De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018.
De wandeling in PDF formaat.

 Begin van de wandeling Jl Mangga Dua, hoek Jl Pangeran Jayakarta (Gelderlandsche weg / Jacatraweg). 

Gereja Sion.

Portugese kerk

ILW Jakarta 3 Glodok Portugese Buitenkerk

Portugese of Buitenkerk.

In Utrecht, of in elke andere willekeurige Hollandsche stad, kun je zulke kerkbanken en kaarsenkronen zien, en ook zulke gele klinkertjes, maar in Indië hebben we niets anders dan het schamele restje, dat Batavia als door een wonder nog bezit.
[Walraven – Brieven, 455-456] 

… kerken, zoals bij voorbeeld de Portugese of Buitenkerk, die precies zo in Leiden of Gouda hadden kunnen staan. 'In Utrecht, of in elke andere willekeurige Hollandse stad kun je zulke kerkbanken en kaarsenkronen zien, en ook zulke gele klinkertjes,' schrijft Willem Walraven vol heimwee in een brief van 1939.
[Haasse – Krassen op een rots, 48-49] 

Tot aan 1725 waren de kolommen, die het dak dragen van hout. De preekstoel dateert van 1808. Met het zetten van deze nieuwe preekstoel werd tegelijk de kerkekamer vergroot door het verplaatsen van het beschot, dat dientengevolge aan weerskanten tegen het midden van dat gestoelte kwam te rusten. Het tegenwoordige orgel is mogelijk hetzelfde, dat er in 1804 stond en aan de Binnenkerk behoorde. [Oud Batavia I, 307] 

[Het Indische Leven, 3-39, 773] Op de achtergrond de Gouverneur-Generaalsbank met daarboven het orgel. →

 

Grafsteen Gouverneur-Generaal Reiniersz.

ILW Jakarta 3 Glodok Grafsteen Gouverneur Generaal ReinierszOnder de toenmaals verkochte steenen zal die van G.-G. Carel Reiersz hebben behoord, die vele jaren te Soerabaja heeft gelegen maar onlangs naar de Buitenkerk is overgebracht, waar hij eene zonderlinge vertooning aanbiedt, omdat het jaartal op den steen zooveel ouder is dan dat op het gedenkbord van de opening dezer kerk, hetwelk aan den wand hangt. [Oud Batavia II, 345 noot] 

In de kerk werd de lijkbaar over het open graf geplaatst, de ornamenten op het fluweelen kleed gelegd, dat de kist bedekte, en alzoo de doode held een nacht door hellebaardiers bij kaarslicht bewaakt, waarna de kist in den kuil werd neergelaten en de ornamenten daarboven gehangen in eene “wapenkas”. [Oud Batavia II, 166-167] 

 

Het Jassemkerkhof.

ILW Jakarta 3 Glodok JassemkerkhofNu moet men weten dat het Buitenkerkhof bij de Buitenkerk ook genoemd werd Jassemkerkhof, omdat het gelegen was bij de Jassembrug. En deze brug ontleende haar naam aan de stapelplaats van ‘Jassemsche balken’ dat wil zeggen: balken uit Tjiasem, welke benaming voor houtwerken uit officieele stukken blijkt.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 204-207] 

Niet minder aandacht dan de kerk verdient het kerkhof, dat, zooals gezegd, vrijwat ouder is dan het steenen gebouw. Meermalen is dit vergroot, onder anderen in 1738 met een deel van den vroegeren tuin van Zwaardecroon, die vlak achter de kerk zijne buitenplaats had aan den Gelderlandschen weg. [Oud Batavia I, 308-309] 

Met een béétje veine kon men nog lang op de ziekenlijst pronken na voor eeuwig van aardsche beslommeringen verlost en op het Buitenkerkhof weggestopt te zijn. [Oud Batavia I, 334-335] 

 

Het graf van Zwaardecroon.

Zwaardecroon

ILW Jakarta 3 Glodok graf Zwaardecroon

Buiten sta ik nog even stil bij Zwaardecroon’s laatste rustplaats, het enige graf van een gouverneur-generaal uit den Compagniestijd, dat hier, omdat het op een pauperskerkhof lag, bewaard is gebleven. Ik loop over het kerkhof, ‘het Jassenkerkhof’, tientallen malen omwoeld, steeds voor nieuwe graven. De klok hangt in de houten stelling, naast de kerk, om de hoek. Het is er nog allemaal, en ik verheug mij daarover!
[Walraven – Eendagsvliegen, 287-288] 

Hier is iedereen een ‘Weledele Heer’. Als je in Batavia nog eens tijd hebt, ga dan eens kijken naar de Portugeesche Buitenkerk, aan den weg van Jakatra, bij de Jassenbrug. Voor den ingang, aan de rechterhand, ligt het graf van den eenigen gouverneur-generaal uit den Compagniestijd, dat nog intact is: Hendrik Zwaardekroon. Welnu, op zijn zerk (of eigenlijk is het een koperen plaat, die er op ligt) staat: ‘de weledele Heer Hendrik Zwaardekroon’. Dat was toen, in 1728, voldoende voor een ex-gouverneur-generaal.
[Walraven – Brieven, 320-321, 322] 

 

De Gereja Sion ligt aan de Jl Pangeran Jayakarta (Jacatraweg).

Jacatraweg

De Jacatrasche weg moet in de 18e eeuw de lustwarande van Batavia zijn geweest; de schrijvers uit dien tijd zijn niet uitgepraat over z’n heerlijkheden; men kan zich dien denken als een aaneenschakeling van sierlijke en aanzienlijke buitenverblijven – thuynen genoemd – van mooien aanleg en met rijke plantenweelde; verblijven die stellig niet onderdeden voor de buitenplaatsen aan de Vecht en andere in het vaderland; [Het Nederlandsch-Indisch Huis oud & nieuw-1, 117-119] 


Links, op ruim 100 m. en in de bocht van de Jl Pangeran Jayakarta, staat de Toyota Showroom. Dat is ongeveer de plaats van de voormalige woning van Erberfeld

Meer informatie

Erberfelt (Pieter) was een vermogende halfbloed Europeaan die (naar op de pijnbank verkregen bekentenissen) een uitgebreide samenzwering op touw zette om alle Europeanen te vermoorden en daarna zelf hoofd van de regeering te Batavia te worden. [Geïllustreerde Encyclopaedie van N-I, 297-298] 

Waar Valentijn verhaalt van de samenzwering en het landverraad van de mesties Pieter Erberveld, die op 22 April 1722, 59 jaar oud, met de Javaan “Cartadria alias Radeen genaamd” op de meest afschrikwekkende wijze werd terechtgesteld, laat hij er een vers op volgen dat hij op 25 September van hetzelfde jaar ontving en waar de initialen L. V. B. onder staan.
[L.V.B. in: De muze van Jan Compagnie, 149-150] 

Ook werd het huis van Erberveld, dat op de weg van Jacarta stond, neergehaald en vernield. Daar werd een gedenkteken opgesteld, gemetseld van steen, met een doodshoofd erbovenop met een pen erdoor dat het hoofd van Erberveld verbeeldt, en met een blauwe zerk waarin in het Nederlands en Javaans deze woorden zijn gehakt: uit een verfoejelijke gedagtenis tegen den gestraften landverrader, Pieter Erberveld, zal niemand vermogen ter dezer plaatze te bouwen, timmeren, metzelen, of planten, nu, often eenigen dagen. Batavia den 22 April Ao. 1722.
[Valentijn in: Omstreden Paradijs, 48-49] 

ILW Jakarta 3 Glodok Prent van Johannes RachZe zouden naast elkaar rijden, één hand op de schouder van de ander, de andere hand los van het stuur. Zo zouden ze snel, zeker en met wapperende haren, dwars door het stadsverkeer glippen. Een goede kamer zou ze hem geven. Ze zou hem ook de stad te laten zien. Samen zouden ze langs de oude, Jacatraweg fietsen en hij zou staan te kijken van het doodshoofd van Pieter Elberfeld, dat stond te grijnzen op een muurtje langs de kant.
[Zikken – Gisteren gaat niet voorbij, 17-18] 

Ze fietsten naar buiten, soms langs Goenoeng Sari, langs de oude Jacatraweg waar het muurtje was waar de schedel van Pieter Elberfeld op een staak was gezet. Voorbij die schedel werd de weg hoe langer hoe stiller en ze konden een zijpad inslaan dat eigenlijk geen zijpad was. Ze gooiden hun fietsen neer en hurkten in de schaduw van een boom. Iskander speelde op zijn fluit. Melissa neuriede een tegenmelodie. Ze vergaten dat het laat werd.
[Zikken – Gisteren gaat niet voorbij, 94] 

Verder dan de Jacatraweg ben ik met Wasito nooit gekomen en dat alleen maar omdat hij het nodig had als illustratie voor zijn betoog over Elberfeld en diens afgehakte hoofd. En ook voor zijn verhaal over het gezag van de Nederlanders in Indië, waaraan volgens hem nogal wat ontbrak. Die Elberfeld was een Indo geweest en in de achttiende eeuw werd hij gevierendeeld, zogenaamd omdat hij complotteerde tegen het Nederlandse gezag.
[Zikken – Landing op Kalabahi, 105] 

... het hoofd van Pieter Both, witgekalkt als de muur waarop het aan een speer vastgestoken stond ...
[Haasse – Zelfportret als legkaart,120-121] 

Zij vertelde mij dat zij sinds de jaarlijkse verplichte schoolexcursie naar de bezienswaardigheden van Oud-Batavia steeds moest denken aan Pieter Eberveld, de op 14 april 1722 terechtgestelde samenzweerder tegen de Compagnie, wiens witgepleisterde doodshoofd, op een spies gestoken, nog altijd te kijk stond op een brok muur aan de Jacatraweg.
[Haasse – Sleuteloog, 89-91] 

Over dezen armen drommel, more sinned against thans sinning, en zijn schandsteen aan den weg van Jacatra is echter reeds zooveel geschreven, dat wij dien ouden vriend hier liever met een knikje voorbijgaan. [Oud Batavia I, 547] 

Het is een oud verschijnsel, en wijlen dr. De Haan heeft ons met het proces-Erberfeldt uit de verre Compagniestijd aangetoond wat er soms viel te bereiken met een gang naar de schout. Deze traditie is nog op verre na niet uitgestorven in Indië. Een aanklacht, gestaafd door een paar lieden, waarbij de aangeklaagde buiten staat is, of buiten staat wordt geacht, het tegendeel te bewijzen, brengt iemand in de gevangenis en overstelpt hem met allerlei ander leed.
[Walraven – Eendagsvliegen, 242-243] 

Het gedenkteken is herplaatst. Zie de Wandelingen Jakarta 2 (Museum Fatahillah) en 5 (Begraafplaats). [Het Indische Leven, 3-20, 386-387] – [Nederlandsch Indië – Oud & Nieuw-4, 37-38] 

 

Ga rechtsaf: Jl Pangeran Jayakarta.
Ga linksaf: over de brug: Jl Jembatan Batu (Djembetan Batoe).

ILW Jakarta 3 Glodok JassembrugZooals wij hebben gezien, was in den oorspronkelijk lijnrechten weg van Jacatra, die aanliep op de oude Stadslandpoort, eene kniebocht gekomen, toen deze poort afgebroken en de Nieuwpoort gebouwd was. Eene nieuwe brug tegenover het bastion Gelderland, welke soms de Gelderlandsche maar in den regel de Jassembrug heet, leidde voortaan van het Oosten naar de Zuidervoorstad. Op die brug stond een hek, dat ’s nachts gesloten werd. Toen nu omstreeks 1663 de grachten der Oostervoorstad waren gegraven en zich hier eene Mardijkerbevolking vestigde, werd in 1667 tegenover Gelderland een wachthuis gezet “op de cruijswegh”, dat is op het punt, waar de Gelderlandsche of Sontarsche weg samenkomt met de weg van Jacatra [...]. In dit wachthuis lag voortaan eene Mardijker wacht. Het wordt nog in 1812 vermeld als “de planke pappangerswacht aan de Jassembrug” en is op platen van Heydt en Rach te zien. In 1669 werd bij het wachthuis een begraafplaatsje aangelegd. Voor de Mardijkers werd hier Vrijdagsavonds gepreekt in eene loods, waarbij anno 1667 een klokkestoel werd geplaatst met dezelfde in 1675 te Batavia gegoten klok, die nog heden de gemeente oproept tot de godsdienstoefening in de Buitenkerk. [Oud Batavia I, 304-305] 

De Maleische benaming der brug is Djambatan Senti; daarom heet de Buitenkerk in de Chineesche geschiedenis van Batavia “de kerk te Siënti-ti”. In het Bataviasche Portugeesch was seenti (Port. cinta) een gordel. Misschien gebruikte men dit woord dus ook voor: singel (eigenlijk: cingulum, gordel), zoodat dan Djambatan Senti zou beduiden: de singelbrug, of de brug over de buitengracht. [Oud Batavia I, 304, Noot] 

 

Ga rechtsaf: Jl Pinangsia Timur. (Buitenkaaimanstraat)

Ga de brug over de Kali Ciliwung over
en ga meteen rechts weer een brug (met een hek) over.

Ga rechtdoor, langs de parkeerplaats.

Rechts: Sekolah Dasar Negeri 1.

Verder loopt ’t hardnekkige gerucht dat een groot aantal Nederlandsche krijgsgevangenen, namelijk die oorspronkelijk uit Batavia kwamen, hier aangekomen zijn uit Tjimahi en in Glodok in een naburige school ondergebracht. Ligt verder transport in de bedoeling?
[Jansen – In deze halve gevangenis, 49a] 

 

Links: Glodok Plaza.

Op dit terrein lagen in het begin van de 20ste eeuw het ‘Dwangarbeiders Kwartier’, voordien het ‘Kettingkwartier’ geheten, de ‘Strafgevangenis voor Doortrekkenden en Psychopathen, afd. Glodok’ en het Stadsverband.

Gevangenis

ILW Jakarta 3 Glodok Strafgevangenis

Nadat wij over eene kleine, slechte brug waren gegaan, bevonden wij ons op eene plaats, die met grachten omringd was, welke eene soort van klein eiland vormden. Hier zagen wij het verblijf der dusgenoemde kettinggangers of misdadigers, die tot de ketting of tot dwangarbeid veroordeeld zijn. Twee groote, luchtige zalen kunnen van tweehonderd tot tweehonderd vijftig van deze ongelukkigen bevatten; zij worden met veel menschlievendheid behandeld; men doet hen aan wegen, aan kanalen en andere openbare werken arbeiden.
[Olivier – Tafereelen I, 163-165] 

En toen Van der Capellen in 1824 een apart Stadsverband oprichtte, waar hulpbehoevenden werden verpleegd en gevoed en vrouwen met venuskwalen werden afgezonderd, was dit helaas weder in de onmiddellijke nabijheid van het in 1822 gebouwde nieuwe Kettingkwartier. De zieke gevangenen bleven inmiddels steeds onder behandeling op het Stadhuis. Toen eindelijk in 1846 de stadhuisgevangenis werd opgeheven en eene aparte gevangenis werd gebouwd beoosten Molenvliet, kwam men waarlijk alweer op den inval om het Stadsverband, dat tot dusver bij het Kettingkwartier stond, bezuiden deze nieuwe gevangenis te plaatsen, zoodat het denkbeeld, dat ziekenverpleging in verband staat met vrijheidsberooving, zich bij den Inlander wel onwrikbaar moest vastzetten. [Oud Batavia I, 288-289] 

… een aantal zoogenaamde stadsverbanden voor de rest van de bevolking. Uit den aard der zaak vonden in deze inrichtingen in de eerste plaats personen opname, die onder gouvernementstoezicht stonden: militairen, pradjoerits, gestraften en prostituees, of die voor hun omgeving gevaarlijk waren: krankzinnigen en leprozen. [Insulinde, 72, 73] 

Ik heb ook eerste berichten van na de capitulatie uit Batavia. De toestand is er niet bijster aangenaam. De Japanners treden er zeer streng op. Vele hoge ambtenaren zijn al in arrest gesteld. De resident van Batavia, mr. Abbenhuys en burgemeester ir. Voorneman zijn geboeid door de straten naar de Glodok-gevangenis gevoerd.
[Bouwer – Het vermoorde land, 33a] 

 

Ga in de zelfde richting verder: Jl Pinangsia Raya.

Het eerstvolgende kruispunt heette vroeger het Glodokplein, genoemd naar de Chinese wijk Glodok.
Het plein is niet meer als zodanig herkenbaar.
Links was een overtoom en vervolgens naar het zuiden de gekanaliseerde kali Ciliwung: Molenvliet.
Het eerste gedeelte is gedempt.
De wegen langs het kanaal heetten Molenvliet Oost en Molenvliet West, nu Jl Hayam Wuruk en Jl Gajah Mada.
In 1661 werd de nieuwe vaart “Molenvliet” gedoopt, welke naam in den Compagniestijd eveneens toekomt aan het water, dat wij thans Rijswijk noemen, van de Cavadinobrug tot de Harmonie. De Groote Rivier benoorden den dam bij Noordwijk kon dus langzamerhand opdrogen, maar het bleek alras, dat bij bandjir de nieuwe vaart Molenvliet al het kaliwater niet kon verzwelgen. [Oud Batavia I, 134-136] 

 

Glodok

ILW Jakarta 3 Glodok vooroorlogse Pasar Glodok

Geheel rechts op de foto: het gebouw van de vooroorlogse Pasar Glodok.

Maar een der aantrekkelijkste gebouwen is ongetwijfeld de Pasar Glodok, een moderne winkelgalerij om een wijden binnenhof. Het terras boven de uitgangspoort is tentvormig overbouwd en als restaurant ingericht. Bovendien is de stijl van dien bovenbouw, hoewel niet direct gevolgd, toch in het karakter der Chineesche winkels gehouden. [Mijn Indische Reis, 31-32] 

Lie Min is een koffiestandje in de Pasar Glodok zelf aan de Pantjoran-zijde. Zijn perceel is maar vier bij vier meter groot en daarvan is de helft bezet door tafeltjes, leuningloze krukjes, toonbanken en de keuken. De rest is voor de gasten.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper II, 240-241] 

Vermoedelijk komt het door het nauwe Gadja Mada en Hajam Wuruk (Molenvliet), dat ik een gevoel van vrijheid en onbezorgdheid krijg als ik op het Glodokplein arriveer. Want het is geen plezierritje van Hotel des Indes af naar de kota toe. Een smalle weg tussen een railingloze gracht en onhebbelijk tot vlak aan het asfalt opgedrongen pètaks, volkomen overbelast met alle denkbare middelen van vervoer en alle denkbare en ondenkbare listen en lagen om elkaar te passeren of de pas af te snijden in een onafgebroken vuurwerk van straatlawaai.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper II, 184-185] 

Verkoop van meubilair door Europeanen is verboden. Je moet wachten tot de belastingdienst of de Japanners het gratis of nagenoeg gratis (bijvoorbeeld tegen verrekening met steungeld) komen afhalen. Maar de Arabieren loopen stilletjes huis aan huis. Ze zijn ondanks alles nog weldoeners. Er is een groote clandestiene handel van barang uit Europeesche buit afkomstig. Ook van Chineesche voorraden die boven de officieele marktprijs verkocht worden. Op Glodok is een 'zwarte markt', waar vrijwel alles te krijgen is.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 153] 

 

Rechts: Jl Pintu Besar Selatan (Buiten Nieuwpoortstraat).

ILW Jakarta 3 Glodok Buiten NieuwpoortstraatGing men de Kali Kroekoet over, dan kwam men in de Zuider- of Nieuwpoortsche voorstad, d.i. dat gedeelte van Batavia, dat nog door de breede Buiten-Nieuwpoortstraat in tweeën gedeeld wordt. Hier in deze voorstad, moeten tal van Europeesche woningen gestaan hebben en dit zou ook niet anders hebben kunnen zijn, waar toch bijv. de bekende geschiedschrijver Valentijn opgeeft, dat zich in het jaar 1723 te Batavia 894 groote en 1414 kleine Hollandsche huizen bevonden. Het grootste aantal van deze huizen moet toen reeds buiten de wallen van Batavia gestaan hebben. [Rond 1800 trokken de Europeanen richting Weltevreden] En de Chineezen, wier aantal als met reuzensprongen vooruitging, die daarom alleen al heel wat minder eischen aan de plaatsen hunner vestiging konden stellen [namen] de door de Europeanen verlaten plaatsen in. [Het Nederlandsch-Indisch Huis oud & nieuw-1, 215-216] 

Buiten-Nieuwpoortstraat in 1876 →

 

Recht vooruit: Pasar Glodok

ILW Jakarta 3 Glodok Pasar GlodokOverstelpt door de honderden winkels en winkeltjes met een deel van hun koopwaar kleurig geëtaleerd in de, volle zon, met uithangborden die elkaar in alle formaten, kleuren en op alle mogelijke hoogten en laagten haast verdringen, beperk ik mij tot een supermarket. Het grote gebouw is verdeeld in vele kleine winkeltjes, van elkaar gescheiden door nauwe paadjes. Het is alles Japans was de klok slaat, fototoestellen, horloges, radio's, bandrecordes, brillen, verrekijkers. Op een van de bovenverdiepingen worden er ook batikprodukten te koop aangeboden maar het trekt me hier niet. Ik blijf een tijdje staan op een van de galerijen die helemaal rondom lopen, ik kijk omlaag en zie weer een vuilnishoop op de straat, temidden van glimmende geparkeerde auto's waartussen de Mercedessen niet zeldzaam zijn.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 57-58] 

 

Steek over en ga schuin-rechts: Jl Pancoran (Pantjoran).

Pantjoran

ILW Jakarta 3 Glodok Pantjoran 01

ILW Jakarta 3 Glodok PantjoranPantjoeran is een gedempt water. Een pantjoeran is een pijp, of een bamboe, waaruit water stroomt, en daar kwamen de matrozen van de schepen met schuiten om water te halen in vaten, dat vloeide uit een ‘tank’, waaraan nu nog herinnert ‘gang Tangki’, daar vlakbij. Uren moesten ze dan wachten en dan gingen ze intusschen er eentje nemen bij de Chineesche kroegbazen of bij de Trijntjes, die daar in de buurt woonden, en Pantjoeran moet in den Compagniestijd de moeite waard zijn geweest! En nog, als je daar in den avond zit, komt het verleden je voor den geest. Van die zijde van Batavia houd ik wel, ook al maakt het me bedroefd. Ik word er zeer door geroerd, misschien omdat ik hier al zoolang ben en je daar zoo goed kunt zien, wat er van ons terecht komt, als wij ons hier voorgoed vestigen, iets wat wij nooit moeten doen. Ik heb Pantjoeran nog ongedempt gekend en er lag een overtoom in, met houten rollen, waarover prauwen werden gesjord, die in den Molenvliet moesten. Alles is verdwenen.
[Walraven – Brieven, 322-323] 

 

Rechts: (42) Fortuna Hotel, op deze plaats stond Restaurant “Tay Tong”.

Er dreef een lucht van carbid, walmende olie, vis en paardenmest. Inlands en Chinees publiek slenterde in dichte drommen over de trottoirs. Beneden naast het restaurant was een bioscoop; alle muren van het gebouw en van de aangrenzende huizen waren bedekt met aanplakbiljetten die woeste taferelen van achtervolging, moord en doodslag te zien gaven in schelle kleuren.
[Haasse – Zelfportret als legkaart, 131-132] 

Toen de Japanners er eenmaal waren was 't hek van de dam. Op Glodok werd Thay Thong belegerd en niet veroverd, omdat de bezetting de eene flesch na de andere op straat smeet tot 't plaveisel bezaaid was met scherven.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 76] 

 

Rechts: (46 Restaurant) Ayam Goreng, op deze plaats stond Restaurant Tiong Hoa.

ILW Jakarta 3 Glodok Restaurant Tiong HoaDoch men kan nog zeer goed eten op Pantjoeran, even goed als in de dagen van Maetsuycker en Camphuys. Ook wij gingen als de dichtende matroos van die tijden, ‘naar het Sneesje’, naar het restaurant Tiong Hwa.
[Walraven – Eendagsvliegen, 294-295] 

Het Glodokplein, waar nog altijd het Chinese restaurant Thiong Hwa stond, dat met z'n balkon aan de voorzijde uitkijkt op het straatgewoel beneden. Toen ik een jongen was, gingen wij, mijn vriendjes en ik, er al bami eten wanneer we verhit van de fietstocht terugkwamen
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 25-26] 

Batavia zelf scheen een verzamelplaats voor bedelaars met de meest afzichtelijke wonden te zijn geworden, vooral in de Benedenstad strompelden ze rond, elken middag een eerewacht vormend voor Chineesche restaurants als Tiong Hwa, op Pantjoran.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 94] 

 

Ga voor de brug rechtsaf: Jl. Toko Tiga Seberang.

Aan deze straat lag Restaurant “Jin Sie”.
Jansen spreekt over Restaurant “Jit”, het is de samensteller echter niet bekend waar voor WO II een restaurant van die naam heeft gelegen. Na de oorlog was er wel een Restaurant Jit Lok Joen, aan de Jl Hos. Cokroaminoto (Javaweg hoek Besoekiweg).

… en dan barst een orkaan-regen los, terwijl wij al in Jit zitten. We zijn de eenige gasten, zij in een zwart mantelpakje, op 't voorterras. In het donker van de straat zie ik een vrachtauto passeeren met een flikkerende bajonet en schimmen van krijgsgevangenen. Misschien zijn er kennissen bij, misschien zelfs ziet haar eigen man daar zijn vrouw zitten met een vreemde in 't verlichte restaurant, terwijl hij ergens heen gebracht wordt om nog een paar kisten te lossen of half verroeste auto's weg te zeulen.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 114] 

 

Ga rechtsaf, de verkeersbrug over, daarna linksaf en verder langs de rivier: Jl Tambora IV (Blandongan).
Rechts: 16-20 Chinese huizen.

ILW Jakarta 3 Glodok BlandonganNr. 20: 
Het is een oud Chinees huis, dus van het hacienda-design ongeveer: vertrekken plus verdieping gebouwd rond een soort hofje. Alles is tjok en tjokvol, maar op zijn plaats en zindelijk. Een tocht naar het kantoor van Pah Wongso, helemaal boven, leidt door voor- en achterportalen, neven- en bijvertrekken, trappen met spreuken beschilderd, een verweerde houten pop als een oud boegbeeld, een veranda met vogelkooien en een formidabele kaka om tenslotte te eindigen in een tafels-, stoelen-, paperassen-, maskers-, hoeden- en Babylonische verwarringsmassa, in het midden waarvan Pah Wongso gedoken zit als een oude, wijze kraai. Maar echt Oud-Indisch gastvrij, vriendelijk en spraakzaam.

[Robinson – Piekerans van een straatslijper I, 106, 109-110] 

Stellig zal het de moeite waard zijn na te gaan, hoe de oud-Hollandsche en Chineesche bouwtraditie’s elkaar beïnvloed hebben. De wijze waarop de huizen met de nokken der daken veelal evenwijdig aan den weg, de straatwand vormen, is bijzonder fraai. De huizen waren ook goed in proportie met de straatbreedte. [Locale Techniek-6-1, 5] 

 

Ga de brug over de Kali Krukut over. 
Rechts:
Jl Tambora V (Gang Blandongan)

 ILW Jakarta 3 Glodok Gang Blandongan 2015  ILW Jakarta 3 Glodok Gang Blandongan 1920 ILW Jakarta 3 Glodok bidhuisje
Anno 2015 1920
voormalige bouw
“Hollandsche huisje, dat nu bidhuisje is geworden”. [Helaas niet meer aanwezig]

 

Achteraf heb ik nog aan enkele dingen gedacht, die we hadden kunnen gaan zien. Zoo kun je b.v. gemakkelijk te voet even gaan naar Gang Blandongan, waar dat Hollandsche huisje staat, dat nu bidhuisje is geworden. Er is een plaat in het album van De Haan van.
[Walraven – Brieven, 473-474] 

Aan zijne nok verraadt zich ook de Chineesche bouwmeester der anders bijna volkomen Hollandsche woningen in Gang Blandongan, waarvan wij eene photo geven. Bovendien volgt een Chineesch huisheer gaarne den ouden regel om zijn leven verborgen te houden; deze huisjes staan dus achter een muur, welke in de rooilijn der straat ligt, en hebben derhalve een voorpleintje achter de straatdeur. [Oud Batavia II, 67-68] 

 

Rechts: Masjid Tambora.

ILW Jakarta 3 Glodok Masjid TamboraILW Jakarta 3 Glodok Hollandsche tegeltjesEigenaardig doet het aan, wanneer men in de stad Hollandsche tegeltjes ontmoet met bijbelsche voorstellingen of vaderlandsche poppetjes en huisjes en landschapjes. Evenals de klinkers zijn ze altijd in groote massa overgevoerd om aangebracht te worden hetzij in den voorgevel van huizen, hetzij in de kamers of op binnenplaatsen, zelfs in goten. Meestal lopen zij langs den vloer als een plint van twee of drie hoog; op de binnenplaats is de tegelbedekking van den muur hooger. Zij zijn blauw of bruin op wit. [Oud Batavia II, 65-66] 
Onze Hollandsche tegeltjes, die trouwens eene alleraardigste versiering vormen, werden te Batavia zoo geliefd, dat men zelfs inlandsche graven, ja, wat nog erger is, moskeeën met deze voorstellingen van menschen en dieren ziet getooid, welke vloeken tegen het Koranverbod om levende wezens na te bootsen, een verbod, dat anders zóó streng is nageleefd, dat men nagenoeg nooit een Oud-Hollandsch meubel in eene inlandsche woning ontdekt, waaraan niet de mensch- en dierfiguren, het “beeldwerk”, verminkt zijn. [Oud Batavia II, 67] 

 

Ga terug en ga rechtsaf de tweede (een brede, betonnen) brug over.
Ga linksaf, langs de rivier.
Ga rechtsaf: Jl Kamenangan VIIen volg deze straat naar links en naar rechts.
Ga rechtsaf: Jl Kemenangan III (Tasebio),
Links: 47 Gereja Katolik Santa Maria de Fatima. Tot 1955 huis van de Kapitein Chinees.
’s Ochtends en ’s avonds open.
Rechts: een voorstelling van de verschijning van Maria aan drie kinderen in Fatima in Portugal.

Kapitein-Chinees

ILW Jakarta 3 Glodok Gereja Katolik

Hun opperhoofd, waartoe in elke gemeente een er aanzienlijkste en achtenswaardigste Chinezen door het Gouvernement benoemd wordt, heeft den titel van Kapitein, en oefent een groot gezag over hen uit. De Kapiteins der Chinezen en hunne Luitenants worden gewoonlijk levenslang aangesteld ten zij het Gouvernement hen om een of ander misdrijf mogt afzetten.
[Olivier – Tafereelen I, 170-171] 

Wij begaven ons, na dit alles bezigtigd te hebben, naar het Chinesche kamp, waar wij bij den Kapitein dezer natie een kopje thee zouden drinken. De Chinezen zijn over het algemeen zeer wellevend en vriendelijk jegens de Europeanen, en zien het gaarne, dat men spijs en drank bij hen gebruikt.
[Olivier – Tafereelen I, 166-167] 

 

Volg de straat naar links.

Ga vlak voor de hoek van de straat linksaf. Een terrein met meerdere Chinese tempels met aan het eind de Klenteng Jin de Yuan – Dewi Wihara Dharma Bhakti – Deze Chinese Hoofd-Tempel is in 2015 door brand ernstig verwoest.

Klenteng

ILW Jakarta 3 Glodok Klenteng Jin de Yuan

Daarna begaven wij ons naar den grooten, aan Koan Im Ho Tjouw gewijden tempel der Chineesche gemeente, gelegen aan Klenteng, achter Pasar Glodok, welke ons als de fraaiste was beschreven. Den hoogopgaanden steenen muur, die slechts aan één der zijden onderbroken wordt door een klein poortje, omgaande, stonden wij weldra voor den hoofdingang van dit heiligdom, een in Chineeschen stijl opgetrokken ruime poort, waarboven eenige Chineesche karakters zijn aangebracht, den aard van het gebouw vermeldende. [Het Indische Leven, 5, 668-670] 

 

Verlaat het terrein aan de rechter zijkant.
Steek de Jl Kemenangan (Petak Sembilanover (of ga eventueel links ‘even kijken’).

Petak Sembilan

ILW Jakarta 3 Glodok Petak Sembilan

Via een klein pasartje komt dit kronkelgangetje uit op Petak Sembilan de weg die met een bocht via Petak Hong Giap en Toa Se Bio weer terugkomt op Toko Tiga en Pantjoran. Dit is de Klentèngbuurt waar vele tempels staan en uitstekende restaurantjes. Het samenstel van deze wegen omsluit de woonbuurt Kalimati, een zeer dicht bevolkt wijkje dat doorkruist wordt door een warnet van steegjes en slopjes, die voor de helft doodlopen.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper II, 185-187] 

Hij begint met te wijzen op de groote onreinheid van onze pasars, welke voor den vreemdeling zeer interessant zijn, maar voor den hygiënist pijnlijk om aan te zien. [De Locomotief, 22 Juni 1917] 

 

... en ga rechtdoor Jl Kemurnian II (Gang Torong).

ILW Jakarta 3 Glodok Gang TorongEn aan het einde staat nog altijd de klenteng, ‘de Chinese Kerk’, waarnaast de toren van Ds. Mohr stond, die natuurlijk verdwenen is. Ds. Mohr beoefende er later een soort internaat in voor ‘de borsten van de pen’. Daar kon men eertijds heengaan om nieuws te vernemen uit bijna officiële bron, en de Indische, of Bataviase zegswijze van ‘de Chinese Kerk zegt het’, moet hier van deze plek stammen.
[Walraven – Eendagsvliegen, 294] 

Deze begon nu spoedig zijn observatorium te bouwen, een 150 Meter van den Molenvlietschen dijk af, een gebouw van zes verdiepingen, waarvan de benedenste dienden als woonhuis. In 1784 werd het gebouw met wat daarbij behoorde eigendom van Willem Vincent Helvetius van Riemsdijk. Toen nu de Regeering in 1788 middelen beraamde om de “borsten van de pen”, die in het Kasteel ellendig gehuisvest waren, een beter onderdak te bezorgen, stelde Van Riemsdijk dit eigendom te harer beschikking, dat in de wandeling de “toren” werd genoemd. De weg, die naar het observatorium leidde, heet nog heden Gang Torong [Oud Batavia II, 276-279] 

 

Ga linksaf en daarna rechtsaf: Jl Kemurnian I (Gang Petak Baroe).
Ga rechtsaf: Jl Gajah Mada (Molenvliet West).

Toen de Nederlanders in Indië kwamen was er echter nog geen suikernijverheid en eerst later is de O.I. Compagnie ertoe overgegaan in den omtrek van Batavia eenige suikermolens op te richten, die door Chineezen werden gedreven met verplichting het product aan de Compagnie te leveren. [Geïllustreerde Encyclopaedie van N-I, 1334-1338] 

 

Rechts: Novotel. Wat naar achteren ligt: Candra Naya.

ILW Jakarta 3 Glodok Majoor Chinees klILW Jakarta 3 Glodok Huis van deMajoor ChineesHuis van Majoor Chinees Kauw Kim An.

[1 April 1922] Zondagavond had in de mooie woning van den Majoor-Chinees van Batavia, den Heer Khouw Kim An, een luisterrijk feest plaats ter gelegenheid van het huwelijk van een zijner zonen met een juffrouw Tan. [Het Indische Leven, 3-33, 649] 
In Batavia werden op 20 maart de z.g. majoor der Chinezen en enkele andere vooraanstaande Chinezen gearresteerd en zes dagen later gaf het hoofd van het militair bestuur, generaal Okazaki, de lagere militaire bestuursinstanties opdracht, lijsten van Chinezen op te stellen die verdacht werden van een anti-Japanse gezindheid. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 253] 

Onder meer trok hij de aandacht der éénige beeldschone dochter van den plaatselijken geneesheer Dokter Doebel, Molenvliet West, waar nu het huis staat van den kapitein-Chinees. Het gelukte den danslievenden Pool hart en hand te veroveren der schoone maagd met de rijke lokkenweelde, de heerlijkste oogen, met koraalroode lipjes, die bij een aanminnig lachje, hagelwitte tandjes lieten zien, met weelderige buste, fraaie leest en... ruim vier ton gouds!
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd I, 32] 

 

Links: Het gedempte Molenvliet.

ILW Jakarta 3 Glodok gedempte MolenvlietDaarop rolde het rijtuig over eene houten brug en kwam men alras op een breeden, stofrijken zandweg, ter linkerzijde door een beweegloozen stroom bruin water begrensd. Ter rechterzijde ving eene lange reeks van lage houten woningen aan. Aan de deuren was somtijds een hoogrood aanplakbiljet met groote, zwarte chineesche karakters bevestigd. Uitstallingen van snuisterijen of vruchten werden hier en daar opgemerkt in de geopende vakken, die voor vensters dienden. Chineesche kinderen, met witte kabaayen, speelden in den vollen, drukkenden zonnegloed.
[Ten Brink – Oost-Indische dames en heeren I, 8-10] 
Molenvliet vóór de demping →