellen van propagandateksten, bedoeld voor uitzending naar Australië en de Verenigde Staten.
Zij richtten daar twee diensten voor op: een luisterdienst en een propagandadienst. Allen die daarbij tewerk werden gesteld, kwamen in Batavia met hun gezinnen (op zichzelf al een groot voordeel) in aparte wijken te wonen, resp. aan de Billitonweg (de luisterdienst) en de Tanah Abang-weg (de propagandadienst) – beide wijken waren afgesloten en mochten slechts met verlof van de Japanners verlaten worden. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 636-639] 
Rechts en m.n. links van deze straat lag het kamp.


Ga rechtsaf: Jl Lombok.
Ga
de 2de zijstraat linksaf: Jl Agus Salim.
Rechts: 75 – SMA St Theresia (E.L.S. “St Theresia” der Religieuzen Ursulinen v. Noordwijk – 1927, Cuypers en Taen).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng St Theresia

Men kan zich de verdeeling tusschen openbare en bijzondere scholen zoo voorstellen, dat de eerste bestaan op kleine plaatsen voor alle Europeesche kinderen, op de groote voor kinderen der minder gegoeden. Beter gesitueerden prefereeren vaak het bijzonder onderwijs; Roomsch Katholieke scholen, die tezamen een vierde van alle Europeesche leerlingen trekken, zijn talrijker dan de protestantsch Christelijke en de neutrale. [Insulinde, 172] 

Merkwaardig is, dat op de Europeesche lagere scholen de helft der inlandsche leerlingen door meisjes wordt gevormd. De jonge inheemsche vrouw vindt men thans als leerlinge aan alle verder gaande schooltypen; met 28 meisjes-studenten is zij in de Hoogeschoolwereld vertegenwoordigd. In totaal gaan er 500.000 meisjes school; zij vormen ongeveer een derde van de schoolgaande jeugd. Men kan er zeker van zijn, dat in een volgende generatie al haar kinderen onderwijs zullen genieten! [Insulinde, 202-203] 

Bij de overdracht was het schoolgebouw naast ons huis. aan de Theresiakerkweg bezet door de beroemde Siliwangi-divisie van de T.N.I., het Indonesische leger. De soldaten gedroegen zich keurig en al gauw kregen we contact met luitenant lsmael, een zeer beleefde en correcte jongeman. die ons kwam vragen of we er geen bezwaar tegen hadden. als er een typetafel in onze garage werd gezet, omdat zij zo'n gebrek aan ruimte voor de administratie hadden.
[Trekkers en Blijvers, 169] 


Rechts: Gereja Santa Theresia. (St. Theresiakerk – 1934, Van Oijen).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng St Theresiakerk De kerk is de dienaresse van de heerschende machten, ook al is zij dat niet meer zoo erg als in vroeger eeuwen. Zij preekt teveel hemel en te weinig aarde. Zij heeft nooit iets gedaan tot verbetering van toestanden. Zij heeft alleen berusting gepredikt en vertrouwen op het hiernamaals. Ik ben er zeker van, dat er tal van predikanten en priesters zijn, die persoonlijk twijfelen aan God, maar die toch voortgaan met dit preeken, eerstens omdat zij moeten leven, en tweedens omdat zij (en niet ten onrechte!) in den godsdienst een middel zien tot in toom houding van de massa. 'De horde’ is gevaarlijk, als zij niet meer bang is van de hel en van eeuwige verdoemenis.
[Walraven – Brieven, 379-381] 


Ga rechtsaf: Jl Gereja Theresia (Soendaweg).
Rechts: SMA – AMK St Theresia. (Strada Mulo School. – 1927, Baumgartner).

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Strada Mulo School Aan het hoofdfront kwamen te liggen de beide zalen voor teekenen en natuurkunde [eerste 8 ramen] met de bijbehoorende vertrekken als modellenkamer resp. laboratorium, verder de vertrekken voor den Directeur en voor het personeel, voorts de hoofdingang met de hal. De volgorde volgens de looprichting, nw > zo, is: 6 ramen – natuurkundelokaal, 2 ramen – laboratorium, 3 smalle ramen – kamer voor onderwijzers, hoofdingang, 3 smalle ramen – kamer voor directeur, 2 ramen – modellenkamer, 6 ramen – tekenzaal. In aansluiting aan de beide zalen, zoowel rechts als links, kwamen de leslokalen te liggen en wel zes aan elken kant. […] Aan beide zijden loopt een ruime galerij, die aan den voorkant in de hal uitkomt. De afsluiting van de binnenplaats in het Zuiden wordt gevormd door het gymnastieklokaal. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift-31, 205] 

Deze week is ’t gebouw van de Poetera geopend in de Strada-school. Dat is alles wat beschikbaar was voor ’t hoofdkwartier van de Indonesische beweging. Niettemin uitbundige dankbetuigingen van boeng Karno die, naar men zegt, Hatta begint te irriteren. Ik krijg de indruk dat de beweging Soekarno aan populariteit begint te verliezen. Soekarno is niet de sterke man maar een ijdeltuit,
[Jansen – In deze halve gevangenis, 202] 


Ga terug en ga rechtsaf: Jl Agus Salim.
Ga linksaf: Jl Wahid Hasyim. (Oude Tamarindelaan).
Rechts: de hoek met Jl Agus Salim (Kantoor van Arbeid (Dept. v. Just.).

Maar onder die uiterlijkheid school de ernstige plichtsbetrachting van een man [G.G. Van Limburg Stirum], die zich door zijn zorgen niet gedrukt voelde, doch er niettemin voortdurend van vervuld was. Die zorgen gingen voor een groot deel uit naar het welzijn der inheemse bevolking. Toen voedseltekort dreigde liet hij onderzoeken of inkrimping van het plantrayon der suikerondernemingen met een derde, voldoende gronden voor de rijstbouw zou opleveren. Hij liet dit denkbeeld, waar van belanghebbende zijde heftig tegen geopponeerd werd, eerst varen nadat de rijstaanvoeren uit Siam toenamen. Aan de Arbeidscommissie gaf hij opdracht, het vraagstuk der invoering van minimumlonen in studie te nemen, en tevens gaf hij de stoot tot oprichting van het Kantoor van Arbeid en het Centraal Kantoor voor de Statistiek.
[Koch – Batig slot, 22-23]


Links: Warenhuis Sarinah.

Sarinah

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Warenhuis Sarinah

Enkele van de nieuwe gebouwen aan de Djalan Thamrin behoren tot de status- en grandeurprojecten, die wijlen president Sukarno voorrang verleend heeft boven directe hulp aan het volk. De artikelen in het reusachtige warenhuis Sarinah (twaalf verdiepingen met roltrappen, dakterrassen, kinderspeeltuin, nachtclub) gaan voorlopig de koopkracht van de gemiddelde burger verre te boven; toch is het gebouw steeds vol mensen, die gewoon maar komen kijken, en de voorhal heeft de functie gekregen van een overdekt plein, waar men elkaar ontmoet, zijn kinderen op een ijsje trakteert, uitrust in de koelte.
[Haasse – Krassen op een rots, 19-20] 

 

ILW Jakarta 12 Gondangdia Menteng Djalan Thamrin