De laatste waarnemingen zijn gedaan in 2018.
De wandeling in PDF formaat.

ILW Jakarta 7 Koningsplein alun alun

Pas na 1800 ontstonden de 'uitgelegde buitenwijken' van Batavia: Rijswijk, Noordwijk, Koningsplein (de zogenaamde long van de stad, op een schilderij uit de eerste helft van de vorige eeuw nog te zien in zijn oorspronkelijke staat, een reusachtige alun-alun midden in het dichtbegroeide land, met vrij uitzicht op de bergen Salak en Gedeh).
[Haasse – Krassen op een rots, 59-60] 

In 1809 besloot nu Daendels op zijne grootscheepsche manier om een reusachtig exercitieveld aan te leggen, dat Champ de Mars zou heeten. Daartoe werden van allerlei personen, meestendeels van Van Riemsdijk, de gronden aangekocht, die het oude weideveld van het Binnenhospitaal den omvang hebben gegeven van het tegenoordige Koningsplein. Het aplaneeren kostte echter veel geld en nog jaren lang bleef het terrein zeer moerassig. [Oud Batavia I, 415-417] 

Berlage: Het toekomstig Koningsplein tevens hart van Batavia belooft dus, wanneer dat plan wordt uitgevoerd, een waardig stadscentrum te worden, al zal het aanbeveling verdienen, het begrip toekomst zeker eenigszins ruim te nemen. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift - 26, 306a][Mijn Indische Reis, 33-35].

Omtrent het Raadhuis is besloten dit niet te situeeren in de centrale positie, die het op het plan innam, doch dit punt te reserveeren voor een gebouw voor algemeen-cultureele doeleinden, waarbij gedacht is aan een combinatie van een nieuwen schouwburg, met vergader-, concert- en tentoonstellingszalen, terrassen en dg. [Locale Techniek - 7-3, 88] 


Begin van de wandeling: De ingang van Lapangan Merdeka (Koningsplein) in de noordwesthoek van het terrein. 

Ga in de richting van de Monas: Monumen Nasional,
Volg het voetpad aan de linker kant
van de dubbelbaans weg.
Volg het voetpad schuin naar links
, aan de noordzijde van een groot plein.

ILW Jakarta 7 Koningsplein MonasEerst langs het vroegere Koningsplein, nu Merdekaplein, immense grasvlakte met in het midden de Vrijheidszuil, door een jeugdige, sceptisch geworden Indonesische intelligentsia oneerbiedig in Sukarno’s Last Erection omgedoopt; de puur gouden vlam die eruit oplaait moet de jonge staat een klein vermogen hebben gekost.
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 17-18] 

Midden op het veld rijst, blinkend in schijnwerperlicht, een torenhoge witte zuil, bekroond door een – naar men zegt met echt bladgoud bedekte – gebeeldhouwde vlam: het symbool van de vrijheid van Indonesië, dat in het stadswapen de plaats heeft ingenomen van het met lauweren omkranste zwaard van Batavia.
[Haasse – Krassen op een rots, 7-8] 

[In een plan voor het koningsplein werd in 1938 op de plaats van de huidige MONAS een cultureel centrum geprojecteerd.] “ ... dit punt te reserveeren voor een gebouw voor algemeen-cultureele doeleinden, waarbij gedacht is aan een combinatie van een nieuwen schouwburg met vergader-, concert- en tentoonstellingszalen, terrassen en dg. Tot een representatief geheel vereenigd, waar bv. ook congressen een goed en aantrekkelijk onderkomen zouden kunnen vinden.” [Locale Techniek, 7-3, 88] 


Het voetpad eindigt bij de ingang van de onderaardse gang naar de Monas.
Een muurtje en lage groene struikjes omgeven de trap, die leidt naar de ondergrondse ingang.
Ga linksaf en ga de trap af.

Koop een entreekaartje voor het bezoek aan het museum in de voet van het monument.
- Het museum bestaat uit een aantal diorama’s, die betrekking hebben op de historie van het Indonesische volk.
Tevens kan hier één kaartje worden gekocht om met de lift de toren in te gaan.
- De lift heeft een zeer beperkte capaciteit. Men moet daarom rekening houden met een lange wachttijd bij de lift.
- Ook dient men rekening te houden met een beperkt uitzicht vanwege de luchtvervuiling.
Na de onderaardse gang is het verstandig om eerst de trappen op te gaan naar het hoogste platform en daar te infomeren naar de mogelijke wachttijd voor de lift. Dan kan vervolgens besloten worden wanneer men het museum met de diorama’s zal bezoeken.

Ga met de lift naar het uitzichtplatform.

Uitzicht naar het noordoosten:

Sfeer

ILW Jakarta 7 Koningsplein noordoosten

Er is maar één bestendige macht en regeerende heerlijkheid hier – het wijde bruine veld onder den wijden blauwen hemel, met de wisselende donkerheden en flonkeringen er over heen, en dien horizont van somber-groene boomen rond alom. Die wijdte van hemel geeft aan het Plein een eigen toon en een eigen atmosfeer. De verandering in den loop van den dag en van het jaargetijde, waarnaar in de straten maar te gissen valt, hier vertoonen zij zich in al hun tinten en trekken.
[De Wit – Java, 30, 33-34] 

Hij had zich het Koningsplein altijd als een voornaam plantsoen voorgesteld, met een weelde van tropische gewassen, fonteinen en een standbeeld van Coen of Willem de Eerste. In plaats daarvan slungelde hij langs een dorre grasvlakte, zes keer zo groot als het Malieveld in Den Haag en tien keer zo kaal.
[Van der Hoogte – Huis in de nacht, 15-16] 


Uitzicht naar het zuidoosten:

Activiteiten

ILW Jakarta 7 Koningsplein zuidoosten

ILW Jakarta 7 Koningsplein zuidoosten 1Den Haag offerde aan nieuwen tijdgeest Lange Voorhout en Vijverberg, op het Koningsplein van Batavia, vroeger het stijlvolle, vierkante grasplein, de immense aloon-aloon, waar ter Zuidzijde, bij helder weêr, Salak en Gedeh blauwende zich afschetsen tegen de lucht, verrees een hôtel, een race-baan, een fuifpark en bedierven wat eenmaal statig en voornaam was van lijnen…. Laat ons toegevend zijn, evenals Salak en Gedeh, die nog, bij helder weêr, blauwen.
[Couperus – Oostwaarts, 113-114] 


Uitzicht naar het zuidwesten:

Manifestaties

ILW Jakarta 7 Koningsplein zuidwesten

Kleine Inlandertjes mochten de mitrailleurs vasthouden, die de soldaten op de vrachtauto’s hadden gezet. Goede propaganda, die de massa pakt. Er is wat dit betreft minder afstand tusschen dit bewind en het volk. Ze weten ook betere volksfeesten te organiseren. Op 't Koningsplein (nu 'Gambir' genoemd) komt Soekarno's stem zwaar door de radio. Hij wacht telkens op applaus. Hij articuleert langzaam het woord In-do-ne-sia als hij op effect uit is. Hij praat over de nieuwe politieke organisatie, die 1 Januari zal gaan werken als de geboortezang van een heel nieuw land. Dit bewind heeft de beste redenaars aan zijn zijde. Het verschijnt samen met die redenaars op dezelfde estrade. Er wordt enthousiasme gewekt, vooral bij de jeugd. De ouderen die op de tribune zitten luisteren waarschijnlijk wat sceptisch, maar ze zien toch ook in de gebeurtenissen van dit jaar de geboorte van iets nieuws voor hun land.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 85-86] 


Uitzicht naar het westen:

Toeren en ontmoeten

ILW Jakarta 7 Koningsplein westen

ILW Jakarta 7 Koningsplein westen 1Intusschen reed onze calèche in snellen draf langs het Koningsplein. De liefelijke koelte van den avond , het diepe zwart-blauwe zwerk, bezaaid met millioenen tropisch tintelende en tropisch lichtende gestarnten, de van voetgangers en rijtuigen wemelende weg, alle voorwerpen in ’t ronde deden mij aangenaam aan, stemden mij tot kalmte en tevredenheid, alles scheen mij aan te sporen het grievende van mijne dagelijksche taak te vergeten. De weg langs het Koningsplein, Rijswijk en Tanabang is des avonds vooral verrukkelijk schoon.
[Ten Brink – Oost-Indische dames en heeren I, 59] 

 

Ga na het bezoek aan de Monas terug door de onderaardse gang, ga de trap op en maak ‘boven gekomen’ een U-turn.
Ga in de richting van het standbeeld van de ruiter, naar Patung Pangeran Diponegoro, het standbeeld van Prins Diponegoro.

Diponegoro

ILW Jakarta 7 Koningsplein Prins Diponegoro

Hy zat me voorteteekenen hoe hy met z’n kolonne gemanoeuvreerd had, en hoe Diepo Negoro, ’t hoofd der opstandelingen, hem telkens wist te ontsnappen. ’t Kwam goed uit, dat ik in de streken waar de stryd hoofdzakelijk gevoerd was, twee jaren had doorgebracht, en dus beter was voorbereid om de verhalen van den ouden krygsman te begrypen, dan misschien anders het geval zou geweest zyn.
[Multatuli – Ideen IV, 264-266] 

[Multatuli:] Of is 't niet door trouwbreuk dat Diepo Negoro is gevangen genomen? Was hem niet vrijgeleide gegeven?
[Du Perron – Verzameld Werk IV, 358-359] 


Het park rond het standbeeld van Prins Diponegoro heette vroeger het Decapark.

Decapark

ILW Jakarta 7 Koningsplein Decapark

Men heeft de Decapark-tribune wel eens de Augiasstal van Hercules genoemd, maar dat is je reinste kwaadsprekerij. Deze tribune is immers Hercules zelf: beschikkend over een Herculische kracht en moedig voortlevend onder het Nessus-kleed van de verwaarlozing.
[Robinson – Piekerans van een straatslijper II, 35-36] 

[1924] Op den 1en en 2en Kerstdag werd in het Decapark te Weltevreden een wedstrijd gespeeld tussen Hercules (kampioen van Batavia) en H.B.S. (kampioen van Soerabaia) met als uitslag: 1e dag 4 – 1, 2e dag 0 – 2, zoodat Hercules zich den Texaco-beker, uitgeloofd door den Heer G. Galstaun, zag toegewezen. [Het Indische Leven - 6, 625] 


Ga – met de rug naar de Monas – linksaf en ga terug naar de ingang van het park; houd daar links aan.
Steek de Jl Medan Merdeka Barat (Koningsplein West) over en ga linksaf.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Koningsplein West 1ILW Jakarta 7 Koningsplein Koningsplein West 2Koningsplein-West, gezien naar het Noorden: 1876 en 1937.

 

Elke middag tussen vijf en zes gingen ze fietsen, zoals alle verliefde jonge paartjes in de stad dat deden. Er was geen vast ontmoetingspunt en je begon altijd alleen. Je reed een bepaalde route, je keek goed uit en bij toeval kwam je dan degeen die je zien wilde, tegen. […] Ze reed, nu eens in de ene richting, dan weer in de andere, een vaste route: Koningsplein West, Koningsplein Noord, de Citadelweg, Pasar Baroe uit, aan het eind omdraaien en terug langs de andere kant van dezelfde winkelstraat, dan langs Noordwijk, de Rijswijkse weg, Tanah Abang en misschien door de korte Museumlaan terug naar Koningsplein West. Je kon elkaar mislopen.
[Zikken – Gisteren gaat niet voorbij, 93-94] 


Rechts: Kementerian Koordinator Bidang Pembangunan Manusia.
Voordien het Passagekantoor van de Rotterdamsche Lloyd en het Hoofdbureau Passagedienst van de Stoomvaart Maatschappij Nederland.

Passagekantoor

ILW Jakarta 7 Koningsplein Passagekantoor

Eenigen tijd geleden ontving de N.V. Architecten- en Ingenieurs-bureau Fermont-Cuypers te Weltevreden opdracht tot het bouwen van een gemeenschappelijk kantoorgebouw voor de Stoomvaart Maatschappij “Nederland” en de “Rotterdamsche Lloyd” op een terrein aan het bekende Koningsplein te Weltevreden. [Het Ned. en Ned.-Ind. Huis - 18, 159-160] 

1870, het jaar dat de Stoomvaart Maatschappij Nederland werd opgericht met het doel een geregelde scheepvaart tusschen Nederland en Nederlandsch-Indië aan te leggen door het kanaal van Suez.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 68] 


Rechts: Radio Republik Indonesia.

Nirom

ILW Jakarta 7 Koningsplein NiromHier stonden het Hoofdkantoor en Studio’s van de Nederlandsch-Indische Radio Omroep, de “Nirom”.

Inderdaad, de radio toont thans meer dan ooit een zegen te kunnen zijn voor Indië.
Door de wijze, waarop de Nirom haar verzorgt, is zij dat beslist. Men zou, als een onzichtbare, gevleugelde geest, eigenlijk naar al die eenzame woningen op verlaten, afgelegen plaatsen in de binnenlanden van onzen Archipel moeten vliegen en daar ongemerkt een kijkje nemen door de vensters in de kamer waar de radio staat, om te beseffen, wat zoo’n apparaat beteekent voor de bewoners.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 77] 


Links: op het Lapangan Merdeka lag het Hoofdbureau van Politie, voordien Hotel ‘Koningsplein’.

Hoofdbureau

ILW Jakarta 7 Koningsplein Hotel Koningsplein 1

Wij brengen het eerste kiekje van het fraaie hotel. In Augustus a.s. [1921] zal de nieuwe caravanserai geheel voltooid zijn.. [Het Indische Leven - 1, 754] 

In de betrekkelijke advertentie worden de kamerprijzen niet opgegeven. Men vertelt van f 10.50, f 12.50 enkel met ontbijt ... Is niet gezorgd voor een kleine beurzen verblijf, wat toch het tegenwoordige tijdsein is voor een staats-hotel, zoo niet onderkomen voor de kleine man die immers óók rust en nachtverblijf noodig heeft, natuurlijk passend eenvoudig. Doch er zijn nog een paar blokken in aanbouw: te hopen dat die ervoor bestemd zijn. [De Taak-3, 435-436] 

Om op de hoogte te blijven van hetgeen er gebeurde schiep hij [G.G. Van Limburg Stirum] de Politieke Inlichtingen Dienst, onder leiding van de gewezen stafkapitein W. Muurling, een scherpzinnig man en mensenkenner, die contact zocht met ieder die in de beweging een rol speelde, met stakingsleiders en werkgevers, met plaatselijke autoriteiten en journalisten. Nooit tevoren was zoveel moeite gedaan om te weten te komen wat er leefde en wat er broeide.
[Koch – Batig slot, 20] 


Rechts: (Het midden van het gebouw van) Kementerian Komunikasi dan Informasi. Op deze plaats stond het Consulaat Generaal van Frankrijk.

De Japanse voorlichtingsdienst is voor de dag gekomen met een uitvoerige verklaring over de opstand in Blitar,
[Bouwer – Het vermoorde land, 332-333] 

Voor de Japanse Krijgsraad in Batavia in het voormalige Franse consulaat-generaal (dat de Japanners nu ook hebben ingepikt) is de rechtszaak begonnen tegen de aanstichters van de opstand in de kazernes van de 'Peta' in Blitar op 14 februari j.l.
[Bouwer – Het vermoorde land, 337] 

Van de opstandelingen van Blitar zijn er 8 tot zware en 48 tot lichtere straffen veroordeeld. 12 werden vrijgesproken. Uit een officiële bekendmaking, vandaag in de ‘Tjihaja’ afgedrukt naar aanleiding van de vonnissen van de Japanse Krijgsraad, blijkt nu pas iets over de omvang van de opstand. 410 opstandige manschappen van de ‘Peta’ zijn enige tijd in het bezit van de stad Blitar geweest.
[Bouwer – Het vermoorde land, 348-350] 

Tot op Tanah Abang, aan de overzijde van de kali, moest men soms de ooren dichtdrukken voor het hartbrekend gegil van de aldus ‘verhoorde’ mannen en vrouwen, zoo werd mij verzekerd.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 35] 


Rechts: Jl Musium / Sarana Jaya.

Huis Aya Zikken

Ze woonden in de Museumlaan nummer zeven, het huis waar een blanke mevrouw was vermoord door haar inlandse djongos. Ze spookte daar nog steeds en niemand wilde het huis hebben. Ze konden het goedkoop krijgen.
[Zikken – Indische Jaren, 66-67] 

Ik zou mij wel voor altijd willen teugtrekken binnen de familiekring van aardige mensen met vervelende kanten, mensen die niet van elkaar weg kunnen lopen, die samenblijven.
[Zikken – Landing op Kalabahi, 189] 


Rechts: Museum Nasional – Museum Pusat.

Muesum

ILW Jakarta 7 Koningsplein Museum Nasional

Museum van het Koninklijk Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen (1868 – De Raader). [Oud Batavia II, 279-281] 

De eerste Koning van Siam met den halsbrekenden naam Somdet Phra Paramendr Maha Chulalonkorn, vergezeld van een talrijk gevolg, brengt Gouverneur Generaal Mijer een bezoek en schenkt bij die gelegenheid den bronzen olifant aan het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen als een blijvende herinnering aan zijn komst. Het prachtig gemodelleerde beeld prijkt nog steeds op het voorplein van het museum alhier.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd I, 41-42] 

Het museum op Medan Merdeka Barat heet in de volksmond ‘Gedung Gadjah', het Huis met de Olifant, vanwege het beeld op het voorerf, dat in de vorige eeuw geschonken werd door een hoge gast van de stad, een koning van Siam – in ruil overigens voor een scheepslading onschatbare sculpturen van de Borobudur.
[Haasse – Krassen op een rots, 40-41] 

En eindelijk zouden we gaarne een catalogus tegen billijken prijs willen verkrijgbaar zien gesteld. Er wordt herhaaldelijk naar gevraagd en het genot zou zooveel groter zijn, als wij zaal voor zaal konden nakijken wat er in beeld en sieraad wordt voorgesteld. [De Locomotief, 6 Januari 1917] 


Het museum bestaat uit twee gedeelten: links het oude gebouw, rechts het nieuwe.
Het oude gebouw was bij de laatste waarneming in 2018 in ‘Renovasi’. Het was niet mogelijk na te gaan hoe de toekomstige opstelling zou zijn.
Om die reden konden de tekstdelen niet geplaatst worden in een mogelijk nieuwe volgorde en is de volgorde van de oude opstelling gecontinueerd.

Ga na de ingang linksaf, naar de hoge houten deur.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Compagnieskamer B25ILW Jakarta 7 Koningsplein Compagnieskamer B24

De voormalige Compagnieskamer. Deze ruimte is in de loop der tijd verscheidene malen opnieuw ingericht en bevat nog enkele meubels uit de tijd van de VOC. [Oud – Batavia Platen – Album, B 24 en B 25] 

Er werd een Commissie benoemd 'om de mogelijkheid na te gaan om de geheele betimmering van het bedoelde vertrek [de noordelijke voorkamer van Toko Merah – Wandeling Jakarta 2] over te brengen naar 's Genootschaps museum en aldaar wederom op te bouwen. De volgende taak was 'om die Kamer geheel in dien stijl in te richten’. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift - 9, 111] 

De twee ramen dier kamer zijn de vroegere ramen aan de Kali Besar. Men moet zich dus de straatdeur in den buitenmuur naast die ramen denken. [Oud Batavia II, 275 noot] 


Ga, na het bezoek aan de voormalige Compagnieskamer, linksaf.
Links: De volgende deur gaf vroeger toegang tot de bibliotheek en de leeszaal.

Bibliotheek

ILW Jakarta 7 Koningsplein leeszaal

Hoorde hij niet dat er in het gebouw naast de bibliotheek, in de Rechtshogeschool, iets voorviel – was het dan niet – Het hard schuiven van een emmer – een emmer? – over de naakte vloer, schreeuwen – schreeuwen? Japans schreeuwen, van woede – een ander Japans schreeuwen, brullen, en was dat slaan? Met een stok? Na een stilte een vreselijke kreet van pijn.
[Ferguson – Hollands-Indische verhalen, 71-73] 

… ik las Freud en wilde eerst niet geloven dat die geluiden uit de Rechtshogeschool, dat gillen, dat schelden door een Hollandse vrouwenstem, dat knallen van stokslagen – dat dat martelen was, uitgeoefend door de Japanse militaire politie, de beruchte Kempei-Tai.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 27] 


Ga terug naar de ingang van het museum.
Ga tussen de twee trappen door en daarna rechtsaf.
Links:

ILW Jakarta 7 Koningsplein slangZeer belangwekkend vond ik de voorstelling van het Karnen van de Oceaan; een slang om den berg geslingerd, dien Vischnoe’s schildpad draagt, dient goden en demonen als karntouw, waarmede zij de Wereldzee karnen, opdat boven drijve de Amurta, de drank, die hun de onsterfelijkheid geeft.
[Couperus – Oostwaarts, 126-127] 



Ik wist toen wel, dat die poppen daar niet hóórden, evenmin als de statige Hindoe-beelden, weggerukt uit hun grandioze natuuromgeving, nú op de belachelijke, westersche pleister-voetstukken in de kille vestibule van het Bataviasch Museum.
[Borel – Wijsheid en schoonheid uit Indië, 154-155] 


Ga terug naar de gang tussen de twee trappen en ga rechtsaf:

ILW Jakarta 7 Koningsplein GaneçaDe Ganeça – god der Wijsheid – uit ‘andesiet’, vierarmig, wijdbeens gehurkt, met den olifantskop, de snuit in een der handen, treft zeker dadelijk door een wonderlijk volmaakt modelé, zoo mollig, dat men zich afvraagt, hoe ooit dit harde steen zich voegde naar eens beeldhouwers vromen, volhardenden beitel. Maar is eene dergelijke vermaterializeering der Wijsheid daarna niet slechts te waardeeren als men om haar oproept de atmosfeer van den Ganges of welk Voor-Indische natuurmonument ook, en dan zulke identieke atmosfeer, zulk identiek moment, overplaatst naar oud Java, waar dit beeld werd gevonden? Is zulk een beschouwing naar tijd en plaats noodig, als wij een Hermes, een Sater, een Afrodite zien?
[Couperus – Oostwaarts, 126-127] 


Ga rechtdoor, langs de binnenhof.

ILW Jakarta 7 Koningsplein binnenhofEn dat is zeker het geval met de bibliotheek die we op onze wandeling over de galerijen die de fraaie langwerpige achtertuin omzomen, kunnen binnenkijken.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 27] 

De boeddha’s en andere beelden van Borobodoer en van onderscheidene vindplaatsen van Hindoe bouw- en beeldwerk werden opgespoord, ontvangen, geplaatst in de zaal, overdekte binnenplaats en galerij en een iegelijk kon er vlak bij komen. [Nederlandsch Indië oud & nieuw-13, 81-82] 

Een schandelijke herinnering bindt mij aan dit museum: ik was bevriend met het kleinzoontje van de toenmalige conservator en als de oude heer zijn middagdutje deed, slopen wij aan de achterzijde het dan voor alle bezoek gesloten gebouw binnen, bonden onze rolschaatsen onder en zwierden uren lang over de gladde marmeren vloeren,
[Fabricius – Een reis door het nieuwe Indonesië, 28-29] 


Ga na de binnenhof rechtdoor naar de 2de zaal.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Hindoe bronzenILW Jakarta 7 Koningsplein Hindoe bronzen 2De Hindoe-bronzen.

En tegenover die ‘goudkamer’ is er in den bovenbouw een andere, waar een misschien kostbaarder verzameling toegankelijk werd: het is die der Hindoe-bronzen, de fijnste en rijkste ter wereld. [Nederlandsch Indië oud & nieuw-13, 81-82] 


Ga rechtsaf en daarna de aan elkaar geschakelde zalen door, in de richting van de ingang.

Er hangt een ouderwets-saaie sfeer in de zalen met hun schoolse vitrines. Glimpen verguldsel en bloedrood en indigo, en de gestileerde patronen van batik- en ikatweefsels, en het dofgeworden metaal van de gamelanstellen kunnen daar geen fleur aan verlenen. Toch ontkomt niemand aan de indruk hier geconfronteerd te worden met nog iets anders, méér, dan kunstwerken en folkloristische voortbrengselen uit alle delen van de archipel.
[Haasse – Krassen op een rots, 40-41] 


Rechts: De gamelan van den Sultan van Bandjermassin.

ILW Jakarta 7 Koningsplein gamelan Sultan BandjermassinDe prachtige gamelan van den Sultan van Bandjermassin, de monumentale gamelan, zoú zou zij nooit meer worden bespeeld….?
[Couperus – Oostwaarts, 126-127] 

Ik meen me te herinneren dat bepaalde dingen, zoals de muziekinstrumenten, nog op precies dezelfde plek staan, in dezelfde zaal, als vijfendertig jaar geleden.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 27] 


Links: Een opstelling voor de vertoning van de wajang kulit.

ILW Jakarta 7 Koningsplein wajang kulitHet tooneel waarop deze poppen vertoond worden, bestaat uit een scherm van wit saronggoed. Bovenaan hangt een lamp; aan den benedenkant bevindt zich een dwars stuk zachte pisangstam, waarin de poppetjes, die aan een spits toeloopend latje bevestigd zijn, vastgeprikt worden.
[De Wit – Java, 135-138] 

Als de voorstelling begon waren alle poppen in de pisangstam gestoken. Een groep aan het linker uiteinde en een groep aan het rechteruiteinde. Daartussen was dan het toneel. De dalang greep de poppen die hij nodig had of de helper die het hele verhaal kende, gaf ze hem snel aan. Hij stak ze dan in het midden van de zachte stam en liet de figuren licht heen en weer zwaaien, zodat het leek of ze met elkaar praatten, voor elkaar bogen, van elkaar terugdeinsden of op elkaar toe kwamen.
[Zikken – Gisteren gaat niet voorbij, 132-134] 


Op het eind: Een kaart van het eilandenrijk.

Kaart

ILW Jakarta 7 Koningsplein eilandenrijk

Men voelt zich op een knooppunt, realiseert zich welke erfenis het Nederlandse gezag – onder andere – aan het regeringscentrum in Djakarta heeft nagelaten: het nog onopgeloste, om vele complexe redenen nooit ten volle doorvorste vraagstuk van de verhouding tussen Java – en al wat die naam, dat begrip, inhouden – en de andere gebieden van het immense eilandenrijk. Met behulp van maquettes, kaarten en tabellen worden hier alle volkeren en rassen vanaf de uiterste noordpunt van Sumatra tot aan de grenzen van West-Irian in hun afzonderlijke kenmerken getoond, en daardoor broederlijk verenigd binnen een kader dat - op de kaart van Europa geprojecteerd - zou reiken van Schotland tot diep in Tasjkent. Het is wel goed te bedenken, dat deze eenheid alleen bestaan heeft als blauwdruk voor het imperium-in-wording in de nadagen van het Nederlandse koloniale gezag, en als wensdroom in de gedachten van de post-koloniale Indonesische leiders.
[Haasse – Krassen op een rots, 40-41] 

In dat immense gebied worden bijna driehonderd etnische groepen onderscheiden en zevenhonderd talen gesproken, maar de officiële taal is Bahasa Indonesia, een jonge, van het Maleis afgeleide taal met talrijke sporen van het Arabisch, Portugees, Nederlands en Engels.
[Reybrouck – Revolusi, 13-14] 

 

De reliëfkaart, die Haasse noemt, is uit het museum verwijderd; hij was kapot en wordt niet meer gerepareerd.

ILW Jakarta 7 Koningsplein reliëfkaartNet als vroeger, op de schoolexcursies en zondagse gezinsbezoeken aan het museum, kan ik haast niet scheiden van de kamerlange reliëfkaart van Java in alle schakeringen van groen en geel tussen het blauw van de oceanen en het bruin van de bergtoppen boven de boomgrens. Weken later zal dit basreliëf werkelijkheid-op-natuurlijke-grootte voor mij worden, wanneer wij terugvliegen van Bali naar Djakarta en gedurende enkele uren, bij helder weer, Java in volle lengte onder ons zien
[Haasse – Krassen op een rots, 41-42] 


Ga linksaf, naar het nieuwe gedeelte van het museum.

Op de begane grond, in een aparte vitrine: de Homo Erectus Eugène Dubois.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Homo ErectusJava behoort tot de oudste bewoonde gebieden op aarde. Men heeft op Midden-Java sporen gevonden van mensachtigen uit het Pleistoceen, en skeletonderdelen van de pithecanthropus erectus, de zogenaamde 'Javamens'. Toen door reeksen van geweldige vulkanische uitbarstingen en door overstromingen omstreeks het einde van de ijstijd dit gedeelte van het Zuidoost-Aziatische vasteland in een archipel was veranderd, bleven diep in de binnenlanden van de grote eilanden resten van de oerbevolking voortbestaan, een klein, donkerhuidig ras, naar wordt aangenomen verwant aan de Dravida's van Voor-Indië en de negrito's.
[Haasse – Krassen op een rots, 42] 

Ik fietste van de faculteit archeologie naar het natuurhistorisch museum, waar ik zijn krachtig gebit, sterk gestel en knappe kop bewonderde. De conservator paleontologie haalde de resten uit een kluis en legden ze een voor een op een vilten kleedje. Dit waren ze dan, de kies, het dijbeen en het schedeldak van de ‘Javamens’, de eerste homo erectus ooit opgegraven.
[Reybrouck – Revolusi, 25-26] 


"2de" verdieping: Prasasti Ciaruteun – Kampung Muara – Ciaruteun Hilir – Cibungbulan – Bogor.

ILW Jakarta 7 Koningsplein CiaruteunDe “beschreven steen” uit de Ciaruteun (Kampung Muara – Cibungbulan – Bogor.).

In de vroege vijfde eeuw heerste er in West-Java een koning Purnawarman, heer van het rijk Taruma. Dit staat gebeiteld op grote zwerfkeien, die in de omgeving van Bogor werden ontdekt: in twee daarvan zijn de voetafdrukken van de vorst, en zelfs die van zijn staatsie-olifant uitgehouwen. Ofschoon volgens de inscripties onoverwinnelijk en godgelijk (een evenbeeld van Wishnu) zag Purnawarman zijn heerschappij vergaan.
[Haasse – Krassen op een rots, 43-44] 

“Deze steen” is ook aanwezig in Museum Fatahilah [Wandeling Jakarta 2 – Steen] 


"3de" verdieping: Prasasti Tugu.

ILW Jakarta 7 Koningsplein TuguBij Toegoe, niet ver van Tandjoeng Priok, de haven waar Batavia nu zo trots op is, naar de kant van de Tjitaroem toch weer, werd een steen ontdekt ‘van eenigszins conischen vorm’, nu in Batavia's Museum ondergebracht, waarop de grote Kern ontcijferde: ‘Door een sterkarmigen, eerwaardigen oppervorst eertijds stroomde de Candrabhâgâ, na de genoemde (of: een beroemde) stad bereikt te hebben, in zee; (namelijk) door den doorluchtigen Poernawarman, die door voorspoed en deugden schitterde en boven andere vorsten uitmuntte, in het 22ste jaar zijner gelukkige regeering.
[Du Perron – Verzameld Werk VII, 334-335] 

Het ligt echter niet in onze bedoeling onze lezers een volledig relaas van Toegoe’s geschiedenis te geven; liever willen wij ons bepalen tot de mededeeling der meest bekende feiten, in verband met een piramidaal-vormigen grooten steen, met een in het Sanskriet gegrifte inscriptie, vermoedelijk afkomstig uit het lang vervlogen Hindoe-tijdperk, die eenige dagen geleden na bekomen machtiging van het bestuur op last van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen uit het dorp Toegoe naar het Museum alhier is overgebracht. [De Locomotief, 27 October 1911] 
”De zelfde steen” staat in Museum Fatahilah. [Wandeling Jakarta 2 – Steen].


4de verdieping (met de lift te bereiken): Inhoud van o.a. de voormalige “goudkamer, bewerkte sieraden van goud en edele steenen”.
Ga bij het verlaten van het museum rechtsaf: Jl Medan Merdeka Barat (Koningsplein West).
Rechts: Kementerian Pertahanan. (Rechtshoogeschool en de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte1929 – Tideman, Landsgebouwendienst).

Rechtshogeschool

ILW Jakarta 7 Koningsplein Wijsbegeerte

Indië, in wezen dictatoriaal van aanleg, en geenszins overtuigd, dat alle burgers gelijk zijn voor de wet, acht het daarnaast niet beneden zich gebruik te maken van de geïmporteerde democratische bestanddelen van het Westerse wetboek ter bereiking van zijn Oosterse oogmerken. Niemand geniet meer van de wet dan Shylock, dan een Arabische woekeraar. De wet zelf is hem vreemd, en zulk een wet zou in zijn eigen land wellicht nimmer kunnen zijn ontstaan.
[Walraven – Op de grens, 158-159] 

Tijdens WO II het hoofdkantoor van de Kenpeitai.


Rechts: 15 – Kementerian Pemberdayaan Perempuan (Gebouwd in 1937 door Blankenberg voor de Consul Generaal van Japan).

Consul-generaal van Japan

ILW Jakarta 7 Koningsplein Consul Generaal

In 1899 werden de in Indië woonachtige Japanners voor de wet gelijkgesteld met Europeanen. Op aandringen van Tokyo. Daar vonden ze, dat hun landgenoten van een beter soort waren dan al die kerels uit China, Arabia felix, Malakka en soortgelijke contreien. De Haagse-Buitenzorgse regering is daar al in 1899 met de zogenaamde Japannerwet voor opzij gegaan: de ingezetenen van Japanse afkomst werden toen gelijk gesteld met Europeanen.
[Alberts – Een kolonie, 38] 

Men moet wel aannemen dat de Japanse consul-generaal in Batavia (van september '39 tot november '40 breidde zijn staf zich van acht tot achttien medewerkers uit) dit soort opdrachten regelmatig aan zijn consuls heeft gegeven en dat de Japanse consulaire dienst ook elders dan in de Minahassa inheemsen als verspieders heeft kunnen inschakelen. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 502-503] 

 

Rechts: Jl Budi Kemuliaan III.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Gang BoentoeEens hielden wij in hare woning, het eerste huis rechts van Gang Boentoe Koningsplein, repetitie van ‘Eerloos’ van Nouhuys. De familie d’Amaud Geerkens woonde er vlak naast. In het laatste bedrijf ontdekt de oude Halma hoe zijn zoon met behulp van zijn vrouw de brandkast forceert en er geld uit neemt.
Hij vaart verschrikkelijk en luidkeels uit: “Schurk, schoelje, moet ik je nu niet neersabelen als ’n hond.....”
Het was twee uur in de nacht. De familie d’Arnaud Gerkens, door die buitengewoon krachtige verwenschingen en bedreigingen gewekt, stiet hare vensters open en riep terug: “Houd den dief, meneer Beets, we komen U te hulp....!”
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd II, 98-99] 


Links: Kruispunt met fontein.

ILW Jakarta 7 Koningsplein fonteinWaar zuid- en westzijde van het plein een hoek vormen, sproeien zeventien fonteinen in een rond bassin rood en wit beschenen water: de nationale kleuren; de middelste straal haalt een hoogte van acht meter. Zij verzinnebeelden de zeventiende dag van de achtste maand, 17 augustus, de dag van de onafhankelijkheid. Op de rand van het bassin zitten honderden mensen te kijken naar het gewoel, naar de verlichte ballons met een franje van reclamestroken, die boven de jaarmarkt in de lucht hangen, naar het verkeer, dat in een glinsterende stroom aangezet komt langs de ook al met bonte lichten overspannen Djalan Thamrin, de grootste nieuwe verkeersweg in het stadscentrum.
[Haasse – Krassen op een rots, 8-9] 


Steek de Jl Budi Kemuliaan (Scottweg) over, ga linksaf en steek de Jl Thamrin over.

Het college van burgemeester en wethouders van Batavia stelt den gemeenteraad voor, een principieele uitspraak te doen ten aanzien van de doorbraak Koningsplein-West, namelijk in principe te besluiten tot handhaving van meergenoemd doorbraakplan (Koningsplein-West – Oude Tamarindelaan). [Locale Techniek - 1, 46], [De Locomotief, 15 Februari 1927 (1,1)] 
De Jl Thamrin is aangelegd in 1957.

De Djalan Thamrin met zijn moderne architectuur in vaak fraaie materialen vormt de volstrekte tegenpool van de traditionele behuizingen van het volk, de kampongs van louter lage woningen uit hout en bamboe en atap opgetrokken, en is tevens door zijn kosmopolitische allure van een heel andere orde dan de stijl van bouwen die destijds de levenswijze en de zakelijke belangen van de Nederlanders vertolkte. Men kan zich heel goed voorstellen wat Sukarno bezield heeft, toen hij de economie van zijn land op losse schroeven zette om deze doorbraak naar buiten uit het koloniale stadsbeeld, deze boulevard-van-de-toekomst (voorlopig nog de enige in de hele archipel) te kunnen verwezenlijken.
[Haasse – Krassen op een rots, 21] 


Links: Standbeeld van Thamrin.

Thamrin

ILW Jakarta 7 Koningsplein Thamrin

Op 11 januari 1941, des ochtends om 4 uur, stierf in zijn woning op Sawah Besar te Batavia Mohamad Hoesni Thamrin, de bekende, veel bewonderde en veel verguisde leider van de nationalistische beweging in Nederlands-Indië. Hij was 47 jaar geworden, een leeftijd die recht gaf, nog veel van deze zeer bijzondere figuur te verwachten. Voor het publieke leven der kolonie, voor de volksbeweging, welker geduchte voorman hij was, betekende zijn heengaan een onherstelbaar verlies.
[Koch – Batig slot, 154-156] 

Bij de heer Thamrin, ondervoorzitter van de Volksraad, werd huiszoeking gedaan, op een moment waarop hij doodziek lag: hij stierf enige dagen later. Op welke gronden tot deze opzienbarende maatregel besloten was, is nooit duidelijk gemaakt. Het enige resultaat was, dat Thamrin door de bevolking als slachtoffer van het koloniale bewind en martelaar voor zijn overtuiging werd beschouwd en een onafzienbare schare de lijkkist volgde toen hij begraven werd.
[Koch - Verantwoording, 235] 


Ga rechtdoor: Jl Medan Merdeka Selatan (Koningsplein Zuid).

Op Koningsplein-Zuid is de weg om onbekende redenen een eindje omgelegd. 't Werk van de Australische krijgsgevangenen, die iedere dag tot het middel naakt door de stad worden vervoerd in vrachtauto's naar de plaatsen, waar ze te werk worden gesteld. Voorbijgangers steken af en toe een duim of twee vingers op.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 15] 


Rechts: 18 Departemen Energi dan Sumber Daya Mineral.

Petroleum Maatschappij

ILW Jakarta 7 Koningsplein Koloniale Petroleum Maatschappij

Nederlandsche Koloniale Petroleum Maatschappij: N.K.P.M.

Ook van dit gebouw werd de uitvoering, na gehouden aanbesteding enkele maanden geleden, onder Directie van Fermont-Cuypers [1938 – Nix] aan de H.B.M. opgedragen.
In de middenpartij van het frontgebouw zullen 4 beeldengroepen worden aangebracht, waarvan ontwerp en uitvoering zijn opgedragen aan den Nederlandschen beeldhouwer L.S. Noordaa, terwijl eveneens door hem 3 figuren (emblemen der Maatschappij) worden ontworpen, welke boven de 3 deuren van den hoofdingang worden geplaatst. [Locale Techniek - 6-2, 53] 


Links: Lapangan Merdeka, met in dit gedeelte van het plein de plaats van Taman Ria; en vóór de oorlog de Pasar Gambir.

Pasar Gambir

ILW Jakarta 7 Koningsplein Taman Ria

Aan de voet van dit monument strekt zich voor de duur van enkele jaren, langs een van de brede wegen die nu de vlakte diagonaalsgewijze doorkruisen, een nederzetting uit van paviljoens en tentoonstellingsruimten in alle bouwstijlen van Oost en West: de Taman Ria of 'Fair' [1969-1989 (?)], waar men kennis kan nemen van de voornaamste industrieprodukten die de wereld te bieden heeft; en daar weer omheen, tot aan de overkant van de rijbanen, is een brede ring van eettentjes en kramen, een gewemel van gekleurde lichten en rossig-walmende olielampen.
[Haasse – Krassen op een rots, 7-8] 


Rechts: Jl Agus Salim (Laan Holle was, vóór dat in 1957 de Jl Thamrin was aangelegd, vanuit de zuidwest hoek van Medan Merdeka, weg naar het zuiden).).

Laan Holle

ILW Jakarta 7 Koningsplein Sterreweg

Kebonsirih heet in 1853 “de nieuwe weg achter het Koningsplein”, of ook “de vervallen defensielijn achter het Koningsplein”. Daar woonde toen K.F. Holle, de “vriend van den landman”, destijds Commies bij een der Departementen en in het bezit van eenig fortuin. Naar hem is door den volksmond Gang Holle genoemd, wier officieele benaming de “Sterreweg” was. [Oud Batavia I, 417-noot] 

We reden nu in ’n stevig vaartje naar den Theresiakerkweg en meenden elkaar reeds te kunnen gelukwensen toen we halverwege Gang Holle, liefst schuin achter het aan het Koningsplein-Zuid gelegen Hoofdkwartier van de 23ste Britsch- Indische Divisie, toch nog in de val liepen. Een gansche bende hysterisch gebarende knapen hield ons aan.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 83-84] 


Rechts: 11 – Perpustakaan Nasional (Nationale Bibliotheek).

Natuurkundige Vereniging

ILW Jakarta 7 Koningsplein Bibliotheekwezen 1ILW Jakarta 7 Koningsplein Bibliotheekwezen

… werd den 19den Augustus 1916 ter herdenking van het 100-jarig herstel van het Nederlandsch gezag in deze Koloniën, te Weltevreden opgericht de “Vereeniging tot bevordering van het Bibliotheekwezen”.

Behalve met tal van contribuanten ving de Vereeniging aan met een kapitaal groot f 37.500 aan giften en met de beschikking over het gebouw van de Natuurkundige Vereeniging tegen een vergoeding van f 500 ’s jaars. [Indië geïllustreerd weekblad - 4, 471-472] 


Rechts: Lembaga Ketahanan. (Hotel Koningsplein, voordien de plaats van de School tot Opleiding van Inlandsche Rechtskundigen.)

Inlandsche Rechtsschool

ILW Jakarta 7 Koningsplein Inlandsche Rechtsschool

Hotel Koningsplein, Weltevreden, Java, 6 Juni 1922.
En nu zit ik al op Batavia! Niet ín maar óp. We zitten hier in de Oost óp Java, óp Bandoeng en óp Medan. In Europa zit niemand op Parijs of op Amsterdam.
Batavia waarop ik dus zit, is een mooie, ruim aangelegde stad. Ik wil hier best een paar dagen rond kijken.
Tertstra, een tweede luitenant, infanterist, Rob Deckers en ik hebben onze intrek genomen in een goed hotel en beschikken nu met ons drieën over een paviljoen met eigen voorgalerij.
[Fredericy – De eerste etappe, 15] 


Rechts: de plaats van de woning van de burgemeester (tot 1939) en de gemeentesecretarie.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Burgemeester MeyroosDe Gemeenteraad vergaderde gisterenavond voor het eerst in het gebouw op het Koningsplein-Zuid. [De Locomotief, 16 Januari 1917] 

Batavia’s Zilveren Jubileum: Burgemeester Meyroos bood in den avond van 1 April j.l. te zijnen huize aan Gemeenteraadsleden, ambtenaren en journalisten, die geregeld de Raads-vergaderingen bijwonen, een feestmaal aan. Op de foto: het feestvierend gezelschap na afloop van een (vegetarischen) maaltijd in den tuin voor de gastvrije Burgemeesters-woning. [Woord en Beeld 1930, 339]

In de loop van de middag werd vervolgens een aantal vooraanstaande Nederlandse burgers uitgenodigd, naar het stadhuis te komen – daar deed de resident om zes uur een beroep op hen om het driemanschap dat nu de hoogste bestuursverantwoordelijkheid droeg, alle mogelijke hulp te verlenen. Velen van de aanwezigen hoorden voor het eerst dat Batavia opgegeven was. Een schokkende mededeling! Toen de resident was uitgesproken, weerklonken kreten als ‘Leve de koningin!’, ‘Leve Nederland!’ ; ook werd het Wilhelmus gezongen.
Hoe kon men de Japanners doen weten dat Batavia een ‘open stad’ was? [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 998-1000] 


Rechts: Balai Kota, de voormalige woning van de Gouverneur van West-Java en voordien de woning van de Resident van Batavia.

Gouverneurswoning

ILW Jakarta 7 Koningsplein Gouverneurswoning

ILW Jakarta 7 Koningsplein Gouverneurswoning 1Zijn hoogst moderne, weer schitterend ingerichte vergaderkamer is gelegen in een nieuwbouwkantoor dat bijgebouwd is op het erf van een groot oud-Indisch huis op Koningsplein Zuid, ik houd me gemakshalve maar even aan de vroegere namen, waar in onze tijd de gouverneur van West Java resideerde. Hij laat ons ook het oud-Indische huis zien, nu ontvangstruimte.
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 238-239] 

De nieuwe huizen werden nu gebouwd zonder bovenverdieping, met open galerijen, en de bijgebouwen op eenigen afstand van het hoofdgebouw.  [Nederlandsch Indië oud & nieuw - 2, 82] 

Want de huizen liggen met hun diepe erven aan breede lanen van een wonderlijke boomenpracht, die weer grasvelden omgeven, die wel den naam van pleinen dragen, maar die noch in karakter, noch in afmeting dat Westersch begrip benaderen. [Mijn Indische Reis, 27-28] 


Rechts: Istana Wakil Presiden..

ILW Jakarta 7 Koningsplein pensionEen terrein met het verbouwde Savoy Hotel en de woning van de President-Directeur van de Javasche Bank, Mr. Dr. Buttingha. Het is mogelijk dat Du Perron in de onderstaande tekst het pension bedoelt, dat naast het Savoy Hotel lag.
Het ergste was dat ik mij overdag op bureau voortdurend te gekleineerd voelde om mij zelf ’s avonds in het Deca-park voor een flinke jonge reporter te houden; geen zweem van Rouletabille kon ik meer in mijzelf ontdekken, niets dan een melancholieke indische jongen wiens meisje meer voor een getrouwde man was gaan voelen en die nu voor niets in een pension aan het Koningsplein zijn kamer had.
[Du Perron – Het land van herkomst, 333-334] 

Zij [het Rapwi-team] gaven opdracht, Hotel des Indes als noodziekenhuis in te richten (zelf kozen zij hun onderdak in de ambtswoning van de president van de Javase Bank, waar zij tegelijkertijd hun hoofdkwartier vestigden) [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11c, 558-561] 


Links: Op Lapangan Merdeka lagen vroeger een renbaan en de velden van de Bataviasche Voetbal Club BVC.

BVC

Want toen we die schuine weg inreden, toen wist ik het weer ... de kleuren van de sportclub BVC waren zwart-geel, ik speelde mee voor korfbal en soms voor hockey, ik weet nog hoe de tricot-achtige stof van die geelzwartgestreepte truitjes rook, en hoe scherp ze je zestienjarige ‘figuur’ deden uitkomen. Ik weet nog hoe het gras rook, op de stille middagen vanaf een uur of vier, hoe ik altijd veel meer interesse had in jongens en mannen en andere meisjes, mijn met afgunstige bewondering bestudeerde rivalen, dan voor de sport. In dat clubhuis met de houten vloeren, daar begon het ...
[Ferguson – Nu wonen daar andere mensen, 70-71] 


Rechts: Kedutaan Besar Amerika Serikat, de ambassade van de V.S.

Ga onder het spoorwegviaduct door.

Onze Haagsche correspondent seint ons heden dat het wetsontwerp tot aankoop van den spoorweg Batavia-Buitenzorg voor eene som van f 10.600,000 door de Tweede Kamer verworpen is. [De Locomotief, 12 Mei 1910] 
Vroeger heb ik al eens op die voordeelen gewezen: een omzetting van de lijn in een electrische, waardoor het bezwaar van de stremming van het verkeer op de overwegen, ingevolge het sluiten der hekken, opgeheven zou worden; de over brenging van het goederenvervoer naar de lijn-Kemajoran, waardoor de lijn-Weltevreden, die dwars door de stad loopt, geheel gereserveerd zou blijven voor het personenverkeer; [De Locomotief, 30 Mei 1910] 


Ga vóór de T-kruising linksaf en steek de Jl Medan Merdeka Selatan over.
Ga rechtdoor: Jl Medan Merdeka Timur
(Koningsplein Oost).
Rechts: zicht op PLN. (Woning directeur Gasmaatschappij – 1913, Hulswit)

Gasmaatschappij

ILW Jakarta 7 Koningsplein Gasmaatschappij

Op aanraden van de Japansche getuige en van zijn Japansche chef bij de Gasmaatschappij, ging hij de volgende morgen naar de Kempeitai, waar de knock-out geslagene al eerder geweest was. De Hollander is niet meer thuisgekomen, behalve om wat kleeren te halen en toen had hij geen bril meer op en z'n hoofd was opgezwollen.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 73] 

Bij de Gasmaatschappij wordt op de 8e van de maand altijd met eenige plechtigheid de vlag geheschen. Op 8 Februarl scheurde de vlag, wat eenige Europeesche meisjes aanleiding gaf te giechelen. Er volgde een wat geïrriteerde Japansche toespraak, waarin vermoedelijk van de Tenno Heika gerept werd. De meisjes giechelden opnieuw en zijn sindsdien opgesloten.
[Jansen – In deze halve gevangenis, 153] 


N.B.:
voetbrug.
Links: Stasiun Gambir.

Station Gambir

ILW Jakarta 7 Koningsplein stationsgebouw

Station Batavia-Centrum – Van het oude station staat aan de straatkant alleen nog het hek …
In 1871 opende de particuliere Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij de eerste lijn vanaf “Halte Koningsplein” naar de haven. Twee jaar later was het Koningsplein verbonden met Buitenzorg en in 1918 was dit station het belangrijkste van de stad.
In die zelfde tijd werd de lijn overgenomen door de Staatsspoorwegen en het station werd verbouwd. Dat gebeurde tien jaar later nog eens. Bij de verhoging van de spoorbaan in de jaren negentig van de vorige eeuw kwam er een nieuw station Gambir.

’t Is kwartier voor zessen, bijna dag; op het perron en aan het stationsgebouw van Weltevreden brandden nog enkele gasvlammen. De passagiers voor den trein van zes uur, naar Buitenzorg en verder door den Préanger naar Maos, zijn voor ’t grootste deel reeds ingestapt of staan met vrienden en kennissen pratend bij de waggons.
[Van Maurik – Indrukken van een Tòtòk, 211-212] 


In het gebouw: een stationskiosk.

ILW Jakarta 7 Koningsplein stationskioskWij hadden op alle lagere scholen een grote verzamelwoede voor de platte boekjes met schreeuwend gekleurde omslagen die de avonturen bevatten van Lord Lister, Nick Carter en Buffalo Bill; ik las ze niet alle, maar wilde zoveel mogelijk nummers hebben; de moeder van Emiel gaf mij soms een dubbeltje, dat aan de stationskiosk van het Koningsplein direct in zo'n boekje werd omgezet. De verkoper was een oude inlander met een bril op; onze handigheid was om telkens twee boekjes weg te nemen in plaats van één, wij dankten hem dan beleefd, waarvoor hij als inlander gevoelig was, en rolden onze buit haastig maar quasi-nonchalant op terwijl wij weggingen. Het kwam niet in ons op te denken dat wij de man daarmee benadeelden, de stationsbibliotheek, dachten wij, was rijk genoeg om deze kleine verliezen niet te merken.
[Du Perron – Het land van herkomst, 248-249] 


Ga terug naar de voetbrug en steek daar over.
Rechtvooruit: Galleri Nasional (in 1992 geopend) (C.A.S. met links de aula – 1957 Gmelig Meijling).

CAS

ILW Jakarta 7 Koningsplein Carpentier Alting Stichting

De Carpentier Alting Stichting. (de Hogere Burgerschool voor Meisjes, later gemengd, 1914 – Hulswit).

Wij gingen school op de Carpentier Alting Stichting, kortweg CAS genoemd, eigenlijk een complex van scholen, in de loop van dertig of veertig jaar gegroeid rondom het oorspronkelijke gebouw, een groot oud-Indisch woonhuis, waar in de tijd die ik mij herinneren kan, een internaat voor meisjes gevestigd was. Op het terrein lagen een Lagere School, een Lyceum, een vijfjarige en naar ik meen ook een driejarige HBS. De meisjes-leerlingen van de CAS waren op de dagen van de gymnastiekles te herkennen aan de voorgeschreven uniform, witte bloes en helderblauwe plooirok; wie voor het eerst op school kwam, kreeg terstond een gestencilde beschrijving van dit model mee naar huis.
[Haasse – Zelfportret als legkaart, 117-119] 


Vervolg
de wandeling in noordelijke richting.
Rechts
: Gereja Immanuel – Protestant Church in Western part of Indonesia – the “Immanuel” congregation.(de Willemskerk).

Willemskerk

ILW Jakarta 7 Koningsplein Willemskerk

Datzelfde jaar werd de eerste steen der Willemskerk gelegd op Koningsverjaardag, 24 Augustus 1835. Zij werd ingewijd in 1839, alweder op Koningsverjaardag. Hier hielden de Lutherschen en de Hervormden weer Zondag om Zondag hun dienst, totdat beide gemeenten zich in 1854 vereenigden tot de Evangelische gemeente van Batavia. [Oud Batavia I, 311] 

De bouwkosten werden door den architect J.H. Horst, die onder toezicht van de commissie het ontwerp maakte, geraamd op f 192 000.-. [Locale Techniek - 8-5, 127] 

Ook de kerk neem ik, met daarachter het Nationaal Monument. De Willemskerk dateert van 1854; hij is onlangs ter gelegenheid van het bezoek van de toenmalige koningin Juliana, mede gefinancierd uit bijdragen van de Nederlandse gemeenschap alhier, een beetje gerestaureerd maar de pilaren zien er alweer ietwat aangeknaagd uit. De schuld van het drukke verkeer, volgens de dominee, de trillingen van vrachtwagens en bussen.
[De Vreede – Mijn reis, 20, 22] 


Ga rechtsaf: Jl Pejambon (Pedjambon).
Ga na 150 meter schuin rechts en ga rechtdoor of rechtsaf, “even het wijkje in”. 

ILW Jakarta 7 Koningsplein PedjambonEens slenterde Justus in de buurt van het koningsplein achter de Willemskerk. Hij was alleen en plotseling dacht hij: Zo was Indië vroeger. Het was een kleine straat en er stonden drie of vier huizen, die er als door een wonderlijk toeval goed verzorgd uitzagen: witgekalkt en met een schoon erf. Het was er bladstil. Geen bedelaars met wonden die stonken als duizend doden, geen gehaaste grauwe mensen, geen benzinelucht, geen tanks. Alleen een stukje straat in gloeiend zonlicht, een verrukkelijke geur van de vlammend rode bloemen, en verderop een rustiek bruggetje.
[Van der Hoogte – Huis in de nacht, 18] 


Ga terug, steek de Jl Pejambon over, ga weer naar Medan Merdeka en ga rechtsaf.
Rechts: 5 Kementerian Perhubungan – Ministry of Transportation..

K.P.M.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Paketvaart Maatschappij

N.V. Koninklijke Paketvaart-Maatschappij (1924, Ghijsels – Hes – Asselbergs).

Niettegenstaande het kantoor later onnoodig bleek, moest toch het afgebouwd worden, in verband met het contract met de aannemers. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift - 26, 401] 

Ik stuur je een bundel kranten – of ik zal ze meegeven aan Frans – waarin ook voorkomt een officieel rapport aan de regeering over de werkuren aan boord van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, een half gouvernementeele maatschappij, die de verbinding onderhoudt met de kleinste eilandjes van den Indischen archipel. Ze hebben alles in het werk gesteld om dit rapport geheim te houden en het is hun ook langen tijd gelukt, maar ten slotte ging het toch niet langer meer (want Holland is er ook nog!) en zoodoende lees je dan, hoe het nou eigenlijk is.
[Walraven – Brieven, 339-340][Indië, geïllustreerd weekblad - 5, 755] 


Rechts: Militair terrein met een gebouw dat wat van de weg af ligt (waarschijnlijk het gebouw van de voormalige Indische Ondernemersbond).
Rechts: Pertamina, de plaats van de voormalige Broederschool (Congregatie van de H. Aloysius , Oudenbosch).

ILW Jakarta 7 Koningsplein BroederschoolWat deed men mij in die tijd? Men zond mij naar de Boederschool. De oude vooroordelen van mijn ouders spraken weer: ik had met inlandse kinderen mogen spelen zoveel ik wilde, maar ik mocht niet ‘besmet’ worden door de halfbloeds van de buurt, en de katholieke sfeer scheen mijn moeder nog altijd een uitkomst. Ik werd dus op een school gedaan aan het Koningsplein, een groot halfuur met de trein van Meester-Cornelis; ik moest iedere morgen vroeg opstaan, het chinese kamp doorlopen, in een zwart groezelig stationnetje een boemeltrein nemen om in het station Koningsplein uit te stappen, een grote hoek van dit plein omlopen om in een soort klooster binnen te gaan.
En mijn rampen begonnen.
[Du Perron – Het land van herkomst, 243-244] 


Rechts: Bank Mandiri.

K.N.I.L.M.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Bataafsche KNILM

Hoofdkantoor Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij. 
Onderdeel van een complex samen met de Bataafsche Petroleum Maatschapij. (Taen – Nix, 1938).

Het kantoor van de K.N.I.L.M. beslaat den geheelen vleugel aan de Koningsplein-Oost-zijde, zoowel op den beganen grond als op de 1ste verdieping, terwijl langs dezen gevel wegens de Oostelijke ligging een galerij is aangebracht, welke toegang geeft tot het passage-kantoor. Op den hoek is een toren ontworpen, welke bekroond wordt door een Shell-teeken, dat ’s avonds wordt verlicht. [Locale Techniek - 6-2, 54-55] 
Luchtverbindingen kende de archipel sinds 1928, toen (met een regeringssubsidie) de Koninklijke Nederlands-Indische Luchtvaart Maatschappij, de Knilm, werd opgericht. Twee jaar later, in 1930, maakte de KLM van Nederland uit een aanvang met een vaste dienst op Batavia. De vliegtuigen deden er vijf-en-een-halve dag over. De verbinding werd eerst in beide richtingen eens in de twee weken onderhouden, maar van ’37 af driemaal per week. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 98] 


Ga rechtsaf: Jl Perwira (Willemslaan).

Rechts: 4 Pertamina (Hoofdvertegenwoordiging van de Bataafsche Petroleum Maatschappij).

B.P.M.

ILW Jakarta 7 Koningsplein Bataafsche Petroleum Maatschapij

Maar ik kon verschillende baantjes krijgen, die allemaal even goed leken, hetgeen niet zoo was. Ik koos de Oliefabrieken Insulinde, die twee jaar later al over de kop gingen, en ik versmaadde b.v. de Bataafsche Petroleum Maatschappij, die nog vaster zijn dan de regeering zelf, ja, die volgens booze tongen in Indië ook meer te vertellen hebben dan de regeering! Niets machtiger dan olie!
[Walraven – Brieven, 182] 

Ik liep ’s morgens wel eens bij de Nederlandsche recherche aan, in het vroegere B.P.M.-gebouw op den hoek van de Willemslaan, en kreeg daar politierapporten ter inzage, die van een droeve eentonigheid waren. In de wachtkamer zaten soms Indo-Europeesche of Indonesische vrouwen te snikken: hun man was vannacht door een bende pemoeda’s weggehaald, of ze hadden een dreigement in die richting toegezonden gekregen met ’n kris en het woord ‘merdeka’ er onder, en hun man hield zich nu ergens verborgen, terwijl zij zelf niet meer naar huis durfden.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 95] 


Rechts: 6 Pertamina, de voormalige woning van de Agent, de hoofdvertegenwoordiger van de B.P.M.

ILW Jakarta 7 Koningsplein B.P.M.Aan de linkerkant van de straat lag het Kantoor Commandant 1e Divisie.

Toevallig zag ik twee of drie weken later voor een militair gebouw in de Willemslaan nog weer een Nederlandsch konvooi gereed staan om naar Kebajoran te vertrekken, en daar het kamp de laatste dagen weer druk omstreden was geworden, kwam de gedachte in me op om binnen te loopen en te vragen of ik mee mocht en dan meteen eens ’n nacht overblijven.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 62-63] 


ILW Jakarta 7 Koningsplein kathedraalSteek
de Jl Perwira over.
Zicht op de Mesjid Istiqlal en op de kathedraal – [zie de Wandelingen Jakarta 5 en 6].
Splitsing van de Kali Ciliwung in twee ‘gekanaliseerde armen’:
- Rechts, de Saluran Ciliwung; de Nieuwersloot (langs de Postweg) en vervolgens het Goenoengsari-kanaal;
- Links, de Kali Ciliwung; Noordwijk en Molenvliet.

Ga terug richting Medan Merdeka

Ga onder het spoorwegviaduct door.

ILW Jakarta 7 Koningsplein spoorwegovergangHonderden vrouwen staan intusschen bij de spoorwegovergangen uit te kijken naar treinen met Nederlandsche krijgsgevangenen die hier passeeren in de richting Priok. Waarheen ze gaan? Naar Sumatra, Borneo of verder weg naar Japan zelf?
[Jansen – In deze halve gevangenis, 60-61, 62] 

Tehupeiory vertelde aan C. dat de krijgsgevangenen, die hun vrouwen bij 't passeeren van Menteng en Koningsplein vroolijk toewuifden bij de spoorwegovergangen, hun tranen niet konden inhouden, toen ze in Priok de booten zagen waarmee ze weg worden gebracht. Het gerucht wil dat de bestemming Sumatra is. Kolemijnen?
[Jansen – In deze halve gevangenis, 63a] 

Het plan om de spoorlijn in de stad te verhogen, werd in 1929 vanwege de malaise, geschrapt. In 1992 werd het alsnog uitgevoerd; de spoorbaan is vanaf Manggarai tot bij Jakarta Kota verhoogd.


Volg de weg naar rechts: Jl Medan Merdeka Utara (Koningsplein Noord) en ga met de weg mee naar links.
Rechts: Militer: Tentara Nasional met een standbeeld van Sudirman, de legeraanvoerder in de onafhankelijkheidsstrijd.

ILW Jakarta 7 Koningsplein VolkscredietbankHoofdkantoor Algemeene Volkscredietbank. (1939, Blankenberg). 

Om woekerpraktijken tegen te gaan werden in 1904 Volkskredietbanken en een Gouvernementspandhuisdienst opgericht (er waren in '38 bijna 500 pandhuizen), werd de oprichting van simpele dessa-banken bevorderd (er waren er in '38 alleen al op Java bijna 7.000) en ontstond in '34 de Algemene Volkskredietbank die de dessa-banken controleerde en bovendien gelden leende aan kleine middenstanders, ambtenaren en gepensioneerden van elke landaard. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 171][Het Koninkrijk der Nederlanden, 11a, 114-116] en [Insulinde, 127-135] 

In het jaar 1930, vóór de reorganisatie van het Volkscredietwezen, was ik boekhouder en kashouder van de plaatselijke Afdeelingsbank hier in Malang. 
[Walraven – Brieven, 818-820] 

Roeslan Abdulgani: Daarvoor ging ik op pad. lk moest kleine smederijen organiseren in een coöperatie, en zo ook de meubelindustrie in Pasoeroean en de rotanindustrie bij Malang. Er werden in de dessa's vorken en lepels van koper gemaakt en met onze hulp werden die verchroomd en op de markt gebracht. Op Madoera moest de kwaliteit van de leerlooierijen worden verhoogd. lk moest ook woekeraars uitschakelen door met leningen van de Volkskredietbank kleine ondernemers te helpen. lk ging dessa in, dessa uit en leerde ontzettend veel, iets wat later in mijn loopbaan van grote waarde is gebleken. [Verboden voor honden, 172] 

Hij schrijft een nieuwjaarsgroet over de samenwerking van Japanners en Indonesiërs, de betrekkelijke lichte offers die de Indonesiërs brachten en de daartegenover staande schuldbevrijding aan de Hollanders. (Volkscredietbank?) (de Nederlands-Indische banken werden op 20 oktober 1942 opgeheven).
[Jansen – In deze halve gevangenis, 107a] 


2de zijstraat rechts: Jl Veteran III (Secretarieweg).

Mr. Der Kinderen bewoonde het huis aan den linkerhoek van den Secretarieweg, als men van het Koningsplein komt. Tegenwoordig is het een indépendance van het Hotel der Nederlanden, waarin vóór zijn vertrek naar Europa de bekende arts Dr. Van Tricht het laatst zijn appartementen had. Er was nog geen gemeentebestuur. Langs het Koningsplein woonden in de deftige huizingen nagenoeg alle leden van den Raad van Indië, de resident en andere autoriteiten, de handelsmagnaten en rijke particulieren, die bij elke poging tot verandering of verbouwing van hun plein dadelijk hun tanden lieten zien. Zij hadden elk afzonderlijk en allen te zamen heel wat meer in de melk te brokkelen dan nu. Dies liet men het plein ongemoeid.
[Ido – Indië in den goeden ouden tijd I, 74-75] 

Maar…. daar herken ik, op den hoek van het Koningsplein en een ‘gang’ (zijstraat) het eigen ouderlijke huis van vroeger! Het lieve, mooie, witte huis van vroeger, en het staat daar verveloos, kalkeloos, vervallen en ik wil niet zien wat het geworden is nu (na niet twintig) maar bijna vijftig jaren! Ik heb alleen even mijn keel voelen geknepen worden.
[Couperus – Oostwaarts, 113-114] 

Ik vond er ons huis mooier dan in Den Haag, omdat het groter was en de tuin heel groot was en er bloeiende oleanders waren.
[Couperus in: Omstreden Paradijs, 105-106] 

 

Steek bij het stoplicht de Jl Medan Merdeka Utara over en vervolg in westelijke richting.
Rechts: Bina Graha - Istana Negara, het voormalige Paleis van de Gouverneur Generaal.

Meer informatie

Aangezien de Landvoogd, vooral wanneer er feesten ten hove werden gegeven, hier buitengewoon ongeriefelijk was gehuisvest, is later naar den kant van het Koningsplein een tweede paleis gezet, dat in deftigheid ongunstig afsteekt bij het gebouw aan het Waterlooplein, waar Daendels zijn troon heeft willen opslaan. [Oud Batavia I, 396-397] 

Het front van het z.g.n. Gouvernementshotel aan het ruime Koningsplein te Weltevreden, een gebouw dateerende van 1857, geeft overigens wel den indruk dat die stijl voor een deftig gebouw in de tropen veel aantrekkelijks bezit.
Voor een vrijstaand gebouw, en dat zijn ze in Indië alle, geeft hij echter, streng doorgevoerd, aanleiding tot hooge kosten; men zou zich vergissen indien men meende dat de zij- en achtergevels van het Gouvernementshotel ook maar eenigszins het goede aanzien van den voorgevel weerspiegelden. [Indisch Bouwkundig Tijdschrift - 15, 206] 

De groote, fraai in witte ‘stuc’ bewerkte receptie- en danszaal was reeds vol bezoekers toen wij binnenkwamen. Schitteren verlicht door talrijke gaskronen en kandelabers, met het uitzicht op den door gasilluminatie en kleurige lampions à giorno helderen tuin, bood de zaal een prachtig schouwspel.
[Van Maurik – Indrukken van een Tòtòk, 131] 

Op een iets hoger niveau was het leven in het toenmalige Batavia natuurlijk in wezen hetzelfde als in de kleine plaatsen, al had men wat meer keuze wat kennissen betreft. Maar men kwam op “het Paleis" van de gouverneur-generaal Rooseboom; men maakte deel uit van een wat invloedrijkere kring, waarin om hogere belangen werd geïntrigeerd dan in een plaats als Probolinggo.
[Trekkers en Blijvers, 24-25]

ILW Jakarta 7 Koningsplein statiekoetsHet Paleis van den Gouverneur-Generaal (Koningsplein zijde). De statiekoets, welke reeds twee eeuwen geleden “het” voertuig voor den Landvoogd was. De koets op de plaat deed langen tijd nog dienst bij de opening van den Volksraad of groote parades. [50 Jaar Hotel des Indes, 7] →

Ik kan dan van dat geld veel meer doen dan alleen die groote binnengalerij meubelen en het is hoog noodig van dat geld meer te doen, want in alle paleizen is de meubilering allertreurigst. Alles te samen genomen is het, grootendeels door verwaarloozing, een armoedig zoodje. De intendanten hebben van meubilering en geregeld onderhoud blijkbaar weinig verstand gehad en hoog nodig is het, dat eens door een dame practisch wordt ingegrepen om op voor den lande minst kostbare wijze alle meublissementen in de Paleizen te verbeteren. [Uit naam van de majesteit, 195-197] 

... gouverneur-generaal Van Heutsz, die zij enkele jaren later, toen zij als weduwe in Batavia woonde, had ontmoet tijdens haar enige bezoek aan het Paleis op het Koningsplein. De echtgenote van de landvoogd gaf daar een middagthee voor dames, en Zijne Excellentie was ter begroeting even verschenen. Hij mocht dan een bekwaam militair en politicus zijn (men prees hem de hemel in, hij werd de grootste gouverneur-generaal sinds Jan Pieterszoon Coen genoemd), maar hij was zonder uniform om zo te zien een Hollands burgermannetje, slordig gekleed, en bovendien grof in de mond! Toen had mevrouw Mijers het even niet betreurd dat zij niet tot de hofhouding behoorde!
[Haasse – Sleuteloog, 72-73] 

Er waren er veel meer, maar wie kent al de starren van het firmament bij name? De Gouverneur-Generaal en zijn gemalin zagen er opgewekt uit en onderhielden zich levendig met diegenen der gasten die zich in den Zuid-West hoek ophielden. (...) Eerst na één uur klonk het klokje – in dit geval het Wilhelmusje – van gehoorzaamheid. Als dit dan inderdaad ‘het laatste bal onder Van Heutsz’ geweest is – er zijn dames die aldus over de verschillende regeerperioden spreken – dan ,mag het heeten: lest best! [Uit naam van de majesteit, 241-242] 

De elite der ambtenarij, militair en civiel, was aanwezig, en de 'dertiende groep', de niet-ambtelijke burgerij, was vertegenwoordigd door de voorzitter van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Batavia, mr. H. s'Jacob. Deze hield een rede, waarin hij de regering ernstig waarschuwde tegen het gevaar dat van de zijde der 'inlandse beweging' heette te dreigen. Idenburg antwoordde met een voortreffelijke, sterke rede, waarin hij dit gevaar ontkende, een rede die zoveel indruk maakte, dat zijn gehoor na afloop applaudisseerde – een wel zeer ongewoon verschijnsel bij zo'n plechtige gelegenheid.
[Koch – Batig slot, 15] 

Van één ding ben ik zeker: dat deze koloniale regering, en meer nog de koloniserende Nederlanders, er eens spijt van zullen hebben, dat ze nooit een politiek van grote lijnen, van verre perspectieven hebben gevoerd, aangepast aan de moderne, veranderende wereldstructuur, dat ze nooit en nooit, zelfs maar één moment, aan bewuste, culturele politiek voor de bevolking van Indonesia hebben gedacht!
[Sjahrir – Overpeinzingen, 73-74] 

De echtgenoote van den Gouverneur-Generaal, de gravin Van Limburg Styrum, die zich zeer voor de beweging interesseert, trad als Beschermvrouwe van de N.-I. P. op. Op 4 Sept. 1917 installeerde de Beschermvrouwe in het Landvoogdelijk paleis te Weltevreden het hoofdbestuur der vereeniging. Reeds dadelijk bij de oprichting van dit centrale bestuur traden de padvindersvereeniging te Batavia, Bandoeng, Madioen en Pontianak tot de nieuwe organisatie toe. [Indië geïllustreerd weekblad - 2, 134][Insulinde, 150-151] 

Wij hebben gedineerd ten paleize op het Koningsplein bij Zijne Excellentie Gouverneur-Generaal Fock, met den Rezident van Batavia, den Algemeenen Secretaris, den Burgemeester, een klein, bijna intiem diner.
[Couperus – Oostwaarts, 126] 

Els Tahsin: Van nationalisme merkte ik af en toe slechts vaag iets op. Wel herinner ik me levendig de 31ste augustus, de verjaardag van koningin Wilhelmina, die uitbundig werd gevierd. Dat betekende optochten, bloemencorso, versiering van gebouwen, vuurwerk, muziek, feestelijke markten enzovoort. We mochten onze fietsen versieren en dan gingen de leerlingen van de hele school met witte kleren, oranje sjerp en Hollandse vlaggetjes mee in het defilé langs het paleis van de GG aan het Koningsplein. 'Leve de Koningin' riepen we als we langs GG Tjarda liepen, die daar boven aan de trappen van het paleis met allerlei dames en heren in mooie kleren het defilé afnam. [Verboden voor honden, 116] 

Nederlands-Indië, dat was het summum van wijsheid, waartoe de grote Tjarda blijkbaar na diepe overpeinzingen was gekomen, Nederlands-Indië zou onveranderd blijven voortbestaan gedurende deze hele oorlog. En juist nu, nu Nederland in Europa als zelfstandige staat verdwenen was, was de verplichting om er voor te zorgen dat het bevrijde Nederland Nederlands-Indië weer in precies dezelfde staat zou aantreffen, waarin het verkeerde toen Nederland overvallen werd, naar de mening van Tjarda een ereplicht.
[Kadt, de – Indonesische tragedie, 19] 

16 juni 1941, opening van de Volksraad met een rede van de gouverneur-generaal, die een rijksconferentie aankondigde zodra de regering in het bevrijde moederland zou zijn teruggekeerd.
27 januari 1942, de regering in Londen geeft nadere aanwijzingen voor die conferentie.
7 december 1942, rede van de Koningin, waarin als het ware een garantie wordt gegeven, dat de conferentie ook werkelijk na afloop van de oorlog zal plaatsvinden.
De 7-decemberrede heeft naderhand in de barre praktijk van de dekolonisatie geen rol van betekenis meer gespeeld. Haar historisch belang is dan ook alleen gelegen in de hier bedoelde garantie.
[Alberts – Het einde van een verhouding, 35-39] 

Toen het gouvernement in 1941 overwoog om een inheemse dienstplicht in te voeren, eisten ze politieke concessies. Zij wisten zich gesterkt door een radiotoespraak van koningin Wilhelmina uit Londen, die in mei ‘de aanpassing van de structuur der overzeese gebiedsdelen’ in het vooruitzicht stelde. En ze verwezen naar het Atlantisch Handvest uit augustus,
[Reybrouck – Revolusi, 155-156] 

Op 24 september 1941 schaarden de landen van het Inter-Allied Council, waaronder Nederland, zich unaniem achter de principes van het Atlantic Charter. Op nieuwjaarsdag 1942 werden de intenties van het Atlantic Charter herbevestigd; ditmaal in een officieel, bindend verdrag: de Declaration by the United Nations. Behalve de Verenigde Staten en Groot-Brittannië ondertekenden ook de koloniale grootmachten Nederland en België en (in 1944) Frankrijk het verdrag.
In feite gingen landen met koloniën die hun handtekening hadden geplaatst, akkoord met de afschaffing van hun wingewesten, accepteerden ze mondiale vrijhandel en waren ze het officieel eens met een onbelemmerde toegang tot de grondstoffen van de wereld. Dus ook in hun koloniën. [Wilhelmina, 175-182] 

Die radiorede van de Koningin werd, zoals men weet, in het Engels uitgesproken en dat betekende niets meer of minder dan dat men de opvattingen die in Amerika bestonden en die ook in de zeer sterke Labour- en liberale kringen in Engeland aanwezig waren, ernstig genoeg nam om te proberen de voorstelling te wekken als zou Nederland in de geest van die opvattingen zijn toekomstige betrekkingen met Indonesië regelen.
[Kadt, de – Indonesische tragedie, 82-85] 

Oey TjoeTat: Eind februari hield gouverneur-generaal Tjarda een soort afscheidsrede die niet vrolijker stemde en ons vermoeden bevestigde dat de invasie niet lang meer op zich zou laten wachten en dat daarmee onherroepelijk het einde zou komen. Zijn rede was wel een sportieve erkenning da de zaak zo goed als verloren was: 'Er zijn ogenblikken die zich onderscheiden van de gewone wiekslag van de tijd, er zijn gebeurtenissen die duurzaam uitsteken in de rij van feiten welke tezamen de keten der historie vormen. Voor zodanige ogenblikken en gebeurtenissen staan wij thans. Laat varen elke kleinheid des gemoeds! Waakt dat gij niet beneden de maatstaf van de tijden zijt! Het is een zware strijd die ons re wachten slaat. Wij strijden hem met alle kracht die ons gegeven is. Gods zegen sterke u en mij.’ Het was een mooie rede die indruk op mij maakte. [Verboden voor honden, 28-29] 

De echtgenote van de gouverneur-generaal is uit haar woning gezet. (Het Paleis was al direkt na de capitulatie betrokken door de Japanse opperbevelhebber, gen. Imamura).
[Bouwer – Het vermoorde land, 58] 

Hij, Imamoera, wenste met terughoudendheid op te treden. Het kostte zijn officieren moeite, hem er van te overtuigen dat hij in Batavia zijn intrek moest nemen in het paleis van de gouverneur-generaal – hij deed het, vergezeld van een kleine staf (een adjudant, een functionaris van de militaire politie, enkele bedienden en tolken, tezamen een dozijn personen), en voelde er zich niet thuis, ‘het was te groot, leek leeg’, schreef hij in zijn memoires. Het denkbeeld, in Batavia een grote overwinningsparade te houden, wees hij af – [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 192-193] 

Op 10 juli, daags na zijn gesprek met Hatta en Sjahrir, had Soekarno in het vroegere paleis van de gouverneur-generaal zijn eerste gesprek met Imamoera die kolonel Nakajama en zijn persoonlijke tolk, een jeugdige, op Java geboren Japanner, naast zich had. ‘Wat is de bedoeling van de Japanse regering met Java in de toekomst?’ zou Soekarno volgens Imamoera’s herinneringen gevraagd hebben – wij nemen aan dat Soekarno niet gevraagd heeft naar Japans bedoelingen met Java maar met Indonesië. [...] Soekarno’s vèrgaande collaboratie met de Japanners is, zoals nog blijken zal, een feit geweest en anders dan Hatta heeft hij zich bovendien herhaaldelijk in de meest virulente termen tegen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië gekeerd. Beide feiten kwamen na de Tweede Wereldoorlog zijn internationale positie niet ten goede en wij houden het voor waarschijnlijk dat op Java velen zich herinnerden dat hij ostentatieve steun had verleend aan een regime dat honderdduizenden arbeiders, romoesja's, te gronde had doen gaan, sommigen in de mijnen van Java, de meesten ver van dit eiland, bijvoorbeeld aan de Birma-spoorweg. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 268-271] 

Men zal hier willen zeggen, dat de Indonesiërs niet altijd om Sukarno hebben gejuicht en gelachen. Hij heeft tijdens de oorlog in Azië tienduizenden landgenoten, dwangarbeiders, romusja’s opgeofferd. Maar ze moeten daarginds, niet hier, uitmaken voor hoeveel Sukarno's nagedachtenis hierdoor moet worden belast.
[Alberts – Een kolonie, 122-125] 

Op diezelfde 7de augustus (daags tevoren was Hirosjima door de eerste atoombom getroffen) werd om 12 uur ’s middags op gezag van generaal Itagaki in Singapore, Boekittinggi en Djakarta bekendgemaakt dat ‘midden augustus’ op Java een ‘Commissie ter Voorbereiding van de Onafhankelijkheid van Indonesië’ zou worden ingesteld.
In Djakarta was het eveneens Jamamoto die namens de generaals Itagaki en Nagano in het vroegere paleis van de gouverneur-generaal mededeling deed van de genomen besluiten aan een groot gezelschap vooraanstaanden, onder wie Soekarno, Hatta, dr. Radjiman, de vertegenwoordigers van de Chinezen, Arabieren en Indo-Europeanen in de onderzoek-commissie, vertegenwoordigers van de vier Javaanse vorsten, talrijke andere hooggeplaatste Indonesiërs en hoge officieren van het Japanse leger en de Japanse marine, zoals schout-bij-nacht Maeda. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11b, 999-1000] 

Tussen augustus 1945 en eind december 1949 probeerde Nederland tevergeefs zijn oude bestuur weer te vestigen. [Wilhelmina, 275-276] 

Er waren ook nog andere invloeden werkzaam, en degenen die haar ondergingen, hebben onmiddellijk na afloop van de Japanse bezetting gemeend, dat hun kans gekomen was. Dat was de groep, waarvan Van Mook naderhand een van de voornaamste en om zo te zeggen een der laatste vertegenwoordigers zou zijn. Ook zij streefde naar een zo groot mogelijke mate van onafhankelijkheid, maar niet in de vorm van een soeverein Indonesië, maar van een Nederlands-Indië met, laten we maar zeggen, dominion-status. Zij beoogden dus een staat, die verlost zou zijn van wat men in gedachten en ook wel eens hardop de Haagse bemoeizucht noemde. En een staat, waarvan de in Indië woonachtig en zich thuis voelende Nederlanders tezamen met de Indonesiërs de volwaardige burgers zouden moeten zijn.
[Alberts – Het einde van een verhouding, 27-30] 

[Van Mook:] Ik woon in Paleis Koningsplein met een hele verzameling mannen, vrouwen en kinderen, waaronder ... mijn eigen gezin. Wanneer alles niet zo dramatisch was, zou het aan een operette doen denken, zoals wij hier in statie en slordige kleren in het Paleis rondschuiven, zonderling voedsel uit blikken en van de passar consumeren en pas vandaag enig geld machtig zijn (Japans) waarmee hier tegen hoge prijzen wat te kopen valt. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 11c, 627-630, 631] 

De luitenant-gouverneur-generaal had na het vertrek van Christison eens ferm van de toren geblazen en daarna was het door de Engelsen uitgeoefende geallieerde tussenbestuur wat meer rekening gaan houden met het Nederlands-Indische gouvernement, dat aan de korte zijde van het Koningsplein in het Paleis zat.
[Alberts – Namen noemen, 171] 

Dr. Van Mook *] zelf bleef langen tijd vrijwel onzichtbaar; later ontving hij de pers eenmaal per week ten paleize, en de conferenties kregen gaandeweg een minder formeel cachet: wij mochten rooken en behoefden niet langer aan een lange vergadertafel te zitten. Van een intiem contact kwam echter ook toen nog weinig.
[Fabricius – Hoe ik Indië terugvond, 47-48] 

*] En na de terugkeer van het Nederlandse bewind over Indië werd hij regeerder van de kolonie. Het werden de moeilijkste jaren van zijn loopbaan.
[Koch – Batig slot, 42-43] 

Oey TjoeTat: De baron gaf 's middags colleges in de bijgebouwen of de tuin van het paleis. Hij benadrukte dat zijn persoonlijke mening als wetenschapper weleens zou kunnen afwijken van hetgeen hem als regeringsadviseur was toegestaan. Tijdens zo'n college kwam de discussie op de verzetsactiviteiten van nationalistische jongeren die door de Nederlanders als 'extremisten' werden aangeduid. Maar – aldus Van Boetzelaer – internationaal en volkenrechtelijk gezien was hetgeen zij deden, 'juist, want zij vechten voor de vrijheid van Indonesië zoals wij Nederlanders tegen de Duitsers vochten voor de vrijheid van Nederland'. [Verboden voor honden, 30-31] 

Bovendien moest een plaats gevonden worden voor de gewezen minister-president Beel, die bij de vorming van de nieuwe regering was uitgeschakeld. En dit alles leidde er toe dat men besloot Van Mook te vervangen door dr Beel, die dan tevens niet langer als G.G. (of Luitenant-G.G.) zou optreden, maar met de titel van ‘Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon’, een nieuw tijdperk zou inluiden. Daarmee was de invloed van de K.V.P. op het Indonesisch beleid weer belangrijk vergroot, omdat men niet alleen in Den Haag maar ook in Batavia de uitvoerende macht in handen kreeg.
[Kadt, de – Indonesische tragedie, 140-142] 

Door de radio uitgezonden was de plechtigheid in Batavia (de officiële naam werd die dag weer ‘Djakarta’) te horen. Zij werd er gevolgd in de grote zaal van het Paleis aan het Koningsplein waar Lovink, Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon, zijn gezag zou overdragen aan de Sultan van Djokjakarta als vertegenwoordiger van de Verenigde Staten van Indonesië. [Het Koninkrijk der Nederlanden, 12, 984-985] 

Het dramatische moment kwam pas, toen op het grasveld voor het paleis de Nederlandse vlag werd gestreken en het rood-wit van de republiek gehesen. Dit geschiedde onder de tonen van het Wilhelmus, geblazen door een schitterende militaire band en die van het Indonesische Raya, vertolkt door het muziekcorps van de Djakartaanse brandweer.
[Ritman in: Omstreden Paradijs, 274-275] 

De auteur beschreef, hoe het paleis in Weltevreden voor Indonesiërs altijd verboden gebied was geweest en hoe het volk bij de overdracht de tuin overstroomde en de mensen zelfs in de vijver voor het paleis stonden. Er stond niet bij dat Soekarno daarna de teugels weer strak aantrok en dat het enige dagen later zelfs al niet meer was toegestaan op het trottoir langs de paleistuin te lopen. wat nooit eerder was gebeurd.
[Trekkers en Blijvers, 167] 

lk werd met mijn vrouw in Djakarta ten paleize genood, toen Si Singamangaradja die eer kreeg en we behoorden tot een groepje van misschien tien Nederlanders die hierbij mochten zijn. De rest van de zaal was stampvol met de Batakse kolonie van Djakarta.
[Trekkers en Blijvers, 112-113] 

Toen de kapitein vijf minuten later het studeervertrek van de president betrad, stonden alle meubels tegen de muren, behalve het zware bureau, en hij trof de Hoeder, op blote voeten en alleen gekleed in een zwart voetbalbroekje, op zijn knieën aan, de stenen vloer dweilend. Dramakutra richtte zich op, en zijn handen drogend aan zijn broekje, zei hij: ‘U ziet, kapitein, ik zal u maar geen hand geven. U zult wel verbaasd staan, maar ik doe dit werk om mijn lijn niet te verliezen, want op mijn leeftijd krijgt de natuur er een onbegrijpelijk genoegen in, ons òf tot een stok òf tot een voetbal te maken’, en hij maakte daarbij met zijn hand een trommelende beweging op zijn buik. ‘...
[Galen Last – Dramakutra, 187-189] 

Paleismensen hadden in onbewaakte ogenblikken stukjes Java, Madura enz. afgeknipt, want goud is een hoop waard, ook als het een landtong of zoiets voorstelt. [Nieuw! 97-98]